Het voetvolk van de webshops

Het voetvolk van de webshops

DOOR SANDER HEIJNE

maandag 26 november 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Van meubels en boeken tot vakanties: alles is snel en goedkoop online te bestellen. Je hoeft er niet meer voor van de bank te komen. Ondertussen rennen anonieme orderpikkers in enorme magazijnen zich de benen uit hun lijf. Zij betalen de prijs voor het comfort van de klant. De vraag is of we dat wel willen.

Uit Maarten! 2018-3

Het is nog maar achttien jaar geleden dat webwinkel bol.com zijn eerste reclamespotje uitzond op de Nederlandse televisie. In de commercial leidt een vrolijke, karikaturaal dikke meneer in een blauw kostuum het publiek rond door de webwinkel, die wordt gerund door nog veel meer vrolijke, karikaturaal dikke meneren in blauwe kostuums.

Het grote publiek is dan nog volstrekt onbekend met het fenomeen online winkelen, dus legt de dikke meneer het stap voor stap uit. ‘Wij zijn de grootste boekwinkel van Nederland.’ En: ‘We zijn de grootste cd-winkel van Nederland.’ Om er zeker van te zijn dat de kijker de winkel ook daadwerkelijk kan vinden, gaat hij verder. ‘Al die boeken en cd’s bestelt u via het internet, en binnen twee dagen hebt u de bestelling in huis.’

De kijker kan dan nog niet bevroeden hoe ingrijpend webwinkels onze samenleving in de jaren die volgen zullen veranderen. De kranten stonden de afgelopen jaren al uitgebreid stil bij de meest zichtbare verandering, die van onze winkelstraten. Door de snelle opmars van webwinkels zijn duizenden grote en kleine winkelbedrijven - waaronder iconen als Vroom & Dreesman - op de fles gegaan.

En dat komt niet doordat we zijn gestopt met spullen kopen. Integendeel, zegt een orderpikker van bol.com. ‘Het is bizar om te zien wat mensen allemaal kopen, en in welke hoeveelheden.’ Alles wat de webwinkel aanbiedt gaat door zijn handen, van de bestseller van Gordon tot goedkoop Chinees speelgoed. De combinatie van artikelen die gezinnen bestellen is eveneens opvallend. ‘Mensen bestellen gerust een paar pakken babyluiers in combinatie met een vuistdikke dildo.’

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigen het beeld dat de orderpikkers schetst. We consumeerden nog nooit zo massaal als nu. Wie weleens een doordeweekse dag thuis doorbrengt, ziet hoeveel pakketten er worden afgeleverd. Koeriers rijden af en aan om bestellingen bij webwinkels aan huis te bezorgen.

'Mensen bestellen gerust een paar pakken babyluiers in combinatie met een vuistdikke dildo'

De slechte arbeidsvoorwaarden van de koeriers zijn de afgelopen jaren eveneens veelvuldig belicht in de media. Bedrijven als PostNL hebben zich er volledig op toegelegd pakketbezorgers zo goedkoop mogelijk tewerk te stellen. Zo werkt het gros van de bezorgers nu als zzp’er, en is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf en onderhoud van zijn bus.
Het risico dat de ontvangers van pakketten niet thuis zijn, en die dus de volgende dag opnieuw moeten worden aangeboden, heeft het bedrijf afgeschoven op de koeriers: ze worden alleen betaald als ze het pakket daadwerkelijk weten af te leveren.

Minder bekend is de wereld die schuilgaat achter de mooie websites van de online winkels. In het eerste spotje van bol.com zagen we een heleboel vrolijke bolle mannetjes vanuit de bollen van het Atomium in Brussel bestellingen aannemen en opsturen. De rondleiding eindigt in een luxueuze kantine, waar de mannetjes zich dagelijks bol eten.
Maar hoe realistisch is dit beeld? Wie zetten we in werkelijkheid aan het werk als we een boek bestellen bij de webwinkel? En hoe is het mogelijk dat het goedkoper is om een pakketje binnen 24 uur aan huis te laten bezorgen dan het zelf op te halen in een winkel?
 
Bestel een boek bij bol.com en de kans is groot dat de afzender een postbus in Waalwijk is. Daar staat een 50.000 vierkante meter tellend distributiecentrum van bol.com langs de A59. Het is een afgesloten loods, zoals ze op elk bedrijventerrein te vinden zijn. Een skelet van beton, afgewerkt met goedkoop plaatmateriaal. Laad- en losperrons voor vrachtwagens. Weinig ramen.

Het terrein rond de loods is streng beveiligd. Terwijl traditionele winkeliers er juist alles aan doen koopgrage klanten naar binnen te lokken, houden de uitbaters van webshops pottenkijkers met hekken het liefst zo ver mogelijk bij hun assortiment vandaan. Camera’s registreren elke verdachte beweging rond het terrein.
Voor een toevallige passant is het volstrekt onzichtbaar wat zich precies afspeelt binnen de loods. Afgezien van de vrachtwagens die zo nu en dan het terrein op rijden en verlaten, wekt de blauwe kolos in de zinderende zomerzon een slaperige, uitgestorven indruk.

Achter deze muren wordt echter op elk moment van de dag keihard gewerkt, zeggen verschillende magazijnmedewerkers van het bedrijf desgevraagd. Honderden orderpikkers lopen er de blaren onder hun voeten, slepend met pakketten tot wel 100 kilo. De routine is steeds dezelfde: de printer spuugt een bestelling uit, de orderpikker zoekt op de eindeloze stellingen op een van de vijf verdiepingen naar het gevraagde product, en maakt het klaar voor verzending.

Wie denkt dat de orderpikkers na de verzorging van een pakketje even achterover kunnen leunen, komt bedrogen uit. Daar zorgen wij als consumenten wel voor. Met elke bestelling die we online plaatsen, zetten we een orderpikker aan het werk. In de loods van bol.com in Waalwijk of in een van de vele andere distributiecentra die ons land rijk is.
En dat gaat door van de vroege ochtend tot na middernacht. Het is de enige manier waarop de webshops gestalte kunnen geven aan hun belofte: voor 23.59 uur besteld, de volgende dag in huis. Anders dan in traditionele winkels werkt het personeel van webwinkels in ploegendiensten. Dit gaat om steeds meer banen.
 
Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde dat 76 procent van de Nederlanders het afgelopen jaar een of meer producten online heeft gekocht. Dit is een stijging van 3 procent ten opzichte van 2016. Het afgelopen jaar bestelden Nederlanders volgens de Thuiswinkel Markt Monitor voor 22,5 miljard euro aan online diensten en goederen.

Nederlanders kochten in 2017 voor 22,5 miljard euro aan online goederen en diensten

Aanvankelijk bestelden we vooral kleding, boeken, vakanties en concertkaarten via internet, nu groeit ook de online handel in cosmetica en levensmiddelen razendsnel. Ruim één op de vier Nederlanders bestelde het afgelopen jaar eten via internet. Een jaar eerder was dat nog minder dan één op de vijf.

De populariteit van online winkelen groeit zelfs zo snel dat bol.com het pas in 2017 geopende distributiecentrum bij Waalwijk alweer fors moet uitbreiden om de groei te kunnen bijhouden. Over drie jaar zal het centrum maar liefst 100.000 vierkante meter tellen.

De uitbreiding is nodig om aan de aangescherpte verwachtingen van moederbedrijf Ahold Delhaize te kunnen voldoen. Het concern verwacht in 2020 5 miljard euro per jaar aan omzet te zullen genereren met online verkopen. Onderzoeksbureau Panteia schat dat de omzet voor webwinkels in 2021 neerkomt op een verdubbeling ten opzichte van 2015.
De personeelsbestanden van de webshops groeien navenant. Sinds 2013 groeit het aantal banen bij webshops met gemiddeld 16 procent per jaar, blijkt uit onderzoek van uitkeringsinstantie UWV. Tegen het einde van 2017 telden de Nederlandse webshops samen 62.000 medewerkers.
 
Het UWV nam eind vorig jaar vijf grote webshops onder de loep, waaronder bol.com, om te leren welke ‘kansen voor werkzoekenden’ de sector te bieden heeft. De uitkeringsinstantie concludeerde dat webshops grofweg twee categorieën medewerkers hebben.

Enerzijds de marketeers, programmeurs, inkopers, data-analisten en managers, die vanuit aangename hoofdkantoren de hele dag in de weer zijn om consumenten digitaal te verleiden zo veel mogelijk spullen te kopen. Zij zijn hoogopgeleid, 25 tot 40 jaar oud, goedbetaald, en vormen afhankelijk van de webshop 10 tot 40 procent van het personeelsbestand.

Sinds 2013 groeit het aantal banen bij webshops met gemiddeld 16 procent per jaar

Zij behoren tot de nieuwe elite van de gegoede Nederlandse middenklasse. Met name programmeurs, data-analisten en hun managers kunnen door de groeiende economie en op de krappe arbeidsmarkt voor hoogopgeleide techneuten bakken met geld verdienen.

Hun uitstekende arbeidsvoorwaarden staan in schril contrast met de tweede categorie: het personeel dat de uitkeringsinstantie omschrijft als ‘de werkvloer’. Dit zijn de mbo’ers die de pakketjes daadwerkelijk versturen of ontevreden klanten te woord staan. De medewerkers van de klantenservice en de orderpikkers en ander personeel in de loodsen langs de snelwegen. Werkend in ploegendiensten vormen zij de ruggengraat van elke grote webshop. En naarmate de omzet van de webshops de komende jaren verder stijgt, zal met name dit type banen binnen de sector groeien.

Door de uitbreiding zal het distributiecentrum van bol.com in Waalwijk 100 van deze nieuwe banen voor zijn rekening nemen. Maar wat voor banen zijn dit? Wie zijn de mensen die, in afgesloten loodsen verspreid over het land, onze online aankopen inpakken en opsturen? En onder welke omstandigheden leven zij?
 
‘Je moet in elk geval goed in conditie zijn voor dit werk,’ zegt orderpikker Johan – niet zijn echte naam - uit het distributiecentrum van bol.com in Waalwijk. ‘We lopen met gemak 32 kilometer per dag tijdens ons werk.’ Hoe hij tot die afstand komt? Een simpele rekensom. ‘We zijn eigenlijk non-stop aan het lopen,’ zegt Johan. ‘Acht uur per dag, met een gemiddelde van vier kilometer per uur.’

Toch is er weinig waardering voor de orderpikkers. Zij doen hun werk in alle anonimiteit, tegen het wettelijk minimumloon van 1594,20 euro per maand. Ruimte voor iets hogere lonen is er feitelijk niet. Want online winkelen mag big business zijn, de marges van webshops zijn smal. En daar zijn wij als consument zelf debet aan.
Terwijl we in traditionele fysieke winkels vaak geen idee hadden wat pakweg een scheerapparaat bij de concurrent tien kilometer verderop kostte, kunnen we nu online in één oogopslag tot zelfs buiten de landsgrenzen prijzen vergelijken.

Bij gebrek aan binding met het anonieme personeel achter de webwinkel voelen we ons sociaal of emotioneel niet langer verplicht om iets meer te betalen bij die ene winkel waar we altijd zo hartelijk worden ontvangen. Zoeken naar de laagste prijs is onlosmakelijk verbonden met online winkelen. Wie succesvol een webshop wil uitbaten, moet alles uit de kast halen om de kosten zo veel mogelijk te drukken. Dat wil zeggen, moet zorgen dat het personeel niet te veel kost. En Nederlandse en Europese regelgeving biedt webwinkels alle ruimte om de loonkosten te minimaliseren.
 
‘Toen ik hier kwam werken kreeg ik het advies om zo snel mogelijk alle getallen te leren in het Pools.’ Dit zegt de Oost-Europeaan George - geen Pool, en niet zijn echte naam - die jaren van zijn leven doorbracht in het distributiecentrum van bol.com in Waalwijk. ‘Dat maakte het makkelijker om codes door te geven aan collega’s.’

Dat hij hard moest werken heeft hem nooit gedeerd. Hij had zijn baan als ambtenaar in zijn eigen land de rug toegekeerd, op zoek naar een betere toekomst in Nederland. Een baantje als orderpikker in Waalwijk leek hem een goed begin. Vastbesloten om snel de taal te leren, meldde hij zich enkele jaren geleden bij het distributiecentrum van bol.com.
Maar in de loods in Waalwijk wordt nauwelijks Nederlands gesproken, zeggen zowel Johan als George. ‘Nederlanders zijn lastig te porren voor het zware werk in de distributiecentra,’ vertelt George. ‘De meesten die er komen werken, zijn snel weer weg.’ En niet alleen vanwege de lage beloning.

Perspectief op promotie of persoonlijke groei binnen het bedrijf is er voor de orderpikkers nauwelijks. Bol.com is in feite niet veel meer dan een online etalage, waar consumenten artikelen kunnen uitzoeken. Elke fysieke handeling is uitbesteed aan bedrijven die zich erin hebben gespecialiseerd zo goedkoop mogelijk online bestelde pakketjes te versturen. PostNL is verantwoordelijk voor de bezorging van de pakketten. De distributiecentra worden verzorgd door Ingram Micro.

Perspectief op promotie of persoonlijke groei binnen het bedrijf is er voor de onderpikkers nauwelijks

De werving en huisvesting van goedkoop Oost- en Zuid-Europees personeel zijn uitbesteed aan gespecialiseerde uitzendbureaus. Zowel Johan als George is ingehuurd via een intermediair, die formeel hun werkgever is. Tenminste, voor twee jaar. Want dat is de maximale periode dat werknemers in Nederland op een tijdelijk contract voor één baas mogen werken.

Werknemers die langer dan twee jaar voor een werkgever werken, hebben recht op een vaste aanstelling - waarmee ze noemenswaardige rechten opbouwen. Deze wet is bedoeld om werknemers sneller aan een vaste aanstelling te helpen. Maar in de distributiecentra bereikt de wet het tegenovergestelde. ‘Na twee jaar staat iedereen weer op straat,’ zeggen Johan en George.

Het enorme verloop onder het personeel lijkt de bedrijfsvoering niet te deren. ‘Voor Oost-Europeanen is werken tegen het Nederlandse minimumloon financieel vaak aantrekkelijker dan geschoold werk te verrichten in hun eigen land,’ vertelt Johan.

Veel van zijn collega’s zijn dan ook overgekwalificeerd voor het eentonige werk in de loods in Waalwijk. Zo draaide hij diensten met een ingenieur die in Slowakije in een energiecentrale werkte. Hij trof tussen de stellingen een Bulgaar met een master in de hydrodynamica. Hij werkte met dokters, marketeers en allerhande academici. Ze hadden allemaal maar één simpel doel: zo veel mogelijk sparen of zo veel mogelijk geld naar huis sturen.

Geld om fatsoenlijke huisvesting te regelen hebben de meeste orderpikkers niet. Wonen is duur in Nederland. En dus worden ze door hun werkgevers gehuisvest in vakantiebungalows, uiteraard tegen een vergoeding van enkele honderden euro’s per maand. Met weinig privacy, slechte hygiënische omstandigheden en veel onderlinge overlast. ‘Als je met vier man op een kamer ligt en allemaal op andere tijden werkt, dan is het lastig om goed te slapen,’ zegt George.
 
Rest de vraag of webshops iets te verwijten valt. Uiteindelijk komen ze slechts tegemoet aan de wens van de markt. Wij willen snel en goedkoop vanaf de bank spullen kopen. Webshops als bol.com voorzien in een vraag zonder daarbij wetten of regels te overtreden.

‘Uiteindelijk is het ook niet erg,’ zeggen George en Johan. Geen van beiden is getuige geweest van misstanden. George heeft het beetje geld dat hij heeft verdiend geïnvesteerd in Nederlandse lessen en droomt ervan zijn eigen bedrijf te beginnen. De basis voor deze nieuwe toekomst heeft hij gelegd in de magazijnen van bol.com. Maar het initiatief hiertoe moest wel echt van hemzelf komen. ‘Het was makkelijker geweest om hier te integreren als ik op mijn werk Nederlands had kunnen spreken,’ zegt de orderpikker.

Hij beschrijft het bestaan in de distributiecentra als een eigen gesloten, door Polen gedomineerde samenleving binnen de samenleving. ‘De orderpikkers hebben echt nul contact met medewerkers van de kantoren en krijgen in de loodsen, en de bungalowparken, vrijwel niets mee van de Nederlandse samenleving.’ En dat wordt ook niet van ze verwacht.
De komende jaren ontstaan in Nederland duizenden nieuwe banen in distributiecentra. De markt vervult een groot deel van die nieuwe vacatures met arbeidsmigranten uit armere EU-landen, die hier voor een habbekrats keihard moeten werken. De omgang met de Oost-Europese arbeidsmigranten nu vertoont sterke gelijkenissen met de wijze waarop we in de jaren zestig en zeventig tienduizenden laaggeschoolde werkkrachten uit Marokko en Turkije naar Nederland haalden. Net als bij de Oost-Europeanen nu was de verwachting dat ze vanzelf weer weg zouden gaan. Investeren in taalonderwijs of integratie werd daarom overbodig geacht.

Dit leidt tot vragen die we onszelf zouden moeten stellen: vinden we het acceptabel om onze stijgende welvaart (deels) te schoeien op een nieuwe uitdijende onderklasse van arbeidsmigranten met geringe perspectieven in Nederland? Of hebben we als samenleving een morele plicht om te investeren in het welzijn en de toekomst van iedereen die hier in Nederland komt werken?

‘Het maakt eigenlijk niet uit wie het werk in de distributiecentra verricht,’ antwoordt bestuurder Reinier Stroo van vakbond FNV. ‘Wij leven in een rijk land, en dit zijn rijke bedrijven. Wij vinden het niet meer dan normaal dat ook de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in distributiecentra goed worden geregeld.’

Stroo doet onderzoek naar de distributiecentra. Volgens hem had dit verhaal evengoed kunnen worden geschreven over de magazijnen van grote supermarkten als Albert Heijn en Jumbo, of over een willekeurige andere logistieke grootmacht. Net als Ingram Micro organiseren ook deze bedrijven parallelle samenlevingen voor hun Oost-Europese personeel, dat doorgaans woont op afgeschreven vakantieparken of in voormalige bedrijfspanden.

‘We moeten ons vooral afvragen waarom deze bedrijven hun personeel 1200 kilometer verderop werven,’ zegt Stroo. Hij kent het antwoord: de combinatie van de lage lonen, de losse contracten, de zware arbeid en de nachtelijke uren maken het werk volstrekt onaantrekkelijk voor de meeste Nederlandse arbeidskrachten. Zeker nu er banen in overvloed zijn.
De kans dat de werknemers zelf die betere arbeidsvoorwaarden opeisen, lijkt gering. Stroo: ‘Juist omdat ze ook voor hun huisvesting afhankelijk zijn van de werkgever hebben deze mensen een heel zwakke positie.’ Wat de vakbondsman betreft moeten wij hier in Nederland dan ook een debat gaan voeren over de vraag hoe we willen omgaan met de migranten die onze welvaart mogelijk maken. Stroo geeft alvast een voorzet. Hij pleit voor hogere lonen en vaste contracten voor het personeel van de distributiecentra. Economisch moet het kunnen, meent hij. ‘Deze bedrijven verdienen genoeg om iedereen een baan te geven waar je een normale boterham mee kunt verdienen.’
 
Uit Maarten! 2018-3

maandag 26 november 2018

Gerelateerde artikelen

(On)gelijkheid in Nederland: rijke werknemers, arme flexkrachten

maandag 23 juli 2018

'Blinde marktwerking is ideologische luiheid'

maandag 12 maart 2018

Waarom het marktdenken failliet is

woensdag 10 januari 2018

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.