Maarten!

Geert Mak: 'Amerika moet de macht gaan delen'

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Door: Bas Kromhout en Maarten van RossemMT nr. 5/2012

Geert Mak maakte voor zijn boek Reizen zonder John een ontdekkingstocht door de Verenigde Staten. Hij zag een natie in verval, krampachtig vasthoudend aan een droom die achter de horizon verdwijnt. Maarten van Rossem sprak met hem en vroeg: ‘Hoe deplorabel is de State of the Union?’

Van Rossem: ‘Laat ik beginnen met wat mensen mij altijd vragen: wanneer en hoe ben je in Amerika geïnteresseerd geraakt?
Mak: ‘Begin augustus 1979, tijdens een vakantie. Er zijn vage vrienden van vrienden bij wie je kunt logeren en met een driedubbele jetlag val je in slaap in een vreemd huis in San Francisco. De volgende ochtend word je wakker in dat prachtige Californische licht. Van beneden komt de geur van scrambled eggs en het hele huis ruikt nieuw en oud tegelijk, zoals Amerikaanse houten huizen doen. Voor je het weet, zit je bij twee oudere mensen aan tafel, die zich voorstellen als Lou en Edith. Het is zeven uur ’s ochtends en om één uur ’s middags ben je nog aan de praat. Zo ontstaat een vriendschap, en zo begon het bij mij met Amerika.



Lou en Edith waren oude communisten – die kwamen in Amerika niet veel voor. Lou was er in 1956 al mee gestopt, want hij was veel te anarchistisch om communist te zijn. Edith was een echte Amerikaanse en tegelijk een gelovige marxiste. Ze idealiseerde de Sovjet-Unie. Ik kon haar er niet van overtuigen dat zij als Sovjetburger onmiddellijk zou worden opgepakt, want ze was veel te onafhankelijk. Ze zocht naar een land dat aan de ene kant Amerika was, maar dat ook een goed land was dat voor mensen zorgde.’

Van Rossem: ‘Was jij erg links in die jaren?’
Mak: ‘Ik was redacteur van De Groene Amsterdammer, in die tijd niet bepaald een rechts blad. Mijn perceptie van Amerika werd beïnvloed door de Vietnam-oorlog en de interventies in Zuid-Amerika. Ik vond het schandelijk wat er gebeurde. Tegelijk raakte ik er steeds meer van doordrongen dat veel Amerikanen dat ook vonden. Wat mij fascineerde, was de enorme openheid van mensen. Je kon over van alles praten. Voortdurend werden er zaken ter discussie gesteld. Zelfs veel meer dan in Europa.’

Van Rossem: ‘Wij Europeanen hebben onze kritiek op Amerika steeds van Amerikanen zelf overgenomen.’
Mak: ‘Dat doe ikzelf ook. Mijn boek is voor 90 procent gebaseerd op wat Amerikanen zelf van hun land vinden. Zij hebben daar vaak erg slimme en kritische meningen over. Maar als buitenstaander moet je je mond houden.’

Van Rossem: ‘Had je niet het gevoel dat je juist in Amerika Europeaan werd?
Mak: ‘Natuurlijk! Amerika lijkt immers op Europa, maar is het toch niet. In Oakland raakte ik eens aan de praat met twee Deense jongens. We bleken op precies dezelfde manier naar Amerika te kijken: als Europeanen. Mijn bezoeken aan de VS hebben me vaak geholpen bij het schrijven over Nederland en Europa. Je hebt een soort distantie nodig.’

Van Rossem: ‘Zelf ontdekte ik mijn Europese wortels toen ik in Amerika was en op CNN beelden zag van een tram die door de bochtige straten van een oude Europese stad reed. Achteraf bleek het Praag te zijn geweest. Die beelden riepen heimwee bij me op.’
Mak: ‘Dat kwam natuurlijk doordat je iets ouds zag. In Amerika is geschiedenis ontzettend dun. Een brandweerkazerne uit 1915 wordt al verheerlijkt als een zeventiende-eeuws kunstwerk. Tegelijkertijd is Amerika een heel historisch land, dat misschien wel sterker door zijn geschiedenis wordt bepaald dan Europa.’

Van Rossem: ‘Nou en of. Heb je ooit in Nederland een discussie meegemaakt over de vraag hoe we de grondwet van Thorbecke moeten interpreteren? Voor Amerikanen leven de achttiende-eeuwse Founding Fathers nog steeds. Ze maken voortdurend ruzie over de vraag wat de juiste manier is om de Constitutie te lezen.’
Mak: ‘Dat komt denk ik deels doordat het Amerikaanse patriottisme is doortrokken van religieuze gevoelens. Het verwijzen naar de Constitutie wordt overigens sterker. Vroeger gebeurde dat niet zo hevig, maar nu zwaaien sommige Amerikanen ermee alsof het om de tien geboden gaat. De Founding Fathers zelf gingen er vrij nuchter mee om. Thomas Jefferson zei dat de Constitutie een flexibel document was, dat veranderd moest kunnen worden. De huidige rigiditeit is er pas recentelijk in geslopen.’

Van Rossem: ‘Dat geldt ook voor het voortdurende aanroepen van Onze-Lieve-Heer door politici en de eed op de vlag. Dat gebeurt pas sinds de jaren vijftig.’
Mak: ‘Het zijn afweerreacties tegen de culturele onderstroom die eigenlijk de andere kant op gaat. Uit onderzoek blijkt dat het aantal Amerikanen sterk afneemt dat vindt dat religie allesbepalend moet zijn, en dat religie en staat met elkaar vermengd moeten worden.’

Van Rossem: ‘Een jaar nadat je Amerika voor het eerst had bezocht, werd Ronald Reagan tot president gekozen. Was dat voor jou een schok?’
Mak: ‘Ik wist wel dat de Amerikanen rare sprongen konden maken, dus in die zin was het geen schok. Maar wij linkse mensen vonden Reagan gewoon een idiote filmacteur. We beseften niet dat hij een heel charismatische president was. In Amerika moet een president een bindende rol vervullen en acteren is daarbij van vitaal belang. Reagan kon dat. Veel Amerikanen zeiden: “We zijn het lang niet altijd met hem eens en we vinden hem soms wel gek, maar het is toch ónze president.”

Reagan was bovendien compromisbereid. Hij heeft flink wat belastingen verhoogd en hij had vrij evenwichtige adviseurs om zich heen als het ging om buitenlands beleid. Alleen is Reagan wel begonnen met de langdurige aanval op de publieke sector. Daarin zat het verschil met Nixon. Die heeft een ontzettend slechte naam gekregen door Watergate, maar hij had wel een plan voor de gezondheidszorg dat aardig leek op het huidige Obamacare.

Ik heb op YouTube het beroemde debat tussen Kennedy en Nixon van eind september 1960 bekeken. Inhoudelijk verschilden die twee niet veel. Het ging om gradaties: meer scholen en sociale zekerheid, of nog meer scholen en sociale zekerheid. Tussen de kandidaten bestond grote eensgezindheid om de armere Amerikanen te helpen. Kennedy won uiteindelijk met 100.000 stemmen verschil dankzij fraude in Chicago en omstreken. Daar hebben ontzettend veel doden gestemd.’

Van Rossem: ‘Was Reagan niet de laatste president die nog een bindende functie heeft vervuld? Degenen die na hem kwamen – de oude Bush, Clinton, de jonge Bush, Obama – waren stuk voor stuk polariserende presidenten.’
Mak: ‘Obama polariseert eigenlijk helemaal niet zo. Dat doen zijn tegenstanders.’

Van Rossem: ‘Zeg dat wel. Ik reisde onlangs voor de EO met een soort campagnebus door de VS, zogenaamd running for the presidency. Als Amerikanen mij daarover aanspraken, zei ik: “Ik ben een Nederlander, dus ik kan geen president worden.” Sommigen antwoordden dan: “Dat is geen enkel probleem, want onze huidige president is ook geen Amerikaan.”’
Mak: ‘Dit soort idiotie is te wijten aan media zoals Fox News, die aantoonbare lulkoek verspreiden. Ik heb tijdens mijn reis veel naar conservatieve radiopresentatoren geluisterd. Ze zeggen heel sluw: “Het bericht gaat rond…”, of: “Ik hoorde van iemand…” Ondertussen worden zulke zenders beluisterd en hebben ze een enorme kracht. Ik vind het zorgelijk dat extreme en extatische bewegingen als de Tea Party grote percentages kunnen trekken.

Toch denk ik dat deze beweging uiteindelijk de Republikeinen meer schade doet dan de Democraten. Binnen de Republikeinse partij wordt het gematigde conservatieve geluid totaal overstemd. Daardoor zijn de traditionele “Eisenhower-Republikeinen”, die een belangrijke stroming vormen, in feite partijloos. Ik heb het gevoel dat de politieke strijd vooral binnen het conservatieve kamp wordt uitgevochten en uiteindelijk ten nadele van de Republikeinen zal uitpakken.

Het doet mij denken aan wat er in de jaren zeventig met de Democraten gebeurde. Zij werden toen ook opeens erg radicaal en dat werd prompt afgestraft door het electoraat. Tijdens mijn rondreis voor Reizen zonder John, die ik in 2010 heb gemaakt, sprak ik veel Republikeinse kiezers die al hun voorlieden niks vonden. De Democraten die ik ontmoette, verexcuseerden zich voor Obama. Zij waren in hem teleurgesteld.’



Van Rossem: ‘Dat is toch gek, want Obama heeft in de eerste twee jaar van zijn presidentschap significante dingen tot stand gebracht.’
Mak: ‘Dat zei ik ook de hele tijd. Bovendien heeft hij van Bush junior een puinhoop geërfd, waar hij nog zeker acht jaar mee voort kan. Wat willen die teleurgestelde Obama-stemmers nou eigenlijk? Ze lijden aan een vorm van magisch denken: zet een leuke zwarte man aan de top en alle problemen zijn in één klap opgelost.

Aan de andere kant: hij beloofde change, terwijl hij - zeker als het ging om Wallstreet - de oude kliek, die grotendeels de problemen had veroorzaakt, liet doorregeren. En hij laat met onbemande vliegtuigjes in Afghanistan en Pakistan honderden mensen simpelweg executeren – soms zelfs Amerikanen. Dat is een verkrachting van de rechtsstaat waar een Republikeinse president niet mee zou wegkomen. Een deel van de teleurstelling van zijn kiezers kan ik me dus levendig voorstellen.’

Van Rossem: ‘Ik denk dat Obama zal worden herkozen. Maar vanwege de Republikeinse meerderheid in het Congres staat de boel vervolgens weer twee jaar stil.’
Mak: ‘Sterker nog: de Republieken vallen de samenleving op drie punten aan. In de eerste plaats helpen ze de democratie vakkundig om zeep. De Amerikaanse politiek is extreem gecorrumpeerd. Als Amerika een Europees land was geweest, zou het alleen al om die reden niet gemakkelijk tot de Raad van Europa zijn toegelaten.

In de tweede plaats willen de Republikeinen de publieke sector kapotmaken. Die ligt al op zijn rug vanwege de exorbitant hoge militaire uitgaven in vergelijking tot de civiele uitgaven. De derde aanval is gericht tegen de middenklassen en de armen. Onder de laatste Republikeinse presidenten heeft een enorme overdracht van middelen van arm naar rijk plaatsgevonden.’

Van Rossem: ‘De Republikeinen willen in feite de hele aanpassing van de Verenigde Staten aan de twintigste eeuw terugdraaien, inclusief Roosevelts New Deal en de culturele veranderingen van de jaren zestig.’
Mak: ‘Conservatief Amerika is verschrikkelijk in paniek. Je kent waarschijnlijk het boek Red Families v. Blue Families uit 2010 wel, waarin Naomi Cahn laat zien dat Democratische kiezers zich veel beter hebben aangepast aan de verworvenheden van de jaren zestig dan Republikeinse kiezers. Zaken waar conservatieven van walgen, zoals echtscheidingen en tienerzwangerschappen, komen juist in Republikeinse gezinnen relatief vaak voor. Sarah Palin en haar kinderen zijn hier een voorbeeld van.’

Van Rossem: ‘Een andere paradox is dat het geld wordt verdiend in staten met een Democratische meerderheid, terwijl de Republikeinse staten omvangrijke subsidies uit Washington nodig hebben. Een boer in Nebraska die op de Republikeinse partij stemt omdat hij tegen big government is, kiest dus tegen zijn eigen belang. Waarom doen mensen dat, denk je?’
Mak: ‘Een bepaalde groep kiezers die uit economische redenen heel lang Democratisch heeft gestemd, is teleurgesteld omdat de partij wegwandelde naar de elites in Wall Street en Hollywood. Daarbij komt dat de Republikeinen handig gebruikmaken van propaganda en mythologie. Ze halen symbolische thema’s zoals abortus of het homohuwelijk van stal om het niet over de echt belangrijke zaken te hoeven hebben.

Maar er speelt nog iets anders. Conservatieven hebben wel enige reden zich zorgen te maken over het Amerikaanse gezin. Rond 1960 veranderde Amerika van een overlevings- in een consumptiemaatschappij. Tegenwoordig gebeurt het omgekeerde. En familieverbanden zijn heel belangrijk als je moet overleven. Zaken als abortus, het homohuwelijk en feminisme staan symbool voor alles wat die verbanden bedreigt. Er is dus grond waarop de propaganda wortel kan schieten.

Terwijl ik voor mijn boek rondreisde, zag ik overal de plattelandsstadjes die van oudsher het “gewone” Amerika oftewel “Main Street USA” belichamen. Vroeger waren het levendige plaatsen, maar nu zijn ze allemaal naar de haaien. Overal dichtgetimmerde winkelpuien. Treurig om te zien. Lokale kranten zijn een voor een gesneuveld.

Deze ontwikkeling heeft volgens mij grotere consequenties dan alleen lege stadscentra, want de Amerikaanse politiek is grotendeels gebaseerd op de sociale en politieke dynamiek in dit soort stadjes. Zelfs presidentsverkiezingen beginnen lokaal. Zou het niet een van de oorzaken van de huidige impasse in de Amerikaanse politiek zijn dat die oude stadscentra, waar je elkaar voortdurend tegenkwam en waar je met je buurman discussieerde, zijn verdwenen?’



Van Rossem: ‘Het is een factor, maar die bestaat al 150 jaar. Sinds de VS zijn opgehouden een agrarische natie te zijn, koesteren bepaalde kiezers weerzin tegen het grootstedelijke Amerika. Maar de jonge generatie is in de stad opgegroeid en denkt fundamenteel anders.’
Mak: ‘Daar heb je gelijk in. Ik denk dat je bovendien niet moet onderschatten dat het electoraat steeds minder van Europese origine is. Die jongeren van jou zijn gewend aan gemengde huwelijken. Maar tegelijk zie ik een toenemende segregatie. Deze welwillende, gemengde, betergesitueerde bevolkingsgroepen leven vaak in suburbs met uitsluitend gelijkgezinden.

Mijn zorg is dat als Amerika, een land waar sterke geloofsovertuigingen heersen, in verval raakt, veel mensen onvermijdelijk in dolkstootlegendes gaan geloven. Dat er nieuwe figuren zoals Joe McCarthy opstaan om een vijand aan te wijzen en dat allerlei rare vormen van agressie zich openbaren.’

Van Rossem: ‘In je boek beschrijf je de communistenjacht van Joe McCarthy op zo’n manier dat hij me aan Geert Wilders deed denken. Was dat je bedoeling?’
Mak: ‘Hoewel ik hem niet noem, moest ik inderdaad aan Wilders denken toen ik me in McCarthy verdiepte. McCarthy was een politiek brandstichter en een extreme narcist. Hij kon framen als geen ander; de pers at uit zijn hand. Hij was een rebel without a cause, die niet echt geloofde in de communistische complotten die hij beweerde te ontrafelen.

Hierin zit de parallel met Wilders. Ook die laat zijn huikje naar de wind hangen en gelooft alleen maar in wat hij op zondagochtend, eerder dan wie ook, krijgt toegespeeld door Maurice de Hond. Zijn PVV heeft geen serieuze partijstructuur, maar staat of valt met één persoon. De partij is een McCarthy-achtige beweging, en zo moet je haar benaderen.

Wilders probeert het moslim bashen te exporteren naar de VS, maar daar slaat het niet aan. Zelfs na 9/11 is zoiets not done. Wat dat betreft lijken Amerikanen meer respect te hebben voor minderheden dan wij.’

Van Rossem: ‘Is Amerika volgens jou een imperium in verval?’
Mak: ‘Ik ben van nature optimistisch, maar één en één is twee. Met een staatsschuld van bijna 90 procent van het bruto nationaal product staan de Amerikanen er beroerd voor. Zeker als ze blijven geloven dat ze naar de hel gaan zodra ze de belastingen ook maar één procent verhogen. De situatie is nog veel gevaarlijker dan in Europa. Ondertussen tart China de economische positie van de Amerikanen. Hoe optimistisch je ook bent, daar moet Amerika wel wat tegenover stellen. Zo niet, dan heeft het land een heel groot probleem.’

Van Rossem: ‘Denk jij dat Amerika’s rol in de wereld ingrijpend zal veranderen?’
Mak: ‘Het land kan een van de mondiale imperia blijven, maar het zal de macht moeten delen. Verder zullen de VS, aangezien steeds meer Amerikaanse kiezers van Aziatische of Zuid-Amerikaanse afkomst zijn, zich minder op Europa richten.

Ook de houding ten aanzien van Israël zal veranderen. Washingtons huidige pro-Israël-politiek wordt slechts door een deel van het Joodse electoraat gesteund; er stemmen meer Joden op de Democraten dan op de Republikeinen. Maar vooral zwaar protestantse Amerikanen steunen fanatiek de Israëlische rechtervleugel.

Door de demografische verschuiving zullen echter steeds meer politici opstaan die daar helemaal niets mee hebben. Die zullen tot de conclusie komen dat de huidige Israël-politiek niet in het belang van Amerika zelf is. De eeuwige steun van Washington aan Israël is dus allesbehalve vanzelfsprekend.’



Van Rossem: ‘Wat is volgens jou de oorzaak van de Amerikaanse neergang?’
Mak: ‘De VS zijn ontstaan uit een revolutie. Het idee was een land te creëren dat democratisch is, waar iedereen gelijkwaardig is en waar de opeenvolgende generaties het materieel almaar beter krijgen. Heel lang heeft dit idee goed gefunctioneerd. Na de Tweede Wereldoorlog had iedereen het gevoel dat het paradijs binnen handbereik lag. Met een beetje geluk kreeg iedere Amerikaan een Chevrolet onder zijn kont. In de jaren zestig kwam Johnson met zijn War on Poverty. Het leek niet op te kunnen.

Maar daarna begon de neergang. Op dit moment zijn de Amerikanen gehandicapt door hun achttiende-eeuwse beginselen, zoals een diep wantrouwen tegen de overheid. Doordat ze daar zo krampachtig aan vasthouden, missen ze de flexibiliteit om de neergang op te vangen.

Neem de deplorabele staat van de infrastructuur. Net als de dikte van veel Amerikanen is dat iets waar Amerikanen zelf weinig over spreken, maar wat iedere bezoeker direct opvalt. Ik reed een paar jaar geleden langs Los Angeles endacht: verrek, waar heb ik dit soort wegen eerder gezien? Opeens wist ik het: rondom Oost-Berlijn, in de eindfase van de DDR.

Toen de Muur net was gevallen kreeg een vriendin van me haar schoonvader uit Oost-Duitsland op bezoek. Deze man, een belijdend communist, was tot in zijn vezels geschokt toen hij de volle Nederlandse supermarkten zag. Toen ik zelf een jaar of wat geleden een Amerikaanse advocaat te logeren had, zag ik bij hem dezelfde schok. Hij dacht dat heel Europa een soort Albanië was, maar wat hij aantrof waren hogesnelheidstreinen en platte computerschermen. Voor het eerst besefte die man hoezeer Amerika achterliep.

Tijdens mijn reis door de VS heb ik in New Orleans de dijk gezien dat de Mississippi moet tegenhouden. Het is hier en daar niets dan een betonnen muurtje op een zandlichaam. Als Hollander begin je te janken. Bij de volgende orkaan staat New Orleans geheid weer onder water.

De ondergang van de Amerikaanse publieke sector is een gevolg van de Amerikaanse weerzin tegen belastingen. En van het feit dat de meeste Amerikanen nooit in het buitenland komen. Daardoor hebben ze geen idee hoe slecht hun land ervoor staat.’

Van Rossem: ‘Dat is toch van een verbijsterende stompzinnigheid?’
Mak: ‘Ik ben het met je eens. Maar tegelijk ben ik nieuwsgierig waarom zoveel Amerikanen door angst en gekte bevangen lijken. Want het zijn vaak tegelijk erg aardige, hartelijke en verstandige mensen. Dat heeft een oorzaak. En dat fascineert me.’

Foto's: Peter Elenbaas

Dit artikel is verschenen in de gratis editie van Maarten! & 360 digitaal. Klik hier voor deze editie.

 






Inloggen


Inloggen
Registreren
Wachtwoord vergeten
Wachwoord vergeten




Inloggen