‘Er is geld zat, maar het wordt oneerlijk verdeeld’

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM EN MIRJAM JANSSEN

De arbeidsomstandigheden zijn niet best in Nederland. Bedrijven investeren vooral in een goedkoop verdienmodel en niet in mensen. Flexwerk haalt veel zekerheden onderuit. De vakbonden hebben zich niet genoeg verzet tegen deze ontwikkeling, zag FNV-voorzitter Tuur Elzinga, die de vakbeweging weer sterker wil maken. ‘We hebben de plicht een verhaal te brengen met hoop en optimisme.’

Uit Maarten! 2022-2. Bestel het nummer hier.

Maarten: ‘Waarom heeft de vakbeweging het zo moeilijk? In Nederland zijn sinds 1999 een miljoen vakbondsleden vertrokken.’

Elzinga: ‘Nou, dat is overdreven. Eind jaren negentig hadden alle bonden samen zo’n 2 miljoen leden en nu zo’n 1,5 miljoen. Dus het probleem is half zo groot. Van die 1,5 miljoen heeft de FNV rond de 900.000 leden. Als je naar de oorzaken kijkt, zie je dat er grote verschillen tussen landen bestaan. In België bijvoorbeeld zijn veel meer mensen lid, want daar is de toegang tot de sociale zekerheid afhankelijk van de vakbond. Maar daarvoor hoefde je in Nederland nooit vakbondslid te zijn. Daarnaast ontstond de afgelopen decennia – ten onrechte – het idee dat de samenleving min of meer af was. Ook dat verminderde de behoefte om lid te worden van de vakbond.’

Maarten: ‘Hebben de teruglopende ledentallen van de vakbonden ook te maken met de flexibilisering van de arbeidsmarkt?’

Elzinga: ‘Ja. Werknemers met een flexcontract durven zich minder te organiseren. Als je totaal geen zekerheid hebt in je arbeidsrelatie, durf je je niet te verenigen. Vanaf de jaren negentig is Nederland steeds meer flexwerk gaan toestaan. Steeds meer werk is aanbesteed, uitbesteed en opgeknipt. Bij de overheid zelf, maar ook in het bedrijfsleven. Vroeger werkten bij Philips bijna 100.000 mensen in Nederland. Hun banen zijn nu verplaatst of opgeknipt. De catering, schoonmaak en beveiliging – alles is uitbesteed en ingehuurd. Ze worden nu aangestuurd door de afdeling inkoop, in plaats van door personeelszaken. Zowel de overheid als het bedrijfsleven stuurt vooral op cijfers. En niet op het belang van de mensen: de cliënten in de zorg, de leerlingen in de klas of de professionals op de werkvloer. Die zijn in de besluitvoering minder belangrijk geworden.’

Maarten: ‘En de vakbeweging heeft potentiële leden kennelijk niet weten te overtuigen.’

Elzinga: ‘Onvoldoende, denk ik. Als ik kritisch terugkijk op alle bezuinigingen en op rechten die zijn afgebroken, dan gingen we soms te veel uit van het haalbare. We zijn meegegaan met de mainstream die zei dat het allemaal af was en dat meer marktwerking het nog beter zou maken. Zo was de tijdgeest. Die is nu totaal anders. Maar wat in decennia is afgebroken, heb je niet zomaar terug.’

Maarten: ‘Zeker niet als de VVD de dominante partij blijft.’

Elzinga: ‘De huidige overwegend rechtse coalitie heeft de begrotingsregels wel totaal veranderd. Ze geven nu meer uit dan “Sinterklaas” Joop den Uyl. De overheid zei jarenlang trots dat de staatsfinanciën op orde waren gebracht. De staatsschuld is teruggelopen tot onder de Europese norm. Al zijn daardoor niet alleen de publieke schulden teruggelopen, maar ook de publieke bezittingen. Staatseigendommen zijn verkocht, geprivatiseerd en uitbesteed. En erger nog: het sociaal contract is verbroken, het is ieder voor zich geworden. En dat heeft het wantrouwen gevoed. Het idee bestond dat de wereld na ons beter zou worden; nu is het andersom. Dat leidt er misschien wel toe dat mensen het vooruitgangsgeloof zijn kwijtgeraakt.’

Maarten: ‘Hoe staat de doorsnee werknemer ervoor?’

Elzinga: ‘Nederlanders moeten langer werken dan enkele decennia geleden voor dezelfde welvaart, terwijl in de meeste huishoudens nu twee personen – anderhalfverdieners – aan de slag zijn. De vermogensgroei heeft vooral bij de hogere inkomens plaatsgevonden, maar daar hebben de meeste mensen niet van geprofiteerd. Ook veel ouderen hebben het krap – het gemiddelde pensioen in de bouw of de metaal is een paar honderd euro per maand. Deze groep moet het vooral hebben van AOW. Met een beetje mazzel heeft hun partner ook nog een pensioen, al werkten van de oudere generatie nog niet alle vrouwen.’

‘We zijn meegegaan met de mainstream die zei dat meer marktwerking het nog beter zou maken’

Maarten: ‘Op welke terreinen weet de FNV vooruitgang te boeken?’

Elzinga: ‘Vorig jaar hebben we werkgevers er eindelijk van kunnen overtuigen dat flexwerk moet worden beperkt, want dat is doorgeslagen. We hebben samen een advies gepresenteerd aan het huidige kabinet, waarmee het nog niet veel heeft gedaan. Ook het bedrijfsleven ziet trends die het zorgelijk vindt: toenemende polarisering in de samenleving en bedrijven die onvoldoende de lange termijn in de gaten houden. Bedrijven waren altijd aan het lobbyen voor minder belastingen en meer mogelijkheden om arbeiders uit te knijpen, maar nu beginnen ze de nadelen te zien. Er is meer wetgeving nodig om te zorgen voor een level playing field, zodat bedrijven die zich wel aan de regels houden niet te veel worden benadeeld door bedrijven die de kantjes ervanaf lopen. Daarom willen ook werkgevers nu toch meer regulering van de arbeidsmarkt.’

Maarten: ‘Hoe kijken werknemers daartegen aan?’

Elzinga: ‘Die zeggen steeds vaker dat het zo niet langer kan. En ze zien ook dat verandering alleen mogelijk is als we de handen ineenslaan. We hebben als FNV de afgelopen maanden netto nog leden verloren, maar het lukt ook om elke maand tussen de 2000 en 4000 mensen in te schrijven. Die komen over het algemeen van de plekken waar we actie voeren. Vorig jaar onder andere bij de gemeenten, omdat we over de gemeente-cao in de clinch lagen. Ook bij de metaal, omdat we daar veel stakingen hebben gehad. En in de zorg: toen de ziekenhuizen echt in actie kwamen, zagen we daar nieuwe leden.

Bij de jeugdzorg, verpleegzorg, thuiszorg – overal waar de mensen het water aan de lippen staat, zie je dat ze zich willen organiseren. Als wij hen op die cao-strijd aanspreken, zie je dat ze ook lid worden. Daar is de toestroom dus het grootst. Op jongeren hebben we ons – hand in eigen boezem – te lang onvoldoende gericht, maar we zien nu dat we bij de leeftijd tot 35 jaar procentueel het hardst groeien. Onder de 55 jaar is de instroom groter dan de uitstroom, alleen werkt de demografie nog tegen ons. Veel mensen gaan met pensioen en zeggen het lidmaatschap op, omdat ze geen baan en baas meer hebben.’

Maarten: ‘Ik ben op mijn vijfenzestigste tegen mijn zin gestopt met werken. Er is niets zo erg als altijd vakantie hebben.’

Elzinga: ‘Je moet een groot gedeelte van je leven naar je werk. Maar als je het goed organiseert en er lol in hebt, is dat geen enkel probleem. De beeldhouwer Auguste Rodin zei: “Arbeid is de grootste openbaring van de liefde.” Dat is natuurlijk zo als je iets kunt creëren wat helemaal uit jezelf komt. Maar als je het gevoel hebt dat je geen grip hebt op je werk, ga je er op een gegeven moment met de pest in je lijf naartoe en dan duurt het heel erg lang. Of als je werk fysiek zwaar is en je lichamelijke klachten krijgt. Dan wil je het liefst eerder stoppen met werken. Dat geldt waarschijnlijk voor iemand in de vleesindustrie of voor iemand die elke nacht pakketten moet sorteren.’

Maarten: ‘Dat is natuurlijk verschrikkelijk werk. Daarmee komen we op de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik neem aan dat die ook het minst goed georganiseerd is, en de tussenlagen het best. Het zijn toch vooral ambtenarenbonden en politiebonden die het goed doen.’

Elzinga: ‘Er zijn twee politiebonden, die veel samenwerken. De Nederlandse Politiebond zit bij de FNV en die groeit vrij snel. Beide bonden zijn vrij groot en samen organiseren ze het leeuwendeel van de politiemensen. Zo is er nog een aantal sectoren die echt goed georganiseerd zijn. Maar aan de basis zie je grote verschillen. Er zijn sectoren waar we veel leden hebben en veel voor elkaar krijgen. In de schoonmaak hebben we heel lang moeten staken om überhaupt zichtbaarheid te krijgen. Het was allemaal minimumloon en weinig respect voor de mensen. Het heeft lang geduurd en we hebben veel moeten investeren. Maar nu zitten de cao-lonen er duidelijk boven het minimum.’

Maarten: ‘Ik begreep dat het minimumuurloon 11 euro is?’

Elzinga: ‘Nog minder. We voeren nu actie voor een minimumloon van 14 euro per uur. Tot nu toe is het minimumloon gebaseerd op wat je in de maand nodig hebt om te leven. In sommige sectoren moest je daar 36 uur voor werken, in andere 40 uur. Een minimumuurloon is beter. Eigenlijk zou dat wel naar 15 euro per uur kunnen, gezien de huidige inflatie.

Het minimumloon is de afgelopen decennia ver achtergebleven bij de gemiddelde welvaartsontwikkeling. Steeds meer mensen hebben toeslagen nodig om fatsoenlijk te kunnen leven, met alle nadelige gevolgen van dien. Wij zeggen daarom dat het minimumuurloon fors omhoog moet, zodat mensen weer kunnen leven in plaats van overleven.’

Maarten: ‘We hebben op dit moment in Nederland een gespannen arbeidsmarkt. In vrijwel alle sectoren die ertoe doen, van het onderwijs tot de zorg, zijn immense tekorten. Die tekorten zou je toch kunnen tegengaan door verhoging van het loon?’

Elzinga: ‘We zien inderdaad eindelijk wat loonsverhogingen. Alleen loopt de inflatie nu zo hard op dat we in koopkracht toch weer achteruitgaan. Ik verwacht dat er veel onrust zal ontstaan. Incidentele toeslagen kunnen dat niet allemaal compenseren. Ook werkgevers erkennen dat. Die willen kunnen bouwen op de mensen die voor hen werken; werknemers blijven alleen als ze meer zekerheid krijgen. Daarom weet ik vrij zeker dat er weer meer vaste dienstverbanden komen. Dat is positief.’

Maarten: ‘Moeten er ter bestrijding van de personeelstekorten nog meer arbeidskrachten van buiten Europa worden gehaald? De EU is voor, de Arbeidsinspectie heeft zich daartegen gekeerd. Wat vindt de FNV?’

Elzinga: ‘Als vakbeweging constateren we dat in Europa nog genoeg mensen werk zoeken. En in Nederland staan nog te veel mensen aan de kant. Ook vinden we dat er goed moet worden geluisterd naar wat de Arbeidsinspectie zegt: er zijn veel wantoestanden met buitenlandse werknemers op het gebied van werk en wonen. Eerst moet je zorgen dat je die uitbuiting tegengaat. Werkgevers hebben veel mensen naar Nederland gehaald, liefst via uitzendbureaus, tegen Oost-Europese tarieven. Veel sectoren zijn nu alleen maar draaiende te houden met goedkope arbeidskrachten uit het buitenland. Nederlanders willen niet werken tegen die tarieven. En moeten we dat eigenlijk wel willen? Wij zijn als vakbeweging heel internationaal georiënteerd. Het is prima dat hier mensen komen werken uit andere landen, maar wel altijd tegen een gelijk loon.’

Maarten: ‘Er is een grote arbeidsreserve: 700.000 mensen werken niet, maar willen wel, en een half miljoen werknemers willen meer uren maken. Waarom krijgen we hen niet aan de slag?’

Elzinga: ‘De afgelopen twee jaar zijn mensen weggegaan uit banen die niet zo aantrekkelijk waren. Ze moesten noodgedwongen weg, bijvoorbeeld uit de horeca, die dichtging. Ze merken dat ze ergens anders beter verdienen en willen dus niet meer terug. Maar er zijn ook mensen die geen ander werk konden vinden tijdens de coronacrisis en die zich hebben teruggetrokken van de arbeidsmarkt: jongeren die weer naar school gaan of mensen die het inkomen niet per se nodig hebben. Nu moet je dus gaan investeren in mensen die langere tijd niet hebben gewerkt. Ze moeten worden bijgeschoold. De arbeidsmarkt is daar door die flexibele schil heel slecht in geworden. Flex leidde niet tot investeringen in werknemers. Er is een mentaliteitsverandering nodig.’

‘Als je geen zekerheid hebt in je arbeidsrelatie, durf je je niet te verenigen’

Maarten: ‘Onderdeel van de flexschil zijn ook de zzp’ers. Sommigen zijn heel gelukkig met hun status.’

Elzinga: ‘Prima als ze gelukkig zijn, die moet je hun gang laten gaan. Wij organiseren als vakbond steeds meer zzp’ers en sommigen van hen willen helemaal geen zzp’er zijn. Ze zijn in alle opzichten werknemer, maar op papier tellen ze als zzp’er, omdat de werkgever geen zin heeft sociale premies te betalen. Dat soort misbruik, schijnopdrachtgeverschap, moet je de kop indrukken. Als je je dan samen organiseert kun je meer je eigen vrijheden bevechten. Dan heb je ook iets te zeggen over de tarieven. Op het moment dat de opdrachtgever de tarieven bepaalt, ben je eigenlijk geen zzp’er. Een zelfstandige bepaalt zijn eigen tarief.’

Maarten: ‘Er zijn pogingen gedaan die schijnzelfstandigheid via wetgeving in te dammen, maar die zijn mislukt.’

Elzinga: ‘De afgelopen kabinetten-Rutte hebben bewust besloten niet te handhaven. De rechter heeft wel een paar keer korte metten gemaakt met gevallen van schijnzelfstandigheid. Ik zou zeggen: begin nu eens met handhaven waar het overduidelijk niet deugt, zoals bij Deliveroo of Uber. Nu moeten wij in feite de handhaving doen, omdat we elke keer opnieuw naar de rechter moeten stappen. Maar werkgevers weten dat wij niet iedereen kunnen aanklagen. Ze nemen dus bewust het risico, omdat het ze veel geld scheelt. De politiek is nu aan zet om het beleid weer terug te draaien, maar er moet wel politieke wil zijn. Het kabinet moet nu echt in actie komen.’

Maarten: ‘Is het nog wel mogelijk om flexwerk in te perken? Er is bijvoorbeeld een regeling dat je na een paar tijdelijke contracten achter elkaar vast in dienst moet. Maar werkgevers kunnen mensen toch ontslaan voor ze recht hebben op een vast contract?’

Elzinga: ‘In een groot deel van de wereld is weinig flexwerk normaal, dus natuurlijk is het mogelijk het terug te draaien. Niet van vandaag op morgen, daar heb je tijd voor nodig. Maar je moet wel laten zien dat het anders kan en werkenden weer het gevoel geven dat er toekomst is. Volgens mij zien steeds meer mensen dat ook in. Voor sommige kleine ondernemers was de coronacrisis een moeilijke tijd, maar in veel sectoren, met name bij de grote werkgevers, gaat het erg goed. Vorig jaar is er gemiddeld genomen 33 procent meer winst gemaakt dan voor corona. En in zes van de tien sectoren is het gedeelte van de omzet dat naar de winst gaat weer verder toegenomen. Dat gebeurt al sinds 1995. Er is dus geld zat, maar het wordt niet goed verdeeld.’

Maarten: ‘Aan wie hebben we de wildgroei aan flexwerk te wijten?’

Elzinga: ‘Het begon onder Paars-II en ging verder tijdens de kabinetten-Balkenende en -Rutte. Ook VNO-NCW was voor. Wij hebben toen onvoldoende weerwoord gegeven, want in het begin vonden de meeste mensen die flexwerk deden het best. Het was vaak een stepping stone naar een vaste baan. Maar de laatste tien jaar trekken wij keihard aan de bel, omdat er steeds meer sectoren zijn waar vast werk wordt ingevuld met flexwerk. Dan wordt er niet meer geïnvesteerd in de mensen, maar vooral in het goedkope verdienmodel.’

Maarten: ‘Historisch gezien hebben de vakbond en de sociaal-democratie onvoldoende weerwerk geboden.’

Elzinga: ‘Ik ben bang dat ik het met je eens ben. Dit heeft geleid tot een heleboel boosheid en teleurstelling bij werknemers. Tegelijkertijd zijn we ook in staat tot verandering. We moeten weer sterker worden. Vakbonden in de Verenigde Staten en Engeland zijn daar al eerder mee begonnen. In de Engelse publieke sector groeit de vakbeweging nu weer.’

Maarten: ‘Zou de Nederlandse overheid een bijdrage kunnen leveren aan het herstel van de vakbeweging?’

Elzinga: ‘Ze zou de vakbeweging weer een grotere rol kunnen geven. Sinds 1992 mag die zich niet meer bemoeien met de uitvoering van de sociale zekerheid. Maar wij zijn dé partij om mensen van werk naar werk te helpen en bij te staan in hun carrièrekeuzes. Daar zijn we als experiment tijdens de coronacrisis mee gestart. We hebben nu een netwerk van regionale mobiliteitsteams door heel het land. Samen met vakbond CNV hebben we 3000 mensen geholpen. De overheid wil de subsidie daarvoor terecht voortzetten. De vakbond heeft hoe dan ook de toekomst. We hebben de plicht een verhaal te brengen met hoop en optimisme. Het verschil tussen wat is en wat kan zijn is groter dan ooit. Er is veel onvrede en het kan echt anders.’

Tuur Elzinga (1969) studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na veertien jaar werkzaam te zijn geweest bij FNV werd hij in 2021 voorzitter van de vakbond. Van 2007 tot 2016 was hij Eerste Kamerlid voor de SP.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Dag, gouden jaren

De puinhopen van het neoliberalisme

‘Blinde marktwerking is ideologische luiheid’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.