Ruud Lubbers wist altijd een oplossing

Ruud Lubbers wist altijd een oplossing

DOOR MIRJAM JANSSEN

woensdag 14 februari 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In drie kabinetten gaf Ruud Lubbers als premier leiding aan forse bezuinigingen. Maar dat ging niet ten koste van zijn populariteit. Integendeel zelfs, hij kreeg tweemaal de kans ‘zijn karwei af te maken’. Hoe kon Lubbers saneren zonder dat het electoraat zich tegen hem keerde? 

Uit Maarten! 2012-4

Op 4 november 1982 stond het eerste kabinet Lubbers op het bordes bij de koningin. Twee dagen later bestormde Nederpopband Doe Maar de Top-40 met het liedje De Bom. Henny Vrienten zong:

‘Carrière maken (voordat de bom valt)
Werken aan m’n toekomst (voordat de bom valt)
Ik ren door m’n agenda (voordat de bom valt)
Veilig in het ziekenfonds (voordat de bom valt)’


Het lied verraadt de twee belangrijkste obsessies van dat moment: Nederland maakte zich grote zorgen over de wapenwedloop en over de slechte economische situatie. Carrière maken zat er vooral voor jongeren op dat moment helemaal niet in; de jeugdwerkloosheid bedroeg ruim 20 procent. Er was sprake van een recessie en de cao-lonen waren lange tijd te sterk gestegen, wat de exportpositie van het land had verzwakt. Op andere fronten was de stemming eveneens somber: in geen enkele periode in de voorgaande veertig jaar trouwden zo weinig mensen en ook het percentage echtscheidingen was opvallend hoog.

Zijn positie als premier was Lubbers min of meer overkomen, net als zijn entree in de politiek. Lubbers was in 1973 minister van Economische Zaken geworden namens de KVP in het kabinet-Den Uyl. De samenstellers van het kabinet zochten nog een ondernemer en na enig rondvragen waren ze uitgekomen bij de 34-jarige Ruud Lubbers. Hij was mededirecteur van familiebedrijf Hollandia, een staalproducent, en actief in de KVP. Aanvankelijk kon Lubbers goed opschieten met Joop den Uyl. Hij paste in de non-conformistische sfeer van het kabinet: als hij het te druk had om naar de kapper te gaan knipte zijn vrouw Ria zijn haar en hij reed rond in haar gammele boodschappenauto, een Renault 4. Hij zag zichzelf meer als vertegenwoordiger van het kabinet dan van de KVP en wilde vooral aanpakken. Hij viel op door zijn talent om voor elk probleem vele oplossingen aan te dragen. Door de samenwerking met de PvdA leerde hij machtspolitiek denken, maar uiteindelijk knapte hij af op het polariserende gedrag van Den Uyl.

Na de val van het kabinet had Lubbers moeite zijn draai te vinden. Hij kreeg geen ministerspost in het eerste kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981), maar werd fractievoorzitter. In die positie moest hij bemiddelen tussen de CDA-ministers in het kabinet en de dwarse CDAfractie. De fractie telde in die tijd tien ‘loyalisten’, parlementariërs die in veel opzichten sympathiseerden met de standpunten van de oppositie. Door deze situatie scheerde het kabinet voortdurend langs de rand van de afgrond. Als man van oplossingen wist Lubbers de zaak bij elkaar te houden en ontwikkelde hij een geheel eigen, op compromissen gericht taalgebruik. Hij bedacht zinnen van een surrealistische schoonheid als: ‘Dit probleemveld moet worden neergetunneld in een motie, om langs deze weg en in lijn met de afspraken met het kabinet al zwaluwstaartend de pijnpunten snelstens en bestens af te concluderen.’

Na het kabinet-Van Agt I volgden in anderhalf jaar tijd nog twee futloze kabinetten-Van Agt. Tijdens de onderhandelingen in het najaar van 1982 over zijn vierde kabinet gaf Van Agt te kennen dat hij zich terugtrok uit de politiek. Op dat moment werd Lubbers vrij onverwachts naar voren geschoven als zijn opvolger.

Stevige saneerders

De kabinetten-Van Agt waren uitgegaan van de veronderstelling dat de economie zou groeien en hadden hun begroting daarop gebaseerd. Maar de gouden jaren waren voorbij. Toen het eerste kabinetLubbers aantrad, was het financieringstekort inmiddels opgelopen tot ruim 10 procent. Er moest fors worden bezuinigd. Lubbers zorgde dat de ministersposten van het CDA werden bezet door stevige saneerders. Zo werd Onno Ruding minister van Financiën, bekleedde Wim Deetman de post Onderwijs en zat Jan de Koning op Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de Kamer wist Lubbers zich verzekerd van steun van de nieuwe CDA-fractieleider, Bert de Vries. De Vries slaagde erin het dissidente gedrag van de loyalisten in te dammen. ‘Elke zondagmiddag namen Lubbers en ik bij hem in de tuin de week door, zodat we elkaar niet voor verrassingen plaatsten,’ herinnert De Vries zich.

Het kabinet wilde sterk bezuinigen op onder meer de sociale zekerheid, het onderwijs en de zorg. ‘Maar we wilden er wel de tijd voor nemen,’ zegt De Vries. ‘We wilden het financieringstekort niet in een beperkt aantal jaren terugbrengen, maar in kleine stappen. Het mocht best een jaar of tien duren. We waren bang dat de binnenlandse bestedingen anders zouden terugvallen.’

Lubbers ontwikkelde een geheel eigen, op compromissen gericht taalgebruik

Toch leidden de maatregelen tot hevig verzet. Het kabinet kwam op voet van oorlog te staan met de vakbeweging en de oppositie. Ook de kerken en een deel van de CDA’ers vonden dat het veel te hard van stapel liep. Om de eigen achterban te overtuigen, gingen Lubbers en andere leidende CDA’ers elke maand het land in. Lubbers probeerde het beleid zo veel mogelijk uit te leggen. Hij wist de pers handig te bespelen. Als hij een lastige vraag kreeg, zei hij: ‘Ik zie dat een slag anders.’ Vervolgens herformuleerde hij de vraag en gaf daarop antwoord. En natuurlijk gebruikte hij ook trucs om zijn politieke tegenstanders dwars te zitten. Bij het beantwoorden van Kamervragen, bijvoorbeeld, legde hij voor elk antwoord een plastic mapje aan. Vaak begon hij eerst de mapjes met onbelangrijke kwesties te behandelen. Dat leek toevallig, maar er zat wel degelijk een systeem in: door het debat niet op hoofdpunten te beginnen, wist hij de vragen van oppositieleider Joop den Uyl minder gewicht te geven.

In het kabinet was hij een handige schaker. ‘Door steeds weer naar compromissen tussen de verschillende bewindslieden te zoeken weet Lubbers het politieke proces van het begin tot het einde te beheersen,’ observeerde voormalig VVD-leider en minister Frits Bolkestein later in een artikel. Als een minister te snel akkoord ging met een van zijn voorstellen, nam Lubbers volgens Bolkestein expres een ander standpunt in. ‘Hij kan slechts boven de twistende partijen staan als geen ervan het helemaal met hem eens is.’

‘De PvdA had moeite met zijn manier van ontideologiseren,’ zegt Jacques Wallage, die tijdens de eerste twee kabinetten-Lubbers Kamerlid voor de PvdA was. ‘Hij trok politieke vraagstukken een technische kant uit en zijn CDA/VVD-kabinetten zochten geen consensus in sociale vraagstukken.’

Drie weken na het aantreden van het eerste kabinet-Lubbers, op 24 november 1982, sloten de sociale partners het zogenoemde Akkoord van Wassenaar. Ze spraken af de lonen te matigen en de arbeidstijd te verkorten, zodat het werk kon worden herverdeeld en de internationale concurrentiekracht van het bedrijfsleven kon toenemen. Het Akkoord van Wassenaar geldt als een belangrijk omslagpunt. ‘Toch waren we er destijds niet zo van onder de indruk,’ herinnert econoom De Vries zich, en hij pakt er een grafiek bij. ‘Al twee jaar daarvoor had de tendens tot loonmatiging ingezet. Het Akkoord was een bevestiging van een bestaand proces. Het heeft ook niet zo veel opgeleverd: het werk werd herverdeeld, maar er kwamen weinig extra arbeidsplaatsen bij. Vanaf 1983 kwam de economische groei weer op gang, maar dat was vooral een gevolg van de aantrekkende wereldeconomie. De verdienste van het kabinet was dat het orde op zaken stelde in de overheidsfinanciën en de loonmatiging versterkte.’ De eerste regeringsjaren van Lubbers liep de werkloosheid op tot meer dan 10 procent; de jeugdwerkloosheid piekte in 1985 zelfs op ruim 25 procent. Daarna ging het beter.

Bommeldingen

En dan was er dus nog de Bom. Deze kwestie verziekte al jaren de sfeer. Vanwege een NAVO-besluit uit 1979 moest Nederland 48 kruisraketten plaatsen. Heel links Nederland, maar ook progressieve christenen en een aantal CDA’ers waren fel tegen. De VVD was juist fel voor en had aangekondigd uit het kabinet te stappen als de raketten niet werden geplaatst. Lubbers – en ook andere bewindslieden – werden persoonlijk lastiggevallen door actievoerders. Regelmatig stonden er dagen en nachten achtereen demonstranten voor hun woningen. Ook kregen ze bommeldingen te verwerken.

Lubbers probeerde tijd te winnen en bedacht in 1984 een compromis: Nederland zou alleen kruisraketten plaatsen als de Sovjet-Unie op 1 november 1985 meer dan 378 SS-20-kernraketten had gestationeerd. Toen die datum naderde, hield Lubbers zijn poot stijf. Op 26 oktober 1985 sprak hij op een antikernwapenbijeenkomst in de Houtrusthallen in Den Haag. Het publiek maakte zo veel mogelijk lawaai en keerde hem de rug toe; toch bleef Lubbers rustig doorspreken. In de beeldvorming pakte dat gunstig voor hem uit. Op 4 november 1985 stemde het kabinet in met de komst van de raketten, maar met de bepaling dat Nederland pas in 1988 tot plaatsing zou overgaan – ook weer een manier om tijd te rekken. De redding kwam van de nieuwe Sovjetleider Michail Gorbatsjov, die vaart zette achter de ontwapening. Uiteindelijk was plaatsing van kruisraketten niet meer nodig.

In het verkiezingsjaar 1986 bleef het kabinet bezuinigen. Volgens Lubbers moesten de kiezers weten waar ze aan toe waren. Het CDA voerde campagne onder de slogan: ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken.’ Lubbers was niet zeker van een overwinning, want de opiniepeilingen hadden er lang ongunstig uitgezien. Toch boekte het CDA negen zetels winst – precies evenveel als de VVD verloor.

De coalitie kon verder, maar de verhoudingen waren met 54 zetels voor het CDA en 27 voor de VVD niet meer in balans. De VVD voelde zich leeggezogen, al sprak de rechtse agenda van het kabinet deze partij zeker aan. Het kabinet bleef bezuinigen, maar minder sterk. Na de grote ingrepen tijdens zijn eerste kabinetsperiode wilde Lubbers rust. Onno Ruding verlaagde de belastingen, natuurlijk met grote instemming van de VVD. De verhoudingen binnen de VVD waren niet goed en Lubbers kon niet overweg met VVD-vicepremier Rudolf de Korte. ‘Geleidelijk viel op dat hij ongelukkig was met de VVD. Hij vond het leuker met PvdA’ers te discussiëren dan met VVD’ers te regeren,’ zegt Wallage. Joop den Uyl was als PvdA-leider opgevolgd door Wim Kok en met hem kon Lubbers wel opschieten.

Het kabinet viel in 1989 over het reiskostenforfait – eigenlijk geen halszaak, maar de samenwerking was gewoon op. ‘Toen we in 1982 begonnen hadden we een no-nonsense aanpak,’ zei voormalig VVD-minister Neelie Kroes later in een interview. ‘We voelden ons het eerste-categorie-hockeyteam, dat was aangetreden met een bright young man als aanvoerder. We zouden het varkentje wel even wassen. […] Maar toen na de pauze – de verkiezingen van 1986 – de tweede speelhelft begon, zei het publiek dat we het niet meer zo leuk deden als in de eerste helft.’ De val van het kabinet schaadde Lubbers’ persoonlijke aanzien niet. Integendeel, hij was op de top van zijn populariteit.

In zijn derde kabinet ging Lubbers verder met de PvdA; de partijen hadden samen een comfortabele meerderheid. Het CDA had 54 zetels behouden, de PvdA had er 49. Lubbers kon even soepel met de socialisten samenwerken als met de liberalen omdat hij zo pragmatisch was. Hij identificeerde zich niet met een christelijke politiek. Bovendien leek het hem goed verdere bezuinigingen met de PvdA door te voeren. Vicepremier Wim Kok kwam op Financiën, Bert de Vries werd minister van Sociale Zaken en Jacques Wallage werd staatssecretaris van Onderwijs en later van Sociale Zaken. ‘Ik was onder de indruk van Lubbers’ gedrevenheid,’ zegt Wallage. ‘Er werd altijd gesproken over zijn wollige taalgebruik, maar in bilateraal overleg was hij heel helder.’ ‘Hij had het vermogen redeneringen op te bouwen en die als enige logische te presenteren,’ vertelt De Vries.

Gedumpt

Lubbers vond dat de WAO aan herziening toe was. Deze arbeidsongeschiktheidsregeling was verworden tot een permanente werkloosheidsregeling, waarin overtollig personeel en ouderen die bijna aan hun pensioen toe waren werden gedumpt. In 1990 waren er 900.000 arbeidsongeschikten. In een toespraak verklaarde Lubbers: ‘Nederland is ziek.’ Hij vond het onaanvaardbaar dat het aantal WAO’ers bleef stijgen en wilde maatregelen. De PvdA voelde zich voor het blok gezet, maar stemde na een diepe interne crisis in met een versoberde regeling. ‘Lubbers had gelijk dat hij Nederland de spiegel voorhield,’ vindt Wallage achteraf. ‘Het was typerend voor zijn niet-ideologische aanpak. Hij probeerde weg te blijven uit een linksrechtsschema en maatschappelijke problemen te benoemen. Bij de WAO-kwestie begon hij niet over de verhoogde premiedruk, maar hij maakte er een moreel vraagstuk van. Het kon niet zo zijn dat zo veel mensen langs de kant stonden.’

Het derde kabinet zat de rit uit. De bewindslieden konden het prima met elkaar vinden maar de CDA- en PvdA-fracties niet. Dat werd mede veroorzaakt door een strategische fout van Lubbers: hij ging ervan uit dat het zijn laatste kabinet was en kondigde al vroeg CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman aan als zijn opvolger. Vanaf dat moment moest Brinkman zich profileren. En omdat het kabinet met de PvdA regeerde, kon dat alleen door een rechts geluid te laten horen. Er waren opeens twee kapiteins op het schip. Na een paar jaar zei Lubbers dat hij zich had vergist en bij de volgende verkiezingen op Ernst Hirsch Ballin zou stemmen. Tegelijk kwam het CDA met een veel rechtser programma. Brinkman wilde alle uitkeringen, ook de AOW, vier jaar bevriezen.

Hij vond het leuker met PvdA’ers te discussiëren dan met VVD’ers te regeren

De verkiezingen van 1994 draaiden uit op een ramp voor het kabinet: het CDA verloor twintig zetels, de PvdA twaalf. Het verlies van het CDA was te wijten aan de crisis in de partij, maar waarschijnlijk ook Hij vond het leuker met PvdA’ers te discussiëren dan met VVD’ers te regeren aan het vertrek van Lubbers. Hij was populairder dan zijn partij. Met 37 zetels werd de PvdA net iets groter dan het CDA. Zo ontstond het eerste paarse kabinet onder leiding van Wim Kok, een bewuste poging van PvdA, VVD en D66 om zonder het CDA te regeren.

De jaren daarna probeerde Lubbers een topfunctie in Europa te bemachtigen. Dat mislukte, omdat hij geen steun kreeg van de Duitse premier Helmut Kohl door een reeks irritaties in de jaren daarvoor, zowel op het politieke als op het persoonlijke vlak. Kohl hield niet van Lubbers’ neiging telkens met nieuwe oplossingen te komen. ‘Lieber Ruud,’ zei hij eens, ‘du brauchst dich doch nicht zu benehmen wie der Vorsitzende der Koblenzer Jugendverein.’

Lubbers werd wel Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Verenigde Naties. Deze functie moest hij in 2005 neerleggen omdat hij werd beschuldigd van seksuele intimidatie. Zijn populariteit in Nederland leed er niet onder: toen hij later dat jaar een lezing over duurzaamheid gaf op Lowlands, werd hij toegejuicht als een popster. Uiteindelijk werd hij in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Lubbers’ warme verhouding met vrouwen was wel algemeen bekend. Wallage: ‘Ruud is een heel charmante, betrokken man. Hij heeft een combinatie van intensiteit en inhoudelijkheid waarvan ik me kan voorstellen dat vrouwen die aantrekkelijk vinden.’

Sinds 1995 is Lubbers minister van Staat en in 2010 was hij informateur. De laatste rommelige jaren van zijn derde kabinet hebben ten onrechte een schaduw over zijn reputatie geworpen, meent Bert de Vries. ‘Lubbers heeft Nederland knap door de moeilijke jaren geloodst. Toen het weer beter ging met de wereldeconomie was Nederland klaar om ervan te profiteren.’

Paars kon verder op de basis die onder Lubbers was gelegd. Wim Kok was nog niet aangetreden als premier of het aantal WAO’ers begon te dalen. Het beleid had gewerkt. 

Uit Maarten! 2012-4

woensdag 14 februari 2018

Gerelateerde artikelen

'Het neoliberalisme dient eindelijk ten grave te worden gedragen'

maandag 12 februari 2018

Waarom het marktdenken failliet is

woensdag 10 januari 2018

Maarten van Rossem over Mark Rutte: ‘Zijn koers is beschamend onnozel’

woensdag 6 december 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.