Westerman - Obama, greater than Jesus
Door: Max WestermanMT nr. 1/2010
Het was 2000 en Frits Barend en Henk van Dorp zaten te hengelen. ‘Kom op, Max, je vindt die Texaanse olieboer toch ook niets?’ De twee talkshowpresentatoren wilden weten op wie ik zou stemmen. Al Gore toch zeker wel? Ik sputterde tegen: ‘Mag ik als correspondent alsjeblieft onpartijdig blijven?’ Waarop side-kick Jan Mulder bulderde: ‘Ah joh, wijk eens van je tekst af!’
Free at last! Als columnist mag ik eindelijk doen waar ik als Nederlander voor in de wieg ben gelegd: meningen spuien. En om maar direct met de deur in huis te vallen: van de zes presidenten die ik sinds mijn vertrek naar Amerika heb meegemaakt, vind ik deze de meest indrukwekkende. De beste ook. Geef me een borrel en ik durf misschien wel net als de Deense krant
Politiken (in zijn Engelse editie) de stelling aan: ‘Obama greater than Jesus!’
De kop was grappig, maar ook serieus: ze waren écht laaiend enthousiast over de man. Ik heb het afgelopen jaar weleens aan mezelf getwijfeld. Was ik een van de laatste slachtoffers van een uitstervende epidemie: obamania? Alleen bereid te zien wat de man presteerde en blind voor alles wat niet direct lukte (ja ja, ik weet het: Guantanamo is nog open). Waar was het Yes-we-can-enthousiasme over Amerika’s eerste gekleurde, allochtone president gebleven?
Dat het rechtse Fox hem beschrijft als de duivel, dat begrijp ik. En als je het als grootste Amerikaanse ‘nieuwszender’ maar vaak genoeg herhaalt, nemen je kijkers het nog letterlijk ook: 24 procent van de Republikeinen antwoordt in een Harris-poll bevestigend op de vraag of Obama ‘wellicht de antichrist’ is. Achtendertig procent weet dat hij ‘veel van de dingen doet die Hitler ook deed’. Maar ook elders was de stemming veelal in mineur. Obama maakte de verwachtingen niet waar, las je in menig commentaar. Veel woorden, weinig daden, vond Michael Moore.
Zelfs nu Obama de hervorming in de gezondheidszorg heeft doorgevoerd, staan veel aanhangers nog handenwringend langs de zijlijn. Gaan de Republikeinen de wet straks niet weer intrekken? Schort er trouwens niet van alles aan? Obama heeft bereikt wat zijn voorgangers al een eeuw lang tevergeefs probeerden – betaalbare zorg voor bijna iedere Amerikaan – en nog steeds is het niet goed.
MarihuanaMaar waarom beweren ook zoveel voorstanders dat Obama nog weinig heeft bereikt? Hoezo weinig daden? Geen van de presidenten die ik heb meegemaakt was in zijn begintijd zo productief als Obama. Negen dagen na zijn aantreden loodste hij al een stimuleringsplan voor de economie door het Congres. Kort daarop volgde een reddingsplan voor de banken. Je kunt met recht zeggen dat hij een verdere val van de wereldeconomie heeft weten te voorkomen. Hij nationaliseerde een deel van de al dood gewaande auto-industrie en begon een herstructurering waardoor Detroit nu aan de beterende hand is.
Het Congres was nog aan het kauwen op zijn pronkstuk – het zorgplan – toen Obama er nog een doortimmerd voorstel achteraan stuurde om het onderwijs te verbeteren. Dat moet, net als de zorg, toegankelijker worden voor de gewone burger. Ook de sterk gegroeide inkomensongelijkheid begon hij aan te pakken met nivellerende belastingen.
Daarnaast regende het kleinere beleidsinitiatieven, zoals de opheffing van het verbod op de verkoop van marihuana voor medicinale doeleinden. Hiermee is in elk geval één element van de onzinnige war on drugs gesneuveld, en er komt wellicht een dag waarop het land van de vrijheid niet meer het land is met de meeste burgers achter tralies (ja, meer dan China, een dictatuur met vier keer zoveel inwoners!).
Meestal verwaarlozen presidenten in het begin van hun ambtstermijn de rest van de wereld; hun prioriteit is het binnenland, waar de kiezers wonen. Maar Obama maakte juist wél tijd vrij om leiders over de hele wereld te bezoeken. Hij vloog vaker naar het buitenland dan al zijn voorgangers. Er viel na het sloopwerk van George Bush dan ook veel te repareren, en dat lukte hem. Uit peilingen blijkt dat de meeste wereldburgers Amerika en zijn leider weer zien zitten.
Toch vond menigeen het maar belachelijk dat hij een Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Want wat had hij nou eigenlijk concreet gepresteerd? Alsof het niet genoeg was dat hij met welgekozen woorden en gebaren de spanningen in de wereld had gereduceerd en het imago van zijn land hersteld (terwijl hij ondertussen ook nog was opgezadeld met twee oorlogen, en er één, in Afghanistan, van een nieuwe strategie voorzag).
Obama deed dit alles zonder grote fouten te maken – uitzonderlijk, want de meeste presidenten worden door schade en schande wijs. Zo werkte Clinton zich direct al in de nesten toen hij het leger wilde openen voor homo’s (bijna twintig jaar later lijkt de tijd er wel rijp voor en heeft Obama het plan met minder bombarie geherintroduceerd). Obama regeert zoals hij campagne voerde: bedachtzaam en gedisciplineerd. Waardoor er zelfs nog genoeg tijd overblijft voor zijn gezin en sport.
Passionless presidencyKan het zijn dat de lauwe stemming over Obama deels terug te voeren is op een pr-probleem en schept hij simpelweg te weinig op over zijn prestaties? De term ‘passionless presidency’, die eerder voor de saaie, technocratische Jimmy Carter werd gebruikt, is van stal gehaald. Er zou nog maar weinig over zijn van het vuur dat Obama tijdens zijn campagne aan den dag wist te leggen. Zijn kiezers zouden niet onder de indruk zijn, hoor je voortdurend in de media, en Obama staat daarom ‘dramatisch’ laag in de peilingen.
In werkelijkheid valt het wel mee met die polls: presidenten die beginnen in tijden van economische crisis hebben het altijd zwaar. De intussen zalig verklaarde Ronald Reagan scoorde op dit punt in zijn presidentschap hetzelfde als Obama.
Obama is bezig een eind te maken aan de verrechtsing van Amerika, die dertig jaar geleden begon onder Reagan – en dat is één reden waarom hij zoveel schuimbekkende tegenstand krijgt, en zelfs gevaarlijke haat oogst (de Secret Service pluist dertig bedreigingen per dag na: vier keer zoveel als bij Bush). Zijn huidskleur speelt natuurlijk ook een rol – wellicht zelfs, onbewust, bij een deel van zijn aanhang. Zou het kunnen zijn dat je je als ‘zwarte’ president meer moet bewijzen? Zoals vrouwen aan de top vaak dubbel zo hard moeten presteren als mannen om een fractie van de waardering te krijgen?
Hoe dan ook, ik denk dat obamania in remissie is, maar niet dood. Dat als het economische herstel doorzet het fenomeen een comeback maakt. ‘Het is ongelooflijk wat Obama al voor elkaar heeft gebokst,’ zegt David Remnick, auteur van een nieuwe biografie van Obama. ‘Hij is absoluut niet geïnteresseerd in een presidentschap van matig belang.’ Remnick vergelijkt hem met Ferdinand Roosevelt; zulke maatschappijhervormers belanden in de geschiedenisboeken bij de top van de Amerikaanse presidenten, omdat ze geschiedenis hebben geschreven.
Dus kom maar op met de vraag: ‘En Max, waar zullen historici Obama later plaatsen in het rijtje Amerikaanse presidenten?’
‘Ik schat zo’n veertig plaatsen hoger dan die Texaanse olieboer.’
Max Westerman was jarenlang correspondent in de Verenigde Staten.
U heeft geen toegang tot dit artikel, omdat u niet bent ingelogd. Log eerst in en probeer het dan opnieuw. Heeft u nog geen inlogcode? Ga dan naar
registreren. Let op! Artikelen uit het actuele nummer zijn ook voor ingelogde gebruikers nog niet te raadplegen. Wil je het complete, rijk geïllustreerde artikel lezen, dan kun je dit hier
nabestellen.