Maartens recensie van Gouden jaren

Gouden jaren. Hoe ons dagelijks leven onvoorstelbaar is veranderd

Maarten van Rossem

Uit Historisch Nieuwsblad, 2014, nr. 11.
 
Voor Gouden Jaren van Annegreet van Bergen ben ik een ideale bespreker. Dat komt doordat ik in 1943 ben geboren. Niemand die na 1952 is geboren kan dit boek verantwoord bespreken. Mijn concrete herinneringen beginnen in de verbluffend warme zomer van 1947. Zodoende heb ik de hele beschreven periode zelf van nabij meegemaakt: van de aanvankelijke armoedige schraalheid, het begin van de Gouden Jaren, de ongekende bloei van de Gouden Jaren tot het vergaan van de Gouden Jaren.
 
Annegreet van Bergen is een van de gasten tijdens het Geschiedenis Festival.
Meer weten? Ga naar www.geschiedenisfestival.nl.

Ik deel Van Bergens beschaafd geformuleerde overtuiging dat wij zeikerds en zeurders zijn geworden, nooit tevreden, altijd in de greep van een of andere hysterische misvatting. Nederland behoort tot de zes fijnste, rijkste, veiligste en humaanste landen ter wereld, maar dat zou je bepaald niet zeggen als je het aanhoudende nationale geweeklaag aanhoort. Zeker, beste briefschrijver die aandacht vraagt voor de armoede in Nederland, er is armoede, maar relatief minder dan elders. En er zijn zielige oudjes, maar ook die hebben het beter dan elders. De Gouden Jaren waren geweldig, omdat het steeds leuker werd, omdat we van armoe naar rijkdom gingen.

Het eerste signaal van de consumptiesamenleving in ons sobere gezin was een groen-witte koffergrammofoon van het merk Triotrack, die mijn vader volkomen onverwacht meebracht. Hij had er ook een heel setje platen bij gekocht, Franse chansons (Frankrijk was toen nog in de mode) en veel Mozart. Nu nog krijg ik bij Brassens en Mozarts pianoconcerten direct tranen in mijn ogen. Daarna ging het snel. Rond 1960 kregen we na jaren wachten een telefoon, waarmee we van mijn moeder alleen zakelijke gesprekken mochten voeren. Vooral geen gepraat met vriendinnen aan de telefoon.

Het hoofdstuk over de komst van de telefoon en de uiteindelijke totale telefoonverslaving is een van Van Bergens beste stukken. Vooral de verhalen dat je vroeger bij crises of ernstige verwondingen bij gebrek aan een telefoon niemand kon verwittigen, zijn aangrijpend. Ik wist helemaal niet dat - toen er nog telefonistes nodig waren - ’s nachts het hele telefoonsysteem simpelweg werd uitgezet. Telefoneren was aanvankelijk schuwduur. Het is trouwens nog steeds veel duurder dan noodzakelijk.

Na de telefoon kwam er een auto, in eerste instantie een duifgrijze tweedehands Renault Dauphine, een ronduit waardeloze auto. Vervolgens een nieuwe R4, een geniaal koekblik, een auto om verliefd op te worden, wat ik dan ook werd. Wat mij betreft was die auto het grootste geschenk van de Gouden Jaren. Ik was dol op autorijden (nu niet meer); ik reed enorme afstanden, zonder dat ik ergens hoefde te zijn. Het ding gaf je een groot gevoel van vrijheid. Ooit reed ik met drie vrienden met die R4 naar Athene, waarbij we de Stelvio-pas in z’n achteruit hebben bedwongen, omdat het motortje het anders niet trok.

Ik herinner me ook de komst van de ijskast en de wasmachine, in dit boek allemaal voortreffelijk beschreven, maar dat waren geen zaken die mij vrolijk stemden, zoals de auto en de grammofoon. Wel moet ik toegeven dat het handig was dat door de komst van de ijskast de melk niet voortdurend zuur werd. In mijn Werdegang als consument ontbreekt tot nu toe de televisie. Dat klopt; mijn ouders hadden daar niets mee. Ik ben pas tv gaan kijken in 1966, toen ik in een studentenhuis ging wonen. Een kleurentelevisie heb ik pas in 1976 gekocht. Die kleuren-tv vond ik wel geweldig; ik heb toen zelfs enkele weken naar De Fabeltjeskrant gekeken.

Over al deze nieuwe producten en nog veel meer valt te lezen in het bijzonder aardige boek van Van Bergen. Het is vooral zeer educatief voor de klagers en de zeurders. Ze weten het niet, maar we leven in het paradijs!
 
Gouden Jaren. Hoe ons dagelijks leven onvoorstelbaar is veranderd
Annegreet van Bergen
352 p. Atlas Contact,
€ 19,99