Als dienstplichtige leerde je niets

Door Maarten van Rossem

Vier maanden lang volgde ik de basisopleiding tot tankcommandant. Die bleek vooral te bestaan uit wachten. En uit vele nutteloze bezigheden. Toen ik daartegen protesteerde, afficheerde ik mij als een eigenwijs sujet, en daar was men in dienst niet op gesteld.

Uit Maarten! 2022-2. Bestel het nummer hier.

Terwijl ik bezig was af te studeren moest ik plotseling in dienst. De studentendecaan had even niet opgelet, waardoor het ministerie van Defensie niet op de hoogte was van de onderzoeksbeurs die ik ondertussen had gekregen voor het Institut für Europäische Geschichte in Mainz. Zodoende ontving ik plotseling een onaangename brief van de autoriteiten die mij sommeerden op korte termijn in de Willem III Kazerne in Amersfoort te verschijnen. Zou ik dat niet doen, dan zou de marechaussee mij thuis komen ophalen.

Dat ik moest dienen kwam doordat ik lang geleden goedgekeurd was, geen pacifist was en er niets voor voelde om net te doen of ik gek was in de hoop dat ik met een zogeheten S5 (totale psychische ongeschiktheid) weggestuurd zou worden. Na een rommelige dag met veel en lang wachten werden wij afgevoerd naar de Prins Bernhard Kazerne in Amersfoort (ook dat nog). Wij wisten toen nog niet dat veel en lang wachten een essentieel onderdeel van de dienstplicht vormde. Het was de bedoeling dat wij zouden worden opgeleid tot tankcommandant, maar eerst moest de basisopleiding worden voltooid.

Ik merkte op dat exerceren voor aanstaande tankcommandanten een zinloze activiteit was…

De eerste drie weken mocht je niet naar huis. Zo begon een van de zonderlingste periodes van mijn leven, voor 90 procent gevuld met even merkwaardige als zinloze activiteiten. We sliepen daar op een kamer met achtmaal twee stapelbedden. Het bleek, zo vertelde de wachtmeester ons met permanente stemverheffing in kleutertaal, dat het inrichten van de eigen kast en het opmaken van het bed aan zeer strenge voorschriften waren gebonden. Onderbroeken moesten op mesbreedte worden opgevouwen. Niet zo’n beetje, maar zeer nauwkeurig, want de wachtmeester kwam het met een mes controleren. Het bovenlaken van het bed moest zo worden omgeslagen dat het precies gelijk viel met de kastdeur als die open was. Geen centimeter meer of minder.

Het opmaken van het bed is een dagelijks ritueel dat volgens strenge regels moet worden uitgevoerd, februari 1940.

 

Verkalkt systeem

Ik maakte de wachtmeester erop attent dat deze regelgeving volgens een recent regeringsbesluit niet meer nageleefd hoefde te worden. Dat was een grote fout. Mij werd direct te verstaan gegeven dat regeringsbesluiten in de kazerne genegeerd werden. Bovendien dienden dienstplichtigen hun mond te houden; bevel was bevel. Ik had mij zo al onmiddellijk geafficheerd als een eigenwijs sujet, en daar was men in dienst niet op gesteld. Er werden geen vragen gesteld, geen suggesties gedaan en er werd nimmer getwijfeld aan superieuren, wat die ook te beweren hadden.

… Fout! Dat kwam mij te staan op extra exercitie

We werden om zes uur gewekt door de wachtmeester. De kleine activiteiten na het opstaan waren in maximaal twintig minuten klaar. Vervolgens was er langdurig niets te doen, omdat de mess pas een uur later openging. Waarom we dan niet een uurtje later op konden staan, god mag het weten. Het was allemaal onderdeel van een volledig verkalkt systeem van gewoonten waar sinds de late negentiende eeuw nooit meer iets aan was veranderd. Het voedsel in de mess was even liefdeloos als smakeloos. Veel dienstplichtigen sloegen het ontbijt over en aten stroop- of pennywafels.

Waarmee werd de dag gevuld? Vanzelfsprekend met veel en langdurig wachten, verder met veel gymnastiek en exercitie. Door die voor mij ongebruikelijke gymnastiek was ik al snel zo stijf dat ik mij nauwelijks nog kon bewegen. Ik schuifelde rond als een oude man. Met exerceren ging ook veel tijd heen – zeker anderhalf uur per dag, in mijn herinnering. Ik kon het niet laten op te merken dat exerceren voor aanstaande tankcommandanten een bij uitstek zinloze activiteit was. Fout! Dat kwam mij te staan op extra exercitie.

Het popduo The Blue Diamonds begint de diensttijd met een knipbeurt, 1962.

 

Zelf nadenken

Exerceren had geen enkele zin, maar ook dat was nu eenmaal altijd zo geweest, zoals in dienst alles altijd zo was geweest. Aan de manier waarop de baret moest worden gedragen werd ook ruime aandacht gegeven: hij moest geplet over het hoofd worden gelegd. Waarom militairen zo’n ongelofelijk onhandig en niet-beschermend hoofddeksel als een baret moeten dragen is mij niet duidelijk. Het was streng verboden het kazerneterrein te verlaten zonder die baret, maar omdat je je hele leven natuurlijk niet zo’n nutteloos ding op je hoofd had gehad, vergat je dat voortdurend, waardoor je steeds weer terug moest.

Binnen de muren van de kazerne heerste ook een streng gehandhaafde censuur, die nergens op papier stond. Toen duidelijk werd dat ik in de avonduren weleens het toen populaire blad Hitweek las, werd mij direct te verstaan gegeven dat dat verboden was, omdat algemeen bekend was dat Hitweek onzedelijk en opruiend was. Vreemd genoeg was De Telegraaf ook verboden; wel toegestaan was het AD.

Nuttig was eigenlijk alleen de kaartleescursus die de aanstaande tankcommandanten moesten volgen. In het zaaltje waar die cursus werd gegeven hing een grote kaart van het noordelijk halfrond in fletse kleuren; alleen de Sovjet-Unie was uitgevoerd in helderrood. Uit die enorme rode vlek kwamen helderrode pijlen, die alle richtingen op wezen. Dat was de vijand. Nog steeds kijk ik met liefde naar stafkaarten, die een prachtig kaartbeeld hebben, in tegenstelling tot het lelijke computerkaartmateriaal dat je tegenwoordig overal ziet.

De verbazingwekkende, kritiekloze stompzinnigheid die de basisopleiding kenmerkte wordt en werd verdedigd met de veronderstelling dat disciplinering essentieel is. Maar is die kritiekloze discipline wel zo nuttig? Zeker in een modern leger, waarbij alle onderdelen van de vechtmachine goed moeten samenwerken, zijn zelf nadenken en initiatief nemen van eminent belang. In die jaren las ik eens een artikel over het Israëlische leger, indertijd zeker het meest effectieve leger ter wereld, waarin initiatief hoger werd gewaardeerd dan kadaverdiscipline. Ik ben ervan overtuigd dat er iets werkelijk leuks en leerzaams valt te maken van een opleiding voor tankcommandant, ook al schijnen tankbemanningen in oorlog zelden veel langer dan drie dagen te leven. Na iets minder dan vier maanden vertrok ik in september 1970 naar Mainz.

Reservisten laden granaten in een Centurion-tank. Oss, 1963.

 

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Vechten voor een vreemde

‘Een bekende Nederlander worden was het laatste waarop ik had gerekend’

Christ Klep: ‘De krijgsmacht is een Rupsje Nooitgenoeg’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.