Waarom de belangrijkste uitvinding aller tijden niet uit China kwam

Waarom de belangrijkste uitvinding aller tijden niet uit China kwam

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

woensdag 6 december 2017
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

China had eeuwenlang de meeste kennis en de grootste economie. Toch kwam de belangrijkste technologische uitvinding – de stoommachine – uit Europa. Hoe kon dat?

In 1500 waren de mondiale economische verschillen klein. Het inkomen per hoofd van de bevolking in de rijkste delen van China, India, de islamitische wereld en West-Europa vertoonde geringe verschillen.

De Chinese economie was verreweg de grootste, en waarschijnlijk ook het best georganiseerd. Naar de omvang van de Chinese economie gerekend was West-Europa een dwerg. Vierhonderd jaar later was alles anders; de economische verhoudingen waren in die vier eeuwen op hun kop gezet. De dwerg van weleer was mondiaal dominant geworden. De Europeanen hadden in 1900 ruim 80 procent van het landoppervlak van de planeet veroverd.

West-Europa en de VS hadden een industriële revolutie doorgemaakt en hadden een enorme kennisvoorsprong op de rest van de wereld opgebouwd. Alleen Japan leek op dat moment in staat tot hetzelfde kunstje als de Europeanen. Ik zou daaraan kunnen toevoegen ‘en de Amerikanen’, maar welbeschouwd waren de Amerikanen ook Europeanen. Tientallen miljoenen Europeanen waren geëmigreerd naar gebieden die klimatologisch attractief waren. Zo waren de neo-Europa’s ontstaan: de Verenigde Staten, Canada, Argentinië, Australië, Nieuw-Zeeland en nog wat klein grut. De immense Chinese economie was ernstig in de versukkeling geraakt en het keizerrijk moest tot op zekere hoogte naar het pijpen van de Europeanen dansen. Wat was de oorzaak van deze immense transformatie?

Op het eerste gezicht is dat natuurlijk de industriële revolutie, die in de eerste helft van de achttiende eeuw in Engeland was begonnen. Aanvankelijk was dat een traag verlopende revolutie, die vooral plaatselijke effecten had, maar in de eerste helft van de negentiende eeuw deed zich een enorme tempoversnelling voor, doordat de verschillende onderdelen van die revolutie elkaar versterkten.
 
In de tweede helft van de negentiende eeuw waaide de Industriële Revolutie over naar de VS en andere West-Europese landen. Ze kwam natuurlijk niet uit de blauwe hemel vallen, maar was het gevolg van de gelijktijdige uitvinding van de stoommachine en de mechanisering van de Engelse katoenproductie. Die twee ontwikkelingen hadden zich aanvankelijk apart van elkaar voltrokken. Was de ene of de andere gebeurtenis uitgebleven, dan is het de vraag of er wel sprake zou zijn geweest van een industriële revolutie.

Goedkopere producten

De mechanisering van de katoenproductie was via een aantal tussenstappen het gevolg van de West-Europese – in dit geval Engelse – exploratie en exploitatie van de rest van de wereld. De snelgroeiende import van in India geproduceerde katoenen stoffen in Engeland leidde tot protesten van de fabrikanten van wollen stoffen, en dat gaf het parlement begin achttiende eeuw aanleiding tot de Calico Acts, die de import van katoenen stoffen verbood. Dat verbod leidde geheel onverwacht tot de productie van katoenen stoffen in Engeland zelf. De snelle mechanisering van de Engelse katoenindustrie leidde vervolgens tot de ondergang van de Indiase katoenindustrie, waardoor de grootste exporteur van katoenen stoffen veranderde in een enorme markt voor de goedkopere Engelse producten. De industrialisatie van Engeland veroorzaakte de de-industrialisatie van India. En dat was niet mogelijk geweest als India in de loop van de achttiende eeuw niet in de militaire greep van Engeland was geraakt.

Die exploratie en exploitatie waren begonnen in de late vijftiende eeuw, omdat West-Europa door de opkomst van de islam afgesneden was geraakt van de Aziatische markten. De verkenning van alternatieve routes naar Azië leidde tot de omzeiling van Afrika en toegang tot de begeerde markten, en de onverwachte ontdekking van een heel nieuw continent door Columbus. Zowel in de Aziatische handelsnetwerken als in Amerika gebruikten de Europeanen een overmaat aan geweld. Aanvankelijk waren het vooral de Portugezen en Spanjaarden die overzee de dienst uitmaakten, maar na een kleine eeuw volgden de andere West-Europeanen. De meest succesvolle naties waren uiteindelijk de Hollandse Republiek en Engeland.

Hun centrale rol in de exploitatie van de rest van de wereld maakte hen in de zeventiende en achttiende eeuw tot de rijkste naties ter wereld. Het gebruik van geweld door de Europeanen was dodelijk effectief. De Europeanen vochten veel gedisciplineerder dan hun tegenstanders, waren meesters in het bouwen van onneembare forten en hadden meer en betere vuurwapens, die ze veel doelgerichter gebruikten. Van groot belang waren ook de zwaarbewapende Europese oorlogsschepen. Ze hadden een aanzienlijk deel van de wereld veroverd en domineerden de wereldhandel.

De Europeanen hebben in 1900 ruim 80 procent van de aarde veroverd

Dat nam niet weg dat de Chinese en Indiase economie nog steeds aanzienlijk groter waren dan de West-Europese economie, al was het maar omdat er nu eenmaal veel meer Chinezen en Indiërs waren. Het mondiale initiatief lag echter steeds bij de Europeanen. Onder die omstandigheden van een expansief en initiatiefrijk Europa werd in 1712 in Engeland de stoommachine uitgevonden. Die uitvinding was niet mogelijk geweest zonder de kennisrevolutie die zich in Europa sinds de vroege zestiende eeuw had voltrokken. Die kennisrevolutie leverde in de eerste helft van de zeventiende eeuw de cruciale inzichten die onmisbaar waren voor de constructie van een atmosferische stoommachine.

Je leest altijd dat de Industriële Revolutie vooral te danken is aan handige knutselaars, die het ontbrak aan theoretische kennis, maar dat geldt zeker niet voor diegenen die zich bezighielden met de stoommachine. Zij behoorden tot de absolute wetenschappelijke top van Europa. De Industriële Revolutie was in essentie een kennisrevolutie.

Liberale economie

Heel Europa participeerde in die kennisrevolutie, en heel Europa leverde zo de bouwstenen voor de Industriële Revolutie. De beslissende uitvinding van de stoommachine en de mechanisering van de katoenproductie deden zich echter in Engeland voor. De meest gehoorde en geliefde verklaring is zonder twijfel de zogenoemde institutionele verklaring. Die wil dat de Industriële Revolutie bovenal is veroorzaakt door het liberale karakter van de Engelse economie en samenleving. Daarbij wordt ook altijd de patentwetgeving vermeld, die uitvinders in staat stelde aan hun uitvinding wat te verdienen. Nadere analyse leert echter dat tal van uitvinders nimmer de moeite namen om hun uitvinding te patenteren en dat de patentwetgeving de technische ontwikkeling even vaak heeft vertraagd als gestimuleerd.

Veel verklaringen van de Engelse Industriële Revolutie leiden tot een cirkelredenering: de Industriële Revolutie begon in Engeland, dus waren de omstandigheden daar kennelijk optimaal. Het is helemaal niet gezegd dat het hele institutionele raamwerk van Engeland van beslissende betekenis was. Dat wordt vooral duidelijk als we naar de Hollandse Republiek kijken. In de Republiek was sprake van precies dezelfde institutionele en economische condities als die welke in Engeland hadden geleid tot de Industriële Revolutie. De economie van de Republiek was vergaand gecommercialiseerd, het hele politieke bestel was gericht op de bevordering van de handelsbelangen en het energiegebruik – door verbranding van turf – was in de zeventiende eeuw tweemaal zo hoog als in Engeland.

De beslissende uitvinding komt uit Engeland

Sommige historici verklaren de Industriële Revolutie uit het zeer hoge loonniveau in Engeland, dat het gebruik van machines bevorderde – ook daarvoor geldt dat het loonniveau in de Republiek hoger was. Toch heeft de Industriële Revolutie zich niet in de Republiek voorgedaan, maar in Engeland. Kennelijk ontbrak in de Republiek een essentiële conditie, die in Engeland wel aanwezig was.

Omvangrijke overheid

In het verlengde van de veelgehoorde institutionele verklaring, waarbij ook verwezen wordt naar de wonderbaarlijke Verenigde Staten, ligt het historische sprookjesboek van het neoliberalisme. Dat wil dat Engeland in de achttiende eeuw voldeed aan het recent gecomponeerde neoliberale receptenboek: een kleine overheid en lage belastingen. Dat was echter in het geheel niet het geval. De Engelse overheid was vergelijkenderwijs aanzienlijk omvangrijker dan andere overheden in West-Europa, met uitzondering van die van de Republiek.
 
Ook het belastingniveau was naar verhouding hoog, en dat gold eveneens voor de Republiek. Het verschil met andere Europese landen was vooral dat Engeland en de Republiek de belastinggelden relatief verstandig besteedden. Ze onderhielden er bijvoorbeeld hun omvangrijke oorlogsvloten mee, die noodzakelijk waren voor de bescherming van het handelsnetwerk. Engeland en de Republiek leren ons precies het omgekeerde van wat de neoliberalen beweren.Moderne, commerciële en efficiënte staten hebben een relatief omvangrijke overheid en forse belastingen nodig om goed te kunnen functioneren. De nogal ideologisch getinte institutionele verklaring staat ook wankel, omdat in de afgelopen twee eeuwen telkens is gebleken dat industrialisatie onder zeer verschillende institutionele condities mogelijk is.

Uitzonderlijk inefficiënt

Er was natuurlijk één ding dat Engeland had en geen enkele andere natie, ook de Republiek niet, en dat waren omvangrijke, intensief geëxploiteerde kolenmijnen. Londen was voor zijn brandstofbehoefte volledig afhankelijk van die mijnen. Die hadden aanhoudend last van wateroverlast en verlangden dus naar krachtige pompen. Dat was de primaire impuls voor de uitvinding van de stoommachine, zodra duidelijk begon te worden wat voor onvermoede krachten er schuilden in de combinatie van stoom en vacuüm. Het was mooi dat een eventuele machine kolen nodig had voor de stoomopwekking, want nergens waren kolen goedkoper dan bij de mijn, waar hun prijs nog niet was verhoogd met omvangrijke transportkosten. De eerste stoommachines leverden alleen rendement op in de directe nabijheid van een mijn.
 
Had de stoommachine ook elders uitgevonden kunnen worden?  Maar wie zou het initiatief tot de bouw van een dergelijke machine hebben genomen als er geen duidelijke behoefte aan was? Die behoefte bestond alleen in Engeland, en alleen naast de mijnschacht viel te leven met de uitzonderlijke inefficiëntie van die eerste stoommachines. Wellicht zou iemand ooit, bij ontstentenis van die Engelse mijnen, voor de aardigheid een stoommachine hebben gebouwd. Die machine zou dan waarschijnlijk een bezienswaardigheid zijn gebleven. In dat geval zou ook niet de behoefte zijn ontstaan die machine te verbeteren, omdat daar flink mee verdiend kon worden.

Her en der valt ook te lezen dat de Chinezen alles wisten wat nodig was om een stoommachine te bouwen. Ongetwijfeld, de Chinezen wisten nu eenmaal alles, of in elk geval veel meer dan de West-Europeanen. Feit is dat zij geen stoommachine hebben gebouwd, wellicht omdat niemand wist wat je ermee zou kunnen doen. Ook de verdere geschiedenis van de stoommachine is gekoppeld aan de Engelse mijnbouw.

Die vervelende Europeanen hebben onverdiend alle geluk gehad

De conclusie moet onvermijdelijk zijn dat de stoommachine er niet gekomen zou zijn zonder de unieke Engelse kolenmijnbouw. Engeland gebruikte al op grote schaal fossiele brandstof voor er sprake was van een industriële revolutie. Het was dus niet zo dat de Industriële Revolutie leidde tot het gebruik van fossiele brandstof. Het was precies omgekeerd: het gebruik van fossiele brandstof leidde tot de Industriële Revolutie!

De Industriële Revolutie was een Europees fenomeen. Die was stevig gefundeerd op de militaire en de wetenschappelijke revoluties. De gebeurtenissen in West-Europa tussen 1500 en 1900 hebben de wereldgeschiedenis, maar vooral ook het dagelijks leven van een groot deel van de mensheid grondig veranderd. Dat maakt West-Europa zeer bijzonder, wat mij betreft uniek. Deze laatste zin is als een vloek in de kerk van de politiek correcte, ecologisch verantwoorde, gemondialiseerde geschiedschrijving. In die visie heeft de hele wereld, maar in het bijzonder China, op essentiële wijze bijgedragen aan de Industriële Revolutie.

Het is waar dat China niet het despotische black hole was dat Europese historici er lang in hebben gezien. De Chinese economie was zeker tot 1800 de grootste economie ter wereld, en bovendien voorzien van efficiënte markten. Ook heeft de Chinese cultuur fasen van grote inventiviteit gekend. Maar de militaire en wetenschappelijke revoluties waren typisch West-Europese verschijnselen. In China was van dergelijke ontwikkelingen geen sprake. Die vervelende, imperialistische Europeanen hebben volkomen onverdiend alle geluk van de wereld gehad.

Dit artikel is gebasseerd op een hoofdstuk uit Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is. Over de ongekende inventiviteit van het Westen door Maarten van Rossem (128 p. Nieuw Amsterdam, 2013, € 12,95). Dit boek is te bestellen in onze webshop. 

woensdag 6 december 2017

Gerelateerde artikelen

Dit zijn volgens Maarten van Rossem de mooiste treinstations van Nederland

vrijdag 8 juni 2018

Geschiedenis? Je leert er helemaal niets van

woensdag 6 december 2017

De val van Rome: moord of zelfmoord?

maandag 27 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.