Het fantoom Van Rossem

Gepubliceerd op:

Door Maarten van Rossem • Illustraties Job van der Molen

Zijn leven lang wordt Maarten al achtervolgd door vragen over zijn illustere naamgenoot, een middeleeuwse veldheer. Is hij familie van dit bloeddorstige figuur? Daarom legt hij voor eens en voor altijd uit hoe het zit met Maarten van Rossem.

Uit Maarten! 2026-2. Bestel een losse editie of word abonnee

De verontrustende ontdekking moet zich hebben voorgedaan in de loop van de vijfde klas van de lagere school. Mijnheer Brink (geen enkele onderwijzer werd toen bij zijn voornaam genoemd) gaf didactische richting aan het Jaartallenboekje dat wij uit het hoofd moesten leren. Bij het begin van de zestiende eeuw vertelde hij dat Den Haag in 1528 was geplunderd door een zekere Maarten van Rossem, de bevelhebber van de troepen van het hertogdom Gelre. Dat gaf al meteen rumoer en besmuikt gelach.

Mijnheer Brink vervolgde: ‘Zo iemand hebben wij hier ook in de klas.’ Waarop alle aandacht zich richtte op de kleine plunderaar die links achterin de klas zat. Deze incarnatie was allerminst een woesteling: ik was een klein, bleek jongetje met een korte broek, waar ik ook toen al een vreselijke hekel aan had. Ik was volkomen verrast, ik wist niet dat ik mijn naam deelde met een bloeddorstige plunderaar. Niemand had mij dat ooit verteld. Ik vond de plotselinge aandacht onaangenaam en de onvermijdelijke associatie nog onaangenamer.

Het sufste jongetje van de klas bleek een potentiële woesteling

Dit was al de tweede maal dat het zo onschuldig ogende Jaartallenboekje rumoer had veroorzaakt. De eerste maal betrof het de zogeheten ‘Zoen van Delft’ in 1428 tussen Jacoba van Beieren en Filips van Bourgondië. Ook daarover ontstond rumoer, tot mijnheer Brink uitlegde dat zoenen er niets mee te maken had; het ging om een vredesverdrag, een ‘verzoening’. En nu bleek plots het sufste jongetje van de klas op zijn minst een potentiële woesteling.

Maarten van Rossem heeft mij een leven lang achtervolgd. Was ik soms familie van deze spookachtige figuur? Wist ik wel dat er in Zaltbommel een Maarten van Rossemhuis was, en in Arnhem een Duivelshuis dat hij ooit had bewoond?

Als wij onze vakanties doorbrachten in Radio Kootwijk, bezochten wij uit een vaag gevoel van familiale verplichting de Cannenburgh in Vaassen, die ooit aan Van Rossem had toebehoord. Ons irriteerde dan telkens dat de naam met een ‘u’ werd gespeld. Dat kon niet juist zijn, want wij geloofden dat onze naam met een ‘e’ moest worden gespeld, al was het maar omdat de overlevering wilde dat de Van Rossems met een ‘e’ deftiger waren dan die met een ‘u’. Waarvoor overigens geen enkel bewijs was. Gelukkig ontdekten wij iets later dat in het Gemeente Museum in Arnhem een portret van Van Rossem hing waarop zijn naam ons inziens juist werd gespeld. Dat portret was wel een kopie van een schilderij dat met zekerheid na zijn dood was geschilderd. Ook de e/u-kwestie heeft mij een leven lang achtervolgd. Als ik instanties of tv-programma’s beleefd had gevraagd mijn naam met een e te spellen ging het hardnekkig fout.

De vraag is natuurlijk waarom mijn ouders, die voor zover ik weet weinig historisch benul hadden, mij hebben opgezadeld met die eeuwige historische verwijzing. Als je De Ruyter heet noem je je zoon toch ook niet Michiel Adriaansz? Juist in mijn geboortejaar (1943) verscheen er van de hand van J.C. van der Does een bescheiden boekje, getiteld Maarten van Rossem. De glorieuse Geldersche legeraanvoerder. De naam correct gespeld met een ‘e’. Hebben mijn ouders dat wellicht ergens zien liggen in mijn geboortejaar? Een oudste kleinzoon dient vernoemd te worden naar zijn opa van vaderskant. Was dat gebeurd, dan zou ik Arnold hebben moeten heten. Maar mijn vader kon slecht opschieten met zijn vader en zo werd het Maarten. Ik vind Arnold een vreselijke naam, dus daar ben ik aan ontsnapt.

Ik ben nu langzaam gewend aan mijn naam, maar toch was bijvoorbeeld ‘Piet’ mij liever geweest. Immer dat spook op de achtergrond vond ik lange jaren niet prettig. Doe het uw kinderen niet aan, zo’n historische schaduw. Voor alle duidelijkheid: ik stam niet af van Maarten van Rossem, want die is kinderloos gestorven. Mijn familie stamt ook niet af van de familie Van Rossem, die in het volgende verhaal een centrale rol speelt.

Kasteel Poederoijen

Het probleem met een biografische schets van Maarten van Rossem is dat wij helemaal niets weten van de eerste twee decennia van zijn leven. In de archieven wordt hij pas in 1516 voor het eerst genoemd en dan in een ondergeschikte en zelfs enigszins vernederende rol. Traditioneel werd 1478 genoemd als zijn geboortejaar. Overtuigend puzzelwerk toont echter aan dat hij na 1490 geboren moet zijn, waarschijnlijk in 1495 of later, maar helemaal zeker is ook dat niet.

Willen we hem toch een overtuigende historische context bieden, dan is het nodig de politieke en militaire situatie te beschrijven, waarin hij zijn latere, wél terdege beschreven daden heeft bedreven. De man die hem de gelegenheid bood een militair leider van aanzien te worden was Karel van Egmond, hertog van Gelre, die na een lang buitenlands verblijf in 1492 terugkeerde naar zijn hertogdom. Karel was vastbesloten zich teweer te stellen tegen de sterkste vorst van die jaren, de ons welbekende Habsburgse Karel V. Daarbij kon hij vrijwel altijd rekenen op de hulp van de Franse koning die de Habsburgse ambities als een strategisch gevaar zag.

Als je De Ruyter heet, noem je je zoon toch ook niet Michiel Adriaansz?

Het belangrijkste adellijke bezit in de Bommelerwaard was niet de bescheiden woning van de familie Van Rossem, die van lage adel was, maar kasteel Poederoijen. Heer van Poederoijen was Peter van Hemert, getrouwd met Johanna van Herlaar. Johanna had Poederoijen geërfd van haar vader. Het echtpaar had een zoon Gijs en een dochter Johanna. Van Hemert moest niets hebben van Karel van Gelre en sympathiseerde daarom met Holland en Brabant. Dat kwam hem duur te staan. In 1493 werd Poederoijen veroverd en geplunderd door Gerard van Waardenburg, een leenman van Karel van Gelre en diens sidekick Hendrik Ense, omineus bijgenaamd Snijdewind. Gijs en Peter van Hemert werden gevangengenomen en zijn vreemd genoeg spoorloos verdwenen.

Dochter Johanna huwde met Jacob van Rossem, heer van Rossum. Zij werden de ouders van Maarten van Rossem, die hun tweede zoon was. Hun oudste zoon heette Jan en er waren ook nog twee dochters. Maarten van Rossem werd geboren in het weinig aanzienlijke kasteel van de laagadellijke familie Van Rossem bij het dorp Rossum. Daar moet hij ook zijn opgegroeid. Het hoe en wat van zijn jeugd en leerjaren is echter in de mist van het verleden verdwenen.

Moeder Johanna van Hemert kreeg kasteel Poederoijen niet meer terug. Ze heeft eindeloos geprocedeerd over een schadeloosstelling. Ik was overigens verbaasd over de aanhoudende juridische procedures die in deze laat-Middeleeuwse jaren door iedereen over alles werden gevoerd.

Het beschadigde Poederoijen behield een Gelderse militaire bezetting. Die bezetting, onder de competente leiding van de niets ontziende Snijdewind en gesteund door allerlei aanlopend gewelddadig gajes, ontwikkelde zich tot een ware gesel van de gehele omgeving. Deze plunderbende had de naam de Zwarte Hoop of de Zwarte Bende en heeft jarenlang de wijde omtrek onveilig gemaakt. Het optreden van de Zwarte Bende maakt duidelijk dat er in deze grensstreek van diverse hertogdommen sprake was van een permanente laagdrempelige oorlog, een soort guerrilla waaronder de bevolking veel te lijden had.

De lokale gezagsdragers maanden de hogere autoriteiten aanhoudend tegen de Zwarte Bende op te treden, maar daar kwam het steeds maar niet van en wat ondernomen werd, was niet succesvol. Pas in 1508 werd Poederoijen na een belegering ingenomen, waarschijnlijk omdat Snijdewind dodelijk was getroffen door een kanonskogel. Na de inname van Poederoijen mocht de Zwarte Bende vreemd genoeg ongehinderd vertrekken en in later jaren werd duidelijk dat die bende een min of meer coherente militaire eenheid vormde, die officieel deel ging uitmaken van de Gelderse strijdmacht.

Uitzonderlijke talenten

Van Maarten van Rossem hebben de archieven ondertussen nog geen melding gemaakt. Dat gebeurt dus pas in 1516. In dat jaar werd een Gelderse strijdmacht verrast door een Hollandse militaire eenheid. De Geldersen moesten halsoverkop vluchtten met achterlating van hun uitrusting. Zo ook Maarten van Rossem, die als ruiter diende in die Gelderse strijdmacht. Hij had kennelijk gekozen voor een militaire carrière. Zijn maatschappelijke vooruitzichten waren niet per se gunstig, hij was immers een tweede zoon in een laagadellijke familie. Dat hij uiteindelijk berucht en schatrijk werd en kon meedoen in de hoogste kringen van zijn tijd, was te danken aan zijn uitzonderlijke talenten als legeraanvoerder, diplomaat en vestingbouwer.

In 1517 wordt hij vermeld in een dienende functie bij de Gelderse operaties in Friesland. Het jaar daarna werd hij al tijdelijk stadhouder van Friesland. Vlak voor die benoeming kreeg hij verrassend Poederoijen als leen toegewezen vanwege trouwe dienst. Verrassend, omdat hij niet de eerst rechthebbende was, dat was immers zijn moeder Johanna, want het kasteel behoorde toe aan haar familie. Ook zijn oudere broer Jan had betere rechten. Maarten van Rossem was nu evident begonnen aan zijn spectaculaire loopbaan. Poederoijen was een indrukwekkend leen, waar iets van te maken viel.

Dit hele verhaal over Poederoijen wekt de mijns inziens overtuigende suggestie dat Van Rossem het vak op z’n minst deels had geleerd door betrokkenheid bij de Zwarte Bende, die immers steeds meer een officieel deel was geworden van de Gelderse strijdkrachten. Van Snijdewind ging het verhaal dat zijn indrukwekkende snor recht overeind ging staan als hij ten aanval trok. Dat verhaal ging later ook over Van Rossem.

Ik had ook Arnold kunnen heten, naar mijn opa

In 1523 en 1524 was Van Rossem aanvoerder van een ruitereenheid die opereerde vanuit de vesting Wageningen. In dat tweede jaar werd hij veldmaarschalk, dat wil zeggen de opperbevelhebber van alle Gelderse troepen. Voor een jonge ruitercommandant – waarschijnlijk nog net geen dertig – met weinig maatschappelijk aanzien was dat toch een uitzonderlijke benoeming, die alleen het gevolg kan zijn geweest van zijn militaire bekwaamheden. In 1527 bezetten de Gelderse troepen Utrecht. Die stad werd de uitvalsbasis voor Van Rossems meest gedurfde en dus meest aansprekende militaire onderneming: de bezetting en plundering van Den Haag in maart 1528. Hij marcheerde in hoog tempo met 2000 man naar de Hofstad. Dat was dan wel een gedurfde onderneming, maar militair was het bepaald geen groot probleem. Den Haag had geen poorten, grachten of muren en ook geen garnizoen. Het was eigenlijk wonderlijk dat de stad nooit eerder was aangevallen. In Den Haag werd er zeer selectief geplunderd, er werd geen brand gesticht en de gebouwen van het keizerlijk hof werden gespaard. Het Haagse gepeupel sloot zich overigens enthousiast aan bij de plunderaars. Ja, zo kennen we Den Haag weer!

In de volgende dagen verdwenen de Gelderse troepen weer even snel als zij waren gekomen. Het was een schitterende stunt, die Maarten van Rossem met stip in de geschiedschrijving bracht. Het was een tactisch meesterstukje, maar strategisch uiteindelijk niet handig. De Hollandse steden waren zo vreselijk geschrokken dat zij de landvoogdes direct alle financiën ter beschikking stelden voor de strijd tegen Gelre waarmee ze eerst eindeloos hadden getreuzeld.

 Schatrijk

De kleine militaire successen van Karel van Gelre en zijn opperbevelhebber haalden uiteindelijk niet zoveel uit. Habsburg bleek altijd weer de sterkste partij. Dat leidde in 1528 tot de vrede van Gorcum tussen Karel van Gelre en Karel V, die ook door Van Rossem werd ondertekend. Dat was ook het patroon van de volgende jaren. Karel van Gelre overleed kinderloos in 1538 en werd als hertog van Gelre opgevolgd door Willem van Gulik. Vanaf 1542 werd er weer oorlog gevoerd tegen de Habsburgers, met steun van de Franse koning. Maarten van Rossem plunderde er lustig op los en liet enkele sterke staaltjes improvisatie zien, maar de uitslag was weer dezelfde.

De Vrede van Venlo liet de overwinning aan Karel V. Dat betekende allerminst dat Van Rossem werkeloos werd. Karel V maakte graag van zijn diensten gebruik. Van Rossem werd stadhouder van Luxemburg en was nu doorgedrongen tot de hoogste kringen. Gelegerd bij Givet, ter bescherming van de bouw van een enorme vesting, brak de pest uit in zijn leger. Van Rossem raakte besmet en overleed na enkele dagen, in 1555.

Maarten van Rossem heeft nu een eigen standbeeld

Maarten van Rossem werd schatrijk van zijn militaire activiteiten. Dat geld belegde hij bij voorkeur in onroerend goed. Via Karel van Gelre verkreeg hij Poederoijen, kasteel Brandevoort en het zogenoemde Duivelshuis in Arnhem. Daarnaast bouwde hij een indrukwekkende woning in Zaltbommel, waarvan alleen het poortgebouw gereedkwam en kocht hij in Vaassen kasteel Cannenburgh, dat overigens geen echt kasteel was, maar een luxueuze woning. Bij zijn bouwactiviteiten toonde hij zich modern en modieus, hij was een van de eersten die koos voor stijlelementen uit de Italiaanse Renaissance.

Op het eerste gezicht zijn we snel klaar met een oordeel over Maarten van Rossem. Dat is het oordeel uit het al genoemde Jaartallenboekje: Hij was een meedogenloze plunderaar en brandschatter, een bruut en gewetenloos heerschap. Dat is ten dele zeker juist. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat zijn ronduit onaangename militaire activiteiten in zijn tijd de normaalste zaak van de wereld waren. Legers leefden grotendeels van het land waarop zij zich bevonden. Dat juist Van Rossem altijd wordt neergezet als een bruut is zeker voor een aanzienlijk deel het gevolg van antipropaganda uit zijn eigen tijd. Hoe groot ook zijn militaire reputatie, hij hoorde tot de verliezers in dat tijdsgewricht.

De geschiedschrijving van Nederland is grotendeels Hollandse geschiedschrijving. Met wat fantasie kun je het tragisch verliezende Gelre zien als preluderend op het latere langdurige verzet van de noordelijke gewesten van de Lage Landen tegen het gezag van de Habsburgers. De in feite ongelofelijke loopbaan van Van Rossem kan niet uitsluitend verklaard worden door zijn successen als plunderaar en brandschatter. Hij was een meer dan voortreffelijk legeraanvoerder; altijd weer sneller en inventiever dan zijn tegenstanders, populair bij zijn manschappen. Als onderhandelen beter uitkwam, was hij een uitstekende onderhandelaar. Hij oefende vrijwel altijd een dubbelfunctie uit, legeraanvoerder en vestingbouwer. Vestingbouw was ook toen al veel meer dan het bouwen van dikke muren. Karel van Gelre had een weinig evenwichtig temperament en Van Rossem wist hem steeds weer tot kalmte te manen.

Uiteindelijk weten we niets en detail over ‘de mensch’ Van Rossem. Meer dan vage indicaties vallen er niet te geven. Hij blijft een fantoom, met een duistere reputatie, de gewiekste plunderaar van Den Haag. Zo zal hij wel voortleven, al is mijn indruk dat hij langzaam zal verschimmen in het nationale historische bewustzijn. Maar is dat niet altijd het historische lot van dergelijke helden/schurken?

Toch hebben wij het fantoom deels weten te temmen. Voor kasteel Cannenburgh staat een beeld van Van Rossem. Hij zit geheel in brons en in volle wapenrusting op een bankje. Hij maakt een tevreden, ja zelfs amicale indruk. Ik ben daar eens naast hem gaan zitten en had ten slotte vrede met mijn eigen fantoom.

 

Dit verhaal is grotendeels ontleend aan:

Maarten van Rossem. Krijgsheer en bouwer. Gelre 1500-1555 (2020) door Marjan Witteveen.

Het lemma ‘Maarten van Rossem’ door Jan Kuys in het online Biografisch Woordenboek Gelderland.

Maarten van Rossem. De glorieuse Geldersche legeraanvoerder (1943) door dr. J.C. van der Does. Voor de aardigheid, het is sterk verouderd. De auteur vergelijkt Van Rossem met Napoleon.

Zijn leven lang wordt Maarten al achtervolgd door vragen over zijn illustere naamgenoot, een middeleeuwse veldheer. Is hij familie van dit bloeddorstige figuur? Daarom legt hij voor eens en voor altijd uit hoe het zit met Maarten van Rossem.

Uit Maarten! 2026-2. Bestel een losse editie of word abonnee

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in je mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Gerelateerde artikelen

80 jaar getuige van de geschiedenis

‘Je voelt je vooral Europeaan als je niet in Europa bent’

Maarten tipt films over de Verenigde Staten

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.
 
Consent choices