Coyotes in de stad

Door Maarten van Rossem

Bij het aanleggen en groeien van steden sneuvelt de natuur. Maar die blijkt zich na een tijdje wonderbaarlijk goed te herstellen. Na een tijdje creëert de stad een eigen ecosysteem, dat vaak een enorme biodiversiteit blijkt te bevatten.

Uit Maarten! 2023-2. Bestel een losse editie of word abonnee

In de zomer van 2022 reisde ik drie weken door de Canadese provincie Alberta en de Amerikaanse staten Montana en Wyoming. Het meest opmerkelijke aspect van die drie gebieden, althans voor een Nederlander, is dat ze vrijwel totaal leeg zijn. We hebben daar weleens een uur gereden zonder een tegenligger te ontmoeten. De eerste tien dagen vond ik die leegte een verademing, balsem voor mijn door de krankzinnige drukte op diverse luchthavens beschadigde ziel. Ik dacht al aan verhuizen naar zo’n kleine boerderij met veranda en windmolen die je af en toe zag staan op een richel in het lege landschap.

Montana en Wyoming zijn samen zestienmaal zo groot als Nederland, maar hebben net 1,5 miljoen inwoners. Met dezelfde bevolkingsdichtheid als Nederland zouden ze ruim 270 miljoen inwoners hebben. Na tien dagen ontwaakte in mij weer de verstokte stadsbewoner. Ik wist eigenlijk zeker dat ik de eenzaamheid te midden van de Trump-stemmers en de regelmatige mega-onweren niet aan zou kunnen. Dus terug naar Utrecht, een rustige provincieplaats, ruim voldoende voor een bejaarde stadsbewoner.

 

Troosteloze woestenij

Wereldwijd denken plattelandsbewoners niet anders dan ik. Ze trekken massaal naar de steden, die zeker in wat voorheen de derde wereld was teugelloos groeien. Ze zijn daar op zoek naar werk, vertier en een ruimere partnerkeuze dan op het platteland. Snelgroeiende steden, zeker megasteden, zijn een ware plaag voor de natuur. Drassige gebieden worden drooggelegd, rivieren en beken gekanaliseerd en overhuifd met asfalt, bossen omgehakt en de oorspronkelijke fauna uitgeroeid of weggejaagd.

Werd er in de steden van de vroege negentiende eeuw nog wel vee gehouden en groente gekweekt, dat is allang niet meer het geval. Er is geen sprake van dat de moderne stad zichzelf in leven zou kunnen houden. Zo lijkt deze op het eerste gezicht op een troosteloze, lawaaiige woestenij. In het recent in vertaling verschenen Stadsjungle. De natuur en stad van het stenen tijdperk tot de klimaatcrisis beschrijft historicus Ben Wilson de gewetenloze verwoesting van de idyllische natuur op de plek waar nu autostad Los Angeles ligt. Het brengt de lezer tranen in de ogen.

Juist onkruid zorgt op allerlei onverwachte plaatsen voor een verbazende biodiversiteit

Maar dan volgt iets verder dit citaat: ‘Het door de mens gemaakte bioom van LA is nu bosrijker, kleurrijker, schaduwrijker en groener dan het ecosysteem waarvoor het in de plaats kwam.’ Dat is de zonderlinge paradox van dit boek. De eerste verwoesting door de stad van de maagdelijke natuur is verschrikkelijk, maar na enige tijd blijkt de stad zijn eigen, nieuwe ecosysteem te hebben gecreëerd.

Sommige steden zijn erg groen, zoals hier Santa Barbara in LA.

Aantrekkelijke leefomgeving

Wonderen zijn de wereld nog niet uit; in veel steden is de biodiversiteit, onder andere door de import van tientallen of soms zelfs honderden exoten, groter dan in het Amazone-oerwoud. De stad biedt een aantrekkelijke leefomgeving. Het is er bijvoorbeeld warmer en vochtiger dan op het omringende platteland.

Dat platteland is ondertussen in de afgelopen halve eeuw zeer in zijn nadeel veranderd door de grootschalige, op industriële leest geschoeide landbouw, die enorme hoeveelheden pesticiden en kunstmest gebruikt. Boeren houden ook helemaal niet van dieren die mogelijkerwijze illegaal hun producten opeten. In steden worden veel minder pesticiden gebruikt en de jacht is er meestentijds verboden.

Vrijwel elke grote stad heeft enorme hoeveelheden onbebouwd terrein. Denk aan tuinen, daken, kerkhoven, parken, braakliggende grond, verlaten fabrieken en bermen. Nemen we alle tuinen in de VS samen, dan hebben die een oppervlakte even groot als de staat Georgia, dat wil zeggen viermaal zo groot als Nederland. Parken en gazons in de tuinen zien er mooi uit en worden op hoge prijs gesteld, maar vanuit ecologisch oogpunt heb je er niet veel aan. Ze worden netjes bijgehouden en maar al te vaak met aanzienlijke doses vergif ontdaan van onkruid.

.Braakliggend terreintje

Wilson wijst er mijns inziens terecht op dat onkruid niet bestaat. Onkruid bestaat uit planten, die wij als ongewenst beschouwen, maar die we juist welkom zouden moeten heten. Het zijn vaak uiterst succesvolle en taaie planten die het goed doen onder bijna alle denkbare omstandigheden. Juist onkruid zorgt op allerlei onverwachte plaatsen voor een verbazende biodiversiteit. Kijk eens naar een braakliggend terreintje na een jaar of twee; dat is vaak een wildebloemenpracht.

Vooral daar waar de mens niet direct komt maaien en spuiten toont de natuur haar exuberantie. Het is daarom zaak de onverzorgde marges in onze steden te koesteren. Een stad mag best een beetje slordig zijn; laat ruïnes eens paar jaar liggen. Hoe onaangenaam dit ook moge klinken, zwaar gebombardeerde steden met hun bomkraters en ruïnes vertonen vaak een ironische bloemenpracht in een schemerend groen decor.

Zeker moet er ook in de stad gewerkt worden aan ‘natuurherstel’, maar vaak herstelt de natuur zichzelf veel sneller. En over exoten moeten we ons niet al te druk maken; aan de mondiale homogenisering van de flora valt allang niet meer te ontsnappen.

 

Duiven en kakkerlakken

De veroveringsoorlog van het briljante onkruid gaat gepaard met een omvangrijke immigratie van dieren in de stad, waarover wij ons nog vaak verbazen, maar die al zeker sinds de jaren dertig aan de gang is.

Eerst kort iets over de dieren die er altijd al waren, in zekere zin het ‘onkruid’ van de dierenwereld. Denk aan duiven, ratten, mussen, kakkerlakken, pissebedden, mieren en talloze stekende insecten die het op ons hebben voorzien. In de middenberm van Park Avenue in New York bleken zes verschillende mierensoorten te leven. De helft bestond uit inheemse Amerikaanse mieren, de andere helft uit geïmmigreerde Europese mieren.

Aan de mondiale homogenisering van de flora valt allang niet meer te ontsnappen

En dan zijn er nog de recentere immigranten. Mijn dochter had enige tijd een kamer in Centraal-Londen, en tot haar en mijn verbazing woonde er in de aanpalende, niet al te grote tuin een familie vossen. De jonge vossen hielden van de zweetschoenen die door de bewoners van het huis buiten waren gezet. Onze verbazing was niet terecht, want vossen zijn al sinds de jaren dertig bezig Londen te koloniseren.

Naar het schijnt heeft dat te maken met een gebrek aan konijnen op het platteland, maar waarschijnlijk toch bovenal met het ruime voedselaanbod dat de mens in de stad om zich heen strooit. De vos is een intelligent en opportunistisch dier dat zich overal wel weet te redden. Er is ook al een licht genetisch aangepaste stadsvos, met een wat kleinere kop en stompere snuit, die nieuwsgieriger en minder schuw is dan zijn familieleden op het platteland.

Een vos op een schutting in Ealing Dean, West Londen

Vogels en bijen

Door de grotere plantenrijkdom in de stad zijn daar meer insecten, en dat leidt weer tot een ruimere vogelstand. De stadsbij is sterker en productiever dan de plattelandsbij en zijn honing is beter en complexer van smaak. De grotere vogelstand kent een aantal verrassende exotische vogels, zoals de schreeuwerige halsbandparkiet, een holenbroeder, en de zeldzaam succesvolle nijlgans, die eigenlijk een eend is.

In Berlijn leven grote aantallen wilde zwijnen, die zich daar zeer gelukkig voelen omdat die stad zo enorm veel groen heeft. De Berlijners beschouwen de varkens als een plaag, omdat ze de keurige Duitse gazons ingrijpend omwoelen.

Ik herinner mij nog dat in Central Park in New York de eerste coyote opdook. Verbazing alom over de complexe en levensgevaarlijke reis die het dier moest hebben afgelegd om in het park te belanden. De pionier is daar spoedig doodgegaan, maar coyotes – net als vossen intelligente en opportunistische dieren – zijn druk bezig stadsdieren te worden.

Vossen zijn al sinds de jaren dertig bezig Londen te koloniseren

De wasberen zijn hun al voorgegaan. In Brisbane verovert de schuwe koala de stad. In de ruime periferie van sommige Oost-Europese steden is de wolf al een regelmatige verschijning. Wie weet zie ik nog bij leven en welzijn, achter mijn rollator lopend, een wolf opduiken in het Wilhelminapark hier om de hoek.

 

Natuurmonumenten

In Amerikaans suburbia zijn hongerige zwarte beren allang geen zeldzaamheid meer. Hetzelfde geldt voor dassen en otters. Dieren die allang waren verdwenen uit het dichtbevolkte West-Europa, maar door natuurvrienden opnieuw zijn geïntroduceerd, hebben zich op tal van plaatsen in hoog tempo tot een nieuwe plaag ontwikkeld. Voor de dierenvrienden die zich over deze ontwikkeling zitten te verkneukelen, heb ik slechts een teleurstellende mededeling: de krokodillen die door de wc zijn gespoeld en zich vervolgens in de riolen hebben ontwikkeld tot enorme monsters, zijn helaas een broodjeaapverhaal.

Wilson gelooft – en waarom zou hij geen gelijk krijgen? – dat grote stedelijke agglomeraties in de toekomst nog sterker zullen uitgroeien tot verbazingwekkende natuurmonumenten. Hoe dit verder zal gaan in het kader van de klimaatopwarming durf ik niet te zeggen. Er bestaat een aardig filmpje dat in kort bestek laat zien hoe Manhattan zich in tien jaar zou ontwikkelen als de mens volledig zou verdwijnen. Het zou razendsnel veranderen in een stedelijk oerwoud! Eén ding is zeker: De natuur is niet voor één gat te vangen.

Reis nu met Nederlands bekendste historicus langs eeuwenoude kerken, kastelen, waterwegen en natuurgebieden. Maarten van Rossem neemt u mee naar het oudste Romeinse castellum van ons land; duikt in de geschiedenis van Radio Kootwijk; volgt de idyllische Minstroom dwars door Utrecht; en vertelt over het gevoel van bevrijding dat hem overvalt op de veerboot naar Texel. Ga samen met Maarten op ontdekkingstocht langs het nationale erfgoed. 

 

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Jac. P. Thijsse: de aartsvader van de natuurbescherming

Hoe Nederland eruit zou moeten zien volgens Maarten

‘We zijn vergeten hoe de natuur er vroeger uitzag’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.