Doe niet als de Zweden

Gepubliceerd op:

Door Koen Vossen

,Zweden was ooit een sociaal-democratische modelstaat, maar het traditionele vertrouwen in de democratie en politici liep steeds meer klappen op. Sinds 2022 heeft het land een conservatieve regering met een rechts-populistische gedoogpartner. Kan Nederland daarvan iets opsteken voor de komende kabinetsformatie?

Uit Maarten! 2024-1. Bestel losse nummers hier of word abonnee

Een aloud dilemma is weer terug van weggeweest. Moeten democratische partijen samenwerken met een partij die zowel in haar verkiezingsprogramma als in haar organisatie en optreden de grenzen van de rechtsstaat en democratie meer dan eens heeft overschreden? En zo ja, hoe dan? Neem de de PVV. Moet zo’n partij als een volwaardig coalitiepartner worden beschouwd die eigen ministers levert, of als gedoogpartner van een minderheidskabinet, zoals in het kabinet-Rutte I al eens is beproefd? En wat valt er te verwachten van een dergelijk kabinet?

Om die vragen te kunnen beantwoorden, is het verstandig de blik eens naar het noorden te wenden, meer precies naar Zweden waar sinds oktober 2022 een rechts minderheidskabinet aan het bewind is dat wordt gedoogd door de Zweedse PVV, de Sverigedemokraterna, ofwel de Zweden Democraten. Wat kan de Zweedse ervaring ons leren?

Dat Zweden anno 2024 een rechts-populistisch gidsland is geworden, mag gerust een opmerkelijke speling van de geschiedenis worden genoemd. Decennialang gold het Scandinavische land als een sociaal-democratische modelstaat met inspirerende leiders als Tage Erlander en Olof Palme. Uit de hele wereld kwamen sociaal-democraten langs in Stockholm om te leren van het succesvolle Zweedse model, dat aantoonde dat socialisme en kapitalisme goed hand in hand konden gaan. Andere partijen kwamen er in Zweden in de afgelopen honderd jaar nauwelijks aan te pas.

Zweden stond lang bekend als een progressief, sociaal-democratisch land. Zo hebben mannen er minstens drie maanden ouderschapsverlof

Dat gold lange tijd ook voor populistische anti-immigratiepartijen. In 1991 was er kortstondig succes voor de populistische beweging Nieuwe Democratie, geleid door een excentrieke aristocraat en een gewezen platenbaas. Deze ging echter geheel volgens het boekje ten onder aan onderlinge conflicten en pijnlijke onthullingen.

De ook toen al actieve Zweden Democraten speelden eveneens weinig klaar. De partij stond bekend als een verzamelplaats voor skinheads, antisemieten en neonazi’s die geweld niet schuwden en niet zelden over een indrukwekkend strafblad beschikten. De geldende kiesdrempel van 4 procent haalden ze bij lange niet, zodat niet serieus hoefde te worden nagedacht over een cordon sanitaire. Hoofdschuddend keken de Zweden toe hoe rechtse populisten in buurlanden Noorwegen, Denemarken en Finland electorale successen behaalden en zelfs in de regering kwamen.

Drastische restyling

Het kwam dan ook als een behoorlijke verrassing toen de Zweden Democraten in 2010 plots 5,7 procent van de stemmen behaalden en daarmee voor het eerst in de Riksdag kwamen. Dat resultaat dankte de partij grotendeels aan een drastische restyling door de 31 jaar oude Jimmie Åkesson, een afgestudeerd politicoloog uit de Zuid-Zweedse provincie Scania. Geïnspireerd door succesvolle rechtse populisten als Marine le Pen en Geert Wilders transformeerde Åkesson de Zweden Democraten tot een meer fatsoenlijke beweging voor Zweedse plattelanders die zich zorgen maakten over immigratie en islamitisch geïnspireerd terrorisme.

Hij verwijderde allerlei ongure elementen, stelde zich voortaan pal achter Israël en verkondigde dat hij een zero tolerance-beleid voerde ten aanzien van racistische uitingen in de partij. Om dit te onderstrepen nam hij een video op met twee partijleden van Aziatische afkomst en royeerde hij verschillende, soms prominente, leden die over de schreef waren gegaan. In navolging van Wilders beschouwde Åkesson niet langer een ras als voornaamste vijand, maar een religie: de islam.

Nadat zij eenmaal over de kiesdrempel waren gestapt, wisten de Zweden Democraten bij iedere volgende verkiezing stemmen te winnen; 12,4 procent in 2014, 17,5 procent in 2018 en 20,5 procent in 2022. Van een voornamelijk op het Zuid-Zweedse platteland populaire partij groeide zij uit tot een catch-all-partij voor de ‘gewone Zweed’ die zich in de steek gelaten zou voelen.

Tijdens de migratiecrisis van 205 stelde Zweden zich gastvrij op

Met immigratie had de partij een thema in handen gekregen dat iedere verkiezing meer aandacht kreeg. Tijdens de migratiecrisis van 2015 had Zweden zich bijzonder gastvrij opgesteld: geen enkel ander land had per hoofd van de bevolking zoveel vluchtelingen opgenomen. Veruit de meesten daarvan kwamen bovendien uit islamitische landen als Syrië, Irak, Afghanistan en Turkije.

In Zweden troffen zij een sterk gesegregeerd land aan, waar in bepaalde wijken in Stockholm, Göteborg en Malmö parallelle samenlevingen waren ontstaan die weinig binding hadden met de rest van het land. Weinig mensen spraken er Zweeds, drugscriminaliteit tierde er welig en zwaar bewapende jeugdbendes maakten er dikwijls de dienst uit. Vanaf 2017 laaide het bendegeweld sterk op en vielen er jaarlijks enkele tientallen doden en zeker honderd zwaargewonden in schietpartijen.

Hoewel het geweld maar zeer ten dele gerelateerd was aan de asielmigratie, werden vluchtelingen een makkelijke zondebok. Het werd er niet beter op toen een uitgewezen Oezbeekse asielzoeker in 2017 een terreuraanslag pleegde in Stockholm waarbij vijf doden vielen. Åkesson was er als de kippen bij om een J’accuse-achtige verkiezingsspot op te nemen.

Vluchtelingen werden een makkelijke zondebok

Hoewel het de meeste Zweden economisch voor de wind ging, nam het nationale humeur in de daaropvolgende jaren zienderogen af. De aanpak van de corona-epidemie stuitte op veel kritiek en met de Russische inval in Oekraïne kwam een einde aan een basaal gevoel van onkwetsbaarheid. De sociaal-democratische minister van defensie Peter Hultqvist, die in november 2021 nog stoer had verkondigd dat Zweden onder zijn bewind altijd neutraal zou blijven, vroeg in allerijl lidmaatschap van de NAVO aan.

Zijn partijgenoot premier Stefan Löfven ontpopte zich steeds meer als een politieke overlevingskunstenaar met ruttiaanse trekken. Door handig manoeuvreren wist hij met zijn minderheidscoalitie steeds meerderheden te krijgen voor allerlei wetsvoorstellen en ontsnapte hij verschillende malen ternauwernood aan een motie van wantrouwen. Toen hij deze in 2021 alsnog aan zijn broek kreeg, vormde hij doodleuk een nieuwe minderheidscoalitie met dezelfde partijen. Zonder tussentijdse verkiezing gaf hij vervolgens plotseling het stokje over aan Magdalena Andersson.

Vluchtelingen komen aan op een station in Malmö, 20 november 2015

Het traditioneel grote vertrouwen van de Zweedse bevolking in haar democratie en politici liep steeds meer klappen op. De drie grote centrumrechtse partijen, de Conservatieven, de Christen-Democraten en de Liberalen, hadden schoon genoeg van hun rol als oppositiepartijen waarnaar alleen werd geluisterd als ze Löfven aan een meerderheid konden helpen.

De ambitieuze conservatieve leider Ulf Kristersson deed twee keer pogingen om zelf een regering te vormen, maar de eeuwige Sociaal-Democraten dwarsboomden dat steeds. De verleiding om het cordon sanitaire te doorbreken en de Zweden Democraten tot samenwerking te bewegen, was te groot geworden om te kunnen weerstaan.

Rechts kabinet

Die samenwerking kwam er na de verkiezingen van 11 september 2022, die vrijwel geheel in het teken stonden van immigratie, nationale veiligheid en bendegeweld. De sfeer in het land was in korte tijd volledig omgeslagen, zo bemerkte ook de in de Verenigde Staten residerende Zweedse journalist Martin Gelin. Tot zijn verbijstering stelde hij bij een bezoek aan zijn geboorteland vast dat het Zweedse publieke debat vrijwel identiek was geworden aan dat van de Verenigde Staten.

Wilde, vaak onbewezen beschuldigingen aan het adres van politieke tegenstanders waren aan de orde van de dag, net als kolderieke uitvergrotingen van marginale fenomenen als drag queens tot fundamentele bedreigingen van de nationale identiteit. Hoewel alle lijsttrekkers elkaar leken te overtroeven in harde taal over immigratie en veiligheid, profiteerde ook in Zweden vooral de partij die zich eigenaar van dit thema mocht noemen: de Zweden Democraten.

Met 20,5 procent van de stemmen eindigde de partij boven de andere rechtse partijen, de Conservatieven, de Liberalen en de Christen-Democraten, maar nog wel ruim achter de Sociaal-Democraten die 30,3 procent van de stemmen haalden. Belangrijker echter was dat Kristersson met deze uitslag het door hem zo gewenste rechtse kabinet kon samenstellen, zij het met een zeer nipte meerderheid.

De daaropvolgende formatie was in een mum van tijd gepiept. Gekozen werd voor een variant die veel weg had van de gedoogconstructie zoals die in Nederland tussen 2010 en 2012 gold. Een minderheidskabinet van Conservatieven, Christen-Democraten en Liberalen kreeg gedoogsteun van de Zweden Democraten, die in ruil daarvoor wel een stevig stempel op het regeerakkoord mochten drukken.

Immigratie en integratie waren dan ook de belangrijkste thema’s in het 64 pagina’s tellende Tidö-regeerakkoord, vernoemd naar het kasteel waar het werd gesloten. De nieuwe regering beloofde een ware ‘paradigmaverschuiving’ op deze beleidsterreinen. Zo wilde ze het aantal immigranten drastisch beperken door niet meer dan duizend asielzoekers per jaar op te nemen, gezinshereniging sterk tegen te gaan, de toegankelijkheid tot de sociale zekerheid te bemoeilijken en nog wat van zulke maatregelen die immigratie naar Zweden moesten ontmoedigen. Het gewoonlijk met enig dedain beschouwde Denemarken strekte op dit terrein plots tot voorbeeld.

Bij het regeerakkoord kon rechts Zweden zijn vingers aflikken

Ook beloofde de regering meer werk maken van uitzettingen van uitgeprocedeerden en illegalen en wilde zij zelfs de mogelijkheden verkennen voor het uitzetten van slecht geïntegreerde Zweedse staatsburgers. Het bendegeweld hoopte zij te stoppen door een stevig politieoptreden, inclusief preventief fouilleren en zelfs een mogelijke inzet van het leger. Daarnaast vestigde de regering veel hoop op de bouw van nieuwe kerncentrales om de klimaatdoelen te halen, bezuinigde zij flink op ontwikkelingshulp en beloofde zij de belastingen te verlagen. Kortom, Tidö was een regeerakkoord waar rechts Zweden zijn vingers bij kon aflikken. Op 18 oktober 2022 stelde Kristersson glimmend van trots zijn regeringsploeg voor aan de koning.

Wat is er overgebleven van alle ambities? Is Kristersson erin geslaagd om de immigratie drastisch te beperken? En hoe loyaal zijn de Zweden Democraten?

Voorbereiden op een zwexit

Zeker is dat de nieuwe regering heeft ontdekt dat ‘politiek als boren in hard hout is’, zoals de befaamde Duitse socioloog Max Weber ooit stelde. Veel van de ambities op het gebied van immigratie bleken moeilijk te verwezenlijken, omdat ze in strijd zijn met wetgeving van de Europese Unie en/of het vluchtelingenverdrag van Dublin. Anders dan buurland Denemarken heeft Zweden geen zogenaamde opt-out bedongen zodat het veel minder bewegingsruimte heeft. Het aantal immigranten is dan ook niet drastisch afgenomen en van de beloofde deportaties van illegalen of onaangepaste Zweden is nog weinig terechtgekomen.

Pogingen om huisartsen en docenten te dwingen om ongedocumenteerden in hun praktijk of klas aan te geven, zijn gestuit op massale protesten. De stoere Law & Order-paragraaf heeft tot dusverre nog weinig indruk gemaakt op de criminele bendes. Als aspirant-lid van de NAVO en tijdelijk voorzitter van de Europese Unie, tussen januari en juli 2023, kon Zweden zich weinig bokkensprongen veroorloven.

In rap tempo kelderden de waarderingscijfers voor Kristersson en zijn team in de eerste maanden. De Liberalen en de Christen-Democraten zakten volgens opiniepeilingen zelfs onder de kiesdrempel van vier procent. Zelfs de Zweden Democraten leken voor het eerst in jaren aan populariteit in te boeten. Als gedoogpartner had de partij echter net iets meer ruimte dan de andere om kritiek op het regeringsbeleid te leveren en daar ging ze dan ook meer en meer gebruik van maken.

Åkesson legde Kristersson het vuur aan de schenen om in Brussel allerlei opt-outs voor Zweden te regelen, om de immigratiedoelen toch te halen. In het geval dat niet lukte moest Zweden zich serieus gaan voorbereiden op een Zwexit, verkondigde hij stoer. Als halve oppositiepartij konden de Zweden Democraten bovendien vol op het orgel gaan toen in april 2023 in verschillende steden ongeregeldheden losbraken nadat anti-islamstrijder Rasmus Paludan aangekondigde korans te gaan verbranden. De onrust en publiciteit die dit opleverde, inspireerden andere provocateurs om Paludans voorbeeld te volgen.

Rasmus Paludan verbrandt een koran bij de Turkse ambassade in Stockholm, 21 januari 2023.

Op 16 oktober 2023 schoot een aan Islamitische Staat gelinkte Tunesiër in Brussel drie Zweedse voetbalsupporters neer, van wie er twee overleden. Voor Åkesson was het reden om de uitzetting van duizenden slecht geïntegreerde moslims te eisen en de sluiting en sloop van moskeeën waar anti-Zweedse ideologieën werden verspreid. Premier Kristersson zag zich genoodzaakt afstand te doen van de uitspraken van zijn gedoogpartner, maar bij een deel van de kiezers vielen ze wel goed. De Zweden Democraten bleken volgens opiniepeilingen weer in de lift te zitten, terwijl de regeringspartijen verder wegzakten.

Misschien is dat dan ook de voornaamste les die uit de ‘Tidö-coalitie’ kan worden getrokken: de constructie met de Zweden Democraten als gedoogpartner heeft vooral die laatste partij sterk bevoordeeld. Bij onverwachte incidenten kan zij moord en brand roepen, terwijl ze zich tegelijk kan distantiëren van alle mislukkingen, compromissen en tegenslagen die besturen nu eenmaal met zich meebrengt. Een ideale situatie kortom.

Dus wie denkt dat een minderheidskabinet met Wilders als gedoogpartner net als in 2012 tot stemmenverlies voor de PVV zal leiden, doet er dan ook goed aan om het Zweedse voorbeeld nader te bestuderen.

Meer lezen uit dit nummer? Bestel uw exemplaar hier

,Zweden was ooit een sociaal-democratische modelstaat, maar het traditionele vertrouwen in de democratie en politici liep steeds meer klappen op. Sinds 2022 heeft het land een conservatieve regering met een rechts-populistische gedoogpartner. Kan Nederland daarvan iets opsteken voor de komende kabinetsformatie?

Uit Maarten! 2024-1. Bestel losse nummers hier of word abonnee

Een aloud dilemma is weer terug van weggeweest. Moeten democratische partijen samenwerken met een partij die zowel in haar verkiezingsprogramma als in haar organisatie en optreden de grenzen van de rechtsstaat en democratie meer dan eens heeft overschreden? En zo ja, hoe dan? Neem de de PVV. Moet zo'n partij als een volwaardig coalitiepartner worden beschouwd die eigen ministers levert, of als gedoogpartner van een minderheidskabinet, zoals in het kabinet-Rutte I al eens is beproefd? En wat valt er te verwachten van een dergelijk kabinet?

Om die vragen te kunnen beantwoorden, is het verstandig de blik eens naar het noorden te wenden, meer precies naar Zweden waar sinds oktober 2022 een rechts minderheidskabinet aan het bewind is dat wordt gedoogd door de Zweedse PVV, de Sverigedemokraterna, ofwel de Zweden Democraten. Wat kan de Zweedse ervaring ons leren?

Dat Zweden anno 2024 een rechts-populistisch gidsland is geworden, mag gerust een opmerkelijke speling van de geschiedenis worden genoemd. Decennialang gold het Scandinavische land als een sociaal-democratische modelstaat met inspirerende leiders als Tage Erlander en Olof Palme. Uit de hele wereld kwamen sociaal-democraten langs in Stockholm om te leren van het succesvolle Zweedse model, dat aantoonde dat socialisme en kapitalisme goed hand in hand konden gaan. Andere partijen kwamen er in Zweden in de afgelopen honderd jaar nauwelijks aan te pas.

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.
 
Consent choices