Maarten, Vincent en Sis over één van hun ergernissen: bezuinigingen in de zorg

Maarten, Vincent en Sis over één van hun ergernissen: bezuinigingen in de zorg

DOOR ERWIN BUTER

donderdag 9 augustus 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Iedereen is op momenten in het leven zorgbehoevend. Dan wil je de beste zorg, zo snel mogelijk en zonder gedoe. Maar dat wordt steeds moeilijker in een land waar bezuiniging na bezuiniging de zorgsector treft. In de reeks ergernissen van Maarten, Vincent en Sis van Rossem deze keer: de zorg.

Uit Maarten! 2010-2


Lamzakken

M: ‘Het is een wonderlijke zaak dat in Nederland altijd als eerste wordt bezuinigd op de zorg.’

V: ‘Korten op de hypotheekrenteaftrek is onbespreekbaar.’

M: ‘Wij zijn zo rijk, waarom zouden we niet wat extra geld in de zorg steken?

V: ‘Minister Klink wil de rollator uit het basispakket gooien. Die dingen zijn hartstikke duur.’

M: ‘Balkenende II heeft de bezuinigingen op de thuiszorg doorgevoerd. Een honderd procent misdadige maatregel.’

S: ‘Schandelijk.’

M: ‘Onze moeder, die afgelopen mei is overleden, had thuiszorg. Eerst kwam er elke ochtend op een vast tijdstip hetzelfde meisje langs. Die waste ma’s billen en kleedde haar aan. Toen kwamen er opeens allerlei andere meisjes op volkomen willekeurige tijdstippen. Ze hadden precies 17,5 seconde voor hun werkzaamheden. Ma was beginnend dementerend en raakte natuurlijk in verwarring.’

S: ‘Dat eerste meisje is waarschijnlijk ontslagen omdat ze te veel tijd besteedde aan de mensen.’

M: ‘De enige partij die protesteerde tegen de bezuinigingen op de thuiszorg was de SP. Al die andere lamzakken hebben het laten passeren.’

S: ‘Ik heb diepe bewondering voor de mensen die in de zorg werken. Ze zijn tot in hun tenen gefrustreerd doordat ze veel te weinig tijd hebben. Ze werken zich kapot. Ze hebben liefde voor de mensen. En dan moeten ze een soort lopendebandwerk gaan leveren.’

M: ‘Ik herleid dat allemaal tot het neoliberalisme, waarbij alles volgens normen en methoden van het bedrijfsleven moet worden gerund. Overal managers en “cliënten”. Ik zou wel eens willen weten wat we wijzer zijn geworden van die enorme vermarktingsoperatie.’

V: ‘Geen bal.’
 

Galstenen

Maarten en Sis bestellen water. Vincent neemt witte wijn. ‘Het is pas twee uur!’ protesteert Sis.

M: ‘Wij zijn alle drie hartstikke ongezond.’

S: ‘Ik niet. Ik ben gezond. Maar ik heb een wittejassensyndroom. Mijn bloeddruk stijgt tot ongekende hoogten op het moment dat ik bij een arts over de drempel stap. Dan denk ik: nu hoor ik eindelijk dat ik terminaal ziek ben.’

M: ‘Jij bent een uniek geval: jij gaat dood doordat je bij de arts bent.’

V: ‘Op een dag is het natuurlijk zover.’

M: ‘Ik moet één keer in de drie maanden mijn bloeddruk laten opmeten. Daar heb ik geen enkel bezwaar tegen.’

V (neemt een slok wijn): ‘Mijn bloeddruk is in honderd jaar niet opgemeten. Zal ik eens naar de dokter gaan, voor alle zekerheid?’

M: ‘Ik heb een nieuwe huisarts, omdat de vorige mijn met stenen gevulde galblaas niet als zodanig had herkend. Hij meende dat ik last had van “nerveuze klachten”. Het interessante is dat je jezelf graag met zo’n kluitje in het riet laat sturen.’

S: ‘Je bent blij dat je niks hebt.’

M: ‘Ik zei nog: “Ik ben helemaal niet nerveus.” Mijn vrouw had al eens tegen mij gezegd dat ik galstenen had. Op haar aanraden ben ik naar het ziekenhuis gegaan, en daar werd binnen tien minuten geconstateerd dat er kapucijners van stenen in mijn galblaas zaten. De chirurg zei: “Als u nog drie maanden gewacht had, was het slecht met u afgelopen.” Mijn huisarts heeft wel excuses aangeboden.’

S: ‘Dat dan weer wel.’

M: ‘Overigens komt de moderne huisarts helemaal niet meer aan huis. Dus het woord zou eigenlijk veranderd moeten worden.’

S: ‘In kantoorarts. Ze hanteren ook kantoortijden.’
 

Roken

V (staat op): ‘Even roken, jongens, om het zorgthema warm te houden.’

M: ‘Mensen die roken en drinken, zoals Vincent, liggen er veel eerder uit. Zij zijn een zegen voor de gezondheidszorg.’

S: ‘Het scheelt handenvol geld. En wat dacht je van de pensioenen?’

M: ‘Dus waarom bevordert de overheid dat roken niet?’

S: ‘En vooral ook veel zuipen. Snap jij nou hoe je aan het begin van de middag een glas wijn kunt drinken?’

M: ‘Nou, een lekker glaasje…’
(Vincent komt terug.)

S: ‘Daar heb je ’m weer. Hij mag wel eens wat aan die pens doen. Het is alsof hij zes maanden zwanger is.’

M: ‘Wie weet?’
 

Morfine

M: ‘Een paar jaar geleden kreeg ik last van benauwdheid. Bleek een afgescheurde hartklep te zijn. Binnen vijf dagen werd ik geopereerd. Over de technische uitvoering heb ik werkelijk niets te klagen. Maar de administratieve kant was uiterst zwak ontwikkeld. De eerste avond kreeg ik geen eten, want ik bestond administratief niet. Mijn status was zoekgeraakt. Ik dacht nog: zal ik mijn vrouw moeten bellen om te vragen of ze een broodje komt brengen?’

S: ‘Dat is Italië. Ga eens in een Italiaans ziekenhuis kijken en je ziet hoe goed wij het hier hebben. Even iets positiefs, sorry.’

M: ‘Ik moet er ook nog iets positiefs aan toevoegen. In de eerste drie dagen na de operatie kreeg ik morfine toegediend. Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo intens gelukkig ben geweest.’

V: ‘Daarom raken die junkies zo verschrikkelijk verslaafd.’

M: ‘En dan komt het vreselijke moment dat die mevrouw die de morfine geeft zegt: “U krijgt niet meer.”’

V: ‘“Afkicken, meneer.”’

M: ‘Ik heb me altijd verheugd op de morfinedood. Ik was daarom enorm geschokt toen dat verschrikkelijke Nederlandse Huisartsen Genootschap opeens decreteerde dat je niet meer aan de morfinepomp dood mocht gaan. Waar bemoeien die lui zich mee?’

V: ‘Je kunt ook gewoon wat meer gaan drinken.’
 

Stekker

S: ‘Ik ben niet voor euthanasie. Ik heb altijd nog een raar gevoel dat het leven zin heeft.’

M: ‘Daar geloof ik geen reet van. Helaas bemoeien de christenen zich overal tegenaan. Begrijpen jullie dat? Als de christenen afschuwelijk willen doodgaan, zijn zij namens mij van harte welkom. Laten ze dat vooral doen. Maar waarom willen ze ook mij voorschrijven hoe ik dood moet gaan?’

V: ‘Het moet wettelijk geregeld zijn.’

M: ‘Dat was het vroeger toch ook niet?’
V: ‘Toen lag alle verantwoordelijkheid bij de artsen. Ik kan me wel voorstellen dat juist zij graag wilden dat er een regeling kwam.’

M: ‘Ikzelf was een warm voorstander van de euthanasiewet. Achteraf heb ik daar verschrikkelijke spijt van. We hadden het beter in een mistige gedoogzone kunnen laten. Want het Openbaar Ministerie is op volkomen geschifte wijze gaan vervolgen.’

S: ‘Enige controle kan geen kwaad, want je hebt rare excessen. “Laten we de stekker bij pa er maar uit trekken, want dan kunnen we de erfenis wat eerder opstrijken.” Dat gebeurt, hoor.’

M: ‘Dus je moet niet te veel geld hebben?’

S: ‘Dat sowieso niet, want daar heb je helemaal niks aan.’ 
 

Dement

M: ‘Het zou geregeld moeten worden dat je eruit mag stappen op het moment dat je zo oud en dement wordt dat je je huis uit moet.’

S: ‘Waarom? Ma had in het verzorgingshuis een prachtig appartement. Ik teken ervoor.’ M: ‘Maar ma vond het verschrikkelijk. Ze hield enorm van tuinieren en dat viel in het verzorgingshuis niet te doen. En ze was – kijk, mijn zus is nog min of meer geestelijk gezond…’

S: ‘Ja, hallo, dat zijn we geen van drieën, hoor.’

M: ‘… maar ma was al enorm afgetakeld.’ S: ‘Ze kon niet eens meer tuinieren.’

M: ‘Na het verzorgingshuis kwam het verpleeghuis. Dat was een gruwel.’

S: ‘Fellini had er alleen maar een camera op hoeven zetten.’

M: ‘Wat dacht je van die mevrouw met die getallen? Die was door bingo gek geworden, dus die zei de hele dag: “Achtenvijftig”, “Zeventien”, “Tweeënnegentig”. En iemand anders erdoorheen: “Zuster, zuster, help, help!”’

S: ‘“Mevrouw, mag ik met u mee? Mijn zoon wacht op me.”’

M: ‘Het waren net papagaaien in het Amazonewoud.’

S: ‘Maar de zorg was hartstikke goed.’

M: ‘Ma vond die meisjes wel aardig. Aan ons had ze de pest.’

S: ‘Jonge knullen die zó lief blijven. Ik begrijp niet hoe je het kunt. En pyjamadagen? Voor ma waren ze ideaal: die wilde helemaal niet uit bed komen.’

M: ‘Toch was ik altijd gedeprimeerd als ik haar bezocht.’

S: ‘Ik ook. Ik was het hele weekend bezig het te verwerken.’

M: ‘Ik hoop dat als het zover komt, ik in staat ben om het raam van mijn studeerkamer te openen en met mijn hoofd voorover naar beneden te springen.’

S: ‘Dat durf je toch niet.’

V: ‘Jij wilt niet eens gepensioneerd zijn, Maarten. Eigenlijk wil jij niet oud worden.’

Uit Maarten! 2010-2
donderdag 9 augustus 2018

Gerelateerde artikelen

Maarten en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: het verkeer

donderdag 12 april 2018

Maarten en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: de Nederlandse taal

woensdag 21 maart 2018

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: flauwekulkunst

maandag 12 maart 2018

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.