Niet zo drammen, oude mannen: een nieuw pensioenstelsel is noodzaak

Niet zo drammen, oude mannen: een nieuw pensioenstelsel is noodzaak

DOOR MICHÈLE DE WAARD

maandag 20 mei 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Wie nu pensioen krijgt, zit er warmpjes bij. Maar voor volgende generaties wacht armoede, als het systeem niet heel snel verandert. Luchtfietsers en klagende oude mannen moeten plaatsmaken voor realisten.

Spectaculair nieuws van De Nederlandsche Bank, dit najaar. Pensioenfondsen hadden in september maar liefst 1368 miljard euro in kas. Nooit eerder stond er zoveel geld op de balans van de gezamenlijke pensioenbeheerders. Bovendien plaatste het internationale adviesbureau Mercer Nederland als nummer één op de internationale pensioenranglijst, de Global Pension Index, die 34 landen vergelijkt. De prestaties en uitkeringen van het Nederlandse pensioenstelsel zijn van wereldklasse, stelde Mercer.

Geen enkele reden voor Nederlanders om ook maar één nacht wakker te liggen van het pensioen, zou je denken. Toch doen ze dat wel. Het vertrouwen van de Nederlanders in het eigen pensioen is laag. Slechts 8 procent van de Nederlanders is optimistisch over hun financiële situatie na pensionering, 12 procent verwacht dat ze na hun pensioen ‘prettig’ kunnen leven. Vooral onder jongeren neemt het wantrouwen jegens de oudedagsvoorziening snel toe. Eén op de drie Nederlanders onder 45 jaar vertrouwt er niet op dat er voor hen later nog genoeg pensioengeld over is. Tien jaar geleden was dat nog één op de twintig.

Wat is er misgegaan met het Nederlandse pensioenstelsel dat het pessimisme zo groeit? En waarom liggen politici in Den Haag, werkgevers en vakbondsleiders steeds met elkaar in de clinch over het pensioen?

'We zitten vastgeklonken op een wegzinkende Titanic, terwijl het orkest gewoon doorspeelt'

Voor alle duidelijkheid: de babyboomgeneratie, geboren tussen 1946 en 1950, die momenteel pensioen krijgt, zit goed. Bij een volledige pensioenopbouw kan het pensioen – AOW plus bedrijfspensioen – oplopen tot 100 procent van het laatste nettosalaris. Dat is ongekend. Alleen, wie van de huidige generatie werkende Nederlanders bouwt nog een volledig pensioen op? Wie zal vanaf zijn 21ste zijn hele loopbaan bij één baas in dienst zijn? En wie woont er in deze geïnternationaliseerde wereld nog vijftig jaar doorlopend in Nederland, zodat hij recht heeft op een volledige AOW?

Bijna niemand, en daar ligt het probleem.

De leefwereld van Nederlanders is dramatisch veranderd sinds minister Ko Suurhoff van Sociale Zaken in 1957 de eerste AOW-uitkering uitreikte aan een Amsterdamse belastingambtenaar uit de Rivierenbuurt. Een alleenstaande kreeg toen jaarlijks 804 gulden, een gehuwd stel 1338 gulden.

Sindsdien is de AOW altijd een verplichte verzekering geweest voor alle Nederlanders, ongeacht hun inkomen of maatschappelijke positie, en dat maakt het stelsel uniek. Naast het staatspensioen kent Nederland een verplicht collectief bedrijfspensioen, dat op de kapitaalmarkt wordt belegd. Deze aanvullende pensioenen zijn buiten de onderneming ondergebracht om te voorkomen dat werknemers bij een faillissement naast hun baan ook nog hun pensioen kwijt zijn, zoals in Amerika kan gebeuren.

Daarnaast leggen de meeste Nederlanders ook zelf een extraatje opzij voor later. Dankzij deze gestapelde spaarpotten kent Nederland nauwelijks armoede onder ouderen.
Maar de samenleving is in de zestig jaar sinds de eerste AOW-uitkering dermate veranderd dat zelfs het Nederlandse pensioen onzeker is geworden. Willen ook jongeren nog verzekerd zijn van een solide oudedagsvoorziening, dan is hervorming van het stelsel onontkoombaar. En snelheid is geboden, zodat er een modern, stevig pensioensysteem is voordat er een volgende financiële crisis uitbreekt.

Dertigers en veertigers van nu zullen de hond in de pot vinden

‘We zitten vastgeklonken op een wegzinkende Titanic, terwijl het orkest gewoon doorspeelt,’ waarschuwde Martin Pikaart, wiskundige en onafhankelijk pensioenstrateeg, acht jaar geleden. In zijn boek De pensioenmythe wreef hij Nederlanders onder de neus dat hun pensioenaanspraken op drijfzand gebouwd waren. Het bedrag op het jaarlijkse pensioenoverzicht klopte niet: ‘Al merkt u er nu nog weinig van, langzaam maar zeker zakt uw oudedagsvoorziening weg. Over een jaar of twintig is ze volledig verdwenen.’ Dertigers en veertigers van nu zullen de hond in de pot vinden.
 

Orkaan

Hoe kan dat, als de pensioenfondsen momenteel bijna 1400 miljard in kas hebben? De internationale bankencrisis, die in 2008 uitbrak, heeft alle betrokkenen lelijk met de neus op de pensioenfeiten gedrukt. Het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers bracht een orkaan teweeg in de financiële wereld. Aandelenkoersen van New York tot Tokyo zakten weg. Internationale banken kwamen in acute nood, moesten gered worden door overheden of gingen failliet. De economie in Amerika en Europa gleed in een diepe recessie. In de eurolanden brak een extra crisis uit doordat Griekenland gefraudeerd had met zijn begrotingstekort, dat drie keer zo hoog bleek als beweerd.

Centrale bankiers in Amerika, Europa en Japan pompten honderden miljarden in de economie om te voorkomen dat het internationale bankensysteem in elkaar zou klappen en om de kredietverlening aan bedrijven gaande te houden. Amerika’s centrale bankier Ben Bernanke sprak van de ernstigste financiële crisis sinds de Grote Depressie na de beurskrach van 1929. 

Niet bepaald een gunstig beleggingsklimaat voor pensioenfondsen, die het kapitaal van de kleine spaarder gezond moeten laten renderen. De dekkingsgraad van de meeste Nederlandse fondsen – de balans tussen verplichtingen en beleggingen – sloeg uit het lood. In 2008 daalden dekkingsgraden met wel twintig procentpunten. De aanhoudende renteverlagingen, die bedrijven moesten stimuleren om te investeren, gaven de pensioenbeleggingen een extra dreun. Menig pensioenfonds had voor elke uit te betalen pensioeneuro nog maar 0,90 euro in kas, terwijl 1,04 vereist is en 1,25 nodig is om de inflatie te corrigeren.

Toen minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken in de zomer van 2010 samen met De Nederlandsche Bank bekend maakte dat veertien pensioenfondsen de uitkering van zo’n 170.000 gepensioneerden dreigden te verlagen, ging er een schok door Nederland. Op zich klonk de verlaging logisch: zodra pensioenfondsen te weinig vermogen hebben om pensioenen uit te betalen zit er niets anders op dan uitkeringen te verlagen. In het Britse en Amerikaanse pensioenstelsel wordt zo’n verlies ook daadwerkelijk meteen genomen. Maar in Nederland, met zijn zachte sociale vangnet, was dat nog nooit voorgekomen.

Ouderen kregen een klap in het gezicht. De Socialistische Partij verweet de minister paniek te zaaien. Ook de sociaal-democraten twijfelden of korten niet te ver ging. Maar Donner, een typische realist, voelde er niets voor ‘de kop in het zand te steken’.

Al ver voor de kredietcrisis was immers duidelijk geworden dat pensioenfondsen met meer problemen kampten. Die problemen leidden na de crisis tot traag herstel. Want ook al bloeit de Nederlandse economie alweer een aantal jaren en zijn de beurskoersen weer de lucht in geschoten, pensioengerechtigden krijgen al jaren de inflatie niet vergoed. Bovendien is het aanvullend pensioen de afgelopen vijftien jaar gezakt van 70 procent van het laatst verdiende loon naar 70 procent van het gemiddelde loon: een daling van zo’n 15 procent. En nog steeds zijn de buffers van veel fondsen niet sterk genoeg.

Afgelopen zomer luidde De Nederlandsche Bank, toezichthouder op de pensioenfondsen, opnieuw de noodklok. Volgend jaar dreigen maar liefst 10 miljoen pensioenen van 65-plussers en werkenden te worden verlaagd. Een derde van ruim 150 fondsen die de bank heeft doorgelicht staat er dusdanig zwak voor dat verlaging van de uitkering onontkoombaar lijkt.
 

Taboe

Behalve de financiële crisis ligt er ook een structurele oorzaak achter de problemen, namelijk de vergrijzing. Nederlanders worden ouder en daardoor moet er langer pensioen worden uitbetaald. Sinds de vaststelling, in de vorige eeuw, van 65 jaar als pensioenleeftijd is de levensverwachting opgelopen tot 80 jaar. Toch bleef 65 jaar als pensioenleeftijd al die jaren gewoon bestaan. Tegelijkertijd worden er minder baby’s geboren en slinkt het aandeel van jongeren op de arbeidsmarkt. Minder premiebetalers dus.

Het gevolg?

Een kleinere groep werkenden moet het pensioen voor een groeiende groep ouderen opbrengen. Dat betekent simpelweg lagere pensioenen – geen populaire boodschap.

Elk voorzichtig initiatief om het pensioenstelsel aan te passen levert een veldslag op 

De rekenmeesters van het Centraal Planbureau waarschuwden twintig jaar geleden al voor de verregaande gevolgen van de vergrijzing voor toekomstige pensioenen. Maar op aanpassing van het pensioenparadijs rust een groot taboe, vooral bij de achterban van de vakbeweging, die uit overwegend oudere mannen bestaat.

De aanvullende pensioenen zijn bij uitstek het domein van werkgevers en vakbonden. Zij besturen samen de pensioenfondsen. De politiek gaat alleen over de AOW, al bepaalt ze wel de spelregels van de fondsen.

Elk voorzichtig initiatief om het pensioenstelsel aan te passen levert een veldslag op tussen de politiek, de werkgevers en de bonden. Bernard Wientjes, de vroegere werkgeversvoorzitter, noemde bij zijn vertrek in 2014 de strijd met de vakbeweging om aanpassing van de pensioenen het ‘grootste conflict’ dat hij de afgelopen tien jaar had meegemaakt. 

‘Alleen al de ruzies over het corrigeren van de inflatie voor gepensioneerden zijn talrijk,’ zegt Lans Bovenberg, hoogleraar economie aan Tilburg University. Natuurlijk is inflatiecorrectie leuk voor de oudere generatie, voor wie de bonden opkomen. Maar voor jongeren blijft er dan te weinig over in de pot, zegt Bovenberg. Hij heeft de pensioenstrijd van nabij meegemaakt als onafhankelijk lid van de Sociaal-Economische Raad (SER), die de regering adviseert.

Nu is er onder druk van de politiek wel iets gebeurd om het pensioenstelsel financieel stabieler te maken. Zo nam de regering-Balkenende II in 2003 al het initiatief om vervroegde uittreding (VUT) te ontmoedigen, zodat meer mensen tussen 55 en 65 jaar zouden doorwerken.

De vakbeweging stond meteen op de rem, want de achterban voelde er niets voor. Een jaar later stroomde het Museumplein in Amsterdam voor het eerst sinds jaren weer vol. Uiteindelijk kwam er een typische polderoplossing uit de bus: de VUT werd sterk versoberd, maar de verandering werd over een lange periode uitgesmeerd. Inmiddels zijn alle mensen die vervroegd zijn uitgetreden pensioengerechtigd. Maar doordat er zoveel babyboomers vervroegd stopten met werken, loopt de premiebetaling voor de VUT door tot in 2021. Dan pas is de regeling helemaal betaald.

Sinds 2003 is het aantal werkende vijftigers en zestigers sterk gestegen. Vooral meer mannen tussen 60 en 65 jaar werken door, blijkt uit het recente onderzoek Arbeidsparticipatie van het Centraal Planbureau. Werkte in 1998 nog slechts 20 procent van de mannen tussen 60 en 65 jaar, in 2018 was dit 65 procent.
 

Eenmanszaak

Maar naast het einde van de VUT is er meer nodig om het pensioensysteem betaalbaar te houden. Want er is nóg een factor die het stelsel kwetsbaar maakt: de arbeidsmarkt is ingrijpend veranderd. Van de ruim 8 miljoen werkenden zijn inmiddels 3 miljoen flexwerkers actief, van wie 1,2 miljoen als zzp’er.

De flexibele arbeidsmarkt trekt een wissel op het pensioensysteem. Dat is destijds opgebouwd met een stabiele premie-inleg van werknemers met een langdurig vaste baan.

Werkenden met flexibele arbeidscontracten bouwen echter veel onregelmatiger pensioen op. En zelfstandigen sparen zelf voor een pensioen en betalen dus niet mee aan het stelsel van collectieve aanvullende bedrijfspensioenen.

Daarnaast blijkt dat 856.000 werknemers in loondienst helemaal geen pensioenregeling bij hun werkgever hebben, zo blijkt uit onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar voor het ministerie van Sociale Zaken uitvoerde. Het gaat onder andere om werknemers, die minder verdienen dan het wettelijk minimumloon en om werknemers die een vast contract hebben via een uitzendbureau. Dat aantal is drie keer zo groot dan gedacht.

'Mensen zagen zichzelf al als Chris Zegers in een Zwitserleven-reclame zeilend op hun catamaran in een tropisch paradijs'

Arbeidsmarktexperts voorzien dat de trend naar flexibilisering, vaak met gebrekkige arbeidsvoorwaarden, zal doorzetten. ‘Alleen al door de veranderde arbeidsmarkt en de vergrijzing is dit pensioenstelsel niet vol te houden,’ zegt Bovenberg.

De gevolgen zijn al voelbaar voor pensioengerechtigden. De pensioengaranties die mensen zijn beloofd, kunnen niet meer worden waargemaakt. Dat heeft het vertrouwen in het stelsel een flinke knauw gegeven.

‘We hebben niet geleverd wat we beloofd hebben,’ erkent Gerard van Olphen van pensioenuitvoerder APG. Zijn kantoor belegt de pensioenen voor het grootste pensioenfonds in Nederland, het ABP, waaraan 800.000 ambtenaren meebetalen. ‘Mensen zagen zichzelf al als Chris Zegers in een Zwitserleven-reclame zeilend op hun catamaran in een tropisch paradijs. Waarschijnlijker is dat het een bootje in Sneek wordt,’ zei Van Olphen afgelopen oktober in Het Financieele Dagblad.
 

Casinopensioen

Kortom, hervorming van het pensioensysteem is dringend nodig. Alleen: de drie hoofdrolspelers krijgen het maar niet voor elkaar. Al zeker negen jaar wordt erover gepraat. Even leek het pleit beslecht, in 2010. ‘We hádden een goed akkoord,’ zegt Cees Oudshoorn, algemeen directeur van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Overheid, bonden en werkgevers hadden elkaar na lang touwtrekken gevonden, zo leek het.

De leeftijd voor de AOW en voor de aanvullende pensioenen zou stapsgewijs worden opgetrokken naar 67 jaar in 2025. De pensioenleeftijd zou aan de levensverwachting worden gekoppeld. Ook het pensioencontract zelf zou veranderen: wel een vaste premie, geen vaste pensioengaranties meer. De uitkeringen zouden afhangen van de ontwikkelingen op de financiële markten. Deelnemers in pensioenfondsen moesten zelf meer risico dragen.

Een vast pensioen is definitief verleden tijd

Bij de uitwerking van het akkoord een jaar later ging het mis. Want wie moest het verlies dragen als het tegenzat: ouderen of jongeren? En toen deed plots het begrip ‘casinopensioen’ de ronde bij de achterban van de FNV. De zaak liep op de klippen.

Vervolgens deed het kabinet-Rutte I wat het kon om de AOW financieel stabieler te maken voordat Nederland opnieuw in slecht weer terecht zou komen. Daarom is sinds 2013 de AOW-leeftijd stapsgewijs opgetrokken naar 67 jaar in 2023; even later werd dit traject versneld naar 2021.

Na een afkoelingsperiode en een nieuwe pensioenverkenning van de SER begon het kabinet vorig jaar met nieuw overleg. Op tafel lag een modern pensioencontract: een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve deling van risico’s. Jongeren hoefden volgens het plan niet meer extra mee te betalen voor ouderen. En deelnemers kregen meer vrijheid om te kiezen hoe ze hun pensioen opnemen.

Ouderen konden tevreden zijn, omdat ze konden rekenen op een levenslange uitkering. En verliezen bij beleggingen zouden samen worden gedragen, niet individueel, zoals ze vreesden. Wel zou ook in dit model het pensioen fluctueren. Het kon hoger of lager uitvallen, afhankelijk van de economische situatie. Een vast pensioen is definitief verleden tijd.
 

Sociale partners en de minister waren in november bijna akkoord, maar toen brak de opstand van ouderen binnen de FNV opnieuw uit. Plots stelde de vakbeweging extra eisen: geen verhoging van de pensioenleeftijd, niemand mocht erop achteruitgaan en extra geld was nodig voor vervroegd uittreden. Onder druk van de achterban blies FNV-voorzitter Han Busker het overleg af. Sinds die bewuste dinsdagavond van 20 november in Den Haag heerst er radiostilte.

‘AOW naar 65 jaar, met een hogere uitkering’, is de verkiezingsleus van de SP, die inmiddels sterk binnen de FNV is vertegenwoordigd.

Wie denkt dat deze optie na de Eerste Kamerverkiezingen op 27 mei bij andere politieke verhoudingen serieus op de pensioentafel komt, rekent zich onterecht rijk.

Onderhandelingen over een moderner pensioenstelsel kunnen niet door luchtfietsers gegijzeld worden. Vernieuwing van het pensioenstelsel wordt breed gedragen, zo bleek tijdens de maatschappelijke pensioendialoog de afgelopen jaren. De betrokken partijen zullen zich moeten opsluiten in een escape room, waar ze alleen uit kunnen als ze een oplossing hebben. Wie in de toekomst met pensioen gaat, is met een bootje in Sneek beslist beter af dan met een lekgeslagen catamaran.

Uit Maarten! 2019-I
maandag 20 mei 2019

Gerelateerde artikelen

Dag, gouden jaren

maandag 18 december 2017

‘Kinderen krijgen het niet meer beter dan hun ouders’

woensdag 6 december 2017

'Stop met sparen, geld moet rollen'

maandag 27 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.