Amerika is zijn eigen grootse vijand

Door Maarten van Rossem - Illustraties Job van der Molen

In de twintig jaar na 9/11 hebben de Verenigde Staten mensen gedeporteerd, vermoord en gemarteld. Bovendien kregen de president en verschillende instanties bevoegdheden die dwars ingaan tegen de grondwet. Curieus genoeg was het Trump die een punt zette achter het geweld.

Uit Maarten! 4 – 2021. Bestel het nummer hier. 

Zelden zullen aanvankelijk breed gesteunde politieke en militaire besluiten zulke rampzalige gevolgen hebben gehad als die van de Amerikaanse regering na 9/11. Na exact twintig jaar oorlogvoering volgde een chaotisch vertrek uit Afghanistan en is Irak niet veel meer dan een failed state. In hun messianistische Global War on Terror, die aanvankelijk door velen werd gezien als een glorieuze Kruistocht tegen het Kwaad, hebben de Amerikanen twee landen aangevallen en bezet, minstens 800.000 doden en 21 miljoen vluchtelingen veroorzaakt, miljoenen mensen bang gemaakt, honderden gemarteld en duizenden gevangengezet. Aan deze activiteiten hebben ze waarschijnlijk ongeveer 6000 miljard dollar uitgegeven.

Wat bij dergelijke opsommingen makkelijk wordt vergeten, is dat de Verenigde Staten in de loop van de War on Terror ook hun eigen democratie en grondwettelijke garanties ernstig hebben beschadigd. Als zo vaak waren de VS hun eigen ergste vijand. De strijd tegen de terreur werd ten slotte voor de Amerikaanse samenleving gevaarlijker dan de terreur zelf
ooit is geweest.

 

Doodsbedreigingen

In de aanvankelijke paniek na 9/11 leek alles geoorloofd om de satanische tegenstander partij te geven. Om te beginnen kreeg de uitvoerende macht, in het bijzonder de president, praktisch onbeperkte bevoegdheden. Op 18 september gingen Huis en Senaat met slechts één tegen – stem akkoord met de Authorization for Use of Military Force (AUMF).

Na 9/11 leek alles geoorloofd om de satanische tegenstander partij te geven

De kern van dat besluit was deze tekst: ‘That the president is authorized to use all necessary and appropriate force against those nations, organizations, or persons he determines planned, authorized,
committed or aided the terrorists attacks that occurred on September 11 2001, or harbored such organizations or persons, in order to prevent any future acts of international terrorism against the US by such nations, organizations or persons.’

De enige tegenstem kwam van Barbara Lee, lid van het Huis voor Californië. Zij betoogde volkomen terecht dat de president zo de onbeperkte bevoegdheid kreeg tegen vrijwel iedereen, overal en altijd militair op te treden, ook als van een duidelijke exitstrategie of doelstelling geen sprake was. Zij kreeg zoveel doodsbedreigingen dat ze bewaking nodig had, maar had natuurlijk het grootste gelijk van de wereld.

AUMF is gebruikt en misbruikt voor militair optreden in Afghanistan, de Filippijnen, Georgië, Jemen, Djibouti, Kenia, Ethiopië, Eritrea, Irak en Somalië. AUMF zette bovendien de toon voor een verdere uitbreiding van de uitvoerende macht in de volgende jaren, die deels ook in strijd was met grondwettelijke beperkingen.

 

Afluisterpraktijken

Op 6 oktober 2001 begon de National Security Agency – met een mandaat van de president – al het dataverkeer met het buitenland op te slaan en te verzamelen: telefoongesprekken, e-mail, financiële berichten en ander internetverkeer. Deze dataverzameling geschiedde zonder gerechtelijk bevel en was in strijd met de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) en de grondwet. Toen een journalist van The New York Times het bestaan van deze megaoperatie in 2004 onthulde, werd er wel wat gesleuteld aan de illegale datacollectie, maar in essentie werd de operatie voortgezet.

Op 26 oktober 2001 werd de Patriot Act aangenomen – een slordige en zeer omvangrijke wet, die een typisch product was van de paniek van die maanden. De bedoeling was de natie beter tegen terroristen te beschermen, en dat betekende in de praktijk dat de rechten van de burgers minder werden en de bevoegdheden van de overheid groter. Zo groot dat velen meenden dat de wet grotendeels strijdig was met de grondwet.

De mogelijkheid tot omvangrijke afluisterpraktijken werd sterk verruimd, immigranten konden onbeperkt worden opgesloten zonder vorm van proces, en voor huiszoeking of ander ingrijpend onderzoek was geen gerechtelijk bevel meer nodig. Veel verontwaardiging veroorzaakte ook de bepaling dat bibliotheken verplicht werden inzage in de uitleenadministratie te geven.

Er is in later jaren regelmatig tegen de bepalingen van deze wet geprocedeerd en dat leidde soms wel tot wijzigingen. Generaliserend kunnen we echter wel stellen dat bestaande wetgeving, inclusief de grondwet, steeds ondergeschikt bleek te zijn aan de Oorlog tegen het Terrorisme.

Eind november 2002 werd de Homeland Security Act goedgekeurd, die het Department of Homeland Security in het leven riep, een reusachtig ministerie dat tientallen overheidsdiensten onder één dak bracht, teneinde de werkzaamheden van die diensten te coördineren ten behoeve van de veiligheid van de natie.

Verstrekkende gevolgen had de onderschikking van de Immigratiedienst aan het veiligheidsbeleid. De negentien vliegtuigkapers van 9/11 waren allen legaal en dus met passende documenten het land binnengekomen. Dat betekende dat immigratie een permanent gevaar voor de veiligheid van de natie was. Het legitimeerde in hoge mate de bezwaren die ter rechterzijde al jaren werden gemaakt tegen ongelimiteerde immigratie. Immigranten waren niet langer winst voor deze natie van immigranten, maar levensgevaarlijke indringers.

In de eerste maanden na 9/11 werden duizenden recente moslimimmigranten opgepakt omdat men bang was dat er nog meer jihadistische netwerken actief waren binnen de VS. In de jaren daarop werden miljoenen illegale immigranten gedeporteerd door de regeringen van Bush, Obama en Trump. Twintig jaar later zijn deskundigen van mening dat deze departementale moloch beter ontmanteld kan worden.

In april 2004 bracht CBS News een schokkende reportage over de gruwelijke misstanden in de gevangenis van Abu Ghraib, een voorstad van Bagdad. Die gevangenis had al een vreselijke reputatie tijdens het bewind van Saddam Hoessein, maar de Amerikanen bleken nauwelijks onder te doen voor het bewind van de voormalige dictator. Het gevangenisregime van de Amerikaanse militairen had zich schuldig gemaakt aan vernedering, mishandeling en marteling. De foto’s van deze gang van zaken, waarop de Amerikaanse bewakers triomfantelijk poseerden met hun meestal naakte slachtoffers, waren zeldzaam confronterend.

Natuurlijk beweerde de Amerikaanse regering dat het ging om ongelukkige incidenten, maar dat was helaas niet het geval. Het Rode Kruis, Amnesty International en Human Rights Watch rapporteerden unisono dat mishandeling op grote schaal voorkwam, zowel in Irak als in Afghanistan als in Guantanamo. In Abu Ghraib vielen 68 doden.

Bush en Rumsfeld boden hun excuses aan, en er volgden strafmaatregelen, rechtszaken en gevangenisstraffen, maar erg overtuigend was dat allemaal niet. Het invloedrijke Engelse weekblad The Economist riep Rumsfeld op de cover op om af te treden, maar vanzelfsprekend kwam het daar niet van, hoewel later duidelijk zou worden dat Rumsfeld direct verantwoordelijk was voor de martelpraktijken.

Drie maanden na het schokkende nieuws uit Abu Ghraib lekten de zogenoemde ‘martelmemo’s’ uit. Door die memo’s werd zonneklaar dat het inderdaad helemaal niet ging om incidenten, maar om officieel gesanctioneerd beleid.

Huwelijken en begrafenissen werden aangezien voor samenscholingen van terroristen

Al voor de interventie in Irak had een medewerker van het Office of Legal Counsel van het ministerie van Justitie, een zekere John Yoo, een reeks van juridische drogredeneringen op papier gezet, die het gebruik van enhanced interrogation techniques – dat wil zeggen, marteling door bijvoorbeeld slaapdeprivatie, waterboarding en/of elektrische schokken – legaliseerden door een wel bijzonder ruime interpretatie van de presidentiële bevoegdheden in het kader van de oorlog tegen het terrorisme. De Amerikaanse regering beweerde in dit verband ook dat zij zich niet hoefde te houden aan de Geneefse Conventies (internationale afspraken over de behoorlijke behandeling van krijgsgevangenen), mits de martelpraktijken zich buiten de landsgrenzen van de Verenigde Staten zelf afspeelden.

Toen een nieuwe chef van het Office of Legal Counsel in 2004 de CIA en het leger adviseerde niet naar de ‘martelmemo’s’ te handelen, werd hij ontslagen en werden de martelpraktijken door de minister van Justitie weer tot officieel beleid verklaard.

In 2003 en 2004 tekende Rumsfeld diverse memo’s waarin de genoemde praktijken geautoriseerd werden. Ook het Hooggerechtshof heeft nog met nadruk verklaard dat de VS zich wel degelijk hadden te houden aan de Geneefse Conventies. Veel geholpen heeft dat niet. Het Abu Ghraib-schandaal in combinatie met de martelmemo’s werd door velen terecht beschouwd als een onaangenaam en onthullend keerpunt: het morele failliet van de interventie en in feite ook het morele failliet van de hele Kruistocht tegen het Kwaad.

 

Dumb War

Critici van de War on Terror verwachtten aanvankelijk veel van Obama. Anders dan prominente Democraten als Hillary Clinton, Kerry en Biden, die de invasie van Irak hadden gesteund, had Obama destijds tegen gestemd. Hij had de oorlog tegen Irak herhaaldelijk beschreven als een dumb war. Ten aanzien van Irak hield hij woord; in december 2011 waren bijna alle Amerikaanse troepen uit Irak verdwenen. Obama maakte ook direct een eind aan het van overheidswege gesanctioneerde martelen en de geheime gevangenissen in andere landen werden gesloten.

Maar de War on Terror ging door. Obama verschoof de aandacht naar Afghanistan en de bestrijding van Al-Qaida, waar het immers aanvankelijk allemaal om te doen was geweest. Hij besloot zelfs tot een tijdelijke aanzienlijke uitbreiding van de Amerikaanse gevechtseenheden in Afghanistan om de taliban een halt toe te roepen. Dat werd geen succes.

Na tien jaar speurwerk werd Osama bin Laden op 2 mei 2011 door Special Forces doodgeschoten in een ruime villa in Abottabad, Pakistan. Osama woonde daar al jaren in de onmiddellijke nabijheid van een Pakistaanse legerbasis. De vraag is waarom Obama, die zich welbewust was van de negatieve effecten van de War on Terror, op dat moment niet heeft besloten een punt achter de oorlog te zetten. Met de hoofdaanstichter van 9/11 was afgerekend en de bestrijding van het terrorisme, voor zover noodzakelijk, kon dan op een andere, minder geprofileerde wijze worden voortgezet.

Tot op zekere hoogte heeft Obama dat ook wel gedaan. Hij zorgde voor een betere juridische onderbouwing van diverse aspecten van de strijd tegen het terrorisme en ging gebruikmaken van gewapende drones (onbemande vliegtuigen) om belangrijke terroristen gericht uit te schakelen. Het woord ‘gericht’ (targeted killing) is in dit verband een onaangenaam eufemisme. Bij de dronecampagne vielen veel burgerslachtoffers, omdat huwelijken en begrafenissen werden aangezien voor samenscholingen van terroristen.

En een echt einde aan de obsessieve War on Terror kwam er zo eigenlijk niet. Obama was van mening dat een definitieve punt achter de oorlog politiek niet te verkopen viel. Hij maakte de War on Terror sustainable, zoals Spencer Ackerman in zijn Reign of Terror overtuigend aantoont. Dat was voor vele critici van de oorlog een bittere teleurstelling.

De gegevens die werden verstrekt door de klokkenluiders Bradley Manning in 2010 en Edward Snowden in 2013 veroorzaakten veel opwinding en zorgden voor wat meer juridische randvoorwaarden, maar aan de daadwerkelijke dataverzameling en -opslag door de NSA en andere instanties kwam geen einde.

 

Terroristenvriend

Dat Obama de oorlog in essentie intact liet, was voor de rechtse Republikeinen, opgejut door de woede van de ultrarechtse Tea Party Movement, geen reden om een eind te maken aan hun suggestieve verdachtmaking van de zwarte president. Sarah Palin, de Republikeinse kandidaat voor het vicepresidentschap in 2008, beweerde tijdens de verkiezingscampagne van dat jaar al dat Obama een ‘terroristenvriend’ was. Tijdens die campagne en ook in de jaren daarna stelden Republikeinen dat Obama helemaal niet in de Verenigde Staten was geboren, waardoor zijn presidentschap niet legitiem zou zijn. De zogenoemde birther movement was een puur racistische onderneming, waarvan Donald Trump de belangrijkste woordvoerder was. Daar kwam nog bij dat Obama’s tweede voornaam Hoessein was en dat hij in zijn jeugd een aantal jaren in Djakarta had gewoond. Paranoïde rechts wist het eigenlijk wel zeker: de niet-legitieme president was een islamiet; de vijfde colonne zat daadwerkelijk in het Witte Huis.

Deze verdachtmakingen sloten weer aan bij de veranderde opvattingen over de islam in het eerste decennium na 9/11. Zowel Bush als Obama had bij herhaling gestipuleerd dat de War on Terror gericht zou zijn tegen de gewelddadige, radicale islam en zeker niet tegen de islam als wereldgodsdienst. Het scherpe onderscheid tussen het een en het ander was echter in toenemende mate verloren gegaan, temeer omdat xenofobisch rechts zijn achterban kon mobiliseren door de angst voor de islam in het algemeen flink op te poken.

Paranoïde rechts wist het eigenlijk wel zeker: de niet legitieme president was een
islamiet

In tal van staten werden wetten tegen de invoering van de sharia aangenomen, terwijl daarvan vanzelfsprekend geen sprake was. In de VS werd verontrust gesproken van de islamitische ‘invasie’ in Europa. Zou dat in de VS niet ook kunnen gebeuren? Diende immigratie van moslims niet volledig stopgezet te worden? Dat is dan ook wat Trump daadwerkelijk zou proberen.

Een van de allereerste maatregelen van Trump was een presidentieel besluit met de niet mis te verstane naam Protecting the Nation from Foreign Terrorist Entry into the United States, ook wel bekend als de ‘Trump Travel Ban’. Reizigers uit Iran, Irak, Libië, Somalië, Soedan, Syrië en Jemen werd de toegang tot de VS ontzegd. Reeds verleende visa werden ingetrokken. Het was vooral een symbolische maatregel, alleen al omdat Saoedi-Arabië niet op de lijst stond, terwijl de meerderheid van de kapers van 9/11 afkomstig was uit dat land.

Er werd uitgebreid geprotesteerd tegen de Travel Ban en de rechter blokkeerde het besluit. Trump hield echter vol; zijn derde presidentieel besluit met deze strekking werd door het Hooggerechtshof goedgekeurd. De toon was gezet: alle immigranten uit sommige landen waren potentiële terroristen of misdadigers. Aan de zuidgrens van de VS wilde Trump een muur bouwen om alle immigranten uit Latijns-Amerika buiten de deur te houden. Op 20 januari 2021 maakte president Biden een eind aan de Travel Ban.

 

Akkoord

Als Obama dacht dat hij op z’n minst in Irak een eind had gemaakt aan de oorlog tegen het terrorisme, dan had hij het mis. Drie jaar na het Amerikaanse vertrek zagen de Amerikanen zich gedwongen opnieuw in Irak te interveniëren. Dat kwam door het verbluffende militaire succes van Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS), die in korte tijd een groot deel van Noordwest-Irak veroverde.

Het Irakese regeringsleger sloeg op de vlucht en de plaatselijke soennitische bevolking collaboreerde met ISIS. Ze was in de voorgaande jaren systematisch gediscrimineerd door de sjiitische regering in Bagdad, die door de Amerikanen aan de macht was geholpen. Het kostte drie jaar van zeer intensieve gevechten om ISIS te verslaan. De Amerikanen bombardeerden op grote schaal, geholpen door hun bondgenoten, en zetten kleine gespecialiseerde eenheden in.

Trump had indertijd zijn steun uitgesproken voor de aanval op Irak. Toen de Amerikaanse interventiepolitiek uitdraaide op een fiasco was hij, als vele anderen, kritisch over de Forever Wars, zoals de gevechten van de War on Terror na enige jaren gingen heten. Deze kritische houding weerhield hem er niet van in eerste instantie de gewelddadigheden op te schroeven. Er werd extra mankracht naar Afghanistan gestuurd en bombardementen en droneaanvallen werden geïntensiveerd.

Uiteindelijk deed Trump echter iets dat zijn beide voorgangers niet hadden willen, kunnen of durven doen: hij begon serieuze onderhandelingen met de taliban, die op 29 februari 2020 tot het Akkoord van Doha leidden. In dat akkoord, waarin de regering in Kaboel niet werd gekend, beloofden de Amerikanen al hun troepen per 1 mei 2021 uit Afghanistan terug te trekken. Daarvoor verdient Trump een groot compliment: eindelijk een echte punt achter het door 9/11 ontketende geweld, dat alleen maar narigheid had gebracht. Biden besloot het Akkoord van Doha te laten staan. Hij schoof het eindpunt echter op naar 11 september 2021, een waarlijk passende datum.

Reacties

Gerelateerde artikelen

Maarten: ‘De wereld heeft nieuwe leiders nodig’

‘We spelen terroristen in de kaart door buitenproportioneel te reageren’

‘Waarom ik Amerika afwijs’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.