De toekomst van Obama
Politiek
Door: Maarten van RossemMT nr. 0/0000
De verkiezing van Barack Obama is op zichzelf al een revolutionaire gebeurtenis. Wie een paar jaar geleden zou hebben voorspeld dat in 2008 een zwarte kandidaat zou worden gekozen, zou voor gek zijn versleten. De voorspeller zou nog veel meewariger zijn bekeken als hij ook zou hebben voorzien dat de twee meest prominente tegenstanders van de zwarte kandidaat een vrouw en een bejaarde zouden zijn. Het is overigens verbazingwekkend dat Obama zo vanzelfsprekend als een zwarte kandidaat werd beschouwd – hij heeft immers een zwarte vader en een blanke moeder, en zou met evenveel recht kunnen worden gezien als een blanke kandidaat.
Sommige waarnemers menen dat de verkiezing van Obama nog weleens veel revolutionairder kan uitpakken dan wij nu vermoeden. Zij suggereren dat Obama, als hij de mogelijkheden die de kredietcrisis hem biedt optimaal gebruikt, vergeleken zou kunnen worden met Franklin D. Roosevelt. Die verschafte de natie in 1933 een nieuwe, duurzame sociaal-politieke agenda en formeerde bovendien een electorale coalitie die de Democraten bijna een halve eeuw tot de meerderheidspartij maakte.
Als Obama een succes van zijn presidentschap weet te maken, zal hij de Republikeinen ongetwijfeld voor een decennium of meer in het defensief dringen. Zo vernieuwend als Roosevelts New Deal zullen zijn politieke activiteiten echter zelfs met de beste wil niet worden.
Roosevelts New Deal creëerde immers de moderne federale overheid en het raamwerk voor de Amerikaanse sociale wetgeving. Dat kan nu eenmaal niet nog een keer worden gedaan. Bovendien is het nu door een oerwoud van belangenorganisaties veel lastiger om ingrijpende institutionele veranderingen tot stand te brengen. Als Obama erin slaagt de Amerikaanse gezondheidszorg te hervormen, zou dat al een wereldwonder zijn.
Speelt Obama zijn kaarten goed, dan is het wellicht wel mogelijk een electorale coalitie te bouwen die de Democraten op z’n minst zou kunnen verzekeren van een sterkere positie dan zij in de afgelopen kwarteeuw hebben gehad. De bouwstenen daarvoor zijn aanwezig. Obama dankt zijn overwinning aan een veelbelovend electoraal ensemble. Van de kiezers tussen 18 en 30 jaar heeft zo’n twee derde deel op hem gestemd. Van de nieuwe kiezers stemde 70 procent op Obama.
Zwarten hebben begrijpelijkerwijze voor 90 procent op hem gestemd, maar ook onder chicano’s deed Obama het bijzonder goed. Een meerderheid van de blanke Amerikanen koos voor McCain, maar Obama haalde meer stemmen dan zijn tegenstander onder goed opgeleide witte kiezers. McCain kreeg de steun van arme, laagopgeleide blanken en die zullen in de toekomst niet in aantal toenemen.
Of Obama zijn electorale coalitie, die een evident groeipotentieel heeft, bijeen weet te houden, is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Als de nu begonnen recessie een jaar of twee duurt en de Amerikaanse economie begint in het najaar van 2010 weer op te krabbelen, met als resultaat dat de economie tegen 2012 goed draait, is een verkiezingsoverwinning in dat jaar praktisch verzekerd – mits zich geen wonderlijke schandalen of andere dramatische gebeurtenissen voordoen. Zou de komende recessie zich onverhoopt ontwikkelen tot een echte, langdurige depressie, dan zit Obama in 2012 met een probleem.
Op dit moment zitten de Republikeinen natuurlijk in zak en as en ligt het voor de hand hun een schrale toekomst te voorspellen. Als de radicale rechtervleugel van de Republikeinen het interne debat wint in de komende jaren en Sarah Palin wordt over vier jaar genomineerd, is een verkiezingsoverwinning zeer onwaarschijnlijk.
Toch is het oppassen geblazen met dergelijke voor de hand liggende voorspellingen. In 1964 ging de radicale Barry Goldwater volkomen kansloos ten onder tegen Lyndon Johnson, en de deskundigen voorspelden dus een duistere toekomst voor de Republikeinse partij. Toch won die in 1968 met een zo onaantrekkelijke kandidaat als Richard Nixon.
Uit: Historisch Nieuwsblad 10, 2008