Kuifje: de beste padvinder ter wereld

Als kind raakte Maarten gegrepen door de Kuifje-albums. Nog steeds leest hij ze graag. ‘Ik lach nu al 63 jaar om Slagerij Van Kampen.’

Door Maarten van Rossem
Uit Maarten! 2020-1. Bestel het nummer hier!

Om redenen die mij nooit duidelijk zijn geworden, mocht ik in mijn jonge jaren, zo halverwege de jaren vijftig, onbeperkt lezen bij Kniphorst’s Wetenschappelijke Boekhandel in Wageningen. Mijn vader kocht daar weliswaar boeken, maar nooit in grote hoeveelheden. Zelf kocht ik vrijwel nooit een boek, omdat ik daar het geld niet voor had. Zelfs de aankoop van een Prismapocket, die toen 1,25 gulden kostte, was een zaak waarover lang moest worden nagedacht. Daardoor was het wel zo dat ik elk boek dat ik kocht ook daadwerkelijk las, wat nu al lang niet meer het geval is.

Bij Kniphorst las ik zittend op een trapje met een zitje aan de bovenkant. Ik las van alles en nog wat, maar had mijn favorieten. Op de tweede plank van onderen, ongeveer halverwege aan de oostkant van de winkel, stonden de Kuifje-albums, ingenaaid met harde kaft. Te duur om te kopen. Dat Kniphorst Kuifje verkocht, maakte duidelijk dat het hier om officieel goedgekeurde stripverhalen ging. Kapitein Rob, Eric de Noorman of Donald Duck zocht je er tevergeefs; daarvoor moest je naar een kiosk. Ik zwijg van De Onbekende Stille en Dick Bos; die kreeg je alleen in handen als beduimelde exemplaren van je klasgenoten. Stripverhalen waren in principe allemaal verdacht en afkeurenswaardig, al kon het mijn ouders niets schelen wat ik las.

In 1956 was De Zaak Zonnebloem het nieuwste Kuifje-avontuur. Ik heb het direct meerdere malen gelezen en vond het prachtig. Sinds dat verre verleden heb ik het talloze malen herlezen en ik vind het nog steeds prachtig. Ik lach nu al 63 jaar om Slagerij Van Kampen. Dat De Zaak Zonnebloem gemodelleerd is naar de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog, zag ik in 1956 helemaal niet. Op De Zaak Zonnebloem volgden Cokes in Voorraad en Kuifje in Tibet. Naar mijn idee zijn die drie avonturen het absolute hoogtepunt van het oeuvre van Hergé, de geestelijk vader van Kuifje. Hergé zelf vond Kuifje in Tibet zijn beste werk.

Suske en Wiske en Asterix kunnen niet in zijn schaduw staan

De laatste drie avonturen van Kuifje vond ik minder. Het onvoltooide Kuifje en de Alfakunst kan ik niet beoordelen, al geeft het wel een goed idee van de manier waarop zo’n gecompliceerd stripverhaal tot stand kwam. Misschien kon ik die laatste drie niet meer lezen met de onkritische gulzigheid waarmee een kind leest. Laat ik hier meteen duidelijk maken dat ik vond, en vind, dat Suske en Wiske en Asterix niet in de schaduw van Kuifje kunnen staan. De enige die op dezelfde hoogte als Hergé opereerde, was in die jaren Franquin, al tekende die in een geheel andere stijl dan Hergé, die overigens een groot bewonderaar van Franquin was.

Het is lastig te zeggen waarom de beste Kuifje-avonturen zo goed zijn. Lang niet alle Kuifjes zijn overigens van hoog niveau – waarover later meer. Allereerst is er de tekenstijl, de veel geroemde en nagevolgde ‘klare lijn’. De tekeningen zijn zeer gedetailleerd, maar nooit druk of rommelig. Ook zonder kleur blijven ze rechtovereind. Zeker de latere albums zijn gemaakt naar een voortreffelijk scenario, met een gewiekste afwisseling van spanning en humor.

De bijfiguren die Hergé in de loop der jaren kennelijk deels per toeval creëerde zijn, afgezien van de steeds onmisbare boeven, zonder uitzondering sympathieke en zeer amusante karikaturen. De onmisbare verstrooide professor (er valt te promoveren op een studie naar verstrooide of juist satanische professoren in stripverhalen), de alcoholist met een hart van goud, twee oliedomme detectives en een irritante Belgische burgerman. En dan is er het raadsel-Kuifje. Kuifje is een ouderwets geklede kruising tussen Tom Poes en James Bond. Hij is niet oud en eigenlijk ook niet echt jong, ook al is hij geboren als een jonge Belgische reporter. Kuifje heeft geen familie en geen vriendin. Afgezien van Bianca Castafiore spelen vrouwen nauwelijks een rol in zijn avonturen. Sinds zijn geboorte is hij niet ouder geworden.

Dat geldt ook voor de supporting cast. Iedereen die ertoe doet in het Kuifje-universum is onsterfelijk. Geen wezen heeft ooit zo vaak voor een vuurpeloton gestaan als Kuifje en is ongedeerd gebleven. Net als James Bond wordt Kuifje eindeloos beschoten, bewusteloos geslagen of geboeid, zonder ernstige gevolgen. Hij wordt weleens geraakt, maar veel stelt dat niet voor. Zijn uithoudingsvermogen en inventiviteit op onmogelijke momenten zijn bovenmenselijk. Een normaal mens is Kuifje in elk geval niet.

Bobbie is veel menselijker dan zijn baas. Hij raakt gemakkelijk afgeleid en is verbazend drankzuchtig.

Bij dit alles heb ik Kuifjes belangrijkste assistent – zijn unieke, meedenkende hond Bobbie – nog niet genoemd. Natuurlijk is ook Bobbie onsterfelijk. Zit Kuifje werkelijk diep in de penarie, dan is er altijd Bobbie, die zowel tactisch als strategisch over unieke talenten beschikt. De touwen doorbijten waarmee Kuifje is gekneveld, is wel de minste van zijn activiteiten. Gek genoeg is Bobbie veel menselijker dan zijn baas. Hij raakt gemakkelijk afgeleid als er een verleidelijk bot in het spel is en is verbazend drankzuchtig. Het aantal keren dat Bobbie dronken wordt, is verrassend groot. Bobbie geeft ook met enige regelmaat filosofisch commentaar op de gebeurtenissen. Als Kuifje fanatiek en onvermoeibaar bezig is, mompelt Bobbie onder zijn snorharen:  ‘Moet dat nou? Kan het niet wat minder?’

Er is nog iets vreemds aan de hand in de wereld van Kuifje: het is een wereld van voor de zondeval. Dat klinkt vreemd, omdat Kuifje al decennia bezig is vreselijke boeven te bestrijden, maar toch is dat zo. De lezer weet immers dat het altijd in orde zal komen, hoe dramatisch de aanhoudende cliffhangers ook zijn. Kuifje is onsterfelijk; in zijn wereld speelt de tijd geen rol. En een tijdloze wereld is een paradijselijke wereld. Er vallen (bijna) nooit doden in de avonturen van Kuifje. Er is eenmaal sprake van een zelfmoord (in Mannen op de Maan), maar die schijnt verzonnen te zijn door iemand die Hergé hielp met het scenario.

Wraakzucht komt in Kuifjes hoofd nooit op. Hij is vergevingsgezinder dan de Here Jezus.

Wraakzucht komt in Kuifjes hoofd nooit op. Hij is vergevingsgezinder dan de Here Jezus. In Tibet rukt een heel klooster uit om hem te prijzen vanwege zijn ‘zuiver hart’. Kuifjes ware wereld is het idyllische landschap met twee roodborstjes, waar hij op zijn brommertje doorheen rijdt in de eerste scène van Kuifje en de Picaro’s. Hergé – pseudoniem van Georges Remi (1907-1983) – werd geboren in het Belgische Etterbeek, in een conservatief, rooms-katholiek gezin aan de onderkant van de middenklasse. Hij had een melancholieke jeugd, naar hij later zelf zei: een grijs leven, in een grijze familie in een grijze omgeving. Hergé was zeker niet voor het geluk geboren; hij was een tobber die geteisterd werd door de demon van de zuiverheid. Hij wilde wel zuiver leven, maar dat lukte niet en daarover voelde hij zich altijd schuldig. Daarom had zijn held wellicht zo’n zuiver hart.

Georges Remi was een intelligent kind – op de middelbare school de beste van zijn klas. De diepste wortel van zijn creatieve leven was merkwaardig genoeg de padvinderij, waar hij op 12-jarige leeftijd lid van werd. Zijn naam als padvinder was Renard Curieux. Al in zijn padvindersjaren was duidelijk dat Remi goed kon tekenen, en dat talent werd in die omgeving ook gestimuleerd. Hij maakte illustraties in Le Boy- Scout Belge, die hij vanaf zijn zeventiende signeerde met ‘Hergé’. Daarin begon hij in 1926 ook met een strip over de avonturen van een padvinder die Totor heette. Hier ligt ongetwijfeld de oorsprong van Kuifje, die immers in de oorspronkelijk Franse versie Tintin heet. Wat is Kuifje anders dan de beste en zuiverste padvinder ter wereld? Als er iemand een leven lang oude, hulpeloze dametjes heeft geholpen bij het oversteken, dan is het wel Kuifje.

Hergé had na één dag begrepen dat de kunstacademie niets voor hem was. Zijn ambitie was een echte strip in een echte krant. Na een ontmoeting in 1927 met Abbé Norbert Wallez, die hoofdredacteur was van Le Vingtième Siècle, kreeg Hergé een baan bij de kinderkrant van het dagblad: Le Petit Vingtième. Daar begon hij op 10 januari 1929 met een strip over een jonge  Belgische reporter, genaamd Tintin. Abbé Wallez was uiterst conservatief en een groot bewonderaar van Benito Mussolini – in die jaren overigens een volkomen normale zaak.

Wallez had Hergé overgehaald zijn eerste echte strip te gebruiken voor anticommunistische propaganda. Dat werd Kuifje in de Sovjet-Unie. Een fraai stripverhaal heeft dat allerminst opgeleverd; het is een wat zonderlinge eerste oefening. Hier en daar wordt wel duidelijk dat Hergé talent heeft, maar het verhaal is niet samenhangend en de arbitraire toevalligheden (een duikerpak in een gevangeniscel) rijgen zich aaneen. Van een duidelijk scenario is kennelijk nooit sprake geweest. Elke vorm van waarschijnlijkheid ontbreekt. De kracht van de latere avonturen van Kuifje is nu juist dat ze ondanks alle onwaarschijnlijkheden toch tot op zekere hoogte waarschijnlijk zijn.

Het avontuur in de Sovjet-Unie werd gevolgd door Kuifje in de Congo (Nederlandse editie: Kuifje in Afrika). Dat had Wallez gedacht als propaganda voor het Belgische kolonialisme. Toen Hergé in later jaren beroemd was geworden, werd het infantiele en reactionaire karakter van zijn eerste strips hem verweten. Daarbij wordt de context geheel vergeten. Hergé was een jonge,  conservatieve Belg, die publiceerde in een reactionaire krant.

Nadat hij in de Congo een afgod was geworden, vertrok Kuifje naar Amerika, waar hij op lastige momenten in het verhaal tot driemaal toe door een valluik in de grond viel. Erg subtiel waren de
plotwendingen nog niet. De avonturen in de Congo en Amerika zijn na de wonderlijke gebeurtenissen in de Sovjet-Unie al een enorme stap voorwaarts als het gaat om striptechniek. Desalniettemin zijn deze avonturen voor de echte stripliefhebber onaangenaam klunzig getekend en ontbreekt alle subtiliteit. Achtergronden zijn niet of nauwelijks uitgewerkt. Het is nog steeds het werk van een beginneling.

Met de eerste volwassen strip die Hergé produceerde, begon hij in 1934. De Blauwe Lotus, zoals dat verhaal heet, speelt in China ten tijde van de Japanse bezetting van een groot deel van dat land. Er is nu sprake van een duidelijke verhaallijn, en Hergé had zich terdege verdiept in de plaatselijke omstandigheden. Het schijnt dat een jonge Chinees die Hergé in deze jaren had leren kennen het project sterk heeft beïnvloed. De kenners spreken van een meesterwerk, al prefereer ik Hergés tekenstijl van de jaren vijftig. Binnen vijf jaar had hij enorme vorderingen gemaakt. Ik sla hier De Sigaren van de Farao en De Zwarte Rotsen over, omdat die beide avonturen in de jaren vijftig en zestig grondig zijn herzien.

Met een satire op het agressieve gedrag van Hitler en Mussolini, wijst uit dat Hergé geen enkele sympathie had voor het fascisme

Het Gebroken Oor, De Krab met de Gulden Scharen en De Geheimzinnige Ster zijn naar mijn mening niet veel zaaks. Matig tot slecht getekend en ongeïnspireerd. De Geheimzinnige Ster vond ik als kind al een waardeloos verhaal. Tussen die drie zit De Scepter van Ottokar, en dat is merkwaardig genoeg wel weer een prima verhaal, en bovendien een satire op het agressieve gedrag van Adolf Hitler en Mussolini. Musstler, de dictator van het gewelddadige Bordurië, dreigt het vreedzame Syldavië binnen te vallen en dat wordt natuurlijk door Kuifje verhinderd. Het verhaal bewijst in elk geval zonneklaar dat Hergé geen enkele sympathie had voor het fascisme.

Met de verschijning van Het Geheim van de Eenhoorn is Hergé evident volleerd. De avonturen van Kuifje staan vanaf dat moment op een constant hoog niveau, zij het dat ze toch in de loop
van de jaren vijftig nog iets beter worden. Dat leidt dan tot de al eerder gememoreerde drie meesterwerken van de late jaren vijftig, en het enige plaatje waarop Kuifje tranen op zijn wangen heeft (in Kuifje in Tibet).

De oorlogsjaren, maar vooral de eerste jaren na de oorlog, verliepen voor Hergé traumatisch. De Duitse bezetter stopte in 1940 de publicatie van Le Vingtième Siècle. Dat maakte Hergé  rodeloos.
Hij besloot te verkassen naar Le Soir, een krant met een enorme oplage, wat Hergé wel een aantrekkelijk idee vond. Le Soir werd echter gecontroleerd door de bezetter. Hergé werd daarom door het verzet aangemerkt als collaborateur. Na het vertrek van de Duitsers werd hij gearresteerd en zat hij een nacht in de cel.

Er verscheen een satire op Kuifje: Tintin in het Land van de Nazi’s. In december 1945 werd de zaak tegen Hergé geseponeerd omdat hij als kinderboekenschrijver niet veel kwaad had gedaan. Ondanks het ontslag van rechtsvervolging bleef het verwijt van collaboratie hem echter nog jaren achtervolgen. Ja, zei Hergé, ik heb doorgewerkt tijdens de oorlogsjaren, maar dat deden de bakkers en de machinisten ook, en dat waren geen collaborateurs. Waarom was ik het dan wel? Hij heeft het België nooit vergeven. Was Hergé fout? Hij heeft na de oorlog ook verklaard dat hij aanvankelijk wel wat zag in de Nieuwe Orde die de schijnbaar onoverwinnelijke Duitsers in 1940 leken te zullen vestigen. Dat was een grote fout, vond hij zelf. Hergé was zeker geen actieve fascist; hij was als zovelen, als de overgrote meerderheid in feite, geen uitgesproken politieke figuur, die zijn zeilen naar de wind had gezet.

Na zijn drie meesterwerken van de late jaren vijftig nam de productie van Hergé sterk af. Hij leek zijn interesse in zijn metier deels te verliezen. Begin jaren zestig raakte hij geïnteresseerd in moderne kunst. Ten slotte besloot hij zelf te gaan schilderen; hij nam les en produceerde 37 abstracte doeken. Deskundigen zeiden dat hij talent had. Een nog veel deskundiger vriend zei dat hij er beter aan deed weer met schilderen op te houden. Abstracte schilderijen maken – ach, dat kon immers iedereen. Maar zijn fenomenale strips, dat was pas echte, grote kunst.

 

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.