‘Populistische schimmel heeft ons bestel aangetast’

‘Populistische schimmel heeft ons bestel aangetast’

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

donderdag 21 februari 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Dertien jaar geleden, op 22 februari 2006, liet Geert Wilders zijn partij registreren. Hoe heeft het populisme het politieke bestel in Nederland sindsdien veranderd? Maarten van Rossem blikt terug. ‘In 2016 heeft Wilders concurrentie gekregen van Thierry Baudet, die dezelfde lulkoek verkondigt, alleen dan gericht op keurige mensen.’

Laat ik deze terugblik beginnen met een positieve noot. Ik maak me nu veel minder zorgen over het Nederlandse populisme dan een aantal jaren geleden, toen Pim Fortuyn en later Geert Wilders hun opwachting maakten. Niet alleen omdat er een plafond aan het Nederlandse populisme lijkt te zitten, daarover later meer, maar ook omdat de belangrijkste beleidsvoorstellen van de populisten nog even onrealistisch zijn als ze altijd al waren. Geen serieuze politicus of belangengroep is van plan de EU te verlaten. Of, nog gekker eigenlijk, terug te keren naar de gulden. Evenmin is de immigratie volledig stil gezet.

Dat wil niet zeggen dat de populisten geen stempel op de Nederlandse politiek gedrukt hebben. Om dat aan te tonen, eerst meer over het populisme zelf. Welke kenmerken heeft het, hoe verhoudt het zich tot onze democratie en wanneer ontstond in Nederland het ideale klimaat voor populisten? 

Paars

Populistische partijen hebben zich de afgelopen vijftig jaar in vrijwel alle Europese landen gemanifesteerd. De belangrijkste oorzaak van het recente succes van de populisten is onmiskenbaar de immigrantenangst, in het bijzonder voor moslimimmigranten. Populisme kan echter tal van andere oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan Boer Koekoek en zijn hilarische verzet tegen de regelzucht van het Landbouwschap, maar ook aan het piepjonge D66, dat de democratie wilde democratiseren – een typisch populistisch verlangen.

Toch was het pas in 2001 en 2002 dat in Nederland het ideale klimaat ontstond voor de opkomst van het populisme van Fortuyn en later van Wilders. Onder leiding van PvdA-premier Wim Kok werkten D66, VVD en PvdA in de paarse kabinetten eendrachtig samen.

De Nederlandse economie maakte in de paarse jaren een onverwacht sterke groei door, maar de media hadden daar geen aandacht voor. Zij richtten hun pijlen op de wachtlijsten in de gezondheidszorg en het immigratieprobleem. In 2001 was het afgelopen met de hoogconjunctuur en op 11 september van dat jaar werd de meest succesvolle terroristische aanslag ooit gepleegd, uitgevoerd door negentien radicale moslims. Was de radicale islam een bedreiging voor de westerse cultuur en samenleving?

In november van dat jaar koos het populistische Leefbaar Nederland Pim Fortuyn tot lijsttrekker en lanceerde hem zo in de nationale politiek. Fortuyn had al geschreven over de ‘islamisering van Nederland’ en liet geen twijfel bestaan over zijn opvattingen over moslimimmigranten. Hij kreeg ruzie met Leefbaar Nederland – zoals hij met iedereen ruzie kreeg – en kwam met een eigen lijst.

De afloop is bekend. Na de implosie van de LPF bleef er een vacuüm ter rechterzijde, dat gevuld moest worden door een politicus die de lessen van Fortuyn ter harte had genomen. Rita Verdonk leek aanvankelijk die erfgenaam, maar faalde.

Geert Wilders bleek verreweg de beste leerling. Hij was altijd al een conservatieve VVD’er, maar de verkiezingen van 2002 waren voor hem het moment van de waarheid: de LPF triomfeerde en de VVD verloor. De VVD moest dus naar rechts. Toen de toenmalige politiek leider van de partij Jozias van Aartsen niet voldoende naar rechts ging, forceerde Wilders een breuk met de VVD en begon voor zichzelf, vandaag 12,5 jaar geleden.

De Leider zegt waar het op staat

Wat populisme precies is, valt lastig te definiëren omdat het verschillende vormen kan aannemen. In ieder geval is het onverbrekelijk verbonden met de democratie. Populisme is weleens de schaduw van de democratie genoemd. Het zou ook als een ziekte van de democratie kunnen worden beschouwd, die toeslaat als haar weerstand is verzwakt. Het populisme kent verschillende kernstukken, die – als er zoiets bestond – opgenomen zouden zijn in het ‘Handboek voor de populist’, dat door Wilders naar letter en geest perfect wordt uitgevoerd.  

Het Volk staat in de populistische ideologie centraal, en de PVV-voorman heeft het hier regelmatig over. Het Volk is homogeen en goed, maar wordt structureel bedrogen en bestolen door diverse onbetrouwbare, zo niet criminele elites. Het populisme zegt het land terug te willen geven aan Het Volk. Wanneer en hoe die elites het land van het Volk gestolen hebben, wordt nooit duidelijk. Dat de definitie van het volk exclusief is, spreekt voor zich. Immigranten, de bedreigende ‘anderen’, horen er niet bij: die hebben rare gewoonten en afwijkende godsdienstige opvattingen, omdat zij geen weet hebben van de historische traditie die het Volk heeft gevormd.

Hoewel populisten zichzelf beschouwen als echte democraten, moeten ze van de parlementaire, vertegenwoordigende democratie weinig hebben. De complexe instituties van de democratie geven onbetrouwbare elites de gelegenheid de volkswil te omzeilen en te ondermijnen. Daarom pleit Wilders, evenals zijn collega Thierry Baudet van het Forum voor Democratie, voor directe democratie: alles en iedereen moet gekozen worden, en het Volk bepaalt in bindende referenda wat er moet gebeuren.

Mocht er ooit een prijs worden uitgeloofd voor de meest succesvolle pseudogebeurtenis van de laatste halve eeuw, dan komt de film Fitna zeker in aanmerking

Wilders moet niets hebben van politieke partijen. Partijen zijn werktuigen van de elite: zij monopoliseren de beste baantjes – door Baudet het ‘partijkartel’ genoemd – en maken alleen maar ruzie met elkaar, in plaats van uitvoering te geven aan de volkswil. Wilders’ partij is daarom een ‘beweging’ zonder leden, zodat de leider door niemand gehinderd wordt. 

Onmisbaar in de populistische charade is de Leider, meestal een verbaal begaafde, charismatische figuur, zoals Wilders. De Leider zegt waar het op staat en is de incarnatie van de Volkswil: hij vormt de directe band tussen volk en politiek. De PVV-voorman is een gewiekste televisiepersoonlijkheid met een populistische mediastijl: hij ontlokte de afgelopen 12,5 jaar meerdere controverses uit en heeft een fijne neus voor pseudo-evenementen. Mocht er ooit een prijs worden uitgeloofd voor de meest succesvolle pseudogebeurtenis van de laatste halve eeuw, dan komt zijn film Fitna zeker in aanmerking. Dit dieptreurige, amateuristische knutselwerkje veroorzaakte in 2008 een maandenlange discussie – en niet te vergeten ook weer veel discussie over die discussie.

Wilders’ retoriek is, zoals het een populist betaamt, gewelddadig en controversieel, met ‘Kopvoddentax’ (2009) en ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ (2014) als bekendste voorbeelden.

Alle denkbare narigheid

Het populisme is deels het gevolg van een verschijnsel dat zich de afgelopen jaren in vrijwel alle westerse democratieën heeft voorgedaan: een gestaag verlies van vertrouwen in de democratische instituties en politiek leiders, een sterker wordende angst voor de Europese Unie en de mondialisering, en een toegenomen gevoel van onveiligheid. 

Voor de media is het verleidelijk aandacht te besteden aan Wilders en zijn populistische mediastijl

De boosdoener? De media, met in het bijzonder de televisie en het internet. Goed nieuws is nu eenmaal geen nieuws. Zij bombarderen ons dag in dag uit met berichten over misdaad, drugsgebruik, corruptie, incompetentie en alle andere denkbare narigheid. En die narigheid wordt volgens velen veroorzaakt door ‘de anderen’.

Daarnaast hebben bezuinigingen onze verzorgingsstaat aanzienlijk schraler gemaakt en door de ontzuiling hebben politieke partijen hun zingevende en mobiliserende functie verloren. Daardoor zijn burgers losgezongen van hun traditionele bindingen: het zijn bijna allemaal zwevende kiezers geworden. Aan de zwevende kiezers bieden populisten en hun theatrale leiders de zekerheid van een ongenuanceerd eigen gelijk en een fijn vijandbeeld.

Buitenproportionele aandacht 

Deze structurele oorzaken spelen ongetwijfeld een rol, maar onderzoek toont aan dat de zorgen over de omvangrijke immigratie, in het bijzonder van moslims, verreweg de belangrijkste oorzaak van het succes van de populistische bewegingen zijn. Volgens Wilders is het al jaren vijf voor twaalf: als we de islamisering niet stoppen, wonen we straks in Nederabië en Eurabië. Dat is pure paranoia, maar zijn volgelingen geloven het.

Hoe moslims – die 5 procent van de Nederlandse bevolking vormen, een kleine minderheid dus – in de komende jaren Nederland gaan ‘islamiseren’ blijft een raadsel. Hetzelfde geldt voor de islamisering van Europa: moslims vormen zo’n 4 procent van de bevolking van de Europese Unie. Ja, de omvangrijke immigratie heeft aanzienlijke maatschappelijke problemen veroorzaakt waar sommige buurten van de grote stedenlast van hebben. Dat zijn echter plaatselijke problemen. Beweren dat de Nederlandse en Europese samenleving met de ondergang wordt bedreigd is belachelijk.

Ook hier spelen de media weer een rol. Neem bijvoorbeeld de terroristische aanslag op vier fietsers afgelopen zomer in Tadzjikistan, opgeëist door IS. Dat de aanslag niet in de EU en al helemaal niet in Nederland had plaats gevonden, viel bij alle buitenproportionele aandacht voor deze aanslag nauwelijks op. Maar als alle radicaal islamitische aanslagen, waar ook ter wereld dagenlange aandacht krijgen, ja, dan slaat de brave burger wel de angst om het hart. 

Zonder deze onbedoelde medeplichtigheid van de moderne media zouden we ongetwijfeld minder last hebben gehad van Fortuyn, Wilders en Baudet, hoewel een zekere voorzichtigheid met deze hypothese geboden is. Het populisme is immers ouder dan de moderne media. Dat neemt niet weg dat zij een essentiële rol spelen in de verspreiding en legitimering van de populistische boodschap. 

Voor de media, die leven bij de gratie van paniekzaaierij en steeds gespitst zijn op rellerig amusement, is aandacht besteden aan Wilders en zijn populistische mediastijl intens verleidelijk. Hij kan het zo gek niet maken of het NOS Journaal opent met zijn knap gearrangeerde theaterstukjes. 

Ditzelfde geldt voor Baudet. Zijn Forum voor de Democratie heeft slechts twee Kamerzetels, en toch horen we al ruim een jaar aanhoudend tromgeroffel in de media over deze partij. Waarom zie ik Baudet alsmaar in mijn eigen nette krant? Ik heb gezworen dat ik mijn abonnement op NRC Handelsblad opzeg als daar nóg een groot stuk bij komt. Ter vergelijking: Jesse Klaver - wat je verder ook van hem denken mag - heeft met GroenLinks bij de vorige verkiezingen tien zetels gewonnen. Waarom is daar in de media geen aanhoudend tromgeroffel over?

Ik zeg mijn abonnement op NRC Handelsblad op als er nóg een groot stuk over Baudet in komt

Populistisch plafond

Heeft een populist als Wilders invloed (gehad) op het Nederlandse politieke bestel? Zonder twijfel. Zijn invloed is echter niet zozeer direct als wel indirect. De kans dat de PVV daadwerkelijk aan de macht komt, is klein. Ja, zijn partij is gedoogpartner geweest, maar dit heeft slechts twee jaar geduurd. Daarnaast heeft hij op essentiële punten geen invloed gehad: zoals ik eerder schreef zijn geen van Wilders’ belangrijkste beleidsvoornemens verwezenlijkt.  

Dat Wilders in 2010 gedoogpartner werd, kwam voort uit angst bij de VVD en het CDA. Dit is dan ook die indirecte manier waarop de PVV het politieke bestel veranderd heeft. De conservatieve partijen leefden toen, en tijdens de vorige verkiezingen nog steeds, in doodsangst voor de PVV. In de peilingen zag het er aanvankelijk naar uit dat Wilders met gemak de grootste zou worden. 

Rutte kwam daarop met een eigen versie van het populisme: populisme light. Hij riep ‘Pleur op!’ en stelde dat onze typisch Nederlandse levenswijze bedreigd zou worden door mensen die zich niet ‘normaal’ weten te dragen. Die bedreiging zou van de ‘anderen’ komen. Later sloot een verrassend populistische Sybrand van Haersma Buma zich hierbij aan. Populisten als Fortuyn en Wilders hebben de zittende politici niet zozeer gealarmeerd over de immigrantenproblematiek als wel doodsbang gemaakt voor electoraal verlies – en angst is zelden een goede raadgever.

Hoewel dat de populistische schimmel het politieke bestel op deze manier heeft aangetast, maak ik mij minder druk dan tijdens de opkomst van Fortuyn. Dat komt door een gesprek dat ik had met politicoloog André Krouwel, die mij wees op het populistische plafond. Uit zijn onderzoek blijkt dat de populistische stem niet groter is dan een kleine 20 procent van het electoraat. Tot op heden heeft hij daarin gelijk gekregen: Wilders mag het in de peilingen dan wel ontzettend goed doen, de uitslag valt keer op keer tegen. Zolang er geen tweede migratiecrisis uitbreekt, komen de populisten niet verder dan 20 procent van de stemmen. En daarmee is de kans klein dat zij directe invloed gaan uitoefenen.  

In 2016 heeft Wilders concurrentie gekregen van Baudet, die dezelfde lulkoek verkondigt, alleen dan gericht op keurige mensen, meestal afvallige VVD’ers, die ook een anti-moslimstem willen laten horen. De opkomst van het Forum voor de Democratie heeft de populistische stem verdeeld en dat juich ik van harte toe: op deze manier kan zij minder invloed uitoefenen. 

Populisten hebben de zittende politici doodsbang gemaakt voor electoraal verlies

Tot slot: zal Wilders het nog eens dertien jaar volhouden? Het grote crisismoment voor de PVV komt als Wilders besluit ermee op te houden. De PVV bestaat immers bij de gratie van Wilders. Ik vraag me af hoelang hij kan leven met het feit dat hij twintig zetels heeft, maar toch in de marge opereert. Hij zit daar maar te zitten. Wilders kan wel deftig vergaderen met het Franse Front National en de Alternative für Deutschland, maar feit is dat die partijen ook opereren in de marge, beleidsmatig gezien. Ik kan me niet voorstellen dat Wilders daar nog eens dertien jaar genoegen mee neemt. Het moge duidelijk zijn: ik hoop dat hij het voor gezien houdt. 


Meer horen van Maarten van Rossem over het moderne populisme? Op 19 november 2019 plaatst hij in het Utrechtse Tivoli Vredenburg het hedendaags populisme in historisch perspectief. Actuele thema’s als de afgelopen verkiezingsuitslagen, de rol van de media en de angst voor islamisering komen uitgebreid aan bod. Uiteraard neemt Maarten ook de rol van populisten als Fortuyn, Baudet en Trump grondig onder de loep en richt hij zijn pijlen op de toekomst. Klik hier voor meer informatie en tickets.

donderdag 21 februari 2019

Gerelateerde artikelen

Hoe angst ons in het web van de populisten drijft

maandag 9 april 2018

Burgers laten meepraten? Een ramp

woensdag 6 december 2017

Dit zijn de wortels van onze moslimangst

maandag 27 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.