Hoe angst ons in het web van de populisten drijft

Hoe angst ons in het web van de populisten drijft

DOOR ADDIE SCHULTE

maandag 9 april 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

De ‘verliezers van de globalisering’ zijn de drijvende kracht achter populisten als Donald Trump en Geert Wilders, zo beweren veel commentatoren. Maar deze verklaring schiet tekort, want het pessimisme waar Trump en Wilders op drijven is veel breder.

Uit Maarten! 2017-1

De ‘verliezers van de globalisering’ hebben hun stem laten horen. De laagopgeleide kiezers die niet hebben geprofiteerd van vrije handel en open grenzen lieten in de Britse en Amerikaanse stemhokjes weten dat het genoeg was. Ze kozen voor de kandidaat die – of het kamp dat – het eigen land en de eigen economie voorop zou zetten. En de partij die de stem van deze ‘verliezers’ kreeg won. Zo boekten het Leave-kamp in het Verenigd Koninkrijk en Donald Trump in de Amerikaanse verkiezingen hun overwinningen. De ‘winnaars van de globalisering’, de mensen die profiteren van de toenemende internationale verstrengeling, verloren.

Dat is een standaardverklaring voor de opvallende referendum- en verkiezingsuitslagen van twee jaar geleden. Die verklaring werd vaak gevolgd door een voorspelling: bij de komende verkiezingen in Frankrijk, Nederland en Duitsland zullen deze verliezers hun stemmen geven aan het Front National, de PVV en de Alternative für Deutschland. Deze analyse over verliezers en winnaars werd algemeen gedeeld, over partijgrenzen heen. GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver vond dat Trump opkwam voor de verliezers, net als de voorzitter van het Vlaams Belang, Tom van Grieken. ‘De winnaars zijn de bobo’s, de politici, de culturele elite, de multinationals. De verliezers zijn de gewone mensen,’ zei hij tegen De Gazet van Antwerpen. En in dit blad karakteriseerde politicoloog Jean Tillie de stemmers op Pim Fortuyn als ‘mensen die niet meekunnen met de globalisering’.

Arme middenklasse

Ooit was het idee dat iedereen zou profiteren van globalisering. Er zouden alleen maar winnaars zijn als goederen werden gefabriceerd op de plaats waar dat het goedkoopst kon. Eind jaren negentig werden er vraagtekens gezet bij die theorie. Econoom Dani Rodrik stelde de vraag of globalisering niet te ver was gegaan, en of de lonen van laaggeschoolde arbeiders in ontwikkelde landen niet te ver zouden achterblijven. Econoom Joseph Stiglitz wees in zijn boek Perverse globalisering (2002) juist ontwikkelingslanden aan als slachtoffers van mondialisering van de handel.

Stiglitz’ waarschuwing lijkt momenteel achterhaald, want de middenklasse in ontwikkelingslanden wordt vooral als winnaar gezien. Rodriks betoog heeft nog wel veel aanhang, want de arbeiders- en middenklasse in ontwikkelde landen worden veelal afgeschilderd als verliezers die er de laatste decennia financieel weinig tot niets op vooruit zijn gegaan. Deze verliezers werken of werkten in verouderde industrieën, hebben niet de vaardigheden die nodig zijn in concurrerende sectoren, en voelen zich niet thuis in een samenleving met meerdere culturen.

De Zwitserse politicoloog Hanspeter Kriesi zag in 2006 dat deze kwestie de basis kon zijn voor een nieuw politiek conflict, naast de oude controverses tussen links tegen rechts en progressief versus conservatief. Hij constateerde een tegenstelling tussen een groep die baat had bij het wegvallen van grenzen en een groep die zich beschermd voelde door de eigen natiestaat. De voorkeur voor de natie zou de laatste groep in de armen drijven van populistische partijen, die uitgaan van het idee van ‘het volk’ dat tegenover ‘de elite’ staat. Rechtse populisten mobiliseerden deze kiezers door de nadruk te leggen op culturele kwesties als migratie, nationaliteit en tradities.

Kriesi’s gelijk lijkt nu bewezen. Maar zijn verklaring is allerminst waterdicht. ‘Het blijkt inderdaad zo dat verliezers van de globalisering, mensen met een laag inkomen, en lage opleiding, vaker op populistische partijen stemmen. Er zit dus een kern van waarheid in de verklaring, maar er zijn ook veel mensen uit de middenklasse die op populisten stemmen. Vertrouwen in de politiek is zeker net zo belangrijk als opvattingen over immigratie,’ zegt socioloog Eefje Steenvoorden, die vorig jaar promoveerde op een proefschrift over maatschappelijk pessimisme.

Dat blijkt ook uit onderzoek naar de recente Amerikaanse presidentsverkiezingen. De Trump-stemmers waren lang niet allemaal laagopgeleiden (ook al kreeg Trump wel meer stemmen van laagopgeleide witte mannen dan Hillary Clinton.) Clinton trok bovendien meer kiezers uit de armste groepen. Ook stemden bijna alle zwarten en een zeer grote meerderheid van de latino’s, – hoog- of laagopgeleid, rijk of arm – op Clinton. Hoorde een deel van hen niet bij de verliezers? In de hogere inkomensklassen kozen ongeveer evenveel stemmers voor beide kandidaten en in de hoogste inkomensgroepen scoorden Clinton en Trump even goed. Mensen die hun eigen financiële situatie slechter vonden dan vier jaar eerder, stemden wel vaker op Trump. Maar het aantal mensen dat er daadwerkelijk op achteruit is gegaan is te klein om de winst van Trump en Brexit te verklaren, stelde politicoloog Cas Mudde in The Huffington Post.

Menselijke machines

De cijfers wijzen erop dat kiezers meer laten meespelen dan de eigen portemonnee. Het idee dat de minstbedeelden in verzet komen en daarmee het establishment in zijn hemd zetten, heeft een flinke aantrekkingskracht, maar deze verklaring is een vorm van ontmenselijking, oordeelde de Belgische socioloog Mark Elchardus in De Morgen. Alsof mensen als machines reageren op de omstandigheden waarin ze verkeren en op die manier politieke keuzes maken. Hij vergeleek dat idee met de even kortzichtige theorie dat moslimjongeren radicaliseren omdat ze economisch in een achtergestelde positie zitten. Uit zijn onderzoek onder Belgische jongeren blijkt dat de verwachtingen over de toekomst van de maatschappij veel invloedrijker zijn op de keuze voor of tegen populisme dan de verwachtingen over de persoonlijke toekomst.

Toch blijft de verklaring populair. Volgens Steenvoorden is dat zo omdat die schijnbaar heel duidelijk is. ‘Dit beeld schept een mooie tegenstelling met de winnaars van globalisering, de kosmopolieten die in het buitenland studeren of werken. Die tegenstelling is heel concreet, maar slaat alleen op de uiterste groepen.’

Er is ook een andere manier om te kijken naar het succes van Trump, Wilders en Le Pen. Hun verhalen passen bij een zeer populaire manier om de wereld te beschouwen: met een sombere, pessimistische bril. Dagelijks horen of lezen we dat de fundamenten van onze samenleving, leefomgeving, internationale orde of economie bedreigd worden. Is het niet de dooi aan de Noordpool, het falen of uiteenvallen van de EU, het oprukkend terrorisme of de mislukte integratie, dan is het wel het failliet van de democratie. Iets verder weg doemen de robots op die iedereen werkloos zullen maken en de massale sterfte van plant- en diersoorten.

Dagelijks lezen we dat de fundamenten van onze samenleving bedreigd worden

Trump zelf hamerde in zijn campagne op de bedreigingen waaraan Amerika volgens hem blootstond: bedreigingen van de welvaart, veiligheid en ‘onze manier van leven’. Criminelen, illegale migranten, toenemende werkloosheid en schulden, een infrastructuur die aan de derde wereld deed denken, vernederingen in de internationale arena – dat was zijn portret van Amerika. Zijn Britse geestverwant Nigel Farage voerde campagne met een poster van een stoet vluchtelingen: beeldtaal voor de bedreiging die op het Verenigd Koninkrijk af kwam. Het doet denken aan Pim Fortuyn, die al in 2002 tekeerging tegen ‘de puinhopen van Paars’ – terwijl buitenlandse waarnemers hier een tamelijk geordend land zagen.

Het neergangsdenken heeft in de afgelopen vijftien jaar een dominante positie gekregen. Dat is niet voor het eerst in de Europese geschiedenis. In de jaren 1920 en 1930 voorzagen auteurs Oswald Spengler en Arnold Toynbee het einde van het Avondland, de westerse beschaving. In Nederland was de belangrijkste vertegenwoordiger van deze sombere stemming historicus Johan Huizinga met zijn boek In de schaduwen van morgen.

Er is nu geen bestseller die zo’n grote invloed heeft op het maatschappelijk debat. Het huidige neergangsdenken is erg divers en voor bijna elke politieke overtuiging is er een politiek, economisch of ecologisch doemscenario beschikbaar.

Ironisch genoeg leidden de overwinning van Trump en de uitslag van het Brexit-referendum tot een nieuwe golf aan pessimistische beschouwingen met als thema het einde van de Pax Americana en de liberale democratie. ‘We leven nu officieel in interessante tijden, maar hoe sterk die vloek is, valt nog te bezien,’ schreef hoofdredacteur Gideon Rose van Foreign Affairs.

Beter dan ooit

Niet iedereen onderschrijft de sombere visies. Optimisten benadrukken steevast dat pessimisme ongefundeerd en onrealistisch is, zeker in Nederland. We leven in een van de rijkste, best georganiseerde, veiligste, schoonste, gezondste, meest vrije landen ter wereld. En vroeger was het haast op geen enkel punt beter, dat kunnen ze met statistieken en grafieken aantonen. In de Verenigde Staten en in de wereld als geheel gaat het beter dan ooit, en cijfers bewijzen dat. Maar lang niet iedereen voelt dat zo. Nederlanders zien het in meerderheid de verkeerde kant op gaan, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Volgens de recentste overzichten vindt 53 procent van de Nederlanders dat het met Nederland ‘de verkeerde kant’ op gaat; 37 procent denkt juist dat het goed gaat en de rest weet het niet. Ook met de wereld als geheel ziet ruim de helft van de Nederlanders het verkeerd gaan, en twee derde denkt dat toekomstige generaties het slechter krijgen dan de huidige.

Nederlanders zien het in meerderheid de verkeerde kant op gaan

Met al die somberheid hoort Nederland toch nog bij de meest optimistische landen van Europa, blijkt uit de Eurobarometer. Griekenland en Frankrijk zijn de somberste landen van de EU.

Erop of eronder

De pessimisten hangen gevarieerde visies aan, maar ze gaan allemaal uit van de bijna-onvermijdelijkheid van snelle verslechtering. Veranderingen gaan sneller dan ooit, we leven in een cruciale tijd; dat is het idee. Voor het klimaat, bijvoorbeeld, is het nu erop of eronder, als we de klimaatactivisten mogen geloven.

De oorsprong van deze theorieën ligt in het idee van toegenomen onzekerheid. Als bewijs wordt aangevoerd dat oude structuren, wereldbeelden en hiërarchieën verdwijnen of ondermijnd worden. Het pessimisme is een uiting van het streven om het leven weer overzichtelijk te maken. Onzekerheid wordt vervangen door een nieuwe zekerheid, die van de neergang, zoals socioloog Oliver Bennett schreef in zijn boek Cultural Pessimism. Want dan weten we tenminste waar we aan toe zijn. Of dat beeld van neergang feitelijk klopt, weet natuurlijk niemand. Maar dat geldt ook voor het optimistische vooruitgangsidee.

Pessimisme is daarnaast de metgezel van het dominante vooruitgangsdenken. Het geloof in vooruitgang was de grondtoon waarop het Westen imperia stichtte, industrieën bouwde, de natuur onderwierp, universele mensenrechten bedacht en de verzorgingsstaat schiep. De mens had de zaken in de hand, de wereld was maakbaar geworden. Het pessimisme was de bromvlieg die constant een ander geluid liet horen, die vraagtekens plaatste bij het idee dat ‘het’ steeds beter werd en die uiting gaf aan het idee dat we niet alles beheersten.

De emotionele grondstof van de neergangstheorieën is angst

Het huidige neergangsdenken is ook een reactie op de niet-vervulde beloften en ongewenste consequenties van het vooruitgangs- en maakbaarheidsdenken. Het gebruik van fossiele brandstoffen leverde veel welvaart op, maar ook een broeikaseffect. De migranten die in de jaren zestig naar Nederland werden gehaald zouden helpen de economische groei verder op te stuwen, maar hun nakomelingen worden nu vaak afgeschilderd als een probleem. De vrije markt zou iedereen rijk maken, maar in de praktijk zijn de kosten en baten ongelijk verdeeld.

De emotionele grondstof van de neergangstheorieën is angst: angst om achter te blijven bij de stormachtige economische ontwikkelingen elders, vooral in China; angst voor verlies van het eigene, wat dat ook moge zijn; angst voor de effecten van het neoliberalisme. Jan Marijnissen zag altijd ‘de beschaving’ op het spel staan als er weer een bezuiniging op een sociale instelling werd aangekondigd.

Die angst gaat altijd over iets wat er nog niet is; er staat ons een bedreiging te wachten, maar daar wordt te weinig aandacht aan besteed, vinden de alarmisten. Zij zien de voortekenen wel, maar een groot deel van de bevolking is ‘naïef’ en negeert de aanwijzingen. Angst voor neergang kan leiden tot fatalisme, maar het kan ook aanleiding zijn om te stemmen op een antisysteempartij. Het idee dat de maatschappij achteruitgaat, voedt het populisme, schreef socioloog Mark Elchardus in 2015 in Voorbij het narratief van de neergang.

Gids voor de toekomst

Bij zorgen over de toekomst hoort een geïdealiseerd verleden. Dat kunnen de gouden jaren van de verzorgingsstaat zijn, een fictieve tijd waarin mensen een echte gemeenschap vormden en elkaar vertrouwden (het ‘touwtje uit de brievenbus’). Dat ideale verleden moet terugkeren, vinden de angstigen. Trump beloofde Amerika weer great te maken, waarbij hij dacht aan het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig. ‘We werden door iedereen gerespecteerd,’ zei Trump over die periode. Critici zullen daartegen inbrengen dat het ook de tijd was van de Korea-oorlog en het McCarthyisme, maar daarmee missen ze het punt.

Het pessimisme van de populisten is een gids voor een onzekere toekomst. De neergangstheorieën zijn nieuwe levensbeschouwingen, met hun eigen historische wortels, die uitleggen wat ieders plaats is in een groter geheel. In een seculiere wereld zijn het zingevende mythes die weer wat betekenis geven aan de verwarring rond globalisering, migratie, klimaatverandering, technologische revoluties, economische instabiliteit en geopolitieke verschuivingen.

Het pessimisme van de populisten is een gids voor een onzekere toekomst

De sombere visies verklaren niet alles, maar ze geven wel antwoord op een paar grote vragen en wijzen soms schuldigen aan. Waarom gaan we door met het uitstoten van CO2,terwijl we weten dat we daarmee de leefomgeving ruineren? Omdat dit past binnen een kapitalistische economie die geen respect heeft voor de natuur, antwoordt klimaatactivist Naomi Klein. Dus moeten we het kapitalisme afschaffen en dan komt alles goed.

Hoe kan het dat de banken nog steeds zo’n onaantastbare positie hebben, ondanks de crisis? Omdat ze rusten op een neoliberale economische ordening, die voor veel problemen zorgt, is het antwoord van critici van het neoliberalisme. Hoe kan het dat we te maken hebben met moslimterrorisme? Doordat de islam niet deugt en onze leiders ons verraden hebben, aldus Wilders.

Zo worden onrechtvaardigheden verklaard en krijgt de kiezer een keuze. Of we gaan op deze weg door en dan raken we onderworpen aan vreemde godsdiensten of overheersende technologieën, in een dystopie van klimaatvluchtelingen, oorlogen om water, epidemieën en toenemende ongelijkheid. Of we komen in een prachtige nieuwe wereld, met een eensgezind volk, een rechtvaardige samenleving of een kleinschalig ecologisch paradijs.

Uit Maarten! 2017-1

maandag 9 april 2018

Gerelateerde artikelen

Thierry Baudet, narcistische fopintellectueel

donderdag 11 januari 2018

Dit zijn de wortels van onze moslimangst

maandag 27 november 2017

Populisme, de ziekte van de democratie

maandag 27 november 2017