Karel van Oosterom: ‘In de Veiligheidsraad is gelijk krijgen belangrijker dan gelijk hebben.’

Een jaar lang vertegenwoordigde Karel van Oosterom Nederland in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In zijn recent verschenen boek: Met een oranje das, een jaar in de Veiligheidsraad, bespreekt hij de hoogte- en dieptepunten van zijn termijn. Zodoende geeft hij buitenstaanders een unieke kijk in een van de belangrijkste internationale organisaties. In tijden van crisis en van lijnrecht tegenover elkaar staan, benadrukt van Oosterom het belang van samenwerking tussen landen: ‘Alleen door te investeren in buitenlandse politiek kunnen we goed blijven opkomen voor de Nederlandse belangen.’

Door Isa van Oosten

 

Waarom heeft u Met een oranje das geschreven?

‘Een van mijn voorgangers zei dat als je het voorrecht heb om iets unieks te doen, je het moet opschrijven. Ik wil een soort oral history delen. Er bestaan al veel boeken over de Veiligheidsraad, maar dat zijn vooral wetenschappelijke boeken. Daarnaast wil ik verantwoording afleggen en uitleggen waarom het werk dat we in de Veiligheidsraad doen van belang is voor Nederland. Ten slotte wil ik laten zien dat het buitenland enorm belangrijk is voor Nederland, en dat we moeten investeren in diplomatie, internationale organisaties en in ons Ministerie van Buitenlandse Zaken.’

 

Waarom heeft u het gevoel dat u verantwoording moet afleggen?

‘Ik wil verantwoording afleggen omdat we met een belangrijke opdracht aan het werk zijn gegaan. In Nederland onderschatten we vaak hoe goed we het met elkaar hebben. We nemen het voor lief dat Nederland een goed georganiseerd land is, en denken dat dit altijd zo zal blijven. Ik wil duidelijk maken dat het internationaal werk dat mensen zoals ik doen, nodig is om de huidige situatie te behouden. Ik heb in Syrië gewoond onder een dictatuur, en in China waar ze een eenpartijstelsel hebben. Momenteel woon ik in Amerika, waar de verschillen tussen arm en rijk gigantisch zijn. Daardoor waardeer ik nog meer hoe goed Nederland het voor elkaar heeft. Voor die welvaart, gezondheid en veiligheid zijn we nog steeds afhankelijk van het buitenland. De huidige coronacrisis maakt duidelijk dat we sommige problemen niet alleen kunnen oplossen, maar met andere landen moeten samenwerken.

 

Hoe is een zetel in de Veiligheidsraad in Nederlands belang?

Wij zijn enorm afhankelijk van het buitenland voor onze veiligheid. Eens in de zeventien jaar hebben we in de Veiligheidsraad de kans om op het hoogste niveau invloed uit te oefenen, en die kans hebben we gepakt. Onder politieke verantwoordelijkheid van het kabinet hebben we toen drie duidelijke prioriteiten gesteld. Ten eerste wilden we conflicten voorkomen, ten tweede vredesoperaties verbeteren en ten derde de wereldwijde rechtvaardigheid verzekeren. Op alle drie die terreinen hebben we resultaten geboekt die voor Nederland van direct belang zijn. Om conflicten te voorkomen hebben we bijvoorbeeld een resolutie kunnen bereiken die landen in oorlog verbiedt hongersnood als wapen gebruiken. We hebben vredesoperaties verbeterd door te hameren op lange termijninvesteringen en ze slimmer, beter toegerust en robuuster te maken. Daarnaast hebben we met een voortrekkersrol van minister Blok, Libische mensensmokkelaars met sancties bestraft. Dit zijn concrete voorbeelden van structurele veranderingen die ervoor zorgen dat de VN beter functioneert, en de wereld wat veiliger wordt.

 

Persconferentie gedurende van Oosteroms tijd als president van de Veiligheidsraad (UN Photo)

 

In uw boek benadrukt u dat Nederland zich hard maakt voor vrouwenrechten in de VN.

Dat is nog altijd nodig. Zo zijn er in 2000 afspraken gemaakt om meer vrouwen te betrekken bij vredesprocessen. Vaak is het zo dat er in een conflict mannen aan het vechten zijn. De VN gaat dan tussen die mannen bemiddelen. Hiermee wordt de helft van de bevolking vergeten, en dat klopt niet. Het is Nederlands beleid en ik hecht er persoonlijk ook veel waarde aan. Zo keek ik ooit naar een muur met foto’s van al mijn voorgangers, dat waren allemaal mannen. Gelukkig word ik deze zomer door een vrouwelijke collega opgevolgd. Ik zou het ook goedvinden om in 2033-2034 een Nederlandse vrouw als Permanent Vertegenwoordiger in de Veiligheidsraad te hebben, want de samenstelling van de Raad is volledig ongelijk. In mijn tijd zaten er maar twee vrouwelijke collega’s. Dat is toch een beetje gek.

Met een oranje das

Uiteindelijk heeft u één jaar in de Veiligheidsraad gezeten. Was het anders verlopen als u twee jaar had kunnen blijven?

 Dit voelt een beetje als ‘wij van WC-eend raden u WC-eend aan’, maar we hebben er echt uitgehaald wat erin zat. We moesten onze termijn delen met de Italianen. Zij mochten het eerste jaar in de Raad zitten, en wij het tweede jaar. Door intensieve samenwerking is er toch veel bereikt, ook toen we zelf niet in de Raad zaten. Zo is Italië begonnen met een strijd tegen chemische wapens, wat keer op keer gevetood werd door Rusland. Wij hebben deze lijn het jaar daarop doorgezet en hebben het uiteindelijk weten te realiseren, met dank aan het werk dat de Italianen al hadden verzet. Verder was het voordelig dat wij ons een jaar lang konden voorbereiden op onze termijn. Op de vraag of ik er liever twee jaar in had gezeten: natuurlijk, maar ik ben trots op wat we hebben bereikt.

 

In Brussel worden de verschillen tussen Europese landen uitvergroot, in de VN komen de gemeenschappelijke Europese waarden juist naar voren.

 

In hoeverre kunnen Europese landen een gezamenlijk front vormen in de Veiligheidsraad?

In de Raad zijn de verschillen tussen Europese en niet-Europese landen zo groot dat het vanzelfsprekend is dat de Europese landen samenwerken.Waar de verschillen tussen Europese landen in Brussel veelal worden uitvergroot, komen in de VN juist de gemeenschappelijke Europese waarden naar voren. We strijden allemaal voor democratie en mensenrechten. Alle Europese landen overlegden vaak samen voor een stemming, maar er is geen formeel Europese Unie beleid in de Veiligheidsraad. Uiteindelijk bepaalt ieder land zelf wat het doet, maar we probeerden het wel af te stemmen. Zelfs nu ik geen lid meer ben merk ik dat ik via Europese collega’s nog hoor wat er speelt in de Veiligheidsraad. Op die manier kan ik nog steeds wat invloed uitoefenen.

Ik geloof ook dat de split-term met Italië alleen mogelijk was, omdat het een Europees land is. We hadden daardoor een duidelijk kader waarbinnen we konden samenwerken. Het was veel ingewikkelder geweest als we onze termijn met een land buiten Europa hadden moeten delen.

 

Wat kan de VN betekenen in tijden van de coronacrisis?

De VN focussen zich in deze crisis op vijf actiepunten. De eerste is natuurlijk het bestrijden van COVID-19. Daarin neemt de WHO het voortouw en gaat het om zaken als het ontwikkelen van een vaccin en het leveren van mondkapjes. Het tweede actiepunt is de oproep tot een globale wapenstilstand. De Secretaris Generaal Guterres probeert regeringen over te halen oorlogen stop te zetten om eerst met de coronacrisis aan de slag te gaan. Het humanitaire aspect is onderdeel van het derde punt. De VN bieden medische en humanitaire hulp aan mensen in humanitaire noodsituaties, denk aan vluchtelingenkampen. Dit gaat ook hand-in-hand met het vierde punt, waarbij de VN zich focussen op de sociale en economische gevolgen die deze crisis gaat hebben. Als laatste leggen de VN nadruk op de lange termijn. Samen moeten we ervoor zorgen dat we beter uit de crisis komen, ‘recover better’ in de woorden van de Secretaris Generaal: gezonder en duurzamer.

Nederland focust zich in deze context op specifieke zaken als mentale gezondheid, mensenrechten, samenwerking tussen alle internationale organisaties en het verzekeren van transparantie in de VN. Ook in crisistijd is het belangrijk dat de VN open communiceert en openstaat voor NGO’s, overheden en burgers. Ook hopen we dat de Veiligheidsraad een resolutie kan aannemen. De Europese landen in de Raad werken daar hard aan. Ik zat in de Raad toen de tweede golf van de ebola uitbraak ontstond. Gelukkig kwamen we toen meteen in actie.

 

Ik kwam er al snel achter dat je meer aandacht moet besteden aan gelijk krijgen, dan aan gelijk hebben.

 

Wat is de grootste les die u heeft geleerd in de Veiligheidsraad?

Dat buitenlands beleid een teamsport is. Het is niet alleen Kareltje op zijn post in de Veiligheidsraad. Je hebt een team in New York, een spiegelteam in Den Haag en daarbuiten nog onze ambassades die je helpen. Mijn tweede les leerde ik nadat ik besefte dat het niet gaat over gelijk hebben, maar over gelijk krijgen. Ik was in het begin constant bezig met inhoudelijke argumenten om collega’s te overtuigen, maar kwam er al snel achter dat je meer aandacht moet besteden aan hoe je gelijk krijgt, dan aan of je gelijk hebt. De derde les heeft daarmee te maken, die gaat namelijk over het organiseren van macht. In de Veiligheidsraad heb je negen stemmen zonder een veto van een permanent lid nodig om iets te bereiken. Je moet het slim spelen om iedereen aan boord te krijgen en te houden wanneer je een idee hebt. Hierbij is het belangrijk dat je niet alleen met je directe collega’s in de Raad overlegt, maar ook contact zoekt met hun hoofdsteden.

 

Waar bent u het meest trots op van alle dingen die jullie hebben bereikt?

De inhoudelijke zaken. Een voorbeeld daarvan zijn de structurele verbeteringen in het functioneren van de blauwhelmen. Premier Rutte heeft zich daar persoonlijk hard voor gemaakt. Eerst werden landen automatisch betaald wanneer zij blauwhelmen stuurden. Hierdoor kwamen er soms soldaten zonder training en uitrusting bij de VN terecht. Wij hebben ons hard gemaakt voor een proportionele relatie tussen het niveau van de blauwhelmen en het geldbedrag dat een land voor hen ontvangt. En dat is gelukt. Verder hebben we eraan bijgedragen dat vredesoperaties slimmer, robuuster en beter toegerust werden. In Congo ben ik daarvoor nog bedankt door een force commander. Hij zei: ‘Eerst was ik lijken aan het tellen, nu ben ik levens aan het redden.’

Internationale Vrouwendag 2018 in de Veiligheidsraad (UN photo)

Ook ben ik trots op wat we op Internationale Vrouwendag hebben gedaan. Zo hebben we alle landen in de Raad opgeroepen die dag alleen vrouwelijke collega’s in de Raadszaal toe te laten, met Minister Kaag als voorzitter. Dat was een groot succes. Toen ik de zaal inkeek dacht ik: ‘dit is nog nooit eerder gebeurd’. Op zo’n moment voel je dat je een verschil maakt en waarde toevoegt aan een organisatie.

 

Hoe maakte u de druk die op u lag behapbaar?

Daar zorgde mijn team deels voor. We ontwikkelden een model om ons werk te organiseren. Dat model is gebaseerd op de vragen: waarom, wat, hoe en wie? Daarnaast hanteerden we standard operating procedures, ‘SOPjes’ in ons jargon. Hierdoor konden we gestructureerd werken en alle informatie behapbaar maken. Soms voelde het alsof ik gedurende de dag verschillende USB-sticks in mijn hoofd stak om per vergadering de juiste informatie paraat te hebben. Dat was mogelijk, omdat ik op de informatie van mijn team kon vertrouwen. Ik hoefde het alleen nog goed te presenteren.

 

Wat is uw grootste kritiekpunt op de Veiligheidsraad?

Op dit moment weerspiegelt de Raad de wereld van 1945. De samenstelling van de Raad weerspiegelt de moderne wereld niet meer. Dat moet anders. Er zijn andere landen die steeds belangrijker worden, zowel economisch als militair. Ik heb altijd geleerd dat internationale systemen alleen werken als relevante actoren zich herkennen in het systeem en zich daar ook eigenaar voelen. Het wordt daarom hoog tijd dat landen als India, Japan, Duitsland en Brazilië een permanentere rol krijgen. De vraag is of dit ook daadwerkelijk kan, aangezien de procedurele regels voor zulke veranderingen erg streng zijn. Je hebt tweederde van de lidstaten aan je zijde nodig en je moet een veto van de permanente leden voorkomen. Dat is alsof je aan de kalkoen vraagt of hij met Kerst gegeten wil worden. Tot dit verandert, moeten we roeien met de riemen die we hebben. Dat hebben we ook zo goed als mogelijk in 2018 gedaan.

 

Het wordt hoog tijd dat landen zoals India, Japan, Duitsland en Brazilië een permanentere rol krijgen in de Veiligheidsraad.

 

Wat hoopt u dat mensen onthouden van uw boek?

Dat het buitenland enorm belangrijk is voor onze welvaart, gezondheid en veiligheid. Nederland heeft enorm belang bij stabiele en sterke internationale instellingen zoals de VN. Daarin moeten we blijven investeren. Niet alleen met geld, maar ook met mensen, kennis en ideeën. Alleen dan kunnen we blijven opkomen voor de Nederlandse belangen. Dus laten we vooral doorgaan met het investeren in diplomatie, in internationale organisaties en in het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

U kunt Karel van Oosterom volgen via zijn twitteraccount: @KvanOosterom

 

Karel van Oosterom, Met een oranje das: Een jaar in de Veiligheidsraad

Atlas Contact, 256 p., €21,99

 

 

 

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.