Waarom burgers het slachtoffer van handelsoorlogen zijn

Waarom burgers het slachtoffer van handelsoorlogen zijn

DOOR BART DE KONING

maandag 18 maart 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Is de wereldeconomie te vergelijken met een taart, waarbij een groter stuk voor de een een kleiner stuk voor de ander betekent? Donald Trump en de brexiteers denken van wel. Na decennia van groeiende vrijhandel is de handelsoorlog weer helemaal hip als politiek instrument. De gevolgen voor gewone burgers zijn rampzalig.


Stel dat Haarlem jaloers zou worden op de welvaart van het snelgroeiende Amsterdam en zou besluiten om de buurstad te treffen op een manier die echt pijn doet: door een blokkade van de scheepvaart. De Haarlemmers zouden daarom een stel palen in de doorgaande scheepvaartroute van Amsterdam naar Leiden slaan. De Mokummers protesteren uiteraard bij de regering in Den Haag, maar krijgen ongelijk. Er moet zelfs een permanente dam in het kanaal komen, en als de Amsterdammers er zo nodig langs willen, dan slepen ze die schepen er maar overheen.

Het klinkt bizar, maar deze situatie heeft daadwerkelijk bestaan. Drie eeuwen lang moesten schepen die van Amsterdam richting Leiden wilden met touwen over een overtoom getrokken worden. Pas in 1808 kwamen er sluizen. De Amsterdammers waren zelf overigens ook geen goede buren. Het kanaal waar ze zo dankbaar gebruik van maakten was aan het begin van de vijftiende eeuw gegraven door het Hoogheemraadschap Rijnland om het Hollandse veen te ontwateren. De Amsterdammers waren bang dat de nieuwe spuisluizen op het IJ in oorlogstijd in vijandelijke handen zouden vallen en gooiden de sluizen daarom dicht.Daarmee was de hele investering van het Hoogheemraadschap in één keer zinloos geworden. Het kanaal in Amsterdam-West heet tot op de dag van vandaag Kostverlorenvaart.

Nationalisten maken elkaars burgers en ondernemers het leven zuur


Als je er een beetje oog voor hebt, zie je in het hedendaagse Nederlandse landschap nog overal de sporen van zulke lang vergeten handelsoorlogen en lokaal gekibbel. Verkeer over de dijk via Spaarndam van Amsterdam naar Haarlem en terug moest bijvoorbeeld tot 1923 tol betalen, zo meldt een bordje op het monumentale tolhuisje.

Het lijkt onvoorstelbaar dat Haarlemmers en Amsterdammers elkaar nu het leven zuur zouden willen maken. Een kind begrijpt dat het handig is dat ze elkaars kanalen en sluizen niet saboteren, dat het verkeer ongehinderd heen en weer kan, dat je in beide steden met dezelfde munt kunt betalen, dat winkeliers in beide steden in dezelfde kilo’s en meters rekenen, en dat er dezelfde wetten gelden.
 
Maar zodra het gaat over de handel tussen landen lijken veel mensen hun gezonde verstand verloren te hebben. Nationalisten over de hele wereld vervallen in oeroude fouten: ze werpen weer drempels op en maken elkaars burgers en ondernemers het leven zuur. De Britten willen uit de Europese Unie en hun oude grenzen herstellen. Donald Trump maakt een eind aan decennialange militaire en economische samenwerking met bondgenoten. Hij zoekt ruzie met bevriende landen als Mexico, Canada en Duitsland, en start een ouderwetse handelsoorlog, inclusief tariefmuren tegen China.

Het is een terugkeer naar het economisch denken uit het begin van de negentiende eeuw, waarbij politici de belangen van de natiestaat vooropzetten. Nostalgisch verlangen naar het Britse Empire (Britannia rules the waves en splendid isolation) is de drijvende kracht achter de Brexit, het verlangen om verlost te zijn van Brusselse bemoeizucht. Ook Trump wil verlost worden van de VN, de NAVO, de EU, de Wereldhandelsorganisatie en nog talloze andere internationale instellingen. Nationalisten uit andere landen, zoals Thierry Baudet en Geert Wilders, vinden het allemaal prachtig. Er speelt niet alleen nationalisme mee, het is ook nostalgie naar de tijd ‘toen we Indië nog hadden en de jenever nog een dubbeltje kostte’. Thierry Baudet twitterde vorig jaar over de componist Saint-Saëns (1835-1921): ‘Je voelt aan alles: zijn tijd was beter dan de onze.’

Dat is natuurlijk groteske onzin. Halverwege de negentiende eeuw was de levensverwachting in Nederland 38 jaar. Zuigelingen en vrouwen stierven massaal in het kraambed, talloze gezinnen leefden in schimmelige kelders of plaggenhutten en een meerderheid van de Nederlanders, onder wie alle vrouwen, had geen stemrecht. Baudet wil vast ook geen tol meer betalen als hij vanuit Haarlem, waar hij opgroeide, naar zijn woonplaats Amsterdam gaat.

Die voortdurend terugkerende vergelijking met de negentiende eeuw is cruciaal, niet alleen omdat toen het idee van de hedendaagse natiestaat ontstond, maar óók het besef dat vrije handel tussen die natiestaten uiteindelijk voor iedereen beter zou zijn. Een cruciale gebeurtenis was het herroepen van de Britse Corn Laws in 1846. Dat was protectionistische wetgeving die de import van graan belemmerde of heel duur maakte, met het expliciete doel om de belangen van graanproducenten, vooral Britse grootgrondbezitters, te beschermen.

In reactie daarop ontwikkelde de econoom David Ricardo zijn theorie van de comparatieve voordelen: elk land moet vooral de producten maken en verhandelen waar het goed in is, en zaken die het niet of alleen tegen hoge kosten zelf kan maken importeren uit andere landen. Het was uiteraard voordelig voor de producenten dat het Britse graan kunstmatig schaars en duur was, maar nadelig voor het land als geheel. Als arbeiders betaalbaar brood zouden kunnen kopen was dat niet alleen in hun voordeel, maar het was ook goed nieuws voor fabrikanten, omdat de arbeiders dan meer geld over zouden houden voor andere producten.

De kiezers die voor de Brexit stemden, komen er nu achter dat alle beloofde voordelen leugens waren


Dat klinkt nu als Jip-en-Janneke, maar tegenstanders van de Corn Law richtten er in 1843 zelfs een tijdschrift voor op om het allemaal uit te leggen: The Economist, een blad dat tot op de dag van vandaag een bolwerk van liberaal denken is. De afschaffing van de Corn Laws in 1846 was een enorme doorbraak. Niet alleen won de nieuwe klasse van industriëlen het van de oude landadel, maar het getuigde ook van een indrukwekkende visie: de Britten zetten zelfstandig hun deuren open voor buitenlandse concurrentie, omdat ze op rationele gronden wisten dat dat uiteindelijk voor iedereen beter zou zijn. Ze zagen in dat buitenlandse handel geen zero-sum game is. De economie is geen taart met een vaste omvang waarbij een groter stuk voor de een een kleiner stuk voor de ander oplevert. Als je het goed doet, profiteert iedereen van een groeiende taart.
 
Met het afschaffen van de Corn Laws kwam helaas geen eind aan het protectionisme, de tarieven en de handelsoorlogen, maar er was wel een enorme stap gezet. De Eerste Wereldoorlog en de grote Depressie van de jaren dertig waren weer een paar grote stappen terug. Tijdens de crisis in de jaren dertig kwamen veel westerse landen met protectionistische maatregelen om hun eigen industrie te beschermen – in Nederland bekend van de slogan ‘Koopt Nederlandse waar, dan helpen wij elkaar’. Daarmee maakten ze met z’n allen de crisis nog veel erger, omdat de comparatieve voordelen van buitenlandse handel verloren gingen.

Na de oorlog bouwden politici uit westerse landen geleidelijk aan een uitgebreid systeem van verdragen en organisaties om de vrijhandel verder te stimuleren. Denk aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO). In Europa begon het met de Benelux en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de latere Europese Gemeenschap en Unie.

Het bekende verhaal daarbij is altijd dat de samenwerking - vooral tussen Duitsland en Frankrijk - een nieuwe oorlog moest voorkomen. Maar er speelde ook mee dat de meeste landen die meededen aan de Europese eenwording in de decennia na de Tweede Wereldoorlog hun koloniale imperium kwijtraakten. Dat gold voor Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Portugal, Spanje, België en Nederland, die daarmee hun toegang tot grondstoffen én afzetmarkten verloren. Ook daarom wilden ze weer aansluiting bij een grote, welvarende interne markt. 

Van Jesse Klaver tot Thierry Baudet en van Bernie Sanders tot Donald Trump: iedereen is tegen vrijhandel


Dat stelsel van vrijhandel heeft geleid tot een zeer krachtige stijging van de welvaart, vooral in Aziatische landen, zoals Japan, Zuid-Korea en later China. De toegenomen concurrentie heeft uiteraard ook slachtoffers gemaakt: in Nederland sneuvelde bijvoorbeeld een groot deel van de textielindustrie en de scheepsbouw. Andere sectoren, zoals staal- en autofabrikanten, kwamen in buitenlandse handen. Maar per saldo is vrijhandel altijd goed geweest ­– voor Nederland en voor de wereld als geheel. Ondernemers die uit de markt gedrukt dreigen te worden door goedkope Aziatische producten klaagden – en klagen nog steeds – over ‘oneerlijke concurrentie’. Economen zien vooral comparatieve voordelen à la David Ricardo. Uiteindelijk worden succesvolle lagelonenlanden door krachtige groei vanzelf rijk en kunnen ze dus niet meer uitsluitend op prijs concurreren. Zie Japan, Zuid-Korea, Hongkong en inmiddels ook China.
 
Deze optimistische en rationele blik op economische groei is tegenwoordig behoorlijk in diskrediet geraakt. Sterker nog: wie het nieuws een beetje volgt, krijgt een dagelijkse stortvloed aan kritiek op de uitwassen van vrijhandel en globalisering over zich heen. Het lijkt wel alsof iedereen – van Jesse Klaver tot Thierry Baudet, van Bernie Sanders tot Donald Trump, van Jeremy Corbyn tot Theresa May – tegen is. Deels is die kritiek op het hedendaagse kapitalisme terecht. Gewone burgers in de westerse wereld merken al een paar decennia niet zoveel meer van de voordelen van economische groei.

De nettolonen van de meeste werknemers in de westerse wereld stijgen niet of nauwelijks, terwijl de miljardenwinsten van de multinationals zich opstapelen. Bedrijven als Uber, Amazon en Zalando verdienen geld over de ruggen van het ‘precariaat’ – een nieuw proletariaat van onderbetaalde en rechteloze flexwerkers. Die bedrijven laten zich ook nauwelijks meer corrigeren door overheden: handelsverdragen geven hun het recht te procederen in schimmige privérechtbanken. Ze betalen amper belasting, omdat ze hun hoofdkantoor moeiteloos naar elders kunnen verplaatsen.

Deze scheefgroei heeft een heleboel onvrede veroorzaakt onder westerse burgers, en populisten als Trump spelen daar slim op in. De elites hebben de gewone man in de steek gelaten en hebben Amerika verzwakt: alles wat uit het buitenland komt – Duitse auto’s, Chinees staal, Mexicaanse immigranten, islam – is slecht. Make America great again! Trump is weer helemaal terug in de jaren dertig en presenteert handel als een zero-sum game: jouw winst is mijn verlies. Elke Duitse auto, elke Chinese ton staal op de Amerikaanse markt is zo bezien een verlies voor de Verenigde Staten.

Als Trump al begrijpt dat zijn protectionistische beleid juist voor zijn eigen achterban van ‘gewone’ Amerikanen rampzalig zal uitpakken, deert het hem niet. Het is puur opportunisme op de korte termijn: het levert hem nu stemmen op, zijn fans zullen de nadelen pas later zien. Een vergelijkbaar verhaal geldt voor de Brexit.
 

Het is niet eenvoudig om een antwoord op het populisme van Trump en May en hun geestverwanten te geven. De woede van hun kiezers zit namelijk veel dieper en is maar voor een deel gebaseerd op al dan niet vermeende economische misstanden. Francis Fukuyama wees er in een interview met De Groene Amsterdammer op dat het veel Trump-stemmers wel degelijk voor de wind ging: ‘De verbindende factor was weerzin tegen immigratie. Dat is wat witte stemmers naar de Republikeinen drijft.’

De Britse politicoloog David Runciman verklaart de woede van de kiezers uit teleurstelling over de afgelopen decennia. Na de val van de Muur zou de liberale economie definitief gewonnen hebben en zouden de bomen tot in de hemel groeien: ‘Die stabiele wereld die hun werd voorgeschoteld is ontmaskerd als een leugen. Men wil een politiek die recht doet aan dat gevoel van gekwetstheid. En men haat de politici die meegingen in die leugen.’ En dus zijn de pragmatische, internationaal denkende politici over de hele wereld kop van Jut.
 
Het wrange is dat het recept van de populisten niet alleen schadelijk is voor de vermeende buitenlandse ‘vijanden’, maar ook voor hun eigen achterban. De kiezers die voor de Brexit stemden komen er nu achter dat alle beloofde voordelen leugens waren en dat Britse burgers en bedrijven straks ontzettend veel last zullen krijgen van het vertrek uit Europa.

Donald Trump beschadigt met zijn agressieve aanpak niet alleen de wereldhandel, maar ook Amerikaanse belangen. Zo is de importheffing op staal gunstig voor Amerikaanse staalfabrikanten, maar ongunstig voor bedrijven die staal als grondstof gebruiken – en uiteindelijk dus ook voor de consumenten.

De Verenigde Staten richten tariefmuren tegen de rest van de wereld, maar die blijven onderling wel vrijhandel bevorderen. Zo gaat het Trans Pacific Partnership, een groot handelsverdrag van landen rond de Pacific, gewoon door – maar minus de Amerikanen, omdat Trump zich heeft teruggetrokken. Deze eenzijdige isolatie van Amerika is des te schadelijker, omdat de niet-westerse economieën veel harder groeien dan de westerse en het relatieve belang van de Amerikaanse economie in de wereldeconomie dus nog sneller terugloopt dan het toch al zou doen. Protectionisme kan ook onbedoelde gevolgen hebben. Robert Lighthizer, die nu namens Donald Trump de onderhandelingen over internationale handel voert, is een veteraan. Hij wist in de jaren tachtig de import van goedkope Japanse auto’s naar de VS te beperken. De Japanners gingen in reactie hierop duurdere auto’s bouwen en kwamen zodoende in een hoger marktsegment terecht.

De manier waarop Trump nu ruzie zoekt met China is ook niet slim. China groeide de afgelopen decennia door veel te exporteren naar rijke landen, zoals de Verenigde Staten. De Amerikanen financierden die import door schulden te maken, die grotendeels weer gefinancierd werden door Chinese spaaroverschotten. China is nu bezig om zijn positie in Amerikaanse schulden af te bouwen. De vraag is nu wie de enorme gaten in de begroting van Trump zal betalen. Zijn Russische vrienden hebben bijvoorbeeld helemaal geen geld.

Nieuwe geldverstrekkers zullen de enorme en snelgroeiende Amerikaanse schuldenberg én het onberekenbare gedrag van Trump verdisconteren in een aanzienlijk hogere rente.

Het lastige is dat het rationele, economische verhaal populisten en nationalisten helemaal niet aanspreekt


De positie van de Amerikaanse dollar als universeel betaalmiddel staat toch al onder druk. De Chinezen hebben onlangs Saoedische olie gekocht en betaald in yuan – een historische stap. Straks is de dollar nog maar een van de wereldmunten, naast de euro en de yuan. Achter alle retoriek verzwakt Trump de Amerikaanse positie alleen maar.

Het lastige is dat het rationele, economische verhaal populisten en nationalisten helemaal niet aanspreekt. Als ze al door zouden krijgen dat de handelspolitiek van Trump en de Brexit schadelijk zijn, dan zijn ze waarschijnlijk nog bereid ook om die prijs te betalen. Maar zolang de Britten en de Amerikanen in de greep van de populistische waan van de dag zijn, is het goed dat de rest van de westerse wereld het hoofd koel houdt. En niet alleen het vlammetje van het gezond verstand brandende houdt, maar het ook blijft uitleggen aan binnenlandse populisten, zoals Baudet en Wilders.

Een goed georganiseerde internationale vrije markt is juist in het belang van gewone burgers en ondernemers. Multinationals redden zich altijd wel. Zij hebben het geld, de mankracht en de expertise om zich in elk land in te vechten. MKB’ers kunnen dat niet. Zij moeten het hebben van één gelijk Europees speelveld, waarvoor ze hun producten maar één keer hoeven te laten testen en goedkeuren. Burgers willen één Europese markt, zodat ze overal in Europa op vakantie gedachteloos kunnen pinnen en overal mobiel kunnen bellen en internetten zonder stress over kolossale telefoonrekeningen. Bij een aanrijding in het buitenland willen ze dat er een niet-corrupte politieagent het proces-verbaal opmaakt en dat er een onafhankelijke rechter naar hun zaak kijkt.

Hetzelfde verhaal geldt voor kleine landen. Trump wil naar een wereld van bilaterale onderhandelingen. Dat is uiteraard in het voordeel van de Amerikanen, omdat zij altijd groter en machtiger zijn dan de partij aan de andere kant van de tafel. Dit alleen al is een afdoende argument tegen de Nexit van Baudet en Wilders. Nederland zou, zonder ruggensteun van de rest van Europa, volstrekt kansloos zijn aan de internationale onderhandelingstafels – als we al aan zouden mogen schuiven.

Illustraties: XF&M

Uit Maarten! 2018-4

Wilt u Maarten van Rossem meer horen vertellen over de 21ste eeuw? Tijdens drie avonden in het Utrechtse Tivoli Vredenburg blikt 's lands bekendste historicus terug op de afgelopen twee decennia. Onderwerpen als de opkomst van China, de veronderstelde strijd tegen de islam en de kredietcrisis komen hierbij aan bod. Ook kijkt Van Rossem vooruit naar de volgende tachtig jaar. Klik hier voor meer informatie en tickets. 
maandag 18 maart 2019

Gerelateerde artikelen

‘China wil een nieuwe industriële revolutie ontketenen’

donderdag 28 februari 2019

Hoe Amerika zijn superioriteit verloor

dinsdag 20 november 2018

Brexit-sprookjes

dinsdag 28 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.