Engels is een plaag

Door Alies Pegtel

Buitenlandse studenten zijn sinds enkele jaren een verdienmodel voor universiteiten. Maar de internationalisering en het Engelstalige onderwijs brengen veel problemen met zich mee. Niet alleen barsten de collegezalen uit hun voegen, ook dreigen Nederlandse vak- en aandachtsgebieden helemaal te verdwijnen.

Uit Maarten! 2023-3. Bestel losse nummers hier

Een einde aan de verengelsing van het universitaire onderwijs in Nederland: als zijn wetsvoorstel wordt aangenomen, zal demissionair minister van Onderwijs en Wetenschappen Robbert Dijkgraaf bij zijn vertrek uit Den Haag deze majeure erfenis achterlaten. Zijn wetsplan behelst dat een academische opleiding met ingang van het collegejaar 2025-2026 maximaal een derde van de vakken in de bachelorfase in een andere taal mag aanbieden. Daarvan mag slechts in uitzonderingsgevallen worden afgeweken.

Met een stop op het Engels als dominante voertaal roept Dijkgraaf meteen een halt toe aan de vercommercialisering van de Nederlandse universiteiten. Die werven sinds een tiental jaren intensief studenten over de grens. De aanwas van Nederlandse studenten loopt terug vanwege demografische ontwikkelingen, vandaar dat universiteiten zich zijn gaan richten op een alternatieve inkomstenbron: buitenlandse studenten. Het hogere collegegeld – tussen de 7500 en 20.000 euro, in plaats van 2200 euro voor Nederlanders – dat studenten van buiten de EU meebrengen, kunnen ze goed gebruiken.

Om op de vraag van de internationale student in te spelen, zijn Nederlandse universiteiten steeds meer Engelstalige onderwijsprogramma’s gaan aanbieden. In even hoog tempo rekruteren ze buitenlandse medewerkers. Met succes. Engelstalig academisch onderwijs voor relatief weinig geld trekt vanzelfsprekend massa’s studenten. Ook omdat de Nederlandse universiteiten, anders dan in bijvoorbeeld Duitsland, voor weinig studies toegangseisen stellen.

De verengelsing gaat vliegensvlug. Telde Nederland in 2015 nog 36.000 internationale universitair studenten, nu zijn dat er 85.000. Ruim 40 procent van de eerstejaars kwam vorig jaar uit het buitenland. Driekwart van de masteropleidingen wordt inmiddels in het Engels gegeven. Bij de Engelstalige bacheloropleiding psychologie in Maastricht is 80 procent van de studenten buitenlands. De technische universiteiten van Twente en Eindhoven zijn vrijwel volledig overgeschakeld op Engels. Aan de Rijksuniversiteit Groningen komt een meerderheid van de aangestelde promovendi inmiddels uit het buitenland, terwijl de studentenpopulatie nog overwegend Nederlands is.

Hebben Nederlandse universiteiten wel de taak om zoveel buitenlanders op te leiden?

Met de Tweede Kamer vindt Dijkgraaf dat het aantal internationale studenten en docenten disproportioneel groeit. Gebrek aan studentenwoningen, overvolle collegezalen, minder universitaire binding met de samenleving – het brengt talloze problemen met zich mee. Het doel van zijn wet is meer balans aanbrengen tussen voor- en nadelen van internationalisering in het hoger onderwijs.

Van meet af aan hebben critici vragen gesteld bij dit universitaire businessmodel: komt deze vorm van internationalisering de inhoudelijke kwaliteit en diepgang van het academisch onderwijs ten goede? Hebben Nederlandse universiteiten wel de taak om zoveel buitenlanders op te leiden? Raken studies, met name in de letteren, geestes- en sociale wetenschappen, niet verschraald en verdrukt? En waarom alleen internationaliseren in het Engels? Duits, Frans en Spaans dreigen volledig te marginaliseren.

Universiteitsbestuurders wimpelden alle kritiek op hun internationaliseringsdrift weg als ‘reactionair’ en ‘dorps’. Wat is er mis met een eigentijdse internationale oriëntatie en colleges in het Engels? Maar die tijd is voorbij nu Dijkgraafs wetsvoorstel op tafel ligt.

Een van de personen die daar erg blij mee zijn, is Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze had nooit gedacht dat er een activiste in haar schuilt, maar de afgelopen jaren heeft ze veelvuldig geprotesteerd. Met collega’s schreef ze Against English – een provocerende titel van een liefdevol pleidooi voor omarming van het Nederlands.

In 2019 was ze een van de ondertekenaars van een manifest tegen de verwijdering van Nederlands uit het universitaire onderwijs. Honderdtachtig hoogleraren, schrijvers en prominenten uit de maatschappelijke en culturele sector uitten hun zorgen. ‘Er is een reëel risico dat ons land binnen enkele jaren hoofdzakelijk Engelstalige universiteiten kent, met hier en daar nog wat restjes Nederlands.’

Een eerstejaarsstudent wordt welkom geheten op het University College Utrecht. 16 augustus 2010.

Nuance gaat verloren

Jensen wordt dagelijks geconfronteerd met de schadelijke gevolgen van de verengelsing op haar vakgebied. In het Engelstalige onderwijs mogen docenten alleen Engelstalige literatuur aanbieden. ‘Deze beperking vernauwt je blik,’ zegt ze. Docenten passen hun onderwijsaanbod aan; dat doet ze zelf ook. ‘Maar mijn passie, de Nederlandse historische letterkunde, kan ik helemaal niet meer kwijt in de Engelstalige research-master. Ja, ik kan feitelijke kennis overdragen, maar nuances, beeldspraak of humor gaan in een vertaling allemaal verloren.’ Sinds ze in 2017 in het Engels moest gaan doceren aan masterstudenten leidt ze geen specialisten neerlandistiek meer op. ‘Ik had er altijd zo’n 25, die zijn allemaal verdwenen.’

In de Volkskrant schreef Jensen over een student die zijn onderzoek naar Joost van den Vondel in het Engels moest publiceren, en daarvoor zelfs de Gysbreght in het Engels moest vertalen. Volkskrant-commentator Bert Wagendorp schamperde dat dit een uitwas is, geen reden om verkrampt aan het Nederlands vast te houden. Maar Jensen wijst erop dat de verengelsing een zichzelf versterkend systeem is.

Zo zijn er inmiddels vele specialismen verdwenen, ook omdat studenten zelf binnen het gegeven studieaanbod de voorkeur geven aan een brede Engelstalige master als Literary Studies, boven bijvoorbeeld Nederlandse letterkunde.

De verengelsing stelt een geheel eigen dynamiek in werking, zegt Jensen. ‘Het complete universitaire systeem en de cultuur verengelsen mee; de voertaal in vergaderingen, de medezeggenschap, alle stukken en nieuwsbrieven.’ Om over de doorstroom van haar afgestudeerde studenten nog maar te zwijgen. ‘Op een Engelstalige PhD-vacature geschiedenis concurreren ze met de hele wereld. Voor niet-native speakers, zoals Nederlanders, is het heel lastig geworden om te promoveren.’

Dat Nederlandse academici uit een klein taalgebied komen heeft ze niet belet Nobelprijzen te winnen

De internationaliseringsdwang laat ook de sociale wetenschappen niet ongeschonden. Bij haar afscheid als hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht stelde Wilma Vollebergh in een Volkskrant-column: ‘Ik durf inmiddels de stelling wel aan dat er in de sociale wetenschappen in Nederland veel urgente problemen zijn die uit het sociaal-wetenschappelijk onderzoek zijn verdwenen, mede omdat ze niet interessant genoeg zijn voor de internationale gemeenschap.’

Uit haar beschrijving van hoe de UU doordrukte dat de medewerkers alle masterprogramma’s verengelsten, doemt een beeld op dat doet denken aan Mao’s Culturele Revolutie: ‘En dus gingen we om. Nou ja, gingen… moesten. Met een minimum aan extra werkuren om opleidingen Engelstalig te maken werden alle Nederlandstalige teksten geschrapt en vervangen door literatuur die ook voor buitenlandse studenten interessant moest zijn.’

Wie niet beter weet, beweert wel dat Nederland met de invoering van het Engels vooroploopt in de globaliserende vaart der kennisvolkeren. Engels zou het ‘nieuwe’ Latijn zijn, de lingua franca. Maar het Nederlands op de universiteiten is vervangen door Globish, een simpele vorm van Engels.

En de pleitbezorgers voor Engels gaan er ook aan voorbij dat er aan de universiteiten vanaf 1876 in het Nederlands wordt gedoceerd. De verwaarlozing van het Nederlands als academische taal is van zeer recente datum. Gevolg is dat de Nederlandse spreek- en schrijfvaardigheid van studenten op academisch niveau niet wordt gestimuleerd en achterblijft.

Volgens critici raken de collegezalen overvol door de toestroom van internationale studenten.

Social unsafety

Je hoeft helemaal geen Engelstalig onderwijs te krijgen om Engelse academische literatuur te lezen of in het Engels te publiceren. Nederlands wordt door universiteitsbestuurders als een economisch goed behandeld, terwijl het juist in de academie als waardevolle cultuurdrager gekoesterd zou moeten worden. Nederland is ook het enige land dat verengelsing zonder scrupules synoniem stelt met internationalisering.

Dat de overheid nu met een wet moet ingrijpen heeft ze aan zichzelf te danken. Eind jaren negentig werd het universiteitsbestel hervormd volgens de neoliberale filosofie van het New Public Management. Net als grote bedrijven vinden universiteiten sindsdien dat ze moeten groeien om te overleven. Collegebestuurders en hun decanen gingen top-down toezien op een efficiënte werking van het universitaire financieringsstelsel dat concurreert op kwantiteit (studentenaantallen/inkomsten). Het studieaanbod is hiermee afhankelijk gemaakt van het bedrag dat per student beschikbaar is.

De nadruk bij universiteiten ligt niet zozeer op onderwijs, maar op internationale academische rankings. Het wetenschappelijk personeel, dat – passend bij de tijdgeest – vaak tijdelijke of flexcontracten heeft, wordt afgerekend op kwantitatieve resultaten (publicatiecijfers). En aan de hand van studentevaluaties, want in dit neoliberale marktmodel is de student de kritische consument. Zo gedragen veel studenten zich ook.

Hoogleraar geschiedenis en theorie van de biografie Hans Renders van de RUG wijst op het probleem van de ideologische agenda die de verengelsing met zich meebrengt. Internationale studenten blijken gevoelig voor social unsaftey, dat sinds de internationalisering hoog op de universitaire agenda’s staat, en trekken daarover geregeld aan de bel. In zijn onderzoekscollege Biography & History kan Renders de biografieën van Multatuli of Den Uyl niet langer behandelen. Hij is aangewezen op Engelstalige literatuur over internationaal bekende namen: Arendt, Hitler, Churchill. ‘Maar ik heb meegemaakt dat een buitenlandse studente in huilen uitbarstte omdat zij zich “onveilig” voelde nadat ik een biografie van Churchill had aangehaald. “Churchill heeft de Bengaalse hongersnood van 1943 niet verijdeld, dus is hij een racist.”’

Eerstejaarsstudenten van Tilburg University wonen op een camping, omdat de stad niet genoeg studentenwoningen heeft. 22 augustus 2019.

Tweede rijkstaal

‘Landen concurreren met elkaar als kenniseconomie en bijgevolg concurreren ook de nationale universiteiten en hun faculteiten met elkaar,’ aldus Goffe Jensma in Exit Fryslân. Hij schreef dit boek ter gelegenheid van zijn vertrek vorig jaar als hoogleraar Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorlopig de laatste, want de RUG heeft nog altijd geen vaste opvolger benoemd. Wel werd – nadat van alle kanten rumoer was ontstaan over het leegblijven van de enige overgebleven leerstoel Fries – een hoogleraar germanistiek van de UvA gevraagd om als gedetacheerde tijdelijk en parttime de honneurs waar te nemen.

Jensma kan alleen maar gissen naar de reden waarom de RUG zo moeilijk doet. ‘Aan geldgebrek ligt het niet, want de provincie Friesland wil een herkenbare academische opleiding Fries financieren. Het Frysk heeft een status als tweede rijkstaal en dient als zodanig behouden te blijven.’ Maar hij vermoedt dat de kleine studie Fries, die maar een handvol studenten trekt, niet past in het opschalings- en verzakelijkingsbeleid van de RUG.

Jaren geleden zag Jensma de bui al hangen. Om het voortbestaan van het kleine en dus kwetsbare Fries te verzekeren, bracht hij het onder bij de internationale bacheloropleiding Minorities & multilingualism. ‘Op zichzelf is er natuurlijk niets mis mee om Fries in een bredere context te bestuderen. Integendeel. Waar het echter om draait is dat het wetenschappelijk uitgangspunt moet zijn dat je het Fries als herkenbaar en zelfstandig vak bestudeert.’

Maar RUG-collegevoorzitter Jouke de Vries en de decaan van de letterenfaculteit denken daar anders over. ‘Een paar jaar voor mijn pensioen kreeg ik te horen dat mijn opvolging geregeld was,’ vertelt Jensma. Een van zijn internationale medewerkers zou in een zogenoemde ‘tenure track-dakpanconstructie’ worden geplaatst, zodat zij hem kon opvolgen.

In overleg met het faculteitsbestuur was besloten de naam van zijn leerstoel ‘Friese taal- en letterkunde’ te veranderen in ‘Linguistics: sociolinguistics of minorities and multilingualism, taking linguistic variation and change in the north of the Netherlands into account’.

Perplex dat hem als een plompverloren fait accompli werd meegedeeld dat het Fries als zodanig zou worden opgeheven, lichtte Jensma de subsidierende provincie Friesland in. De provincie tekende protest aan, en na veel gemor trok de RUG de vacature in. Sindsdien heerst er een impasse. Het is geen toeval dat de universiteiten langs de Duitse grens – Groningen, Twente en Maastricht – de meeste weerstand bieden tegen het nieuwe wetsvoorstel. Aan de randen van Nederland zijn ze het meest afhankelijk van de recente invasie van Duitse studenten, die graag zo dicht mogelijk bij de Heimat verblijven. Het verst in de kritiek op Dijkgraafs plannen gaat de RUG: ‘Het zou een beperking van onze autonomie kunnen betekenen in een mate die we in de afgelopen 409 jaar van ons bestaan nog niet hebben meegemaakt,’ aldus het college van bestuur.

Net als grote bedrijven vinden universiteiten dat ze moeten groeien om te overleven

Maar in de Randstad luidde de Universiteit van Amsterdam twee jaar geleden al de noodklok. De universiteitsgebouwen barstten uit hun voegen. Studenten moesten op de grond zitten, personeel kon de werkdruk niet aan. In een Parool-podcast zei UvA-collegevoorzitter Geert ten Dam dat de kwaliteit van het onderwijs lijdt onder de overweldigende toestroom van internationale studenten. Werkgroepen puilen uit.

Ook is de toegankelijkheid van een populaire studie als psychologie aan de UvA afgenomen voor Nederlandse studenten. Voor toelating moeten ze concurreren met slimme buitenlandse studenten, die hen verdringen. Critici wijzen daarbij op de ongewenste gevolgen voor de Nederlandse gezondheidszorg, die Nederlandstalige psychologen nodig heeft. De meeste internationale studenten beheersen het Nederlands niet en vertrekken na hun studie weer naar hun thuisland.

Internationalisering werd bij de start gestimuleerd door het ministerie. De budgetten per student waren teruggeschroefd. Buitenlandse studenten konden mooi de gaten vullen. Onderwijs als handelsproduct! Passend in het neoliberale denkpatroon werd het als een groot pluspunt voorgespiegeld dat Nederlandse studenten veel kunnen opsteken van Engelssprekende studenten als voorbereiding op hun internationale carrière. Maar 95 procent van de Nederlandse afgestudeerden gaat gewoon op de Nederlandse arbeidsmarkt aan de slag als docent, arts of jurist, zij het met een mindere Nederlandse taalvaardigheid dan de generatie voor hen.

Wat de universiteitsbesturen ook volledig negeren, is dat de academische wereld in zichzelf een internationale is. Dat Nederlandse academici uit een klein taalgebied komen, heeft ze in het verleden niet belet Nobelprijzen te winnen of om internationaal naam te maken. Demissionair minister Dijkgraaf is daar zelf een uitstekend voorbeeld van. Hij was tot 2022 directeur van het toonaangevende Institute for Advanced Study in Princeton. Terwijl hij in het Nederlands onderwijs kreeg, promoveerde hij in 1989 in de natuurkunde bij de latere Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, op het proefschrift A Geometrical Approach to Two Dimensional Conformal Field Theory.

Dat uitgerekend deze excellente wetenschapper het Nederlands wil beschermen als academische taal zou alle universiteitsbestuurders en hun aanhangers die nu moord en brand schreeuwen aan het denken moeten zetten.

Meer lezen uit dit nummer? Bestel hier uw exemplaar

Reacties

Gerelateerde artikelen

Spreek toch Nederlands! Pleidooi tegen steenkolenengels aan de universiteit

‘Slechts 65 procent van de Nederlandse scholen haalt het streefniveau’

Weg met het verleden!

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.