De legendarische strijd tussen Kennedy en Nixon

De legendarische strijd tussen Kennedy en Nixon

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

donderdag 7 december 2017
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

John F. Kennedy was een sprookjesfiguur zonder slechte eigenschappen. Zo zette Theodore White hem tenminste neer in een invloedrijk boek over de presidentsverkiezingen van 1960. Tegenkandidaat Nixon kwam er als een schurk vanaf. Tientallen jaren later heerst Whites wonderlijke beeld nog steeds.

Uit Maarten! 2012-2

In 1961 verscheen The Making of the President, 1960, een omvangrijke instantgeschiedenis van de presidentsverkiezing van de hand van Theodore White. Het boek was vanaf het eerste moment een enorm succes. Het stond tientallen weken op de bestsellerlijst en won in 1962 een Pulitzerprijs. White veroorzaakte een revolutie in de politieke journalistiek en creëerde een nieuw genre. Sindsdien worden er over elke presidentsverkiezing tientallen boeken geschreven.

Hoewel ik het niet meer precies weet, vermoed ik dat ik Whites bestseller eind 1963 of begin 1964 heb gelezen. Zonder White zou mijn loopbaan totaal anders zijn verlopen. Ik was er diep van onder de indruk. Dat was nog eens politiek drama! In de Verenigde Staten was de politiek kennelijk een heroïsche strijd tussen helden en schurken, die de helden in 1960 zeer passend hadden gewonnen.

In die jaren zaten we in Nederland met het kabinet-Marijnen, en veel suffer dan dat is het gelukkig nooit meer geworden. De Nederlandse politiek was dorpspolitiek, de Amerikaanse wereldpolitiek. Nederlandse politici waren treurige dorknopers, Kennedy, de winnaar van 1960, was een held, ‘cool’ boven alles en met een superieur intellect.

Whites beschrijving van de campagne van 1960 is meeslepend vanaf de eerste zin. Van het beeld dat White schetste van John F. Kennedy zijn we nooit meer helemaal afgekomen. De jonge aanstaande president als sprookjesachtige figuur, een man die in zijn lange queeste om de machtigste man op aarde te worden geen stap verkeerd zette, een man die bij uitstek beschikte over alle unieke eigenschappen die een echte leider nodig heeft. ‘He had mastered politics on so many levels, that no contemporary American could match him,’ schreef White. Een man met een computerbrein, nooit nerveus, nooit in verwarring, onveranderlijk elegant en vol zelfvertrouwen.

Wat een verbazend contrast met zijn tegenstander in het politieke spel, de immer nerveuze, onzekere en zweterige Richard Nixon. Voor een spannend boek zijn nu eenmaal een held en een schurk nodig, en een happy end. Ondanks alles wat we achteraf te weten zijn gekomen over Kennedy, is hij voor de meeste mensen een held gebleven, zelfs een iconische figuur geworden, een van de grote celebrity’s van de vorige eeuw. En Nixon heeft er alles aan gedaan om de schurk te blijven.

Als er in twee staten een paar duizend stemmen zouden zijn verschoven, zou de overwinning naar Nixon zjin gegaan

The Making of the President, 1960 is zonder meer een fantastisch boek, een bijzonder tijdsdocument. Het vertoont eigenlijk maar één groot gebrek: het epos van White heeft een problematische relatie met de werkelijkheid. Het is vooral een mythologisch boek, dat in de boekhandel beter zou passen in de kast van fantasy-literatuur dan in die van de politicologie.

Schatrijk

Dat blijkt alleen al uit het feit dat de stralende, superieure held feitelijk slechts 113.057 stemmen meer kreeg dan de wat meelijwekkende schurk, op een totaal van bijna 69 miljoen uitgebrachte stemmen. Als het beeld van White ook maar bij benadering juist was geweest, zou Kennedy in november 1960 een verpletterende overwinning hebben behaald. Dat was overigens ook wat veel journalisten, gevangen in de Kennedy-mythe, hadden verwacht. De kiezers dachten er anders over.

Als er in twee staten een paar duizend stemmen zouden zijn verschoven, zou de overwinning naar Nixon zijn gegaan. Het is een even fascinerende als verontrustende vraag wat voor boek White dan zou hebben geschreven. Was held Kennedy een tragische verliezer geweest, of was Nixon dan de held geworden en Kennedy minder heroïsch?

Dat Kennedy een aanzienlijk minder onberispelijke en heldhaftige leidersfiguur was dan White dacht, neemt niet weg dat de Kennedy-campagne blijvende invloed heeft gehad op het presidentiële-verkiezingscircus. Drie elementen van zijn aanpak waren van groot belang: het gebruik van de voorverkiezingen, de financiering en de invloed van de televisie.

Nixon was volstrekt onvoldoende opgemaakt en oogde als een tweederangs oplichter

Kennedy was geen landelijk bekende, prominente politicus toen hij besloot een gooi naar het presidentschap te doen. Hij was bovendien verhoudingsgewijs jong (van 1917), en ook nog eens rooms-katholiek. Vooral dat laatste werd door veel partijprominenten en deskundigen gezien als een ernstig nadeel. Er waren in de VS veel meer protestanten dan katholieken, en de veronderstelling was dat zij niet op een roomse kandidaat zouden willen stemmen.

Om te bewijzen dat hij een competente stemmentrekker was, moest Kennedy een aantal voorverkiezingen op overtuigende wijze winnen. Die voorverkiezingen bestonden al heel lang, maar speelden bij de selectie van de kandidaat geen doorslaggevende rol. Kennedy behaalde twee indrukwekkende overwinningen op Hubert Humphrey, in Wisconsin en in West Virginia. Vooral die in West-Virginia was van belang, omdat veel kiezers daar antikatholieke vooroordelen hadden. Zijn succesvolle optreden gaf Kennedy in de volgende maanden een solide basis om de Democratische leiders in de diverse staten te overtuigen.

De Kennedy-campagne was zonder meer voortreffelijk georganiseerd, maar van nog groter belang waren ongetwijfeld de zeer ruime financiële middelen waarover de kandidaat kon beschikken, omdat zijn vader schatrijk was. Financieel was Humphrey volstrekt kansloos. Zo moest hij campagne voeren in een oude bus, terwijl Kennedy een eigen vliegtuig ter beschikking had. Sinds die tijd is een ruime oorlogskas een sine qua non voor een succesvolle kandidaat.

De meest fameuze gebeurtenis van de campagne van 1960 was ongetwijfeld het eerste van de vier televisiedebatten die Kennedy en Nixon hebben gevoerd. Het zat Nixon in dat debat tegen. Hij zag er moe, vermagerd en zelfs afgepeigerd uit. Dat kwam doordat hij eerder in de campagne zijn knie had gestoten. De wond was zodanig geïnfecteerd geraakt dat hij in het ziekenhuis een antibioticakuur moest ondergaan.

Verkeerd pak

Bovendien had Nixon aan het begin van de campagne beloofd dat hij alle vijftig staten zou bezoeken. Dat was niet alleen zinloos omdat hij in een groot deel van die staten onder geen enkele omstandigheid zou kunnen winnen, maar ook uiterst vermoeiend. Ten slotte had hij aan de vooravond van het debat onvoldoende rust genomen.

Tijdens het debat had Nixon een te licht pak aan, omdat zijn medewerkers verkeerd waren voorgelicht over de tint van de achtergrond in de studio, en hij was volstrekt onvoldoende opgemaakt, waardoor zijn zware baard goed zichtbaar was. Zodoende oogde de Republikeinse kandidaat als een tweederangs oplichter, en op tv gaat het nu eenmaal primair om het beeld.

Vervolgens maakte Nixon de voor de hand liggende fout daadwerkelijk met zijn tegenstander in debat te gaan, terwijl Kennedy, die er in een donker pak koeltjes en prettig gebruind bij stond, zich tot de kijkers richtte. Zo verloor Nixon dat eerste debat hoewel de radioluisteraars, die geen last hadden van zijn verontrustende uiterlijk, vonden dat hij gewonnen had.

In de volgende drie debatten deed Nixon het prima, maar de schade was aanzienlijk, omdat het eerste debat het best was bekeken. Uit later kiezersonderzoek bleek dat 2 miljoen mensen op grond van dat debat hadden besloten op Kennedy te stemmen. Zonder de kleine foutjes in het eerste debat had Nixon gewonnen!

Hubert Humphrey moest campagne voeren in een oude bus, terwijl Kennedy een eigen vliegtuig had

Had Nixon dan eigenlijk, als de aangewezen opvolger van de immens populaire Eisenhower, de strijd vrij makkelijk moeten winnen? En waren Kennedy’s campagne en zijn talenten dan toch niet uitzonderlijk? Nee: Eisenhower had niets met zijn vicepresident Nixon en liet zich zelfs nogal laatdunkend over hem uit. Daar kwam bij dat ook toen al veel mensen Nixon geen prettige figuur vonden (‘Would you buy a second hand car from that man?’) en dat de Amerikaanse economie in een lichte recessie verkeerde.

Kennedy noch Nixon was in 1960 een fenomenaal attractieve kandidaat. Eisenhower was dat wel. Als bejaarde zou hij Kennedy moeiteloos geklopt hebben, maar door een recente grondwetswijziging kwam hij niet voor een derde termijn in aanmerking. Kennedy werd pas een charismatische figuur voor velen na zijn overwinning. Niets is immers zo succesvol als succes.

Cold warriors

Achteraf gezien is de beeldvorming rond de campagne van 1960 steeds hoogst misleidend geweest. Zo was niet Nixon, maar juist Kennedy de ziekelijke kandidaat. Kennedy had de ziekte van Addison, veroorzaakt door een slechtwerkende bijnierschors, maar dat werd door zijn doktoren simpelweg glashard ontkend. Over Kennedy’s wonderlijke en risicovolle seksuele gedrag heeft in die jaren geen journalist gerept, hoewel sommigen daarvan geweten moeten hebben. Ook het held-schurkcontrast sloeg eigenlijk nergens op. Kennedy en zijn medewerkers waren bereid het politieke spel minstens even hard en gewetenloos te spelen als Nixon.


Feitelijk waren de verschillen tussen de beide kandidaten minimaal, en in die zin was de verkiezingsuitslag een goede weerspiegeling van de werkelijkheid. Het waren beiden ambitieuze, jonge beroepspolitici zonder uitgesproken overtuigingen of idealen, pragmatici van het politieke midden en uitgesproken cold warriors. De Kennedy-hagiografen, die hem zagen als erfgenaam van Franklin Roosevelt en als de aangewezen figuur om de New Deal te voltooien, hadden het bij het verkeerde eind.

Eenmaal president heeft onze held er niet veel van terechtgebracht. Zijn presidentschap bleef steken in de opmaat van zijn pretentieuze inaugurele rede. Hij faalde volledig in de samenwerking met het Congres. De New Deal zou gedeeltelijk voltooid worden door zijn vicepresident en opvolger Lyndon Johnson, een veel getalenteerder politicus dan de bewierookte JFK, al ontbrak het hem volkomen aan tv-charisma.

Dat Nixon een beroerde indruk maakte in het historische eerste tv-debat wilde nog niet zeggen dat hij een incompetente politicus was. Hij wist in 1968 op ronduit verbluffende – en misleidende – wijze terug te komen als de New Nixon. Hij deed uiteindelijk zichzelf de das om door zijn paranoïde onzekerheid. Daar staat weer tegenover dat Kennedy’s persoonlijke gedrag door een overmaat aan zelfvertrouwen ronduit gestoord was.

Whites meesterwerk is nog steeds de moeite van het lezen waard, maar de lezer kan het maar het best beschouwen als een knappe mix van feit en fictie.

Uit Maarten! 2012-2

donderdag 7 december 2017

Gerelateerde artikelen

Hoe laat Obama Amerika achter?

woensdag 6 december 2017

De borrel-tafelpraat van Donald Trump

dinsdag 28 november 2017

De vervlogen Amerikaanse droom

maandag 27 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.