Hardwerkende Nederlanders, zonnende Italianen?

Door Caroline de Gruyter

Terwijl de Nederlanders hard werken liggen de Italianen in de zon. Vanwege de euroscepsis van de oppositie neemt Nederland binnen de EU een hard standpunt in ten opzichte van lidstaten die meer moeite hebben met de begrotingsdiscipline. Daarbij vergeten we dat Italië in het hart zit van de Europese samenwerking en meer betaalt aan Europa dan het aan subsidies terugkrijgt. Bovendien dient de Europese samenwerking niet alleen een economisch belang.

Uit Maarten 2021-01. Bestel het nummer hier!

Op een mooie julidag in 2020 organiseerde de Körber-stichting, een denktank in Berlijn, haar jaarlijkse war game. Hierbij krijgen ambtenaren en adviseurs uit enkele Europese hoofdsteden onaangename fictieve scenario’s over de Europese politiek voorgelegd. Dit jaar deden er vier teams mee: uit Frankrijk, Duitsland, Spanje en Nederland. De deelnemers blijven anoniem, maar de scenario’s en uitkomsten zijn in grove lijnen openbaar.

Een van de scenario’s waarop de deelnemers moesten reageren, was het volgende: ‘Na vervroegde verkiezingen in Italië in het voorjaar van 2021 vormt de radicaal-rechtse Lega een coalitieregering geleid door Matteo Salvini. Salvini organiseert een referendum over een Italiaanse exit uit de Europese Unie, en wint dat. Vervolgens zegt hij tegen andere EU-regeringsleiders dat hij een “Italexit” zal uitvoeren, tenzij hij drie dingen krijgt: financiële transfers naar Zuid-Europa, permanente eurobonds zonder veel voorwaarden, en een Europese herverdeling van vluchtelingen.’

De deelnemers overlegden kort met hun landgenoten en formuleerden een reactie. Die presenteerden ze in een plenaire sessie – allemaal online, via Zoom. Hun reactie was typerend. De Duitsers waren tegen eurobonds, maar stelden meteen rode lijnen op voor onderhandelingen met Italië. Frankrijk wilde een Italiaanse exit tot elke prijs vermijden, omdat dit kan leiden tot de implosie van de Europese Unie en de eurozone. Ook Spanje wilde – pragmatisch – compromissen sluiten om Italië aan boord te houden.

En Nederland? Nederland zei als enige keihard nee. Het weigerde concessies te doen aan Italië, of zelfs maar te onderhandelen. Als je je zo door populisten laat chanteren, zeiden de Nederlanders, geef je populisten in Nederland en elders wind in de zeilen. Zoiets zou gevaarlijker zijn voor de EU en de eurozone – en dus voor Nederland – dan een Italiaanse exit. Bottom line van de Nederlandse opstelling: in het uiterste geval moeten we Italië maar opofferen. Hou je aan de afspraken, anders ga je er maar uit, net als het Verenigd Koninkrijk.

Founding father
Binnen de EU is dit een radicaal standpunt. Veel Europese landen begrijpen het misschien, maar willen zelf zover niet gaan. Toen de tweede regering-Conte in januari viel over de besteding van coronasubsidies, rolde men in diverse EU-hoofdsteden met de ogen. Daar gaan we weer, dachten velen. Ineens leek het scenario waarin Salvini aan de macht komt en Europa chanteert niet zo fictief meer.

Maar dat we Italië dan maar uit de EU en eurozone moeten laten vertrekken, is een conclusie die de meeste landen weigeren te trekken. Italië is níét het VK, klinkt het in de meeste hoofdsteden. De Britten hebben altijd met één been buiten de EU gestaan. Ze zaten erin vanwege de markt, maar aan politieke integratie hadden ze een broertje dood. Aan vrijwel alle vormen van Europese integratie van de laatste dertig jaar – van Schengen tot de euro – deden de Britten niet mee. Bij de euro- en vluchtelingencrisis stonden zij aan de zijlijn. Aan discussies over de toekomst van Europa hadden ze part noch deel. Geen wonder dat zijzelf besloten eruit te gaan. In zekere zin wáren ze al een buitenbeentje.
Italië, daarentegen is een founding father van de Unie. Het stond in de jaren vijftig aan de wieg van de Europese integratie – en stelde zich daarbij een stuk constructiever en enthousiaster op dan Nederland. Er is geen Europees programma waar Italië niet aan meedoet. Het land zit in het hart van de Europese samenwerking. Italië is de derde economie van de EU, en een van de grootste handelspartners van Nederland. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland staat Italië ‘steevast in het lijstje van onze belangrijkste handelspartners. (…) In 2019 bedraagt de export naar Italië meer dan 20 miljard euro. Ook de invoer blijft stijgen.’

Vrede en welvaart
Italianen zijn altijd zéér Europees geweest, omdat ze Europese oplossingen voor problemen als positieve oplossingen zien. Voor veel Italianen vertegenwoordigt Europa hoop: hoop dat Brussel, als extern drukmiddel (il vinculo esterno), hun land politiek stabieler kan maken, minder corrupt, meer gedisciplineerd.

Italië is niet competitief genoeg, hervormt niet genoeg en heeft een grote informele economie. De staatsschuld, 160 procent van het bbp, is erg hoog. Als de rente is betaald, kan de overheid amper nog in openbaar vervoer, zorg of onderwijs investeren. Al deze problemen worden jaar in jaar uit in Europese Commissierapporten opgesomd. Elke keer krijgt Italië waarschuwingen en opmerkingen. En wat gebeurt daarmee? Weinig.

Maar waarom zou je het land enkel door een beperkt economisch prisma bekijken? Uiteindelijk zijn de EU, interne markt en euro geen economische, maar politieke projecten. Het doel is, en blijft, nooit meer oorlog. De markt is alleen een middel – om vrede, veiligheid en welvaart op het continent te hebben, en te houden. De euro zou ten eerste afrekenen met turbulentie in de wisselkoersen – de machtige dollar zorgde vroeger met elke beweging voor schommelingen in de koersen van de franc en mark, waardoor Parijs en Berlijn meteen ruzie kregen. Wij zijn de ellende van die schommelingen allang vergeten, maar John Connally, de Amerikaanse minister van Financiën, placht te zeggen: ‘Foreigners are out to screw us. Our job is to screw them first.

Bottom line van de Nederlandse opstelling: in het uiterste geval moeten we Italië maar opofferen

Ten tweede is de euro bedoeld als (geo)politiek wapen om Europa te beschermen, net zoals de dollar dat altijd voor Amerika is geweest – waar wij nog altijd onvoldoende tegen gewapend zijn. De interne markt en de euro zijn puur politieke projecten. En in een mercantiele wereld waarbij iedereen de Europeanen tegen elkaar probeert uit te spelen – zie de vuile vaccinoorlog van deze winter – wordt dat steeds duidelijker. Toch blijven Nederlanders als boekhouders naar Europa kijken. En naar Italië. Commissievoorzitter Jacques Delors zei eens tegen toenmalig premier Lubbers: ‘Als je de volgende keer komt, kun je dan je minister van Financiën thuislaten?’

Blauwe banaan
Wat dat betreft zijn er geen grotere tegenpolen te bedenken dan Nederland en Italië. Nederland reageert meestal instinctief afwerend als er nieuwe Europese initiatieven zijn. Italië omarmt ze vaak meteen. Nederland schrapt woorden als ‘solidariteit’ altijd uit Europese teksten. Italië zet dit soort woorden juist ín die teksten.

Nederland benadrukt constant dat het een ‘nettobetaler’ aan de EU is. En dat ‘die’ zuidelijke landen de eerlijk verdiende centen van Nederlandse belastingbetalers uitgeven. De implicatie is: Nederland subsidieert Italië. Veel Nederlanders geloven dat. Maar guess what: Italië is óók nettobetaler. Het betaalt meer aan de EU dan het er aan subsidies uit haalt. Maar daar hoor je ze in Rome zelden over. Bij Europese begrotingsonderhandelingen hebben Italianen het nooit over het verlagen van de contributie, wat voor Nederland juist een van de belangrijkste doelstellingen is.

Italië wil wat anders: het wil de begroting omhoog hebben. En meer van de Europese integratie profiteren. Volgens onderzoek van de Bertelsmann-stichting uit 2019 halen Zwitsers, Luxemburgers, Ieren en Nederlanders per hoofd van de bevolking het meeste voordeel uit de interne markt. Ook Fransen en Duitsers profiteren flink van hun ligging in de legendarische ‘blauwe banaan’, een brede ‘veeg’ van bedrijvigheid en productiviteit die van Londen (tot voor kort) via Nederland langs de Rijn naar beneden trekt, dwars door Zwitserland naar Noord-Italië.

Het doel van de EU is nooit meer oorlog. De markt is alleen een middel

Noord-Italië, waaronder Lombardije, is een van de rijkste regio’s van Europa. Als je van Udine in het oosten naar Milaan rijdt, passeer je enkel kantoren en fabrieken. Maar het zuiden, het Mezzogiorno, is arm. Dat ligt ver van de banaan, net als Slovenië of het noordelijke puntje van Zweden.

Verneuk de Nederlanders
Vanwege zijn centrale ligging profiteert Zwitserland – dat geen lid van de EU is, maar actief aan veel aspecten van de interne markt meedoet – het meest van de markt: 2914 euro per persoon per jaar. Nederland hoort met 1516 per jaar eveneens tot de voorhoede. Maar Italianen halen er minder uit: 763 euro.

Dat aspect, daar hoor je Nederlanders zelden over: dat ze nettobetalers zijn aan de EU met zijn piepkleine budget (1 procent van de nationale begrotingen), maar er ook onevenredig veel uit halen. Daarom noemde de werkgeversclub VNO-NCW afgelopen zomer, tijdens de Nederlands-Italiaanse clash over het coronafonds, Ruttes ramkoers kortzichtig: Nederlandse exportbedrijven konden zwaar in de problemen komen.
Na de denigrerende opmerkingen van minister van Financiën Wopke Hoekstra rakelde de Corriere della Sera in april een geweldige anekdote op. Jonge diplomaten in de Farnesina – het Italiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken – zouden altijd de volgende raad meekrijgen als ze naar Brussel gaan: ‘Nel dubbio in culo ai Paesi Bassi.’ Vrij vertaald: bij twijfel, verneuk de Nederlanders. Er is ook een beleefde versie van: als je geen duidelijke instructies hebt uit Rome, laat dan eerst Nederland spreken en neem dan het tegenovergestelde standpunt in. Nu Nederland verhardt in zijn contraire rol als ‘cententeller’ in Europa, is dit mechanisme niet ongevaarlijk.

Italië stond in de jaren vijftig aan de wieg van de Europese integratie

Die Nederlandse verharding heeft deels met Brexit te maken, deels met een veranderend Europa waar Nederland moeite mee heeft, en deels is het pure binnenlandse politiek. De Britten vochten altijd hard om de EU-begroting omlaag te krijgen, met Nederland op de bagagedrager. Nu haalt Den Haag zelf die kastanjes uit het vuur, met andere ‘zuinige’ landen. Een blokkerende minderheid levert dit niet op. Maar door met wat kleine landen snoeihard te onderhandelen krijg je altijd wat.

Dit is wat er – vlak na de war game van de Körber-stichting – in juli gebeurde met het coronafonds en de Europese begroting. Angela Merkel en Emmanuel Macron gingen na de slopende vergadermarathon naar huis met de mededeling dat ze iets goeds voor Europa hadden bereikt: om landen te helpen in een pandemie waar ze niets aan konden doen, hadden ze een groot fonds opgetuigd dat niet alleen geld leende, maar ook gaf. Merkel zei dat een Europese ramp was afgewend. Macron noemde het ‘een historische dag’ voor Europa. En premier Rutte? Die zei bij terugkeer in Den Haag dat hij tevreden was dat de Nederlandse bijdrage aan de Europese begroting niet was gestegen.

Gedoe
Dat Europa verandert van een technische in een meer politieke club, verhardt de Nederlandse opstelling ook. Die politisering wordt veroorzaakt door externe ontwikkelingen. China, Amerika, Rusland, Turkije en zelfs het VK gebruiken Europa als schaakbord voor geopolitieke zetten.

In dit steeds competitiever en vijandiger klimaat, waarin niemand het voor de EU opneemt (zelfs Amerika niet), moet de Unie overeind zien te blijven. Dit dwingt het open, kwetsbare Europa om de rangen te sluiten, meer te integreren. Afgaand op Ruttes buitenlandse lezingen – Berlijn, Zürich – ziet hij dit. Maar hij haat het tegelijkertijd. Bij ‘meer Europa’ gaan zijn nekharen overeind staan. Want het betekent: gedoe met de oppositie. Binnenlands gedoe.

Ruttes grootste politiek opponenten – Wilders en Baudet – zijn zeer eurosceptisch. Dat is de derde reden waarom Nederland zo hard is tegen Italië. Rutte, die het eerste coronajaar redelijk populair bleef, wilde die voorsprong met het oog op de verkiezingen niet verspelen door ‘meegaand’ te zijn in Brussel. Ook binnen de VVD bewonderen mensen Elsevier-covers waarop je Nederlanders hard ziet werken, terwijl Italianen in de zon liggen.

Maar zo voedt Rutte het populistische monster dat hij wil bestrijden, in Nederland én in Italië. Hier horen mensen het Europese verhaal niet of nauwelijks meer. Velen geloven echt dat Italië vol uitvreters zit. Italianen voelen zich op hun beurt beledigd. Tijdens het gevecht om het coronafonds borrelde er in Italië diep anti-Europees sentiment op. Dat was nieuw.

Italianen werden bitter: hun land werd platgelegd door een virus – als zuinige noorderlingen nú niet solidair konden zijn, wanneer dan wel? Toen het coronafonds er kwam, verminderde de euroscepsis weer. Maar nu Italië moeite heeft om zinnige projecten te bedenken voor de Europese coronagelden en de regering daarover is gestruikeld, gaan de wenkbrauwen in Noord-Europa weer omhoog.

Ideale tegenstander
Komt er weer een venijnige ronde Nederland-Italië aan? Dat is niet uitgesloten. Den Haag wordt steeds cynischer over Italië. Nederlandse ambtenaren en politici die de toekomst van de EU of eurozone bespreken lijken gefixeerd op één aspect: wat gaat er in Italië gebeuren? Er is zelfs een term voor: ‘door een rietje naar Europa kijken.’ Wat men aan het andere uiteinde van dat rietje ziet, is niet Europa maar alleen Italië. En dan alleen maar de financiële en budgettaire (wan)prestaties van het land.

Italië lijkt onze ideale tegenstander. Nederlandse politici als Rutte en Hoekstra hebben niet alleen redelijke voorwaarden gesteld aan de besteding van Europees geld, maar hebben het land ook gebruikt om zich binnenslands te profileren. Om populisten op afstand te houden. Maar als de druk opnieuw op de ketel komt, kan de bluf van Italië weleens reëler blijken dan die van Nederland.

Zoals al uit het Körber-spel kwam: Duitsland en Frankrijk willen absoluut niet dat Italië uit de EU gaat. Ze wilden Griekenland om geopolitieke redenen binnenboord houden. Dat geldt bij een groot land als Italië des te meer. Niemand wil nu een grote failed state op het continent – het destabiliseert de EU en de eurozone, en vormt een springplank voor China, Rusland en andere stoorzenders om de EU van dichtbij te destabiliseren.

Niemand wil nu een grote failed state op het continent

De manier waarop de Britten de vaccinoorlog tegen de EU hebben gevoerd, spreekt boekdelen. Nog zo’n land op de stoep, dat wil niemand. Daarom wilden de Duitse, Franse en Spaanse teams bij het Zoom-spel compromissen. Nederland zal Duitsland luid protesterend volgen, zoals altijd als er niets anders op zit.

Maar Italië? Wat doet dat, als het zich wederom in de steek gelaten voelt? Dat is minder voorspelbaar. Matteo Salvini speelt altijd op de onderbuik, net als Nigel Farage. We weten nu hoe irrationeel exit-besluiten zijn. Vergeleken bij een euroland dat vertrekt, zal de Brexit maar kinderspel blijken. Misschien moest de Berlijnse stichting dit jaar de Italianen maar eens uitnodigen?

Caroline de Gruyter is Europa-correspondent en columnist van NRC Handelsblad. Haar boek Beter wordt het niet. Een reis door het Habsburgse rijk en de Europese Unie verschijnt in het voorjaar van 2021.

Gerelateerde artikelen

Caroline de Gruyter: ‘Laat Europa niet verslonzen’

‘Het idee dat wij uit de EU moeten stappen, is gelukkig op de terugtocht’

De EU heeft de beste papieren in de slag om Europa

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.