Bij de sociaal-democraten zitten altijd rechtbuitens

Gerdi Verbeet en Rob Oudkerk op het ledencongres van GroenLinks-PvdA. Nieuwegein, 21 juni 2025.

Gepubliceerd op:

Door Ewout Klei

Oud-bestuurders van de PvdA vinden dat de partij de echte arbeiders in de steek laat. Onder de naam Rood Vooruit verzetten ze zich tegen de fusie met GroenLinks. Daarmee passen ze in een traditie van behoudend verzet binnen de sociaal-democratie.

Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse edities of word abonnee

Openingsbeeld Gerdi Verbeet en Rob Oudkerk op het ledencongres van GroenLinks-PvdA. Nieuwegein, 21 juni 2025.

Zaterdag 21 juni was een emotionele dag voor verontruste PvdA’ers. Niet alleen schaarde het landelijke GroenLinks-PvdA-congres zich massaal achter de motie van Kamerlid Kati Piri om Israël geen defensieve wapens meer te leveren, ook kregen tegenstanders van de motie boegeroep over zich heen toen zij het podium opgingen. Voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, een van de drijvende krachten achter de pressiegroep Rood Vooruit, verliet huilend de zaal. Kort daarna zegde ze haar PvdA-lidmaatschap op. Het tumultueuze congres domineerde vervolgens dagenlang de talkshows en de krantenpagina’s.

Ook oud-wethouder Reshma Roopram trok haar conclusies. ‘Ik voelde me niet veilig tussen mijn eigen partijgenoten,’ zei ze tegen RTV Rijnmond. Of Rood Vooruit een nieuwe partij moet worden, daarover hield ze zich op de vlakte. ‘Een partij opstarten begint niet in Den Haag. Dat begint in de wijken en tussen de mensen en bouwt dan langzaam uit tot een beweging.’ Eerst wilde ze alles ‘een goed plekje geven’ voordat ze ging nadenken over de oprichting van een nieuwe partijformatie.

De geschiedenis herhaalt zich nooit precies, maar het recente drama bij de PvdA kent zeker precedenten. Eerder protesteerden conservatieve sociaal-democraten tegen de progressieve koers van hun partij, eerst binnen de SDAP, later binnen de PvdA. Soms leidde dat tot afsplitsingen, maar lang niet altijd. Wat vertelt de geschiedenis van deze ‘rechtsbinnens’ (en soms ‘rechtsbuitens’) ons? En wat kan GroenLinks-PvdA hiervan leren?

Koerswijziging

Een belangrijke mijlpaal voor de Nederlandse sociaal-democratie was de oprichting van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Deze partij ontstond in 1894 als een soort rechtse afsplitsing van de Sociaal-Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. De SDB had het parlementarisme afgezworen, terwijl de SDAP de democratie zag als een middel om de revolutie een stapje dichterbij te brengen.

Democratie was voor de SDAP aanvankelijk geen doel op zich. Burgerlijke partijen vertrouwden de SDAP daarom niet helemaal. Toen Pieter Jelles Troelstra in 1918 de revolutie uitriep, een ‘vergissing’ zei hij later, zette hij de SDAP voor lange tijd buitenspel. Pas in 1939 mocht de partij meeregeren. In de jaren dertig werd een belangrijke koerswijziging ingezet, vertelt historicus en politicoloog Ruud Koole, van 2001 tot 2005 voorzitter van de PvdA. ‘De SDAP nam afscheid van de gesloten marxistische ideologie.

Het Plan van de Arbeid uit 1935 vormde een belangrijke stap richting een hervormingsgezind sociaal-democratisch beleid. Ook accepteerde de SDAP de nationale staat, inclusief de noodzaak van defensie.’ Deze ‘open’ sociaal-democratie is volgens Koole nog steeds de leidende stroming. De nieuwe koers werd mede uitgedacht door denkers als Willem Banning, Willem Bonger, Wiardi Beckman en Hilda Verwey-Jonker, maar de eerste aanzet kwam van conservatievere partijleden – rechtsbinnens – van wie sommigen later de partij verlieten.

Presentatie van het Plan van de Arbeid. Utrecht, 1935.

Presentatie van het Plan van de Arbeid. Utrecht, 1935.

Aanleiding voor hun kritiek was de reactie van de SDAP op de muiterij op het oorlogsschip De Zeven Provinciën in 1933, waar linkse en Indonesische matrozen in opstand waren gekomen tegen hun officieren. Twee partijoprichters, Henri Polak en Jan Schaper, vonden dat de partijleiding zich scherper moest distantiëren van revolutionair gedachtegoed en pal moest staan voor democratie en gezag. Schaper waarschuwde zelfs dat passiviteit tegenover revolutionaire oprispingen ‘de weg voor fascisme’ vrijmaakte. Omdat de partijleiding beloofde dat de kwestie intern besproken zou worden, zagen zij af van publieke actie.

Den Uyl zei zelf dat hij behoorde tot het ‘zondige ras der reformisten’

De econoom Jan Goudriaan koos wél voor openlijke kritiek. In een artikel voor De Groene Amsterdammer pleitte hij ervoor dat de SDAP afstand nam van revolutionaire taal en het gezag van de democratische rechtsstaat onvoorwaardelijk erkende. Zijn openlijke optreden buiten de partijkanalen werd hem zwaar aangerekend. Maar voordat hij geroyeerd werd, zegde hij zijn lidmaatschap zelf op. Vlak daarna publiceerde Goudriaan het boekje Socialisme zonder dogma’s, waarin hij de partij verweet te dogmatisch aan het marxisme vast te houden.

Ook Kamerlid Jan Duijs daagde de partijleiding publiekelijk uit. In juni 1933 publiceerde hij het pamflet Ter oriëntering, waarin hij opriep tot een koerswijziging. De SDAP moest de democratie omarmen, communisten uitsluiten en stoppen met pleidooien voor eenzijdige ontwapening.

De SDAP zou deze standpunten allemaal overnemen. Maar omdat Duijs niet de gebaande paden wilde bewandelen en zijn pamflet nota bene in een interview met De Telegraaf aankondigde leidde zijn actie tot zijn royement. Een verbitterde Duijs gaf vervolgens Joodse partijgenoten de schuld en zou zich in 1939 zelfs aansluiten bij de NSB.

Duijs was een opportunistische eenling, niet representatief voor andere dissidente SDAP-politici, zegt Gerrit Voerman, oud-directeur van het Documentatiecentrum Politieke Partijen. ‘De meeste kritiek op de SDAP kwam destijds van links. In 1909 splitste de Sociaal-Democratische Partij zich af, die later de Communistische Partij Holland zou worden. In 1932 volgde de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) van de intellectuele Jacques de Kadt en Sal Tas.’

Afkeer van het nieuwe links

Ook na de oprichting van de Partij van de Arbeid in 1946 – een fusie van de SDAP, de Vrijzinnig-Democratische Bond en de Christelijk-Democratische Unie – kwamen de critici uit de linkerhoek. Zo vond de linkse pressiegroep het Sociaal-Democratisch Centrum de PvdA en premier Willem Drees te gematigd en verlangde een marxistische koers. Het partijbestuur was daar echter niet van gediend en dwong het SDC in 1959 tot opheffing. Het centrum had de tijdgeest niet mee: de jaren vijftig waren het hoogtepunt van de Koude Oorlog, met grote argwaan jegens alles wat naar communisme rook. Dat veranderde in de jaren zestig. In 1966 ontstond de pressiegroep Nieuw Links, die wél aansloeg in de veranderende tijdgeest.

Han Lammers wint in 1967 een kartwedstrijd voor politici. Hij draagt daarbij een T-shirt met de tekst ‘Tien over Rood’: het manifest van Nieuw Links.

Han Lammers wint in 1967 een kartwedstrijd voor politici. Hij draagt daarbij een T-shirt met de tekst ‘Tien over Rood’: het manifest van Nieuw Links.

In 1969 wisten de leden de PvdA tot een progressieve koers te bewegen. Jonge PvdA’ers lanceerden een radicaal manifest met voorstellen als erkenning van de DDR en de Vietcong, een erfenisbelasting van 99 procent boven 100.000 gulden, en meer geld voor ontwikkelingssamenwerking. Partijvoorzitter Sjens Tans en – met enige reserve – partijleider Joop den Uyl steunden deze beweging, die de tanende PvdA weer aantrekkelijk maakte voor jonge kiezers: van 37 zetels in 1967 groeide de partij naar 53 in 1977.

Den Uyl bekeerde zich niet tot Nieuw Links. Hij behoorde naar eigenzeggen tot het ‘zondige ras der reformisten’ en geloofde in geleidelijke verandering via de parlementaire weg: de smalle marge van democratische politiek. De verkiezingscampagne van 1977 was klassiek sociaal-democratisch, zegt Ruud Koole: gericht op bestaanszekerheid – betaalbare woningen, fatsoenlijk werk, goede voorzieningen – juist in een tijd van feminisering en individualisering. ‘Die pragmatische én idealistische koers bezorgde de PvdA haar grootste overwinning.’

Joop den Uyl op verkiezingscampagne voor de PvdA. Breda, 1982.

Joop den Uyl op verkiezingscampagne voor de PvdA. Breda, 1982.

Toch kostte Nieuw Links de PvdA ook aanhang. In diverse plaatsen in het land vielen afdelingen uiteen en stapten leden op. In 1969 richtten verontruste PvdA’ers het Democratisch Sociaal Appèl op, waaruit DS’70 zou ontstaan. Die partij haalde acht zetels in 1971, trad kort toe tot het kabinet-Biesheuvel, en bleef in 1972 over met zes zetels.

De leden van DS’70 deelden een afkeer van Nieuw Links, maar verschilden inhoudelijk sterk, zegt Voerman. Een groep rond Willem Drees junior – de zoon van – streefde nostalgisch naar een terugkeer naar de sociaal-democratie van de jaren vijftig. Het afgescheiden PvdA-Kamerlid Frans Goedhart en voormalige OSP’ers als De Kadt en Tas waren fel anticommunistisch en tegen het anti- Amerikanisme van Nieuw Links. Weer anderen wilden van DS’70 een middenpartij maken tussen PvdA en VVD in, een positie die D’66 al innam.

DS’70 had geen achterban en geen helder ideologisch profiel. De partij trok PvdA-kiezers, maar ook kiezers die eerder D’66, VVD of op een van de confessionele partijen hadden gestemd. Dit én de felle ruzies zorgden ervoor dat de partij in 1975 ruziënd uit elkaar viel, ofschoon de partij van 1977 tot 1981 nog met één zetel in de Tweede Kamer bleef vertegenwoordigd.

Oud PvdA’er Hendrik Pors jr. bij een partijbijeenkomst van DS’70 in 1970.

Oud PvdA’er Hendrik Pors jr. bij een partijbijeenkomst van DS’70 in 1970.

Toch was DS’70 zijn tijd vooruit. Zo waarschuwde de partij al in de jaren zeventig voor te veel immigratie vanwege de bevolkingsdruk en werkloosheid. In 1981 pleitte ze voor ‘bewuste aanpassing’ van mensen met een andere cultuur aan de Nederlandse samenleving en voor remigratie van ‘voormalige rijksgenoten’ – lees: Surinamers. Standpunten die eerder thuishoren bij populistische partijen van na 2000.

Belangrijker misschien: na 1986 liet de PvdA de erfenis van Nieuw Links en deels ook die van de traditionele sociaal-democratie achter zich. De partij schudde haar socialistische veren af en bewoog zich richting het politieke centrum, iets wat DS’70 eerder ook had gedaan. De PvdA ging volgens critici te veel mee in de neoliberale tijdgeest, door als regeringspartij ook te kiezen voor loonmatiging, deregulering en privatisering, het afbouwen van sociale zekerheid en bezuinigingen.

Minder arbeiders

Volgens Rood Vooruit heeft de PvdA de arbeiders in de steek gelaten. Een verwijt dat de PVV eerder heeft gemaakt. Maar is dit verwijt wel terecht? Feit is dat de arbeidersklasse sinds de jaren zeventig flink is gekrompen: van bijna de helft van de bevolking in de jaren zeventig naar ongeveer een kwart nu. In 1977 was de PvdA nog dé arbeiderspartij: 49 procent van de arbeiders stemde erop, terwijl het CDA met 34 procent op ruime afstand volgde. Onder de middenklasse was de PvdA veel minder populair, 24 procent van kiezers uit de middenklasse stemde erop, tegen 36 procent die voor het CDA koos.

Volgens politicoloog Philip van Praag vond de grote omslag plaats in 1994, zo schrijft hij in een artikel in de bundel Zeventig jaar Partij van de Arbeid. Tot eind jaren tachtig bleef ongeveer de helft van de arbeiders op de PvdA stemmen. Door de afname van deze groep kon de partij dit deels compenseren met redelijke scores onder de middenklasse. Maar na het impopulaire kabinet-Lubbers-Kok (1989-1994) zakte ook de arbeiderssteun in: nog maar 36 procent stemde in 1994 op de PvdA, terwijl de middenklasse niet méér steun ging bieden. Daarnaast was er altijd al een flink deel van de arbeiders dat niet op de PvdA stemde. Tijdens de verzuiling kozen confessionele arbeiders voor de confessionele partijen, en na de ontzuiling kwamen velen van hen bij de cultureel rechtse VVD terecht – of stemden helemaal niet.

Jongere laagopgeleide kiezers identificeren zich nauwelijks met de PvdA

De opkomst van het populisme heeft de neergang van de PvdA versterkt, stelt Van Praag. De partij verloor niet massaal kiezers aan de PVV, maar Wilders trok wél veel mensen met een PvdA-achtergrond. Bij een enquête uit 2010 gaf de helft van de PVV-kiezers aan dat hun ouders PvdA stemden. Jongere, vaak laagopgeleide kiezers identificeren zich nauwelijks nog met de PvdA. Tegelijkertijd blijkt uit politicologisch onderzoek dat er maar heel weinig kiezers zijn die een directe overstap maakten van PvdA naar PVV. In 2023 stemde ongeveer 40 procent van de arbeiders op de PVV, maar dat ging ten koste van de VVD, het CDA of het niet-stemmen – niet zozeer van linkse partijen.

Maar kan de PvdA de arbeidersklasse weer terugwinnen door een cultureel conservatieve koers te varen? Wetenschappers zijn sceptisch. ‘PVV-stemmers zijn niet terug te winnen met milde linkse of conservatieve standpunten,’ zegt politicoloog Maurits Meijers die verbonden is aan de Universiteit Antwerpen. ‘Zij worden juist aangesproken door de harde toon van Geert Wilders over migratie.’ Als een sociaal-democratische partij cultureel conservatiever wordt – bijvoorbeeld door kritischer te zijn op migratie – verliest ze bovendien direct haar meer progressieve achterban aan partijen als D66, Volt of Partij voor de Dieren. ‘Je kunt die kiezers maar één keer verliezen.’

In Denemarken is de sociaaldemocratie electoraal overeind gebleven juist door cultureel conservatiever te worden en hard in te zetten op migratiebeperking. Maar of die strategie in Nederland werkt, is de vraag, zegt Meijers. ‘Dat succes is niet zomaar naar Nederland te kopiëren.

In Denemarken gaan coalities zelden over het midden. Je hebt een links blok en een rechts blok. De sociaaldemocraten verliezen met hun immigratiekritische koers inderdaad stemmen aan groene partijen ter linkerzijde, maar dat maakt niet uit, want die behoren ook tot hetzelfde blok.’

Dat de Deense sociaal-democraten zo conservatief zijn op migratie komt omdat het socialisme in Scandinavië van oudsher erg gericht was op ‘het volk’, legt Leo Lucassen uit. ‘Tijdens het Interbellum was eugenetica populair in Scandinavië. De sociaaldemocraten dachten veel minder in klassentegenstellingen. Maar geloofden in het ideaal van de samenleving als een huis voor het hele volk, zowel voor boeren als arbeiders. Dit Folkhemmet moest worden beschermd tegen wat zij zagen als de onderklasse, maar ook tegen “onzuivere” elementen uit het buitenland, waaronder Joden. Bij de SDAP was dit denken minder populair, maar de Nederlandse sociaal-democratie heeft ook een nationalistische stroming, met “ons volk” als uitgangspunt.’

Lucassen wijst in dit verband op DS’70, de beruchte SP-brochure Gastarbeid en Kapitaal uit 1983 en de migratiekritische partij NieuweWegen die Jacques Monasch in 2016 oprichtte, nadat hij de PvdA-Kamerfractie verliet. Maar ook in de PvdA zelf zie je dit denken soms terug, benadrukt hij. Lodewijk Asscher had belangstelling voor het Deense model en waarschuwde in 2013 voor de openstelling van de arbeidsmarkt voor Bulgaren en Polen. ‘Het maakt de toekomst van de fusiepartij Groen-Links-PvdA complex. Er zitten verschillende richtingen in de partij. Nationaal en internationaal, sociaal en cultureel progressief, maar ook behoudend. Dat wordt een lastige balans.’

Geert Wilders gaat op de foto met een van zijn aanhangers. Helmond, 9 maart 2019.

Splinterpartij

Toch moet de PvdA de gewone mensen niet in de steek laten, vindt Ruud Koole. ‘De PvdA is altijd een partij van de arbeid gebleven. Niet alleen voor de arbeider, maar voor iedereen die werkt of werkt voor de samenleving: verpleegkundigen, onderwijzers, politieagenten – de brede, lagere middenklasse.’ Dat blijft volgens hem de kernachterban van de partij. ‘Ook al verandert de samenleving, de benadering van de partij hoeft niet wezenlijk te veranderen. De PvdA moet zich blijven richten op sociale thema’s – bestaanszekerheid, onderwijs, huisvesting, klimaatrechtvaardigheid – maar dat moet wel voor iedereen zijn.’

Tegelijkertijd zijn er ook nieuwere thema’s, zoals klimaat en diversiteit. Maar, zegt Koole, de campagne van Groen-Links-PvdA moet zich primair blijven richten op sociaal-economische kwesties. ‘De balans bewaren is cruciaal. De PvdA moet links van het midden blijven. Niet radicaal links, niet het centrum, maar gematigd links. Die positie is alleen houdbaar door voortdurend het evenwicht te bewaren tussen verschillende stromingen en spanningen in de partij. Joop den Uyl deed dat ook in 1977 en won daar de verkiezingen mee.’

‘Rood Vooruit is als partij volkomen kansloos’

Zal Rood Vooruit een kans maken om in de Tweede Kamer te komen, als Rob Oudkerk cum suis besluiten een alternatieve sociaal-democratische partij op te richten? Voerman ziet er geen heil in. ‘Volkomen kansloos. DS’70 bestond nog uit actieve politici, bij Rood Vooruit zijn het alleen maar oudgedienden. Daarnaast bestaat er al een partij die het ouderwetse sociaal-democratische geluid vertolkt: de SP.’

Ook Meijers is sceptisch. ‘Dat wordt een splinterpartij met een klein electoraal plafond. De PVV-kiezers waarop ze mikken zitten stevig vast. En in het beste geval win je wat kiezers uit het midden – maar ook die kun je zo weer verliezen heeft de geschiedenis van DS’70 geleerd.’

Wordt Rood Vooruit inderdaad een nieuw DS’70? Of blijft het een tijdelijke pressiegroep? De tijd zal dit uitwijzen. Zeker is dat het onbehagen binnen de sociaal-democratie niet nieuw is, maar telkens een nieuwe gedaante aanneemt.

Oud-bestuurders van de PvdA vinden dat de partij de echte arbeiders in de steek laat. Onder de naam Rood Vooruit verzetten ze zich tegen de fusie met GroenLinks. Daarmee passen ze in een traditie van behoudend verzet binnen de sociaal-democratie.

Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse edities of word abonnee

Openingsbeeld Gerdi Verbeet en Rob Oudkerk op het ledencongres van GroenLinks-PvdA. Nieuwegein, 21 juni 2025.

Zaterdag 21 juni was een emotionele dag voor verontruste PvdA’ers. Niet alleen schaarde het landelijke GroenLinks-PvdA-congres zich massaal achter de motie van Kamerlid Kati Piri om Israël geen defensieve wapens meer te leveren, ook kregen tegenstanders van de motie boegeroep over zich heen toen zij het podium opgingen. Voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, een van de drijvende krachten achter de pressiegroep Rood Vooruit, verliet huilend de zaal. Kort daarna zegde ze haar PvdA-lidmaatschap op. Het tumultueuze congres domineerde vervolgens dagenlang de talkshows en de krantenpagina’s.

Ook oud-wethouder Reshma Roopram trok haar conclusies. ‘Ik voelde me niet veilig tussen mijn eigen partijgenoten,’ zei ze tegen RTV Rijnmond. Of Rood Vooruit een nieuwe partij moet worden, daarover hield ze zich op de vlakte. ‘Een partij opstarten begint niet in Den Haag. Dat begint in de wijken en tussen de mensen en bouwt dan langzaam uit tot een beweging.’ Eerst wilde ze alles ‘een goed plekje geven’ voordat ze ging nadenken over de oprichting van een nieuwe partijformatie.

De geschiedenis herhaalt zich nooit precies, maar het recente drama bij de PvdA kent zeker precedenten. Eerder protesteerden conservatieve sociaal-democraten tegen de progressieve koers van hun partij, eerst binnen de SDAP, later binnen de PvdA. Soms leidde dat tot afsplitsingen, maar lang niet altijd. Wat vertelt de geschiedenis van deze ‘rechtsbinnens’ (en soms ‘rechtsbuitens’) ons? En wat kan GroenLinks-PvdA hiervan leren?

Koerswijziging

Een belangrijke mijlpaal voor de Nederlandse sociaal-democratie was de oprichting van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Deze partij ontstond in 1894 als een soort rechtse afsplitsing van de Sociaal-Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. De SDB had het parlementarisme afgezworen, terwijl de SDAP de democratie zag als een middel om de revolutie een stapje dichterbij te brengen.

Democratie was voor de SDAP aanvankelijk geen doel op zich. Burgerlijke partijen vertrouwden de SDAP daarom niet helemaal. Toen Pieter Jelles Troelstra in 1918 de revolutie uitriep, een ‘vergissing’ zei hij later, zette hij de SDAP voor lange tijd buitenspel. Pas in 1939 mocht de partij meeregeren. In de jaren dertig werd een belangrijke koerswijziging ingezet, vertelt historicus en politicoloog Ruud Koole, van 2001 tot 2005 voorzitter van de PvdA. ‘De SDAP nam afscheid van de gesloten marxistische ideologie.

Het Plan van de Arbeid uit 1935 vormde een belangrijke stap richting een hervormingsgezind sociaal-democratisch beleid. Ook accepteerde de SDAP de nationale staat, inclusief de noodzaak van defensie.’ Deze ‘open’ sociaal-democratie is volgens Koole nog steeds de leidende stroming. De nieuwe koers werd mede uitgedacht door denkers als Willem Banning, Willem Bonger, Wiardi Beckman en Hilda Verwey-Jonker, maar de eerste aanzet kwam van conservatievere partijleden – rechtsbinnens – van wie sommigen later de partij verlieten.

Presentatie van het Plan van de Arbeid. Utrecht, 1935.

Presentatie van het Plan van de Arbeid. Utrecht, 1935.

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Gerelateerde artikelen

Jesse Klaver: ‘Politici weten wat er moet gebeuren, maar durven dat niet te zeggen’

Bestuurlijk vandalisme nekt de woningbouw

Maarten: ‘Als links nog wat wil betekenen, is dit het moment’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.
 
Consent choices