Maartens boekenkast: In het Italië van Carlo Levi staat de tijd stil
Gepubliceerd op:
Door Maarten van Rossem
De arts Carlo Levi werd in de jaren dertig verbannen naar het Italiaanse dorp Aliano. Dat bleek een samenleving van straatarme, bijgelovige boeren, waarin vrouwen de baas waren. Hij schreef er een fascinerend boek over, vertelt Maarten van Rossem.
Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse nummers hier of word abonnee
Openingsbeeld De broers, 1953, Schilderij gemaakt voor zijn boek Christus kwam niet verder dan Eboli.
Bij de titel: Christus kwam niet verder dan Eboli had ik, voordat ik het boek had gelezen, een volstrekt onjuiste associatie. Ik dacht dat het boek daadwerkelijk over Christus zou gaan, of over een christus-achtige figuur. Zoiets als Christus wordt weer gekruisigd van Nikos Kazantzakis. Niets is echter minder het geval. Het fascinerende boek, dat meer een documentaire is dan een roman, gaat juist over mensen die eigenlijk niets met Christus hebben.
De schrijver Carlo Levi (1902-1975) was een Italiaanse arts en schilder, zoon van een rijke, Joodse familie. Levi was jaren actief betrokken bij antifascistische organisaties en werd daarom bij het begin van Benito Mussolini’s veroveringsoorlog tegen Abessinië gearresteerd en verbannen naar twee dorpen in het uiterste zuiden van Italië. Het boek gaat over zijn verblijf in het tweede dorp, Aliano.
Aliano was als een andere planeet
Daar trof hij een wereld waar hij als Noord-Italiaanse intellectueel geen weet van had. Werkelijk een totaal andere wereld, alsof het om een andere planeet ging. Zeker toen bestond Italië uit twee fundamenteel van elkaar verschillende helften. In Aliano leefde een straatarme boerenbevolking letterlijk buiten de tijd. De geschiedenis was aan deze bergdorpen in de Mezzogiorno voorbijgegaan.
De Romeinen waren in deze streek nooit verder gekomen dan controle van de infrastructuur; in de bergen en bossen hadden zij zich niet gewaagd. Zo was het ook geweest voor en na de Romeinen. Deze agrarische samenleving was waarschijnlijk in duizenden jaren niet veranderd.
Het traditionele christendom speelde er niet meer dan een marginale rol, vandaar de titel van het boek. Weliswaar werd de Zwarte Madonna van Viggiano er vereerd, maar dat was bepaald niet de troostende Moeder Gods, eerder een almachtige, duistere en aardse vruchtbaarheidsgodin.
De arme boeren gingen zelden of nooit ter kerke, lieten hun kinderen vaak niet dopen, gaven weinig tot niets om de traditionele huwelijksmoraal en leefden in een magische wereld waar mens en natuur één wonderlijk geheel vormden. Zo dachten zij, om maar een enkel voorbeeld te geven, dat mannen die slaapwandelden in wolven veranderden.

Carlo Levi, 1947.
Gouden tanden
Wolven waren in deze streek in vrij grote aantallen aanwezig. Als ze in de besneeuwde winters honger hadden, kwamen ze naar de dorpen. Levi zag ooit een enorme wolf in het centrum van het dorp. Zijn eigen hond, die hij komisch en liefdevol beschrijft, werd door de dorpelingen aangezien voor een soort wolf met bijzondere krachten.
De woningen van de boeren bestonden uit één grote kamer met een reusachtig bed, waarin de hele familie sliep. De allerkleinsten hingen in een mandje aan het plafond. Malaria was in deze dorpen een ware gesel.
Levi legde de burgemeester, die net als alle andere gezagsdragers een incompetente luiwammes was, nauwkeurig uit dat er van alles aan die malaria viel te doen. De burgemeester zegde zijn medewerking toe, maar er gebeurde niets.
Elk initiatief stierf hier al eeuwen in lethargie en onkunde. Rome, de overheid, het gezag, het fascisme, het zei de boeren allemaal niets. Ze stonden immers buiten de geschiedenis. Ze hadden wel een hoofdstad, een paradijs en een wonderdoener, maar dat waren New York, de VS en Franklin D. Roosevelt, wiens portret overal in de armelijke woningen hing.
Emigratie naar de VS was in deze dorpen een prominent verschijnsel. Sommige mannen kwamen weer terug en dan kon je alleen aan hun gouden tanden zien dat ze daar waren geweest, anderen kwamen nooit meer terug en lieten niets meer horen.
Vrouwen waren daarom in Aliano ruim in de meerderheid en de structuur van het gezinsleven was matriarchaal. Kwam een man niet meer terug uit de VS, dan begon een vrouw zonder problemen al snel aan een nieuwe relatie. Veel vrouwen hadden kinderen van verschillende mannen. Wie de vader precies was, werd zo vanzelf een weinig interessante kwestie.
De fascistische autoriteiten probeerden steeds te verhinderen dat Levi actief was als arts
Sommige dominante en wat oudere vrouwen functioneerden als een soort ‘heksen’, wat niet direct negatief dient te worden opgevat. Zij konden mensen betoveren, genezen en verliefd laten worden, maar ook indien noodzakelijk laten sterven.
Zodra de dorpelingen duidelijk werd dat Levi een echte arts was, werd hij steeds dringend geraadpleegd, zeker omdat de twee artsen in het dorp niets wisten van de medische wetenschap. De fascistische autoriteiten probeerden steeds te verhinderen dat Levi actief was als arts. Vrijwel alle gezagsdragers en zeker de grootgrondbezitters worden door Levi beschreven als ijdele en kwaadwillige kletsmajoors.
Daar staat tegenover dat hij dol was op de kinderen van het dorp, immer enthousiast en enorm nieuwsgierig, maar tegelijkertijd op een enigszins treurige manier vroegwijs. Ze kwamen altijd kijken als hij ging schilderen en droegen dan zijn spullen.
Zo arm als Aliano in de jaren dertig was, is het nu niet meer. Levi is er op eigen wens begraven en het dorp heeft geprofiteerd van de roem die hij het heeft bezorgd. Nog steeds zijn er echter grote verschillen tussen Noord- en Zuid-Italië. Wat zou er niet een mooi boek zijn te schrijven over landen die uit twee frappant verschillende helften bestaan!