Opportunisme in de Alpen

Door Ivo van de Wijdeven

Na de Eerste Wereldoorlog ging Oostenrijk verder als rompstaat. Als ‘Klein-Oostenrijk’ laveert dit opportunistje door Europa. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de Oostenrijkse neutraliteit een handig excuus om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan.

Uit Maarten! 2023-4. Bestel losse nummers hier of word abonnee

Oostenrijk doet geen vlieg kwaad. Het dwergstaatje in de Alpen met iets meer dan acht miljoen inwoners is een toeristische idylle – de ideale vakantiebestemming is van alle markten thuis. In de bergen kun je skiën in de winter en wandelen in de zomer, en daarna op krachten komen met een schnitzel ter grootte van een kleine deurmat. Voor een weekendje cultuursnuiven kun je terecht in Wenen, waar je je met talloze andere toeristen kunt vergapen aan de opulente luxe van keizerin Sisi’s paleis Schönbrunn of op chic van een voorstelling kunt genieten in de Staatsopera. Het land is zoet als Sachertorte.

Oostenrijkers kloppen zich graag op de borst. Hun nationale trots is groot en heeft drie pijlers: hun natuur, cultuur en hun neutraliteit. Ten aanzien van dat laatste gaan de Oostenrijkers er prat op dat ze sinds 1955 militair neutraal zijn en dat ze in de internationale diplomatie vaak een bemiddelende rol spelen.

Oostenrijkers kloppen zich graag op de borst

In april 2022 reisde de Oostenrijkse kanselier Karl Nehammer af naar Moskou voor een vergeefse poging om de Russische president Vladimir Poetin over te halen zijn invasie van Oekraïne te staken. Hij bood Wenen aan als locatie voor vredesbesprekingen. Totdat de Hongaarse premier Viktor Orbán in oktober 2023 bij Poetin ging bedelen om goedkoop Russisch gas, was Nehammer de enige Europese leider die een ontmoeting in persoon heeft gehad met Poetin sinds de Russische inval.

‘Oostenrijk was neutraal, Oostenrijk is neutraal en Oostenrijk zal neutraal blijven,’ verklaarde Nehammer trots. Maar dat is niet het hele verhaal. En het heeft bovendien een schaduwzijde. Wenen heeft warme banden opgebouwd met Moskou. Oostenrijkse bedrijven, zoals de Raiffeisenbank, doen van oudsher goede zaken in Rusland. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Karin Kneissl danste in 2018 – vier jaar na de Russische annexatie van de Krim – in dirndl met Poetin op haar huwelijk. Oostenrijk is ondanks een veroordeling van de Russische inval en deelname aan de Europese sanctiemaatregelen tegen Rusland nog steeds voor meer dan de helft afhankelijk van Russisch gas voor zijn energievoorziening.

Kortom: is Oostenrijk wel zo lieflijk? Of zijn de Oostenrijkers vooral zelfgenoegzame gemütliche opportunisten? Om het land te doorgronden moeten we de klok eerst zo’n tweehonderd jaar terugdraaien, naar de tijd van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie.

De Russische president Vladimir Poetin danst met de Oostenrijkse minister van Buitenlandse zaken Karin Kneissl op haar trouwdag, 18 augustus 2018.

Grandioze zelfoverschatting

Toen Sisi’s echtgenoot Frans Jozef rond 1900 nog heerste over meer dan vijftig miljoen onderdanen was Oostenrijk en vooral Wenen het onbetwiste epicentrum van zijn rijk. Een Duitstalige etnische minderheid regeerde over meerderheden met andere talen. De elite raakte genoegzaam losgezongen van de rest van het rijk én van de rest van Europa. Zowel het opkomende nationalisme als de industrialisatie waren ontwikkelingen die grotendeels voorbijgingen aan de Weense balzalen.

De oorlogsverklaring na de moord in Sarajevo op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand in 1914 kwam dan ook deels voort uit grandioze zelfoverschatting. Want ondanks verwoede pogingen van Frans Jozef om de achterstand in te halen, stelde Oostenrijk-Hongarije op militair en sociaaleconomisch gebied geen fluit voor.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog behoorde Oostenrijk-Hongarije tot de verliezers. Het multinationale rijk spatte uiteen en dat werd bekrachtigd in de naoorlogse vredesverdragen. Vanuit Wenen werd niet langer geregeerd over een machtige monarchie, maar over een klein Duitstalig rompstaatje: de Eerste Republiek. Want de dominante politieke krachten kozen resoluut voor het afschaffen van de monarchie en het invoeren van de parlementaire democratie.

Maar ‘Klein-Oostenrijk’ was niet populair. Er was een politiek breed gedeelde roep om een ‘Anschluss’ bij de Weimarrepubliek. De geallieerden wilden daar echter niets van weten en de Duitse regering voelde er ook niet veel voor. Van lieverlee zochten de Oostenrijkers toenadering tot hun buurlanden: het fascistische Italië en het autoritaire Hongarije.

Net als grote buur Duitsland ging Oostenrijk in 1933 het autoritaire pad op. Kanselier Engelbert Dollfuss greep een grondwettelijke crisis aan om het parlement buitenspel te zetten en een eenpartijstaat in te voeren. Met zijn Vaterländische Front streefde Dollfuss naar een fascistisch conservatief-katholiek en onafhankelijk Oostenrijk.

Annexatie

Dollfuss’ actie was een vlucht naar voren, omdat Oostenrijkse nazi’s – aangespoord door Hitler – openlijk streefden naar aansluiting bij nazi-Duitsland. Het bleef dan ook onrustig in het land. In februari 1934 kwam het tot een vijf dagen durende burgeroorlog, waarbij vooral in ‘rood’ Wenen veel slachtoffers vielen. In juli 1934 werd Dollfuss vermoord bij een mislukte staatsgreep door Oostenrijkse nazi’s.

Ondanks allerhande compromissen wist Dollfuss’ opvolger Kurt Schuschnigg de nazi’s niet buiten de deur te houden. Hitler oefende steeds grotere druk uit. Het doek viel toen het Duitse leger Oostenrijk binnentrok. Op 13 maart 1938 proclameerde Hitler de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland. Twee dagen later juichten 200.000 Oostenrijkers Hitler op de Weense Heldenplatz toe als ‘bevrijder’. In een referendum stemde 99,6 procent in met de annexatie van wat de ‘Ostmark’ ging heten.

In de begroting is nagenoeg geen geld ingeruimd voor defensie

Duizenden tegenstanders van de nazi’s verdwenen achter de tralies; meer dan tweederde van de Joodse Oostenrijkers sloeg op de vlucht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zo’n 65.000 Oostenrijkse Joden vermoord.

De Anschluss bracht de Oostenrijkers niet wat ze ervan hadden verwacht. Ze werden niet binnengehaald als elite, maar als provincialen die een bijdrage moesten leveren aan de nazi-oorlogsindustrie. Een kwart van de meer dan 1,2 miljoen Oostenrijkse mannen die dienst deden in de Wehrmacht kwam gehandicapt of niet meer thuis. Bij geallieerde luchtbombardementen op Oostenrijkse wapenfabrieken en de verovering van Wenen door het Russische Rode Leger in de laatste oorlogsmaanden kwamen ongeveer 30.000 burgers om het leven.

Eerste slachtoffer

Na de bevrijding haakten de Oostenrijkers maar wat graag aan bij het geallieerde narratief dat zij het eerste slachtoffer van de nazi-onderdrukking waren geweest. Het was het fundament van de Tweede Republiek die kanselier Karl Renner op 27 april 1945 uitriep. Oostenrijk werd neergezet als de antithese van Duitsland; het eigen leed van de Oostenrijkers stond voorop. Of zoals een Duits politicus in 1952 het verwoordde: ‘In plaats van hun deel van de verantwoordelijkheid te erkennen, willen ze vertroeteld worden als een gepest kind.’

De Oostenrijkers vonden het dan ook prima dat de geallieerden honderdduizenden ‘Rijksduitsers’ – mensen die voor de Anschluss al de Duitse nationaliteit bezaten – naar Duitsland deporteerden, want daarmee werden zij vrijgepleit van nazi-gruweldaden. Duits bezit werd vervolgens in beslag genomen door de Oostenrijkse staat, ter ‘compensatie’ van het oorlogsleed. Claims van anderen – bijvoorbeeld dwangarbeiders in Oostenrijkse fabrieken – werden doodleuk doorverwezen naar de buren. De relaties verzuurden. De Duitse Bondskanselier Konrad Adenauer zei eens tegen de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken: ‘Dus u wilt het hebben over Oostenrijks bezit in Duitsland? Nou, als ik wist waar Hitlers botten waren, dan zou ik ze graag terugsturen naar Oostenrijk!’

Toch vertrouwden de geallieerden de Oostenrijkers niet op hun blauwe ogen. Het land werd net als Duitsland opgedeeld in vier bezettingszones, maar daar kwam een einde aan toen het Oostenrijks Staatsverdrag in werking trad. Op 25 oktober 1955 trokken de geallieerden zich terug uit Oostenrijk en een dag later verklaarde het land zich ‘eeuwigdurend neutraal’. Het is tekenend dat Oostenrijkers er belang aan hechten dat déze dag een nationale feestdag is geworden, in plaats van de geboortedatum van de Tweede Republiek.

Weense kinderen op een Russische tank nadat Oostenrijk weer onafhankelijk is geworden, 15 mei 1955.

Mozart en Freud

Oostenrijk ontwikkelde zich daarna als verzorgingsstaat. Welvaart bevorderde de acceptatie van ‘Klein-Oostenrijk’. Het bedrijfsleven maakte dankbaar gebruik van oud-nazi’s en technisch personeel uit de wapenindustrie. Die werden ‘in het nationaal belang’ niet gezuiverd. Tegelijkertijd vond er na 1945 een ‘Oostenrijkificatie’ plaats. Dat ging ver: het ministerie van Onderwijs had het in officiële stukken over ‘de instructietaal’ in plaats van ‘Duits’ als primaire taal in het onderwijs.

Verder werd er bij het kweken van een trots Oostenrijks nationaal bewustzijn vooral teruggegrepen op het keizerlijke erfgoed van voor 1918, maar dan overgoten met een mierzoet sausje van ‘hoge cultuur’. Oftewel: wel de romantiek van Sisi, maar niet de machtspolitiek van Frans Jozef. Of zoals het Oostenrijks toerismebureau het tegenwoordig noemt: ‘de magie van inspiratie’. Van de romantische oude stadskern van Salzburg waar Mozart ooit rondliep tot de Weense koffiehuizen, die ‘woonkamers van de kunsten’ zouden zijn. En Sigmund Freud die zijn hoofd leegmaakte tijdens lange wandelingen in de Alpen. De toerismesector vormt tegenwoordig 10 procent van de Oostenrijkse economie.

Het bedrijfsleven maakte dankbaar gebruik van oud-nazi’s

De Oostenrijkers hebben het liefst dat je al het moois dat het land te bieden heeft alleen als toerist komt zien. Ze kijken weliswaar met een roze bril terug naar de Habsburgse tijd, maar zitten niet te wachten op hun voormalige rijksgenoten uit Midden- en Oost-Europa. Laat staan op mensen die van nog verder weg komen. Dat zijn allemaal concurrenten op de arbeidsmarkt en een bedreiging voor het sociale zekerheidsstelsel.

Xenofobie viert hoogtij. Veelgelezen sensatiekranten als de Kronen Zeitung of Kurier en opportunistische politici spelen handig in op de angsten en vooroordelen over migranten.

‘Klein-Oostenrijk’ heeft weliswaar alle verworvenheden van de dubbelmonarchie exclusief geclaimd, maar het land is geen multiculturele samenleving. Er zijn 1.500.000 inwoners met een migratieachtergrond – van wie 15 procent Duitsers – die voor het overgrote deel wonen in Wenen. De meeste Oostenrijkers vergeten voor het gemak dat deze mensen een onmisbare bijdrage leveren aan de Oostenrijkse economie.

 

Brug tussen Oost en West

Economisch en politiek spon Oostenrijk garen bij de neutraliteit. Het land was tijdens de Koude Oorlog de brug tussen oost en west. Internationale instellingen als de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), het Internationaal Atoomagentschap en de Organisatie van olie-exporterende landen OPEC vestigden zich in Wenen. De hoofdstad aan de Donau geniet sindsdien een reputatie als speeltuin voor spionnen, maar was ook de geijkte plek voor besprekingen over detente in de jaren zeventig.

De geostrategische voordelen waren groot. Gelegen aan het IJzeren Gordijn bleek het signaleren van een vermeende communistische dreiging een uitstekend middel om grote sommen geld los te peuteren bij de Amerikanen. Oostenrijk vond economisch aansluiting bij West-Europa, onder meer door de koppeling van de Oostenrijkse schilling aan de Duitse mark, maar kon verder een autonome koers varen. Zo was het staatsoliebedrijf ÖMV in 1968 het eerste West-Europese bedrijf dat een contract sloot met de Sovjet-Unie voor de levering van aardgas. Dankzij de aanwezigheid van alle internationale instellingen bloeide de dienstensector op. Oostenrijk at gulzig van meerdere walletjes.

Het einde van de Koude Oorlog betekende een einde van de speciale rol voor Oostenrijk, vooral na de toetreding tot de Europese Unie in 1995. Maar die rol zit nog wel in de hoofden van de Oostenrijkers. Veel politici geloven nog steeds dat Oostenrijk internationaal een belangrijke en vooral onafhankelijke rol kan spelen.

De Amerikaanse president Jimmy Carter en Sovjetleider Leonid Brezjnev tekenen de SALT IIverdragen in Wenen, juni 1979.

Excuus

Sinds de Russische inval wordt in Oostenrijk hier en daar wel geopperd om net als Finland en Zweden, die voorheen ook neutraal waren, partij te kiezen. Maar het is onwaarschijnlijk dat er iets verandert. Want de Oostenrijkse afzijdigheid is verankerd in de grondwet en de tweederde meerderheid in het parlement die nodig is om dat te veranderen, is er bij lange na niet.

Het is natuurlijk erg handig dat Oostenrijk inmiddels omringd is door NAVO-lidstaten en het neutrale Zwitserland. Zo geniet het land indirect bescherming van het Westerse militaire bondgenootschap. Voor het gemak vergeten de Oostenrijkers dat het EU-lidmaatschap niet alleen grote economische voordelen heeft gebracht – het Oostenrijkse bedrijfsleven boekt forse winsten in landen die ooit deel uitmaakten van de dubbelmonarchie – maar dat artikel 42.7 van het EU-verdrag het land ook verplicht een andere lidstaat te hulp te komen bij een aanval op zijn grondgebied.

In de Oostenrijkse begroting is dan ook nagenoeg geen geld ingeruimd voor defensie. In 2020 stelde de toenmalige minister van Defensie zelfs voor om ‘landsverdediging’ uit het takenpakket van de krijgsmacht te schrappen.

De Oostenrijkse neutraliteit is verworden tot een handig excuus om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan. Van de 65 Oostenrijkse bedrijven die zaken deden in Rusland voor de inval in Oekraïne is nog steeds tweederde actief in Rusland, inclusief staatsbedrijf OMV dat zegt contractueel verplicht te zijn dat te doen. Ook het in Salzburg gevestigde Red Bull – sponsor van Max Verstappen – blijft zijn energiedrankjes in Moskou verkopen.

Kortom: het Alpenland lift liever gratis mee op de rug van zijn buren. Wie daar wat van zegt, krijgt de Oostenrijkse tabloids over zich heen. Daarin wordt iedere vorm van kritiek in chocoladeletters afgeschilderd als aanval op het eeuwige slachtoffer Oostenrijk.

 Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist.

 

Reacties

Gerelateerde artikelen

Duitse erfenissen: maatregelen uit de bezettingstijd die bleven

80 jaar getuige van de geschiedenis

De pretenties van Polen

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.