Kies uw grondrecht: religie, meningsuiting of veiligheid

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM EN BEATRICE DE GRAAF

In een democratie moeten ook ondemocratische opvattingen de ruimte krijgen, stelt Beatrice de Graaf. Maarten sputtert tegen.

 

 

Geef religie de ruimte

 

Sinds ‘Parijs’ maakt Nederland zich grote zorgen over de vrijheid van meningsuiting. Maar de vrijheid van godsdienst is hier meer in het gedrang, vindt Beatrice de Graaf. Geef religieuze minderheden meer armslag, ook als ze ondemocratische opvattingen hebben.

DOOR BEATRICE DE GRAAF

De vrijheid van meningsuiting lijkt momenteel het belangrijkste grondrecht in Nederland. Ze wordt geplaatst boven alle andere, conflicterende grondrechten, zoals de vrijheid van religie en het recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie.

Na de vreselijke aanslagen in Parijs is het logisch dat de vrijheid van meningsuiting zo veel aandacht krijgt. Maar in de nadagen van de moorden werd die vrijheid wel heel absoluut gemaakt. De Haagse burgemeester Jozias van Aartsen werd in een talkshow bijvoorbeeld aangevallen omdat hij afgelopen zomer naar de rechter wilde stappen vanwege een gefotoshopte afbeelding op GeenStijl. Daarop was zijn gezicht over dat van een IS-slachtoffer geplakt. Van Aartsen werd beschuldigd van censuur; hij zou burgers willen beknotten in hun fundamentele vrijheden.

 

 

Kerk en Staat zijn nooit helemaal te scheiden

 

 

Maar de basis van een democratie is nu juist dat je dit soort kwesties kunt voorleggen aan een rechter. Van Aartsen heeft niet eigenmachtig de publicatie van de foto verboden, maar heeft de kwestie voorgelegd aan de instantie die daarvoor bedoeld is. Zo hoort het te werken, want verschillende basale vrijheden en rechten moeten steeds tegen elkaar worden afgewogen. Dat is cruciaal in een democratie. Grondrechten concurreren met elkaar en het is voortdurend balanceren. De vrijheid van meningsuiting stond in dit geval naast het recht om naar de rechter te stappen. En het was aan de rechter om de afweging te maken.

 

Oelikoeli

 

Soms concurreert de vrijheid van meningsuiting met de vrijheid van godsdienst. Als de vrijheid van meningsuiting een van de hoekstenen is van de democratie, dan is de vrijheid van religie dat ook, wat mij betreft.

Voor het geval u denkt dat ik daarmee de aanslagen in Parijs vergoelijk: dat is absoluut niet aan de orde. Gewelddadig radicalisme keur ik categorisch af.

Waar ik bezwaar tegen maak, is het feit dat de vrijheid van meningsuiting universeel en absoluut boven de vrijheid van godsdienst lijkt te worden geplaatst. De vrijheid van religie wordt uitgekleed tot de vrijheid om te geloven wat je maar wilt, zolang je er niemand mee lastigvalt.

Het is de vrijheid van religie zoals Youp van ’t Hek die verwoordt. ‘Mijn God heet Oelikoeli en Oelikoeli heeft maar één gelovige en die gelovige ben ik,’ schreef hij in een column. ‘Ieder mens zijn eigen God is de beste manier om het leven door te komen. Voor je het weet krijg je Urk met zijn vijftig kerken en komt er een op het idee dat alle vrouwen een hangslot op hun kut moeten hebben, […] of dat je hem niet na mag tekenen […]’

 

Zondagsluiting

 

In deze manier van denken is religie een privékwestie, die vooral geen invloed mag hebben op het openbare leven. Neem de zondagsluiting van winkels. In een deel van de gemeenten is een meerderheid van de gemeenteraad voor die sluiting. Maar een aantal winkeliers eist het recht op om wel open te gaan. Daarom bestaat de neiging om landelijk te regelen dat winkels op zondag open mogen zijn. Maar ik vind dat een overwegend christelijk dorp mag besluiten de zondagsrust te eerbiedigen. Grondrechten zijn er toch juist ook om minderheden te beschermen en hen vrij te laten in hun identiteit – zolang ze de grenzen van de rechtsstaat niet overschrijden?

 

 

Jihadisten zijn met te weinig om ons echt te bedreigen

 

 

Neem een ander voorbeeld: tot voor kort verbood de SGP vrouwen zich verkiesbaar te stellen. Ik was het niet eens met die uitsluiting, maar ik vind wel dat een confessionele partij dergelijke regels mag stellen. Dat religie invloed mag hebben op het publieke leven.

In Nederland wordt gedaan alsof de scheiding van Kerk en Staat absoluut is. Maar dat kan helemaal niet. Mensen mogen proberen op democratische wijze hun innerlijke overtuigingen niet alleen privé te houden, maar ook vorm te geven in de politiek. Dat is democratie, the open market place of ideas.

 

Duitse democratie

 

Die open marktplaats staat onder druk door de neiging alles te verbieden wat de meerderheid ondemocratisch of onrechtvaardig vindt. Daardoor moet de SGP nu vrouwen verkiesbaar stellen. En daardoor is bijvoorbeeld ook de pedofielenvereniging Martijn verboden. Tot voor kort waren we in dit soort gevallen meer bereid de verschillende vrijheden tegen elkaar af te wegen, maar dat is verschoven. Het resultaat is dat een specifiek soort vrijheid van meningsuiting triomfeert: de seculiere versie.

We lijken op te schuiven naar een militanter model van democratie – een Duitsere versie. Daarin mogen op basis van de grondwet (en door een constitutioneel hof) antidemocratische geluiden en organisaties verboden worden. In Duitsland is zo’n model ingevoerd om te voorkomen dat de democratie zichzelf met democratische middelen de das om zou doen, zoals in de Republiek van Weimar is gebeurd. Na de oorlog hebben de geallieerden geëist dat de Duitsers constitutionele waarborgen zouden inbouwen om hun democratie te beschermen, en gezien de voorgeschiedenis is het begrijpelijk dat daar een dergelijk model is ontstaan.

Maar voor Nederland ben ik voorstander van een systeem waarin verschillende levensbeschouwingen dezelfde uitgangspositie krijgen: de seculiere, de christelijke, de islamitische, en welke andere dan ook.

 

35 terugkeerders

 

Maar, zo zullen sommigen zeggen, de vrijheid van meningsuiting staat onder druk door aanslagen als die in Parijs. Daarom moet die vrijheid nu extra worden verdedigd. Dat is misschien wel waar, en die afweging kan de rechter ook maken. Maar dat betekent nog niet dat dit specifieke grondrecht te allen tijde voorrang moet krijgen, hoe dramatisch de moorden op de Charlie Hebdo-tekenaars ook waren.

De radicale jihadisten zijn hier met te weinig om onze maatschappij echt te bedreigen. In Nederland zijn sinds 2001 ongeveer vierhonderd mensen in aanraking geweest met de politie, omdat ze verdacht werden van terroristische plannen. Daar zitten dus ook de mensen bij die weer zijn vrijgelaten, omdat er geen bewijs was. Er is simpelweg maar een heel kleine groep bereid over te gaan tot geweld. Op dit moment spreken de diensten van 35 terugkeerders uit Syrië en Irak die in de gaten moeten worden gehouden.

 

 

Veiligheidsdiensten zoeken naar een speld in een hooiberg: door meer data op te slaan creëren we vooral nieuwe hooibergen

 

 

Na ‘Parijs’ werd weer eens geroepen om meer bevoegdheden voor geheime diensten om dit soort mensen te monitoren. Maar ik zie niet goed waarom dat nodig moet zijn: de Nederlandse geheime dienst heeft wettelijk mogelijkheden genoeg en een aanzienlijk deel van de wetten op dit terrein wordt niet eens gebruikt. Het is tijd dat de Tweede Kamer ophoudt te vragen om nieuwe symboolwetgeving. Als er geïnvesteerd moet worden, dan eerder in lokale netwerken, eyes and ears on the ground.

 

Big data

 

Die eyes and ears moeten wel onder behoorlijke democratische toezicht en controle staan. Tot voor kort heersten in het Westen grote zorgen over de loerende overheid, die almaar meer informatie van burgers verzamelt en opslaat. Nu zie je dat de pendel weer de andere kant op slaat, en dat bewindslieden en hoofden van diensten (met name in Engeland) nieuwe bevoegdheden bepleiten.

Maar daarbij wordt vaak vergeten dat de ongelooflijke hoeveelheid informatie alleen zin heeft als je ook de capaciteit hebt om er patronen in te kunnen ontdekken. En dat is nog steeds een onoverkomelijke hobbel, zelfs in het tijdperk van de Big Data.

Veiligheidsdiensten zoeken naar een speld in een hooiberg, maar door al die opslag van data creëren we vooral veel nieuwe hooibergen. Zelfs de Amerikaanse diensten hebben moeten erkennen dat al die data-opslag en die NSA-operaties niet of nauwelijks tot identificatie van echte terroristen hebben geleid. Daarvoor heb je toch echt analisten en ‘menselijke intelligence’ nodig.

Ook hiervoor geldt: het recht op veiligheid (dat als zodanig niet eens echt in de Nederlandse Grondwet staat) mag het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet overheersen.

Want democratie is voor mij toch vooral de leer van de prudente afweging van verschillende rechten tegen elkaar, tegen de tijdgeest in ook. En democratie draait juist niet om de verheffing van één van die rechten ten opzichte van de andere.

 

Verstrikt in de zondagsrust

 

Ooit, toen ze de macht hadden, gaven confessionelen nauwelijks vrijheid aan ongelovigen. Nu eisen ze zelf wel rechten op, constateert Maarten van Rossem.

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

Voordat ik reageer op de bezwaren van Beatrice de Graaf tegen de verabsolutering van het recht op vrije meningsuiting, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Parijs, lijkt het mij nuttig aandacht te besteden aan de artikelen van onze Grondwet die duidelijk maken wat de wetgever namens alle Nederlanders dacht en denkt over deze vraagstukken.

Laat ik beginnen met artikel 1. Dat gaat over de gelijke behandeling en het discriminatieverbod: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Hieruit blijkt zonneklaar dat de wetgever het gelijkheidsbeginsel primair acht. Godsdienst en levensovertuiging worden hier al expliciet vermeld.

 

 

Ik vertrouw de confessionelen voor geen meter

 

 

Pim Fortuyn pleitte ervoor het tweede deel van dit artikel te elimineren. Hij vond dat veel te ruim geformuleerd. Het belemmerde om die reden een zo ruim mogelijk maatschappelijk debat. Fortuyn zei bij herhaling dat hij de islam beschouwde als een achterlijke godsdienst, een opvatting die licht als discriminerend kan worden opgevat. Het is overigens aan de rechter om te bepalen wat discriminerend is, en de rechter zal over het algemeen vrij tolerant zijn in zijn opvattingen ter zake, al was het maar omdat anders het maatschappelijk verkeer en debat ernstig beperkt zouden worden.

Het discriminatieverbod wordt immers aan de lopende band in vrijwel alle denkbare opzichten met voeten getreden. Vrouwen worden gediscrimineerd, allochtonen worden gediscrimineerd, moslims worden gediscrimineerd en ouderen (‘op welke grond dan ook’) worden gediscrimineerd.

Het eerste artikel van de Grondwet lijkt vooral bedoeld om uitwassen te kunnen aanpakken. Wellicht ter geruststelling van Beatrice gaat het grondwetsartikel over de vrijheid van godsdienst vooraf aan het artikel over de vrijheid van meningsuiting. Het eerste lid van artikel 6 over de vrijheid van godsdienst luidt als volgt: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.’

 

SGP-vrouwen

 

Beatrice is van mening dat aan die vrijheid van belijdenis onterecht beperkingen worden opgelegd. Ze vraagt aandacht voor de beperkingen waaraan politieke partijen die zijn georganiseerd op grond van godsdienstige overtuiging sedert enige tijd zijn onderworpen. Haar voorbeelden gaan over de zondagse winkelsluiting en de discriminatie – tot voor kort – van vrouwen bij de politieke kandidaatstelling door de SGP. Ze is van mening dat die uitingen van godsdienstige opvattingen in het maatschappelijk verkeer toegestaan moeten zijn, ondanks het feit dat een meerderheid van de Nederlanders daar anders over denkt. Tegen het licht van de Grondwet zitten we hier met een lastige kwestie. Lid 1 van artikel 6 van de Grondwet eindigt met de formulering: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’.

De Grondwet opent met het antidiscriminatiebeginsel, dat onder andere inhoudt dat vrouwen geheel gelijke rechten dienen te hebben – wat bij de SGP niet het geval was. Op grond daarvan was de rechter van mening dat de SGP ook vrouwen het recht op kandidaatstelling diende te garanderen.

Ik moet zeggen dat ik dit een bijzonder lastig vraagstuk vind. Laat ik vooropstellen dat ik er niet wakker van lag dat vrouwen in de SGP zich niet verkiesbaar mochten stellen. Gegeven het reeds geconstateerde feit dat het antidiscriminatieprincipe aanhoudend met voeten wordt getreden zonder dat de rechter in het geweer komt, ben ik wel bereid de SGP hier enige ruimte te geven. Maar ik doe dat aarzelend en op pragmatische gronden, omdat ik de SGP beschouw als een politieke splinter. Beatrice eist hier echter een principieel recht op.

 

Loden deken

 

Mijn geestelijke gemodder in dit vraagstuk wordt mede veroorzaakt door historische overwegingen: ik vertrouw de confessionele partijen, groot en klein, voor geen meter.

Waarom is dat het geval? Beatrice is opgegroeid in een wereld waarin de confessionele partijen hun greep op de Nederlandse samenleving grotendeels hadden verloren. Ik ben volwassen geworden in een land waarin de confessionele partijen tot 1967 een absolute meerderheid in de volksvertegenwoordiging hadden.

 

 

Zolang dat het geval was, hadden zij weinig, of vrijwel geen oog voor de belangen van de grote minderheid van Nederlanders die niet gelovig was. De verplichte zondagsrust lag als een loden deken over het vaderland, ook in die gemeenten waar de confessionele partijen geen meerderheid hadden. Nu eist Beatrice voor gemeenten waar een confessionele meerderheid in de gemeenteraad zit rechten op die de confessionelen indertijd niet bereid waren te geven aan de minderheid van ongelovigen.

Weer moet ik bekennen dat ik er niet van zou wakker liggen als in Staphorst de winkels op zondag dicht blijven, maar dat is vooral omdat tien kilometer verderop de winkels waarschijnlijk wel open zouden zijn. Stel je voor dat de confessionele partijen weer een absolute meerderheid zouden krijgen – toegegeven: een volledig onwaarschijnlijk scenario –, hoe zouden zij zich dan opstellen ten opzichte van de ongelovige minderheid?

 

Absolute vrijheid

 

Dan artikel 7 van de Grondwet, in het bijzonder lid 1. Dat luidt als volgt: ‘Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Vanwege de meervoudige moord in Parijs op leden van de redactie van een satirisch tijdschrift heeft dit artikel plotseling een extreem, zelfs absoluut karakter gekregen. Alom hebben onze gezagsdragers bepleit dat zo’n beetje alles moet zijn toegestaan, behalve het aanzetten tot geweld. In de emoties van het moment is dat allemaal wel begrijpelijk – al is het vreemd dat in de protestdemonstratie in Parijs allerlei gezagsdragers meeliepen die in de dagelijkse praktijk faliekant tegen de vrijheid van meningsuiting zijn.

In de Nederlandse praktijk blijft artikel 1 van de Grondwet van kracht. Dat biedt de rechter alle gelegenheid om, als de discriminatie de spuigaten uit loopt, tot veroordeling te komen. Er is nu geen absoluut recht op vrije meningsuiting, en dat zal er ook in de toekomst niet zijn. De democratie blijft een complex systeem van geven en nemen – in dat opzicht ben ik het met Beatrice eens.

Uit Maarten! 2015-1. 

 

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.