De kristallen bol is troebel

Door Laurens Bluekens - Illustraties XF&M

Economische voorspellingen dienen als basis voor beleid. Maar de waarzeggers zitten er voortdurend naast. Wat hebben we eigenlijk aan de toekomstprofetieën van economen?

Uit Maarten! 2021-4. Bestel losse nummers hier

In de hoop de wankele situatie in zijn land de baas te worden, stelde de voormalige Russische president Boris Jeltsin in augustus 1999 zijn vijfde premier in korte tijd aan in de persoon van de vrij onbekende Vladimir Poetin. Ruslandkenner André Gerrits mocht plaatsnemen aan de tafel van actualiteitenrubriek Netwerk om de situatie te duiden. ‘De benoeming tot premier is over het algemeen de laatste tijd een garantie op een korte politieke carrière, dus ik zou niet denken dat Poetin iemand is met een lange staat van dienst voor zich,’ stelde hij. ‘Poetin heeft ongeveer het charisma van een gedoofde lantaarnpaal,’ verkondigde Gerrits even later. ‘Je moet in de Russische politiek tegenwoordig in de kranten, op de radio en televisie toch een soort van politiek appeal hebben. Dat heeft hij niet. Dus het lijkt mij uitermate onwaarschijnlijk dat hij de nieuwe president van Rusland zal worden.’

De rest is geschiedenis. Poetin zit nog altijd stevig in het zadel. Toegegeven: de Russische president heeft inderdaad nog altijd niet het meest sprankelende charisma en zijn ontplooiing als moderne alleenheerser was vrij onwaarschijnlijk, maar feit is wel dat de voorspelling van de Ruslandkenner er flink naast zat. Nu is zo’n inschattingsfout binnen een zachte wetenschap als Ruslandkunde nog vergeeflijk en zonder al te grote gevolgen, maar dat ligt anders voor een discipline als de economie.

Regeringen overal ter wereld baseren hun beleid mede op de voorspellingen van economische instituten, zoals in Nederland het Centraal Planbureau (CPB). Achter die voorspellingen zitten complexe economische rekenmodellen, die gebouwd zijn door de knapste koppen en gevoed worden door enorme hoeveelheden data. Toch zitten economen, ook die van het CPB en andere economische instituten als het Internationaal Monetair Fonds (IMF), er voortdurend naast.

Star

Neem de kredietcrisis van 2007, die vrijwel niemand zag aankomen. ‘Van alle zeepbellen die zijn doorgeprikt, zijn er maar weinig zo spectaculair uiteengespat als de reputatie van de economie zelf,’ stelde The Economist in 2009. De economische wetenschap werd tot het moment van de crash nog het vermogen toegedicht om allerlei menselijke gedragingen te verklaren – ‘van drugshandel tot sumoworstelen,’ schreef het Britse weekblad. Dat was met de kredietcrisis wel voorbij.

Economen staken de hand in eigen boezem, in Nederland en daarbuiten. ‘De macro-economische wetenschap is de laatste dertig jaar op z’n best spectaculair nutteloos te noemen, en op z’n slechtst duidelijk schadelijk,’ zei de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman in 2008. Toenmalig CPB-directeur Coen Teulings was in april 2009 tegenover tijdschrift Vrij Nederland bijzonder openhartig. Op de vraag of het in crisistijd wel terecht is dat er zoveel gewicht wordt toegekend aan de voorspellingen van het CPB, antwoordde hij dat economie voorspellen ‘net zoiets is als het weer voorspellen. Het weer lukt nog wel voor een paar dagen, daarna wordt het heel moeilijk.’

Een onderzoek van eind 2018, eveneens van The Economist, staaft het idee dat economische voorspellingen alleen betrouwbaar zijn op de korte termijn. Al jaren houdt het weekblad een database bij van talloze voorspellingen van de economische groei voor de rijkste landen ter wereld. Uit analyse daarvan blijkt dat ze op korte termijn behoorlijk accuraat zijn, maar dat de kristallen bol algauw vertroebelt als gekeken wordt naar jaren die een stuk verder in de toekomst liggen. Voorspellingen over de economische groei die begin september worden gedaan voor datzelfde kalenderjaar, liggen gemiddeld 0,4 procentpunt af van het werkelijke cijfer. Economische waarzeggers die hun blik een heel jaar vooruitwerpen, zitten er gemiddeld al 0,8 procentpunt naast. Daarna neemt de onnauwkeurigheid rap toe.

Uit de analyse van The Economist volgt nog een interessante conclusie: economen hebben er vooral veel moeite mee recessies te zien aankomen. Ramingen voor groei-jaren zitten gemiddeld 0,6 procentpunt van het werkelijke cijfer af, ramingen voor krimpjaren 1,8 procentpunt. Dat heeft er deels mee te maken dat economieën langzaam en gestaag groeien, maar plotsklaps krimpen. Voorspellingen plooien zich naar het meest waarschijnlijke scenario en verwachten daarom doorgaans groei. ‘Onberispelijk’ is onze staat van dienst in het niet zien aankomen van terugvallen, schreef de Indiase IMF-econoom Prakash Loungani al in december 2000 in het Britse zakendagblad Financial Times. Slechts twee van de zestig recessies die in de jaren negentig verspreid over de wereld plaatsvonden, werden een jaar van tevoren voorspeld.

De woningmarkt zou instorten, de werkloosheid exploderen

In een IMF-paper uit 2018 dat Loungani schreef, samen met economen Zidong An en João Tovar Jalles, legt hij uit dat voorspellingen zich ook maar traag aanpassen aan (naderende) recessies. Midden in een recessie passen ze zich iets sneller aan dan in de aanloop ernaartoe, maar niet voldoende om grote afwijkingen te voorkomen. De drie economen vonden ook aanwijzingen dat voorspellers er grote moeite mee hebben om sterke boomperiodes te zien aankomen. Met andere woorden, economische voorspellingen zijn behoorlijk star en kunnen niet zo goed verrassende situaties absorberen.

Dat blijkt ook uit de gang van zaken tijdens de coronapandemie. Het CPB verwachtte in december 2019 een groei van 1,3 procent van het bbp over heel 2020 – het werd een krimp van 3,8 procent. Het zou flauw zijn om economen erop af te rekenen dat zij de pandemie niet zagen aankomen. Het is aan onderzoekers van de volksgezondheid om dat soort situaties te voorspellen en als het nodig is aan de bel te trekken bij bewindslieden. Dat is ook gebeurd, maar de alarmsignalen werden niet ter harte genomen door regeringen overal ter wereld. Volgens dagblad Trouw kreeg de Nederlandse regering na de uitbraak van ebola in Afrika drie keer het dringende advies een gezamenlijke Europese aanpak op te stellen voor pandemieën, maar daar gebeurde niet zoveel mee.

Zonnetje

Toen het coronavirus eenmaal had toegeslagen, bleek het nog moeilijker dan anders om een gedegen economische voorspelling te maken. Ramingen moesten voortdurend bijgesteld worden en verschilden flink van elkaar. In een artikel in het ECB Economic Bulletin, dat publiceert over onderzoeken waarop de Europese Centrale Bank zijn beleid baseert, lieten economen Arne Gieseck en Svetlana Rujin halverwege 2020 zien dat de coronapandemie niet alleen voor een historisch grote toename in macro-economische onzekerheid zorgde, maar ook voor een enorme piek in forecast disagreement. Die lag meer dan negen standaardafwijkingen boven het historische gemiddelde.

Voorbeelden te over. In februari 2020, vlak voor het begin van de pandemie, lagen verschillende voorspellingen voor de groei van de Amerikaanse economie in het tweede kwartaal van 2020 met zo’n 3,5 procent uit elkaar, schrijft het Amerikaanse vaktijdschrift Harvard Business Review. Slechts twee maanden later – midden in de pandemie – voorspelde de meest optimistische raming een krimp van 8,2 procent, de meest negatieve een krimp van maar liefst 65 procent. Harvard Business Review voert drie verklaringen aan voor de grote divergentie van de voorspellingen: de beleidsbeslissingen volgden elkaar nooit eerder in zo’n rap tempo op als tijdens de coronapandemie, de pandemie ondergraaft de betrouwbaarheid van economische data, en economen weten zich geen raad met de epidemiologische aard van de crisis.

In Nederland gaven verschillende banken aan de lopende band sombere berichten af. De woningmarkt en huizenprijzen zouden instorten, de werkloosheid en het aantal faillissementen exploderen. Nederland kon zijn borst natmaken voor een langdurige recessie en een herstel dat jaren zou gaan duren. Inmiddels draait de economie alweer een aantal maanden als een zonnetje. Econoom Bas Jacobs gaf in een artikel in het Algemeen Dagblad aan dat het voor het CPB en andere voorspellers ‘ondoenlijk is om hun modellen aan zeldzame pandemieën aan te passen’. Economische voorspellingen zijn altijd onzeker, vindt hij, en in crisistijden extreem onzeker. ‘Je zou die waarschuwing eigenlijk in elke voorspelling die je publiceert met koeienletters erbij moeten zetten.’

Koeienletters zijn het niet, maar bij de meeste economische voorspellingen wordt steevast al gewezen op de onzekerheid waarmee ramingen zijn omgeven, zeker in tijden van corona. Die waarschuwingen mogen wel wat sterker en specifieker uitgedrukt worden: neem economische voorspellingen altijd op z’n minst met een korrel zout. Alleen op de korte termijn zijn ze redelijk accuraat, maar grote crises en recessies voorzien ze doorgaans niet, en in crisistijden raken economische voorspellingen op drift.

Ruw Beeld

In stabiele tijden bieden voorspellingen een ruw beeld van wat we zo ongeveer kunnen verwachten over een aantal maanden. Het eerder aangehaalde onderzoek van The Economist uit 2018 laat ook cijfers zien die aantonen dat een onzekere voorspelling nog altijd de voorkeur geniet boven helemaal geen voorspelling. Als je het groei- of krimpcijfer van afgelopen jaar simpelweg zou kopiëren naar het komende jaar, of willekeurig cijfers over de toekomstige groei zou genereren, zit je er geheid stukken verder naast dan de voorspellingen van economen. Voorspellingen zijn dus niet zinloos, mits beleidsmakers ze in de juiste proporties zien.

Economie is meer dan data, algoritmen en modellen

Willen economische voorspellingen aan geloofwaardigheid winnen, dan zullen ze veel beter leren moeten omgaan met onzekerheid. De Britse economen Mervyn King, die van 2003 tot 2013 de baas van de Bank of England was, en John Kay, die verbonden is geweest aan gerenommeerde universiteiten, geven in hun boek Radical Uncertainty: Decision-making beyond the Numbers (2020) een aantal voorzetjes. Al die op kansberekening gebaseerde economische modellen waarop beleid wordt gebaseerd geven een vals gevoel van zekerheid en controle, betogen de twee.

Economie is meer dan data, algoritmen en modellen. Volgens King en Kay is het gevaarlijk om modellen los te laten op zaken die zich, zoals de economie, kenmerken door ‘radicale onzekerheid’. Je kunt wel een waarschijnlijkheidsgetal op elke mogelijke uitkomst willen plakken, er zijn ook uitkomsten die we niet kunnen kennen. Bovendien zijn de modellen van economen gebaseerd op verkeerde veronderstellingen. Bijvoorbeeld dat de mens rationeel is, altijd op zoek naar zelfoptimalisatie, en dat het daarom binnen bepaalde marges mogelijk zou zijn ons gedrag te voorspellen.

Hoe moeten we dan beslissingen over de toekomst nemen, volgens King en Kay? Economen zouden vaker op zoek moeten naar de ‘dichte beschrijving’ (thick description) bij hun datasets en vaker de vraag moeten stellen: wat is hier aan de hand? Juist die vraag proberen economen te vermijden, zegt King in een interview met de Vlaamse krant De Standaard. ‘Economen houden zich liever aan hun modellen. Maar context is alles en dat wordt vaak vergeten. Je hebt nooit genoeg informatie om te beslissen. Dus moet je niet denken dat het wel zo is.’ Ook context en verhalen rondom data zijn niet voldoende om waterdichte voorspellingen te maken, stellen King en Kay. Maar het zijn wel waardevolle en binnen de economische wetenschap ondergesneeuwde gereedschappen om het denken richting te geven en aan te scherpen.

Aan politici raden de twee economen aan om toe te geven dat ze weinig weten en om actief op zoek te gaan naar kritische geluiden. Luister naar wat deskundigen te zeggen hebben, maar verlang van hen geen volledige zekerheid. En ga ook niet altijd op zoek naar de meest optimale uitkomst, maar zoek naar robuuste compromissen, die de kans op grote catastrofes minimaliseren. Frappant is dat King en Kay in het voorwoord van hun boek aangeven dat er een tweedeling is in de reacties die zij krijgen op hun ideeën. Lezers uit het bredere publiek vinden hun voorstellen nogal evident en voor de hand liggend, maar economen en statistici valt het zwaar om op deze manieren de radicale onzekerheid te omarmen. Aan de eindeloze stroom halfbakken economische voorspellingen zal dan ook niet zo snel een einde komen.

Laurens Bluekens is journalist.

Economische voorspellingen dienen als basis voor beleid. Maar de waarzeggers zitten er voortdurend naast. Wat hebben we eigenlijk aan de toekomstprofetieën van economen?

Uit Maarten! 2021-4. Bestel losse nummers hier

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Gerelateerde artikelen

Kapitalisme 3.0

(On)gelijkheid in Nederland: rijke werknemers, arme flexkrachten

‘Stop met sparen, geld moet rollen’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.