De vrouw klimt langzaam omhoog

Door Bart de Koning • Illustraties Pinkt

Bijna nergens in Europa werken zoveel vrouwen als in Nederland. Maar ze werken vaak in deeltijd, verdienen minder dan mannen en zijn zelden te vinden in de techniek. Ze halen mannen langzaam in, maar het gaat tergend traag. En als vrouwen oprukken in de beroepen met een hoge maatschappelijke status dalen de salarissen.

Uit Maarten! 2023-2. Bestel een losse editie of word abonnee

Op het eerste gezicht gaat het best goed met de emancipatie. Er zitten meer vrouwen dan ooit in het kabinet: 14 van de 29 bewindspersonen. Ruim driekwart van de Nederlandse vrouwen werkt; in Europa ligt dat percentage alleen hoger in Zweden en Estland. Meisjes doen het op school gemiddeld beter dan jongens en ze gaan vaker naar de universiteit. Bij sommige studies zijn vrouwen zelfs ruim in de meerderheid, zoals geneeskunde, rechten, psychologie en criminologie. In menige rechtszaal spelen vrouwen de hoofdrol: als rechter, officier van justitie, griffier en advocaat. Een groot deel van de intelligence-analisten, die bij de politie onderzoek doen naar georganiseerde misdaad of terrorisme, bestaat uit hoogopgeleide jonge vrouwen.

De opmars van vrouwen gaat op sommige terreinen zelfs zo hard dat er tegengeluiden komen. Zestig procent van de rechters is inmiddels vrouw – is dat nog wel een afspiegeling van de samenleving? De rechtbank Den Haag kondigde zo’n tien jaar geleden al aan om bij gelijke geschiktheid de voorkeur aan een mannelijke sollicitant te geven. De studie geneeskunde kent een strenge selectieprocedure en daar komen vooral consciëntieuze meisjes met hoogopgeleide, welgestelde ouders doorheen. Ze zijn wit, hebben een paardenstaartje en ‘een waterflesje bij zich’, zoals hoogleraar interne geneeskunde Yvo Smulders onlangs in NRC zei. Dat is een rake en wat vileine observatie, die wel een serieuze ondertoon heeft.

Vrouwen verdienen per uur €4 minder dan mannen

Veel van de meisjes die worden toegelaten hebben een dure commerciële training gevolgd om door de selectie heen te komen. Wie geen rijke ouders heeft, zoals veel kinderen van migranten, staat dus op achterstand. Ook jongens die minder goed zijn in vlijtig studeren hebben het moeilijk. Arts Yvo Smulders zou naar eigen zeggen nooit zijn aangenomen bij de huidige selectiemethodes, terwijl hij het toch tot hoogleraar heeft geschopt.

Gerda Croiset waarschuwde bij haar aantreden als hoogleraar medische onderwijskunde in Utrecht al in 2007 voor het grote aantal vrouwen in de medische wereld. Het vak wordt zo onaantrekkelijk voor mannen: ‘Je wilt niet een van de weinigen zijn. En het aanzien van het beroep daalt, omdat vrouwen het anders invullen. Ze werken vaker parttime. De salarissen gaan omlaag.’

Fundamenteel probleem

Dat levert een paradoxale situatie op: na meer dan anderhalve eeuw strijd voor vrouwenrechten en -emancipatie doen vrouwen het op een aantal terreinen kennelijk zo goed dat mannen in de knel dreigen te komen. Je zou kunnen zeggen: dat is een behapbaar probleem, dat betrekkelijk eenvoudig is op te lossen door de selectiemethodes aan te passen. Dat is wat er nu gebeurt bij de studie geneeskunde, om mannen en mensen met een migratieachtergrond meer kans op toelating te geven. Dan houd je natuurlijk altijd nog wat conservatieve mopperkonten die vinden dat vrouwen in de keuken thuishoren en die luidkeels klagen over aanvallen op de mannelijke identiteit, maar dat zijn irrelevante achterhoedegevechten. Maar de succesvolle opmars van de vrouwen in sectoren als recht en zorg en politiek verhult een fundamenteel probleem: het gaat juist helemaal niet zo goed met de emancipatie van de Nederlandse vrouw.

Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen. Dat komt in de eerste plaats doordat ze veel vaker parttime werken: een jaar na het behalen van hun diploma werkt 30 procent van de vrouwen in deeltijd, tegen slechts 14 procent van de mannen, zo blijkt uit cijfers die het CBS in april publiceerde. Op latere leeftijd – vooral als er kinderen komen – gaan vrouwen nog vaker in deeltijd werken, terwijl mannen overwegend voltijds aan de slag blijven. Maar ook als je daarvoor corrigeert verdienen vrouwen minder dan mannen: ze verdienen gemiddeld € 20,60 bruto per uur, mannen € 24,50.

Voor een deel heeft dat te maken met de sectoren waarin veel vrouwen werken: de zorg en het onderwijs betalen over het algemeen nu eenmaal minder goed dan het bedrijfsleven. Maar dat is niet de hele verklaring. Vrouwen krijgen structureel minder betaald dan mannen. Zo publiceerde Tilburg University in 2018 een onderzoek naar de salariskloof op de eigen universiteit. Vrouwen verdienden gemiddeld in alle functies 18 procent minder dan mannen. Bij hoogleraren is het verschil het grootst: mannen verdienen 372 euro per maand meer. Daarin is gecorrigeerd voor deeltijd, leeftijd, ervaring, soort contract en aantal publicaties. De salarisachterstand kan na een kwarteeuw oplopen tot ruim een halve ton, becijferde een onderzoeker in De Groene Amsterdammer.

Die achterstand is overal te zien. De top (in termen van macht en geld) is nog steeds stevig in handen van mannen. Van de top-1-procent-inkomens zijn vrouwen met 16,7 procent ver in de minderheid, al is het iets beter dan in 2008, toen het aandeel vrouwen in de top nog geen 10 procent was. Econoom Sophie van Gool becijferde vorig jaar in haar boek Waarom vrouwen minder verdienen (en wat we eraan kunnen doen) dat vrouwen gemiddeld over een heel werkzaam leven zo’n drie ton minder verdienen dan mannen.

De achterstand zit niet alleen in inkomen, maar ook in vermogen. Eind april meldde het CBS dat het aantal miljonairs weer licht is toegenomen, tot 317.000 huishoudens. Het persbericht vermeldde niets over het geslacht van de rijkaards, maar iets ouder onderzoek laat zien dat zo’n 80 procent van de Nederlandse miljonairs man is, bij de superrijken (met meer dan 10 miljoen) zelfs bijna 90 procent.

Hardnekkige tegenwerking

De legendarische feministe Joke Smit noemde het salarisverschil tussen vrouwen en mannen in 1967 nog een ‘kortebaanprobleem’. Dat is het dus duidelijk niet, als het een kleine zestig jaar later nog steeds structureel en hardnekkig is. Nederlanders zien zichzelf graag als modern en vooruitstrevend, maar de gedachte dat vrouwen gelijke rechten hebben is betrekkelijk nieuw.

Aletta Jacobs moest in 1871 een brief sturen aan minister Johan Rudolf Thorbecke van Binnenlandse Zaken om te vragen of ze geneeskunde mocht studeren. Meisjes studeerden toen niet, ze mochten zelfs niet naar de hbs. De liberaal Thorbecke stond er niet onwelwillend tegenover, maar schreef eerst een brief aan haar vader om te vragen wat die ervan vond. Gelukkig was Abraham Jacobs een ruimdenkend man, die achter zijn dochter stond. Aletta mocht in Groningen medicijnen gaan studeren, met een proeftijd van een jaar – een eis die nooit aan mannen werd gesteld. Op zijn sterfbed, een jaar later, verleende Thorbecke Jacobs definitief toestemming.

Aletta Jacobs was de eerste Nederlandse vrouw die afstudeerde als arts. Haar zus Frederika rondde als eerste meisje de hbs af, haar broer Eduard was de eerste Joodse burgemeester van Nederland. Nederland kende in die tijd censuskiesrecht: alleen burgers die genoeg verdienden mochten stemmen. Als arts kwam Aletta Jacobs boven die grens uit. Hoewel nergens in de wet stond dat vrouwen niet mochten stemmen, kreeg ze tot aan de Hoge Raad toe geen toestemming. Kort daarop voerde de regering artikel 80 van de grondwet in, dat vrouwen expliciet verbood om te stemmen. Dat was voor de onvermoeibare Jacobs weer reden om zich sterk te maken voor het vrouwenkiesrecht, dat in 1919 werd ingevoerd. In 1924 kwam er een wet die regelde dat vrouwen die trouwden op de dag van hun huwelijk ontslagen moesten worden uit overheidsdienst.

Tot 1971 was de man ‘het hoofd van de echtvereniging’

De strijd van Aletta Jacobs is een overbekend verhaal – dat toch steeds weer verteld moet worden. Het is belangrijk om te beseffen van hoe ver we zijn gekomen en het plaatst de actualiteit in perspectief.

De Nederlandse vrouw was tot 1956 wettelijk handelingsonbekwaam: ze mocht zonder toestemming van haar man geen geld opnemen, verzekeringen afsluiten of op reis gaan. Tot 1971 stond in het wetboek dat de man ‘het hoofd van de echtvereniging’ was en dat de vrouw hem ‘gehoorzaamheid was verschuldigd’. Tot 1985 bepaalde de man de plaats van samenwoning. Pas in 1998 sneuvelde de regel dat een kind automatisch de achternaam van de vader kreeg.

Met zoveel hardnekkige tegenwerking is het een wonder dat werkende vrouwen nog zo ver zijn gekomen als ze nu zijn. En gezien de geschiedenis van Jacobs als eerste vrouwelijke arts is het in zekere zin wrang dat uitgerekend bij geneeskunde de opmars van vrouwen als een probleem wordt gezien. ‘Het is niet goed of het deugt niet,’ zoals het Oudhollandse gezegde luidt.

Uitstervend ras

De formele wettelijke beperkingen mogen dan al een tijdje opgeheven zijn, de achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt is hardnekkig. Daar zijn al veel verklaringen voor gegeven. Een ervan is dat vrouwen zelf minder ambitieus zijn. ‘Er zit een behoorlijke factor cultuur achter,’ zei Tanja Traag, de hoofdsocioloog van het CBS, tegen Trouw toen in april de laatste cijfers over deeltijdwerk naar buiten kwamen. ‘De manier waarop wij nog altijd kijken naar de rol van man en vrouw speelt sterk mee. Vooral als het gaat om de opvang en opvoeding van jonge kinderen, vinden velen dat vrouwen daar meer geschikt voor zijn. Ook vrouwen zelf.’ Veel mannen zeggen wel dat ze minder willen gaan werken als er kinderen komen, maar als het eenmaal zover is doen maar weinigen dat. Dan is er nog de Wet van Sullerot, vernoemd naar de Franse feministe Évelyne Sullerot, die in 1968 ontdekte dat beroepen waarin veel vrouwen werken een lagere maatschappelijke status hebben – en dito salarissen. Dat is goed te zien in de zorg, waar vrouwen traditioneel altijd al sterk oververtegenwoordigd waren in de verpleging en verzorging, en het onderwijs, waar bijvoorbeeld in het basisonderwijs nauwelijks nog mannen werken. Beide zijn sectoren waar de salarissen al decennia achterblijven.

Als vrouwen de beroepen met een hogere maatschappelijk status overnemen, zoals medisch specialist, dalen daar de salarissen. De medisch specialist die met zijn praktijk-BV tonnen verdiende is een uitstervend ras. Nieuwe generaties werken in loondienst en verdienen veel bescheidener.

Dat vrouwen – gecorrigeerd voor deeltijd en sector – ook per uur minder verdienen zou komen doordat ze minder goed kunnen onderhandelen of minder ambitie hebben. ‘Het wordt elke keer weer herhaald, maar het blijkt absoluut niet uit onze onderzoeken,’ zei sociaal psychologe Belle Derks in 2019 tegen De Groene. Uit onderzoek van Derks onder wetenschappers bleek dat vrouwen wel degelijk stevig onderhandelen. ‘Er wordt vrouwen minder gegund, het wordt eerder als arrogant gezien,’ zo verklaarde Derks. ‘Daadkrachtig gedrag wordt bij mannen gewaardeerd, bij vrouwen eerder afgestraft.’

De vraag is hoe erg die structurele achterstand van vrouwen is. Vanuit een christelijk of conservatief standpunt is het geen probleem als vrouwen minder werken, minder verdienen en minder macht hebben dan mannen. Sterker: echte conservatieven, zoals de mannenbroeders van de SGP, vinden het nog steeds principieel onjuist dat vrouwen kiesrecht hebben – laat staan dat ze economisch onafhankelijk zijn.

Vanuit een klassiek liberaal standpunt is er ook niet zoveel aan de hand. Als vrouwen er vrijwillig voor kiezen om in deeltijd te werken, is dat bij uitstek een bewijs dat ze vrije en zelfstandige keuzes maken. Ze hebben kennelijk geen zin om voltijds te werken, ze kunnen zich dat veroorloven en besteden hun tijd liever aan iets anders: hobby’s, vrienden of kinderen.

Verwend prinsesje

Dat kan op individueel, persoonlijk niveau een prima, uitgebalanceerd leven opleveren. Maar op maatschappelijk niveau blijft de ongelijkheid bestaan. Dat is voor klassieke feministen zoals Jolande Withuis onverteerbaar. Zij stelt in haar recente boek Vrouw en vrijheid dat het feminisme gebaseerd is op arbeidsparticipatie: ‘Wie werkt maakt deel uit van de wereld.’ Vrouwen die er niet of maar half aan deelnemen hebben dus ook weinig of geen invloed op die wereld.

De parttime werkende vrouw is een verwend prinsesje, schreef journalist Elma Drayer al in 2010. De ‘ma-di-do-er’, zoals ze ook wel enigszins denigrerend genoemd worden, is op cruciale momenten onbereikbaar en moet op de dagen dat ze wel werkt veel vergaderen om bijgepraat te worden. Maar zo denkt niet iedereen erover. Kort na de aanklacht van Drayer tegen de verwende prinsesjes verscheen in het Amerikaanse Slate een uitgebreid artikel van Jessica Olien, die na een paar maanden in Nederland vooral onder de indruk was van de rust die vrouwen hier uitstralen. Als Amerikaanse vrouw voelt zij voortdurend druk om te scoren en door glazen plafonds heen te breken – terwijl Nederlandse vrouwen op een doordeweekse dag gewoon gaan winkelen of een kop koffie gaan drinken met een vriendin. Hoe langer Olien hier was, hoe minder druk ze voelde om Superwoman te zijn.

Het verschil in werkdruk geldt overigens niet alleen voor vrouwen: Amerikanen werken gemiddeld 1800 uur per jaar, zo’n 400 meer dan Nederlanders, waarbij de vrouwen dus nog flink minder werken dan de mannen. Zo bezien behoren Nederlandse vrouwen tot een soort internationale voorhoede, die de rest van de wereld laat zien dat het ook minder gejaagd en gestrest kan.

‘Er wordt vrouwen minder gegund’

Dat is allemaal prachtig, zolang het daadwerkelijk om vrije en bewuste en keuzes gaat. Maar wetenschappers als Belle Derks en Sophie van Gool laten zien dat minder betaald krijgen dan mannelijke collega’s geen vrije keuze is. En het is zelfs maar de vraag of in deeltijd werken wel altijd een vrije keuze is. Als er kinderen komen en de man niet minder kan of wil gaan werken, is het nog steeds meestal de vrouw die de zorg voor de kinderen op zich neemt. Dat kan een bewuste keus zijn om het zelf te doen, maar ook noodzaak, bijvoorbeeld omdat kinderopvang te duur is of niet beschikbaar. Een derde van de Nederlandse vrouwen is niet financieel onafhankelijk. Dat kan een serieus probleem zijn als vrouwen vast komen te zitten in een slecht huwelijk, of vervallen in armoede als de relatie eindigt.

De emancipatie van de Nederlandse vrouw gaat met de snelheid van een gletsjer. Als het in dit tempo doorgaat zullen vrouwen pas over enkele tientallen jaren hetzelfde verdienen als mannen en hetzelfde pensioen hebben. Vreemd genoeg lijken de meeste vrouwen zich daar niet erg druk over te maken: het Binnenhof en het Malieveld staan bepaald niet vol met demonstraties. Emancipatie wordt in Nederland gezien als een zaak voor het individu.

Maar dat is te makkelijk. Individuen kunnen niet zorgen voor betaalbare kinderopvang of langer ouderschapsverlof. Individuen kunnen de salarissen in de zorg, het onderwijs en de kinderopvang niet omhoogkrijgen. Individuen kunnen de loonkloof tussen mannen en vrouwen niet slechten. Dat zijn problemen die alleen de politiek kan oplossen.

Meer lezen uit dit nummer? Bestel hier uw exemplaar

Bijna nergens in Europa werken zoveel vrouwen als in Nederland. Maar ze werken vaak in deeltijd, verdienen minder dan mannen en zijn zelden te vinden in de techniek. Ze halen mannen langzaam in, maar het gaat tergend traag. En als vrouwen oprukken in de beroepen met een hoge maatschappelijke status dalen de salarissen.

Uit Maarten! 2023-2. Bestel een losse editie of word abonnee

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Gerelateerde artikelen

‘Er is geld zat, maar het wordt oneerlijk verdeeld’

Het wonder van de moderne vrouw: Maarten over vrouwenemancipatie

(On)gelijkheid in Nederland: rijke werknemers, arme flexkrachten

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.