Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: flauwekulkunst

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: flauwekulkunst

DOOR BAS KROMHOUT

maandag 12 maart 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

De openbare ruimte in Nederland is vergeven van de kunstwerken. Gemaakt om te bekoren, te herdenken of te provoceren roepen ze even vaak tegenspraak op als instemming. In de reeks ergernissen van Maarten, Sis en Vincent van Rossem deze keer: kunst.

Uit Maarten! 2010-3

OLIFANTJE


S: ‘De doorsnee-Nederlander vindt abstracte kunst in de openbare ruimte belachelijk. Wat moet je met zo’n stuk staal? Bovendien is het zonde van het geld. De gewone man heeft liever een hertje of een baby’tje.’
M: ‘Een olifant.’
S: ‘In elk geval iets wat hij kan herkennen. Maar dat mag niet van de kenners.’
M: ‘Ik ben minder avantgardistisch ingesteld dan jullie. Dat komt doordat jullie allebei kunstgeschiedenis hebben gestudeerd. Ik heb een ontzettende burgermanssmaak.’
S: ‘Ja, jij bent verschrikkelijk. Zodra het vaag abstract wordt vind je er niks aan.’
M: ‘Abstracte kunst is een onvermijdelijke vergissing. Een doodlopende weg. Sommige abstracte monumenten vind ik trouwens best aantrekkelijk.’
V: ‘Noem er eens een?’
M: ‘Het Auschwitz-monument van Jan Wolkers, met die gebroken spiegels.’
V: ‘Dat heeft het voordeel dat het iets vertelt. Heel veel abstracte kunst is nietszeggend. En dan heb je wel een probleem als je zoiets in de openbare ruimte zet. Ik heb een ongelofelijke hekel aan die houding van fuck the context van veel kunstenaars. Dat is een vorm van onbeschoftheid.’
S: ‘Van mij mag het, hoor. Als je via Maarsbergen naar Amsterdam gaat, dan rijzen langs de weg enorme schuine dingen op uit de aarde. Prachtig.’
M: ‘Sommige rotondes hebben wel iets lolligs. Ik weet er bijvoorbeeld een met schapen erop.’
S: ‘Dat is van een onbeschrijflijke truttigheid.’
M: ‘En als er nou een olifantje zou staan…’
S: ‘Maarten heeft iets met olifantjes, heb je het door?’
M: ‘Ik weet een enorm leuk olifantje. Dat staat bij de fabriek van Jumbo Spelen, op één poot.’
S: ‘Daar heeft het zin.’
M: ‘Dat olifantje verwijst ergens naar. Het vertelt een verhaal.’
 

KAPOT


V: ‘Ik erger me dood aan kunst die slecht is gemaakt. Kunstenaars hebben geen enkele materialenkennis. Dan liggen er weer twee gekruiste polyesterstaven. Het is waardeloos gemaakt en binnen twee jaar gaat het kapot. Vervolgens wordt er niks aan gedaan. Zelfs het homomonument bij de Westerkerk is, omdat wij in Nederland niet met natuursteen kunnen omgaan, een prullig ding geworden dat almaar stukgaat. Een kapot kunstwerk is erger dan geen kunstwerk.’
S: ‘Weet je wat ik erg vind, qua openbare rommel? In Wijk bij Duurstede hebben ze overal gedichten geplaatst. In de uiterwaarden bij het kasteel is een zitje waar al die lui kunnen vreten, en daar staat nu een bord met een gedicht. Zonde van de mooie omgeving. En bij de kerk staat een stuk steen – net een grafzerk - met een gedicht over de oorlog. Lélijk!’
M: ‘Wat ik afschuwelijk vind, zijn oorlogsmonumenten in traditionele stijl. Neem dat mallotige ding naast de Utrechtse Domkerk. Een rare vrouw met een fakkel van
de vrijheid. Een van de meest gruwelijke misdaden die ooit in de openbare ruimte zijn begaan.’
 

VRIENDJES


V: ‘Kunst in de openbare ruimte is een on-Nederlandse traditie. Oude Italiaanse steden staan vol fonteinen en ruiterstandbeelden. Dat kennen wij niet. Wij hebben ook geen echte stadspleinen. Dus bij ons komt Spinoza op een lullige plek te staan, achter het Amsterdamse stadhuis. En loop je de hoek om langs de Amstel, dan struikel je over de panelen met fotokunst. Die staan er onderhand permanent, terwijl dat volgens mij nooit de bedoeling was.’
S: ‘Dat heet verrommeling.’
V: ‘Het probleem is: er is budget voor. Om de kunstsector te steunen is een gigantisch apparaat opgezet vanuit het ministerie van Cultuur. Op al die flauwekulkunst zou je heel goed kunnen bezuinigen. Al die kunstfondsen die geld aan hun eigen vriendjes uitdelen. Terwijl Theo van Gogh nooit één cent van het Filmfonds heeft gekregen.’
M: ‘Theo betoogde altijd dat de Nederlandse film extra speciaal waardeloos is, omdat de sector volledig wordt gesubsidieerd. Daardoor gaan ze allerlei romans verfilmen waar niemand naar wil kijken.’
V: ‘Neem het toneel. Dat is een volkomen achterlijke kunstvorm, want daar hebben we nou juist de film voor in de plaats gekregen. Als mensen per se toneel willen zien, dan moeten ze daar maar voor betalen.’

We moeten ook ophouden prijzen uit te reiken aan mensen die al wereldberoemd zijn in Nederland

M: ‘Ik ben ook tegen literatuurprijzen en speciale uitkeringen voor schrijvers. Als je iets maakt wat totaal onverkoopbaar is, dan zou ik zeggen: stencil het zelf.’
V: ‘De verdeling is volkomen arbitrair, met schimmige commissies. Natuurlijk moet je daar vrienden hebben om er ooit geld uit te krijgen.’
M: ‘We moeten ook ophouden met voortdurend prijzen uit te reiken aan mensen die al wereldberoemd zijn in Nederland. “De P.C. Hooftprijs gaat dit jaar naar Cees Nooteboom.” Flikker nou een eind op.’
 

CONTAINERS


V: ‘Er zijn ook te veel kunstacademies. Het is doodzielig: al die mensen krijgen na een tijdje een diploma dat ze kunstenaar zijn. Maar dat ben je of dat ben je niet. Godzijdank is de BKR-regeling afgeschaft.’
M: ‘Wat is er met al die kunstwerken gebeurd?’
V: ‘Die worden stiekem in containers geflikkerd. Een studiegenoot van mij was de grootste cocaïnedealer van Nederland. Om een alibi te hebben leverde hij regelmatig bij de BKR een tekeningetje in. Het was een kunstenaar van helemaal niks. Het is totale waanzin om al die kunstenaars op te leiden.’
S: ‘Ach joh, laat ze lekker rommelen.’
M: ‘Maar er worden er zoveel afgeleverd – wat moet je daarmee? Het is net als met historici.’
V: ‘Maar je hebt nooit een regeling gehad dat je op kosten van de belastingbetaler thuis onverkoopbare historische werken mag schrijven.’


BOZE BURGERS


V: ‘Ik vind het irritant als kunst niks zegt of goedkoop wil provoceren.’
S: ‘Zo’n Kabouter Buttplug in Rotterdam mogen ze van mij weghalen.’
V: ‘Vermoedelijk heeft een club elitaire halvegaren, die geen idee hebben wat er in de samenleving leeft, dat leuk gevonden. Zonder zich te realiseren dat het aanstoot geeft.’
S: ‘Waarom zetten ze dat ding niet in de Efteling? Met een mechaniekje erin, zodat ie zegt: “Homo’s hier.”’
V: ‘Opdrachtgevers komen zelf nooit op straat.’
M: ‘Als we zo doorgaan, moeten we nog PVV gaan stemmen.’
V: ‘Op dit onderdeel vind ik dat de boze burger vaak gelijk heeft. Ik ken die gezelschappen van dichtbij en ze zijn niet te pruimen. Ze zijn verbijsterend elitair en hebben het zelf niet in de gaten. Zetten ze na veel vergaderen en beoordelen ergens een kunstwerk neer, zijn de burgers boos. Hoe zou dat nou komen?’
S: ‘Geef mensen inspraak.’
M: ‘Dat hebben ze in Utrecht gedaan. Voor een kunstwerk op de Neude kon de bevolking kiezen uit drie ontwerpen. Twee waren abstract en het derde was een haas. Je begrijpt, we zitten nu met die haas opgescheept.’
 

Ufo


Bewoners in Amsterdam- West hebben tevergeefs geprotesteerd tegen een kunstwerk boven op de nieuwe Mentrum-kliniek. Het werk lijkt op een man die zelfmoord wil plegen.
S: ‘Dat is onzindelijk. Die mensen hebben groot gelijk.’
 

V: ‘Ik heb me wanhopig verzet tegen de sloop van het gebouw dat er stond. Een mooi monumentaal pand uit de jaren vijftig. Dat hebben ze dus afgebroken, de lamstralen.’
M: ‘In Utrecht staat sinds een paar jaar ook overal kunst op gebouwen. Op een flat staat bijvoorbeeld: “Ik.”’
V: ‘Wat dacht je van die ufo die ze op het vooroorlogse gebouw de Inktpot hebben gezet? Als ik in Utrecht woonde zou ik op een avond met een of ander wapen dat ding eraf schieten.’
S: ‘Het zijn restanten van een festival. Toen kon je op de Domtoren klimmen en zag je overal “gekke dingen”. Vond men leuk.’
M: ‘Leuke kunst is een dubieuze zaak.’
V: ‘Soms krijgen burgers toch hun zin. Op het Amsterdamse KNSMeiland moest een kunstwerk komen. Precies op het enige stukje gras dat die arme mensen op dat hele verdomde eiland hebben. Daniel Buren bedacht het plan om het veldje vol te stoppen met masten met leuke vaantjes. Wat gebeurt er, tot mijn grote genoegen? Er breekt een opstand uit. Nu gaat het niet door.’
S: ‘Mooi zo. Weg met die masten.’
M: ‘Of zet er een olifantje neer.’

Uit Maarten! 2010-3

 
maandag 12 maart 2018

Gerelateerde artikelen

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: het Nederlandse onderwijs

donderdag 8 maart 2018

De keuken van Jan Wolkers

woensdag 6 december 2017

'Een meesterwerk? Wat is nou een meesterwerk?'

woensdag 6 december 2017