‘Als er eenmaal geslagen is, blijkt de kans op herhaling groot’

Door Alies Pegtel

Sinds we als gevolg van de coronamaatregelen veel meer thuiszitten, is het geweld in huis toegenomen. Klinisch psycholoog Justine van Lawick doet onderzoek naar huiselijk geweld en is daar niet verbaasd over. Agressie tussen mensen is niet zomaar weg te civiliseren. Het is alleen ondergronds gegaan.

Uit Maarten 2021-02. Bestel het nummer hier.

‘Thuis is voor heel veel mensen niet de veilige haven die het heet te zijn. Juist achter de gesloten deuren van het gezin lopen mensen meer risico om geslagen, vernederd of bedreigd te worden dan waar ook.’ Sinds miljarden mensen thuis in lockdown zitten, signaleert de WHO een wereldwijde toename van huiselijk geweld. Klinisch psycholoog Justine van Lawick is niet verbaasd. ‘Als mensen noodgedwongen langdurig op elkaars lip zitten, lopen de spanningen op en kunnen conflicten makkelijk escaleren.’

Van Lawick is gespecialiseerd in huiselijk geweld, met name in geweld tussen partners. Met collega-psycholoog Martine Groen schreef ze het boek Intieme oorlog, over fysiek en psychisch geweld in gezinnen. Onlangs verscheen de achtste, herziene druk.

Geweld in families komt veel voor. 1,2 miljoen Nederlanders van zestien jaar of ouder gaven volgens het CBS in 2020 aan dat ze het voorafgaande jaar slachtoffer waren geweest van fysiek of seksueel geweld in huiselijke kring. Vrouwen zijn iets vaker slachtoffer: 9 procent, tegenover 7 procent mannen. Als je aan huiselijk geweld denkt, doemt het beeld op van een man die zijn vrouw mept, omdat zij hem moet te gehoorzamen. ‘Het zijn vooral vrouwen die door hun mannelijke partner vermoord worden, en niet andersom,’ zegt Van Lawick. ‘Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Maar geweld in huiselijke kring is een veel complexer en breder probleem dan alleen mannen die hun vrouw zien als hun eigendom.’

Escalerend conflict
‘Intiem terrorisme’ heet het in vakjargon, waarbij een dominante man zijn vrouw controleert – dikwijls uit patriarchale overtuiging – en haar bewust geweld aandoet. Het springt weliswaar in het oog vanwege de soms fatale gevolgen, maar vormt slecht 10 tot 15 procent van de gevallen. Bij verreweg de meeste mishandelingen is er sprake van zogenoemd ‘situationeel geweld’, waarbij het niet zo simpel is om één schuldige aan te wijzen. Om het te beperken tot partnergeweld: mannen en vrouwen kunnen beiden gewelddadig zijn en dader- en slachtofferschap lopen dikwijls door elkaar. De partners willen elkaar niet opzettelijk pijn doen, maar verliezen tijdens een escalerend conflict de controle.

‘We worden allemaal weleens ontzettend getriggerd’

En het kan de besten overkomen, zegt Van Lawick, die meent dat we geweld beter moeten leren begrijpen – zonder het overigens te accepteren. ‘Natuurlijk, we leren allemaal dat we niet mogen slaan. Maar in de mens huist drift. We worden allemaal weleens ontzettend getriggerd. Als je een tijd slecht slaapt en er zijn problemen op je werk, dan ben je prikkelbaar en word je lontje korter. Je komt thuis en je partner snauwt je af. Dan kun je zo geladen raken dat je in een impulsgebied terechtkomt, van waaruit je dingen zegt of doet waar je later spijt van krijgt.’

Dikwijls lokt de onderlinge dynamiek in de relatie geweld uit. In het boek staat het voorbeeld van een echtpaar, beiden met een drukke baan, waarvan zij hem zover heeft gekregen dat hij de was doet. Hij voelt woede opborrelen als zij commentaar levert op de manier waarop hij de was ophangt. Zij is zich van geen kwaad bewust. Maar hij barst los en begint haar te vernederen en uit te schelden.

Maar het omgekeerde gebeurt ook, zegt Van Lawick: vrouwen die hun man aanvliegen. ‘Weer uit frustratie, hoor. Die worden bijvoorbeeld helemaal gek omdat-ie maar niets zegt en ze hem niet kunnen bereiken.’ Beide partners schamen zich na zo’n fysieke escalatie. Ze voelen zich schuldig, ook tegenover de kinderen, en verzoenen zich. Maar na een periode van rust overschrijden de partners elkaars emotionele grenzen opnieuw. Ze vernederen of kwetsen elkaar, tot een nieuwe lichamelijke uitbarsting volgt. Als er eenmaal geslagen is, blijkt de kans op herhaling groot en is de relatie fundamenteel veranderd.

Meldcodes kindermishandeling
Het vooruitgangsidee dat de westerse mens zich sinds de primitieve Middeleeuwen, toen mensen openbaar werden gefolterd en verbrand, tot een steeds rationeler en beschaafder wezen heeft ontwikkeld, klopt echt niet, zegt Van Lawick. ‘Anders zou de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld niet hebben plaatsgevonden. Geweld tussen mensen laat zich niet zo makkelijk wegciviliseren.’

Als er eenmaal geslagen is, blijkt de kans op herhaling groot

Wat wel is veranderd, is hoe er in de westerse cultuur over geweld wordt gedacht. We zijn het gaan afkeuren en verwerpen, met als gevolg dat er een taboe op is gaan rusten. Ondanks nieuws dat bol staat van de incidenten, openbaart geweld zich steeds minder in de publieke ruimte. De psychologen schrijven dat het achter de voordeur ‘ondergronds’ is gegaan. Ook in het zelfbeeld van de geweldplegers; zij noemen zichzelf niet gewelddadig en plaatsen de verantwoordelijkheid vaak buiten zichzelf. Het is ook voor het eerst in de geschiedenis dat familiair geweld in Nederland niet meer als een privékwestie wordt beschouwd, maar als een collectieve zaak.

Sinds 2002 is er landelijk beleid om huiselijk geweld te signaleren, te voorkomen en te behandelen. Opvanghuizen, therapeuten, jeugdzorg, maatschappelijk werk, psychiatrie, politie en rechterlijke macht werken via de verschillende betrokken ministeries samen in een zogenoemde ketenaanpak.

Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen terecht in opvanghuizen.

In 2007 werd het bij wet verboden om kinderen te slaan. Sinds 2009 kan de politie de pleger van huiselijk geweld een huisverbod opleggen van tien dagen. Vanaf 2013 zijn verplichte meldcodes kindermishandeling en huiselijk geweld van kracht. Er is, kortom, een heel pakket aan maatregelen getroffen om huiselijk geweld aan te pakken. Maar volgens de cijfers lijkt het niet af te nemen. Van Lawick, is – opnieuw – niet verbaasd. ‘Geweld zit net zo goed in de mens als ons vermogen om lief te hebben. Iedereen heeft agressieve impulsen, dat is volkomen normaal.

En wat noem je trouwens geweld? De definitie is in de afgelopen decennia enorm opgerekt. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de generatie van mijn ouders… Die was wel gewend aan een draai om de oren. Tot in de jaren vijftig werden fysieke straffen beschouwd als een noodzakelijk onderdeel van de opvoeding. Het is nog maar heel kort dat kinderen slaan uit den boze is.’

Het klinkt alsof u het daar niet helemaal mee eens bent.
‘Het verbod om kinderen te slaan is een duidelijk signaal dat we dit maatschappelijk niet accepteren, omdat een corrigerende tik uit de hand kan lopen. Dat neemt niet weg dat het gedrag van kinderen veel van ouders kan vragen. Dan zie je bijvoorbeeld dat een moeder die zich ervan bewust is dat ze niet fysiek mag worden woest uitroept: “Wat ben je toch een rotkind! Had ik jou maar nooit gekregen. Je verpest mijn leven.” Verbaal richt ze zo grotere schade aan dan met een tik.

Er zijn meer vrouwen die kinderen mishandelen dan mannen. Dat is ook begrijpelijk, omdat moeders over het algemeen meer tijd doorbrengen met kinderen dan vaders. Maar er is vrijwel geen moeder die haar kind slaat omdat ze het pijn wil doen. Het gebeurt bijna altijd uit frustratie.’

Jullie onderscheiden in Intieme oorlog vier clusters van geweldstriggers: gevoelens van onrecht, van gebrek aan respect, van genegeerd worden en van machteloosheid.
‘Tijdens een training voor collega’s stel ik altijd de vraag: “Wat maakt jou gewelddadig?” Een vaak genoemd antwoord luidt: ik word niet gehoord, niet begrepen, niet gezien, genegeerd. Als dat maar lang genoeg doorgaat, word ik echt razend.’

Maar om vervolgens te gaan slaan is een hele stap.
‘Als het goed is, kun je je emoties reguleren. Dat leren we in onze kindertijd. Maar als je veel hebt meegemaakt of je bent getraumatiseerd, treed je tijdens conflicten buiten je window of tolerance. Dan kun je je emoties niet meer reguleren en kom je in een staat van hyper-arousal, waarin je kunt gaan aanvallen, vluchten of verstijven. Of in een staat van hypo-arousal waarin je helemaal verlamd raakt. Dan ben je niet meer in contact met jezelf of de ander; dat noemen we dissociatie. In een relatie kan de verlamming van de een juist weer een trigger zijn voor de ander, die kwaad wordt, waardoor de verlamming juist toeneemt. Zo kunnen partners elkaar gevangenhouden in steeds weer escalerende spiralen.’

Valt dat te verhelpen?
‘Soms wel, soms niet. Een eerste stap is dat iemand de triggers in zichzelf herkent en erover gaat nadenken wat hij anders kan doen. Soms biedt traumabehandeling soelaas. Maar het is een illusie van de maakbare samenleving dat hulpverleners al het huiselijk geweld zouden kunnen oplossen.’

Jullie schrijven dat geweld in gezinnen zich niet in een vacuüm afspeelt, maar dat de samenleving er veel invloed op heeft.
‘Jazeker, er spelen heel veel factoren een rol. Dat maakt huiselijk geweld ook tot zo’n vreselijk complex probleem. We leven tegenwoordig in kleine gezinnen, waarin de gezinsleden torenhoge verwachtingen hebben. Partners van elkaar, ouders van hun kinderen en kinderen van hun ouders. Veel mensen koesteren het romantische ideaal dat hun gezinsleven hen voor altijd gelukkig zal maken. Facebook en Instagram houden deze illusies in stand.

Romantische dromen zijn een bron van geweld. Hoe hoger de verwachtingen, hoe groter de kans op frustratie en teleurstelling. We zien ook dat conflicten in relaties zijn toegenomen omdat er tegenwoordig twee kapiteins op één schip zijn. Vroeger zorgde de vrouw voor de kinderen; de man werkte en besliste over het geld. Ongelijkheid werd niet gezien als een scheve machtsverhouding, maar als een natuurlijke rolverdeling. In sommige gezinnen verdienen vrouwen nu meer dan hun man en hebben ze een hogere positie in de buitenwereld. Dat maakt sommige mannen onzeker, maar vrouwen ook. Ze kunnen niet terugvallen op klassieke rolpatronen, maar moeten uitzoeken: hoe doen we het dan?’

Vrouwemancipatie heeft de verhoudingen tussen de seksen dus ook binnenshuis op scherp gezet?
‘De hele dynamiek van “wie heeft het voor het zeggen” is in transitie. Partners moeten ongelooflijk veel met elkaar afstemmen. En je ziet ook dat vaders na een scheiding knokken om niet aan de zijlijn te staan. Er is tegenwoordig gezamenlijk ouderlijk gezag, met als gevolg dat ex-partners samen moeten blijven beslissen over grote zaken. Dat geeft dus ook weer nieuwe moeilijkheden.’

‘Er zijn meer vrouwen die kinderen mishandelen dan mannen’

De gezagsverhouding tussen ouders en kinderen is ook veranderd. Jullie besteden een hoofdstuk aan jongeren die hun ouders terroriseren.
‘Om dat te begrijpen moeten we terug naar de hoogtijdagen van de antiautoritaire opvoeding. Het idee was toen dat je kinderen niet te veel in de weg moest zitten met strenge opvoedregels; liefde geven was voldoende. Daar zijn we inmiddels wel van teruggekomen. Het blijkt dat kinderen zich veel veiliger voelen en een steviger zelfbeeld ontwikkelen als ze duidelijke grenzen krijgen. Als een ouder altijd maar meegeeft en applaudisseert, accepteert een kind geen “nee” meer en bouwt geen frustratietolerantie op.’

En dan gaat het uiteindelijk de eigen ouder slaan?
‘Daar kan het op uitdraaien, ja. Dat het kind de ouder ziet als “eigendom” aan wie het zijn wil kan opleggen, desnoods met geweld. Het kan ook gaan om ander gedrag dat ouders tot wanhoop drijft, zoals weigeren uit bed te komen en naar school te gaan, eindeloos blowen en nergens verantwoordelijkheid voor nemen.’

Tot slot: in hoeverre verschilt de achtste druk van Intieme oorlog van de oorspronkelijke uitgave uit 1998?
‘We keken toen ook al naar relatiedynamieken. Maar ik ging ervan uit dat toch vooral mannen gewelddadig zijn, en dat we vrouwelijke slachtoffers moesten beschermen en versterken om tot gelijkwaardigheid te komen.

In de loop der jaren ben ik veel mannen tegengekomen die bang zijn voor hun vrouw. Ik las onderzoeken waaruit blijkt dat er in lesbische relaties net zoveel geweld voorkomt als in heterorelaties. Ik ben beter gaan inzien dat het zo simpel niet ligt. Complex denken en elke keer uitzoeken hoe het in dit unieke geval zit is de beste ingang.’

Justine van Lawick (1950) is klinisch psycholoog, gespecialiseerd in geweldsproblematiek in families en mede-auteur van Intieme oorlog. Over de kwetsbaarheid van familierelaties. Ze is een van de oprichters van het Lorentzhuis, een centrum voor systeemtherapie voor gezins- en relatieproblemen.

Het Lorentzhuis ontwikkelde samen met het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in 2012 de methode ‘Kinderen uit de knel’, waarbij ouders die in een conflictscheiding zijn verwikkeld en hun kinderen apart van elkaar groepstherapie krijgen, en ook hun netwerk betrokken wordt. In 2019 ging 37 procent van de Nederlandse echtparen uit elkaar. Pakweg één op de vijf gevallen betreft een ‘complexe conflictscheiding’, waarbij 16.000 kinderen lijden door de aanhoudende strijd tussen hun ouders.

Maarten van Rossem editie 2

Gerelateerde artikelen

‘We moeten ons bewust worden van seksisme in de politiek’

Het wonder van de moderne jonge vrouw: Maarten van Rossem over vrouwenemancipatie

‘Slechts 65 procent van de Nederlandse scholen haalt het streefniveau’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.