Home » Maarten van Rossem
Hans Spekman
Door: Alies Pegtel
De ideale verzorgingsstaatMT nr. 1/2012
Hans Spekman, vanaf 21 januari voorzitter van de PvdA, geeft antwoord op de vraag: ‘
Hoe ziet de ideale verzorgingsstaat eruit?’ ‘Ik zie de verzorgingsstaat niet als een statisch bouwwerk. De regelgeving dient telkens aangepast te worden aan nieuwe maatschappelijke omstandigheden,’ zegt hij.
‘De verzorgingsstaat beschouw ik als een vorm van beschaving waar ik niet zonder zou willen. Er zijn talloze mensen die buiten hun schuld in moeilijke omstandigheden verkeren. Pech bestaat in het leven. Wie dat erkent, zal het met me eens zijn dat we met z’n allen moeten voorkomen dat die mensen wegzakken in de modder. We moeten hun kansen bieden om op te klauteren, om weer mee te gaan doen.
Dat ik me hard maak voor de sociale zekerheid, komt ongetwijfeld voort uit mijn jeugd. Thuis hadden we het niet breed. Toen ik één jaar was, overleed mijn vader. Mijn moeder bleef als weduwe achter met vier kinderen. Dat zij financieel door de overheid werd gesteund, heeft mij als kind verder gebracht. Ik heb zelf ervaren dat het met een duwtje in de rug mogelijk is erbovenop te komen en de armoede achter je te laten.
In mijn ideale verzorgingsstaat laten we in principe niemand vallen. Het beleid moet erop gericht zijn kwetsbaren sterker te maken en aan te zetten tot zelfstandigheid. Dat leidt uiteindelijk tot algemene maatschappelijke vooruitgang.
Zorg voor mensen wie het in het leven niet allemaal komt aanwaaien, is wat mij betreft nog altijd een van de kernpunten van de sociaal-democratie. Maar waar we in het verleden misschien wat laks in zijn geweest, is dat we niet streng controleerden of het systeem niet werd misbruikt. In mijn tijd als wethouder in Utrecht heb ik zelf gezien dat uitkeringstrekkers bijvoorbeeld zwart bijklusten. Ontoelaatbaar.
Om fraude te voorkomen moeten we de naïviteit uit de regelgeving halen. Zo ingewikkeld is dat niet; bestanden zijn vrij eenvoudig te koppelen. En de steun moet natuurlijk terechtkomen daar waar-ie hoort. Dat grootouders via de kinderopvangtoeslag een zakcentje konden bijverdienen als oppas van hun kleinkinderen was ronduit belachelijk.
Of ik voorstander ben van ruime of krappe zorgregels? Daar kan ik geen simpel antwoord op geven. Ik zie de verzorgingsstaat namelijk niet als een statisch bouwwerk. De regelgeving dient telkens aangepast te worden aan nieuwe maatschappelijke omstandigheden.
Neem nu dementie; dat is momenteel een groeiende volksziekte. In de komende jaren zullen we te maken krijgen met meer dementerende ouderen. Die zullen worden opgevangen in verpleeghuizen. Maar ik kan me voorstellen dat hun kinderen de zorg niet helemaal willen uitbesteden, dat zij deels zelf voor hun ouders willen zorgen. Die mogelijkheid zou je mensen moeten bieden via zorgverloven.
De duur van het zorgverlof is momenteel zeer beperkt, dat kan worden uitgebreid. Het idee dat een werknemer altijd maximaal productief moet zijn moeten we loslaten. Geef mensen in een bepaalde periode in hun leven de ruimte om aandacht aan hun omgeving te schenken. Voor je naasten zorgen vind ik een heel mooi sociaal beginsel. En als je het uitrekent, is mantelzorg ook nog goedkoper dan professionele zorg.
Over het algemeen genomen denk ik dat de sociale zekerheid in de afgelopen jaren is afgenomen. Dat stemt mij niet vrolijk, nee. Zo’n nieuwe bijstandsregeling waardoor ouders hun uitkering kwijtraken als er werkende kinderen bij hen inwonen – vreselijk. Want wat betekent dat voor een winkelmeisje dat 1300 euro per maand verdient en haar ouders moet onderhouden? Die dochter kan niet langer sparen voor haar zelfstandigheid. In een stad als Utrecht zijn er jarenlange wachtlijsten voor betaalbare huurwoningen. Dat meisje, dat waarschijnlijk noodgedwongen bij haar ouders inwoont, zit dus vast.
Het is mijn overtuiging dat een goed sociaal stelsel en goed onderwijs noodzakelijk zijn om de maatschappelijke mobiliteit te stimuleren en armoede te bestrijden. En van een sociaal vangnet gaat ook een belangrijke psychologische werking uit. Een vijftigplusser zou in deze tijd van reorganisaties in doodsangst kunnen verkeren omdat zijn baas hem ieder moment kan afdanken voor een goedkope jonge flexkracht.
Een reële angst, want als je je baan verliest, moet je uiteindelijk je huis opeten, en dan raak je alles kwijt. Het idee dat er ontslagrecht bestaat en dat er een WW is, haalt de scherpe kantjes van die dreiging af. Het voorkomt dat mensen verlamd raken, en dat is positief.’
Dit artikel is niet vrij toegankelijk (geldt ook voor ingelogde gebruikers). Delen uit het archief worden naar aanleiding van de actualiteit door de redactie aangeboden op de homepage. Deze artikelen kunt u na registratie en inloggen lezen. Wil je het complete, rijk geïllustreerde artikel lezen, dan kun je dit hier
nabestellen.