Oorlog met China wordt Amerika fataal
Gepubliceerd op:
Door Maarten van Rossem • Illustraties Job van der Molen
De spanningen tussen de Verenigde Staten en China dreigen voortdurend te escaleren. Tegelijk zijn de landen in economisch en technologisch opzicht volkomen met elkaar verweven. Draaien hun conflicten uit op een dubbele suïcide? Of kunnen ze elkaar misschien ooit versterken?
Uit Maarten! 2025-4. Bestel losse nummers hier of word abonnee
Het economische en mogelijk militaire conflict tussen de Verenigde Staten en China is de grootste bedreiging van de komende decennia. Het is wel een vreemd conflict, zo blijkt uit Breakneck. China’s Quest to Engineer the Future van de Amerikaanse China-deskundige Dan Wang. Hoewel het met enige regelmaat wordt vergeleken met de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie is het fundamenteel andersoortig. De Sovjet-Unie en haar imperium stonden apart van de wereldeconomie; tussen de VS en de Sovjet-Unie bestonden nauwelijks economische contacten.
China daarentegen heeft zijn spectaculaire economische succes deels te danken aan buitenlandse, en zeker ook aan Amerikaanse investeringen. Het land is een actieve participant in het mondiale productie- en handelssysteem. Zonder globalisering geen sterke groei van de Chinese export.
China dankt zijn succes aan buitenlandse investeringen
Aanvankelijk waren de Amerikanen zeer te spreken over de verbazingwekkende industriële groei van China. Ze dachten dat die zou kunnen leiden tot een transformatie van het regime in China, tot een grotere openheid en zodoende tot een zekere mate van democratisering. Dat verwachtingspatroon begon in 2011 te veranderen. De regering-Obama besloot dat jaar tot de zogenoemde pivot to Asia, ofwel een veel grotere aandacht voor Azië, vanwege het verschuivende demografische en economische zwaartepunt van de wereldeconomie. Daarbij zou ook aan China meer aandacht worden besteed. Dat laatste was een enigszins zonderling voornemen, vanwege de al jaren bestaande zeer intensieve economische contacten tussen de twee landen. Denk bijvoorbeeld aan de omvangrijke productie van de iPhone in China.
Onvermijdelijk werd de indruk gewekt dat Washington plotseling tot de ontdekking was gekomen dat het Chinese productiewonder zich in potentie zou kunnen ontwikkelen tot een geostrategische bedreiging van de eerste orde. Sinds de verdwijning van de Sovjet-Unie hadden de VS de hegemonie op het wereldtoneel, maar simpele projecties van de Chinese economische groei lieten zien dat er onverwacht een nieuwe bipolaire machtsstructuur in de maak was.
In augustus 2012 schreef de politicoloog Graham Allison een artikel in de Financial Times, waarin hij zich afvroeg of de VS en China in staat zouden zijn de zogenoemde Thucydides Trap te vermijden: de waarschijnlijkheid van een conflict als een opkomende macht een gevestigde bedreigt. Hij gaf zestien voorbeelden, te beginnen met het conflict tussen Athene en Sparta. In twaalf daarvan was het resultaat een verwoestende oorlog.
Handelsoorlog
In datzelfde jaar 2012 kwam in China Xi Jinping aan de macht, die in zijn buitenlands beleid een veel scherpere toon aansloeg dan zijn voorgangers. Met enige regelmaat stelde hij dat China de macht van de toekomst was, terwijl het Westen aan een onvermijdelijke neergang was begonnen.
Het was duidelijk dat er sprake was van een kantelpunt, temeer omdat Xi van mening was dat Taiwan moest terugkeren in de Chinese moederschoot. Terwijl de Amerikanen in bedekte termen lieten weten dat Taiwan wellicht historisch gezien een deel van China was, maar dat zij het eiland zouden verdedigen als China het probeerde te veroveren. Het was zeker niet zo dat de beide partijen al direct aanstuurden op een conflict, maar er was wel een botsing in de maak, die in eerste instantie economisch zou blijken te zijn. Bij de snelle expansie van hun productieapparaat maakten de Chinezen volgens de Amerikanen gebruik van oneerlijke methoden, in het bijzonder de diefstal van intellectueel eigendom.
De handelsoorlog tussen China en de VS begon in januari 2018 tijdens de eerste termijn van president Donald Trump met forse tarieven op Chinese zonnepanelen. Doel van alle Amerikaanse tarievenpolitiek, toen en nu, is de re-industrialisering van het Amerikaanse Midden-Westen. Tot nog toe is er van die re-industrialisering geen sprake en deskundigen geloven niet dat een dergelijk resultaat op afzienbare termijn mogelijk is.
Joe Biden noemde Xi Jinping een ‘boef
In 2019 escaleerden de economische fricties en werd afgesproken dat de Chinezen grote hoeveelheden Amerikaanse agrarische producten zouden kopen. Daar is niets van terechtgekomen door de coronacrisis.
In mei 2020 concludeerde een officieel Amerikaans rapport dat China niet langer een bondgenoot was, maar een tegenstander. De regering-Biden, die verder niets van Trump moest hebben, heeft diens China-beleid compleet overgenomen en zelfs verscherpt. De consensus dat China levensgevaarlijk was, had in Washington vaste voet aan de grond gekregen. Om dat nog eens te onderstrepen zei Biden dat Xi Jinping zijns inziens een boef (‘thug’) was.
De Amerikaanse tarieven op elektrische auto’s en zonnepanelen werden verder verhoogd. Biden zette ook in op een omvangrijke en kostbare industriepolitiek, die een antwoord was op de Chinese economische expansie. Helaas heeft al dat geld tot op heden nauwelijks ergens toe geleid en is Trump begonnen de plannen van zijn voorganger te slopen. De vervlechting van de Chinese en de Amerikaanse economie is ondertussen zeker niet minder geworden.
Volgens economen was de Chinese economie in 2015 naar koopkrachtpariteit gemeten al groter dan de Amerikaanse. In dat jaar kwamen de Chinezen met een omvangrijk plan, voorzien van passende subsidies, om een leidende positie op te bouwen in de productie van goederen die bepalend zijn voor de ontwikkeling van de technologie in de rest van de eeuw. Daarbij valt te denken aan alles wat voor de elektrificatie van de samenleving in de komende decennia noodzakelijk is, zoals zonnepanelen, windmolens, batterijtechniek, zeldzame aardmetalen en een elektriciteitsnet dat die elektrificatie mogelijk maakt.
Sleetse infrastructuur
Om duidelijk te maken op welk een verbijsterende schaal de industriële expansie zich heeft voltrokken, is het aardig de ontwikkeling van Guangzhou (het voormalige Kanton) te bekijken. Op een grondgebied van ongeveer de helft van Nederland wonen 32 miljoen mensen in de meest productieve regio ter wereld. In heel China werken iets minder dan 100 miljoen mensen in de productiesector. Wie dat tegenvalt op een bevolking van 1,4 miljard zielen, moet zich realiseren dat in Duitsland slechts 8 miljoen mensen in de industriële productie werken.
De industrie vormt in China 30 procent van de economie, in Duitsland 21 procent en in de VS 10 procent! De Chinese productietechniek kan zich nu meten met de modernste productie in Duitsland en Japan. Van essentieel belang voor het immense apparaat zijn hooggeschoolde arbeiders. Het hele systeem is een hoogstandje van process-engineering. De VS kunnen wel de ambitie hebben om de re-industrialisering van het Midden-Westen te verwezenlijken, maar daar is het systeem van process-engineering met de daarvoor noodzakelijke arbeiders al decennia verdwenen. De industriële knowhow van de VS is sinds 1970 deels in rook opgegaan.
De industriële knowhow van de VS is in rook opgegaan
Als de VS serieus werk willen maken van re-industrialisering, dan moeten ze de zeer sleetse nationale infrastructuur aanpakken. Want ook in dat opzicht hebben de Chinezen wonderen verricht – sommige kritische waarnemers vragen zich zelfs af of ze niet te veel infrastructuur hebben aangelegd. In relatief korte tijd heeft China meer TGV-spoor aangelegd dan alle andere landen in de wereld samen. En er is een vierbaanswegennet gebouwd dat tweemaal zo omvangrijk is als het Amerikaanse Federal Highway System. Als de Amerikanen werkelijk met de Chinezen willen concurreren, kunnen zij niet toe met een infrastructuur die voor een groot deel een eeuw oud is.
Nog wat verbazende cijfers: China bouwt nu meer dan de de helft van alle schepen in de wereld en heeft de productiecapaciteit om 60 miljoen auto’s per jaar te vervaardigen, terwijl de op zichzelf reusachtige Chinese markt er maar 30 miljoen per jaar nodig heeft. De resterende 30 miljoen moeten worden geëxporteerd, maar dat zal nog niet zo simpel zijn. Hier loopt China tegen de grenzen van zijn eigen schijnbaar grenzeloze expansie aan. De overproductie van auto’s leidt tot een harde competitie op de eigen markt, waardoor het rendement van de omvangrijke autoproductie niet veel voorstelt.
De concentratie op de noodzakelijke fundamenten van een praktisch totale elektrificatie van de samenleving in de komende decennia heeft opmerkelijke gevolgen gehad. In 2010 passeerde China de elektriciteitsproductie van de VS en vorig jaar genereerde het liefst 2,5 maal zoveel elektriciteit. Die enorme productie had tot gevolg dat China op diverse terreinen een mondiale monopoliepositie op kon bouwen. Bijvoorbeeld in de sector van de zogenoemde zeldzame aardmetalen, die overigens helemaal niet bijzonder zeldzaam zijn. De sterke positie heeft China te danken aan het feit dat het de raffinage van deze metalen grotendeels in eigen handen houdt. Deze metalen zijn noodzakelijk in apparatuur die onmisbaar is voor de elektrificatie, zoals batterijen en elektromotoren. China wekt, voornamelijk met zonnepanelen en windmolens, meer groene stroom op dan de rest van de industrielanden samen.
In deze sector hebben de VS de competitie al bij voorbaat verloren. Trump moet niets van groene stroom hebben en treft groene energie, maar vooral ook windmolenparken met speciale fiscale heffingen, terwijl hij van plan is kolen te subsidiëren.
Duister beeld
De voorlopig onaantastbare voorsprong van China bij de zeldzame aardmetalen maakt dat het als enige de Amerikaanse president effectief tegenspel kan bieden in zijn tarievencircus. Toen Trump zei de import uit China met een tarief van 100 procent te zullen treffen, overboden de Chinezen hem met een zeer strakke regulering van de export van de zeldzame aardmetalen, die schadelijk voor de VS en trouwens ook voor andere industrielanden zou kunnen zijn.
De onbetwiste leider van de mondiale productiesector is simpelweg China. Het is niet waarschijnlijk dat de VS een grote oorlog in Oost-Azië kan winnen. China zou zijn militaire productie in dat geval veel sneller kunnen opschalen dan de VS. Zo ontstaat een bijzonder duister beeld als de competitie tussen China en de VS uit de hand loopt. Hoe een dergelijk conflict zou ontstaan en verlopen is onduidelijk. Ik zie het er nog niet zo snel van komen, maar mijn voorspellingen zijn weinig betrouwbaar gebleken.
Als we alleen naar industriële productie kijken staan de VS er ongetwijfeld niet best voor. Het conflict tussen de dominante macht en de opkomende macht heeft ditmaal een aantal eigenaardige aspecten. Economisch vormen China en de VS een soort Siamese tweeling. Ze kunnen niet met elkaar opschieten, maar kunnen zich niet zomaar losmaken uit hun zonderlinge omstrengeling. Ze vrezen elkaar, maar hebben elkaar ook nodig. Janet Yellen, Joe Bidens minister van Financiën, verklaarde een paar jaar geleden dat decoupling geen optie was.
Terwijl de Chinezen nauwelijks echt bruikbare bondgenoten hebben, hebben de Amerikanen er talloze. Ze exploiteren een mondiaal veiligheidssysteem, dat rust op een dominante positie in het mondiale financiële systeem. Dan is er nog de unieke Amerikaanse soft power! Je wint geen oorlogen met Donald Duck, maar de uiterst vitale Amerikaanse cultuur geeft wel aanzien en status, waar ook de Chinezen gevoelig voor zijn. De aantrekkingskracht van de Chinese populaire cultuur is zonder meer beperkt. Al moet hier natuurlijk wel het contraproductieve gedrag van de huidige Amerikaanse president vermeld worden. Hij jaagt zijn onmisbare bondgenoten tegen zich in het harnas en maakt zijn natie wereldwijd impopulair.
China kan zijn militaire productie veel sneller opschalen dan de VS
China zit ook met een demografisch probleem dat een waarlijk omvangrijke oorlog tot een groot risico zou maken, omdat het grootschalig herstel na zo’n conflict lastig zou maken. De zeer lage geboortecijfers in China in combinatie met de ongelukkige effecten van de eenkindpolitiek, zullen bij gelijkblijvende omstandigheden de Chinese bevolking in de komende 75 jaar halveren. Een explosieve groei als de laatste veertig jaar is in ieder geval in de komende decennia onmogelijk.
Ook de absolutistische controledrift van Xi Jinping doet de natie geen goed, en is sowieso een rem op vrijwel elke vorm van creativiteit. Een volstrekt onvoorspelbare factor voor de huidige ambities van China en de VS is de mogelijke economische groei van andere zeer volkrijke naties in Azië, in het bijzonder van India, dat een veel jongere bevolking heeft dan China.
Zou Graham Allison uiteindelijk toch gelijk krijgen? Zal de Siamese tweeling van China en de VS een zonderlinge dubbele suïcide plegen? Zullen ze het slachtoffer worden van een nogal kinderachtige, nationalistisch geïnspireerde tweestrijd over de wereldhegemonie? De huidige machtsverhoudingen zijn ongetwijfeld maar tijdelijk. Beide giganten overschatten waarschijnlijk hun machtspolitieke mogelijkheden in de veel complexere mondiale verhoudingen in de rest van deze eeuw. Gegeven de metafoor van de Siamese tweeling zouden China en de VS hun vergroeiing ook kunnen gebruiken voor een gezamenlijke krachtsontplooiing. Waarom zouden de Chinezen – uit vrees voor India – hun ongekende talenten in de process- engineering niet kunnen gebruiken om de VS in wederzijds voordeel uit de huidige malaise te bevrijden?
De VS zijn een rommelig land, rommeliger dan veel mensen denken. Dat is ook de kracht ervan en China zou daar een voorbeeld aan moeten nemen. Per slot bieden de VS China prima partij met iets minder dan een kwart van de bevolking.
De VS zijn zo groot, zo complex, zeg maar zo rommelig, en hebben zo’n diepstekende democratische traditie, dat het mijns inziens onmogelijk is in vier jaar een autocratie te realiseren. Laatst zag ik zelfs het China van Xi Jinping beschreven als rommeliger dan je zou denken: messy. Dat deed mij goed. Op rommelig/messy moet gekoerst worden. Dat levert energie en creativiteit. Vergeten we ten slotte niet de EU, die is immers ook messy. Drie rommelige reuzen op het wereldtoneel, daar valt eigenlijk niets over te voorspellen!
Meer lezen
Breakneck. China’s Quest to Engineer the Future
Dan Wang
288 p. W.W. Norton & Company, € 27,50
De spanningen tussen de Verenigde Staten en China dreigen voortdurend te escaleren. Tegelijk zijn de landen in economisch en technologisch opzicht volkomen met elkaar verweven. Draaien hun conflicten uit op een dubbele suïcide? Of kunnen ze elkaar misschien ooit versterken?
Uit Maarten! 2025-4. Bestel losse nummers hier of word abonnee
Welkom bij Maarten!
Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.
InloggenRegistreren