Maarten interviewt Luuk van Middelaar: ‘Een Unie van Belangen’

Door Maarten van Rossem en Bas Kromhout - Foto's Sander Heezen

Europa-kenner Luuk van Middelaar ziet de EU snel volwassen worden. Crises zoals de coronapandemie en de opkomst van China maken de lidstaten bewust van hun gezamenlijke belangen. Alleen voelt Den Haag het veranderende klimaat nog onvoldoende aan. ‘Nederland gebruikt steeds nieuwe strategieën om af te remmen, maar dat werkt niet.’

Uit Maarten! 2021 – 4. Bestel het nummer hier.

 

Maarten: ‘Waarom zijn veel Nederlanders zo sceptisch over de Europese Unie, terwijl we er enorm van profiteren?’

Van Middelaar: ‘In Nederland bestaat er een oerangst om ingesloten te worden op het continent, omdat we van origine een zeevarende natie zijn. We hebben altijd een ambigue relatie gehad met Europa. In de jaren vijftig zette onze regering in op economische integratie, om te profiteren van de gezamenlijke Europese markt. Vanuit het Benelux-plan ontstond het Verdrag van Rome, waardoor Nederland er sterk op vooruitging. Rotterdam kreeg als Europoort toegang tot het Duitse achterland. Daarnaast heeft Nederland sinds de zestiende eeuw ingezien dat de grootmachten om ons heen getemperd moesten worden met internationaal recht. Voor economie en recht tekent Nederland dus graag.

De vijf andere landen die meededen aan de vroege Europese samenwerking hadden andere ambities, elk op hun eigen manier. Zo bood die samenwerking voor België een mogelijkheid om binnenlandse constitutionele problemen op te lossen. Luxemburg kon niet anders dan meedoen, vanwege zijn omvang. Ook de West-Duitse bondskanselier Adenauer en de Franse president De Gaulle hadden in de jaren vijftig en zestig begrepen dat Europese landen samen politiek moesten bedrijven. Want op termijn moesten we het hier alleen uithouden, zonder hulp van de Verenigde Staten.’

Maarten: ‘Dat idee heeft tot op de dag van vandaag weinig concrete gestalte gekregen.’

Van Middelaar: ‘De Gaulle had ook volstrekt niet het idee dat Europa een federatie moest worden. Wel was hij zich bewust van de noodzaak om een “politiek Europa” te vormen. Dat heeft Nederland nooit gewild. Na de val van de Muur in 1989 moesten we als Europa echter meer gaan nadenken over onze buitengrenzen en vond er uitbreiding plaats. Deels met economische motieven, maar allereerst uit veiligheidsoverwegingen. De rol van de Europese Unie begon te veranderen.’

Maarten: ‘Nederland kon toch stellen dat de NAVO al voor veiligheid zorgde?’

Van Middelaar: ‘Dat stellen we nog steeds. Samen met de Britten heeft Nederland altijd geprobeerd een Europese defensie-unie te torpederen. Dat de Amerikanen niet eeuwig in Europa zouden blijven was heel lang niet meer dan een abstract idee. Maar onder Trump werd het opeens concreet. Als hij herkozen wordt, zal dat weer ter sprake komen.’

Maarten: ‘Hoe kijkt Nederland nu naar een gezamenlijke Europese veiligheidspolitiek?’

Van Middelaar: ‘Nederland wordt nog altijd zenuwachtig van dat idee. Het debat rond Europese veiligheid krijgt door de jaren heen steeds andere woorden. De Fransen gebruiken nu een term als “strategische autonomie”, waar de Duitsers zich ook in kunnen vinden. Die term is ontstaan uit een typisch Brussels compromis. Nederland en zijn bondgenoten waarschuwen voor protectionisme en pleiten vervolgens voor “open strategische autonomie”. Dan betekent het bijna niets meer. Toch is iedereen tevreden zodra de vergadering voorbij is.’

Maarten: ‘Welke bondgenoten heeft Nederland in dit soort situaties?’

Van Middelaar: ‘Andere kleine landen, die net als wij bang zijn voor protectionisme van de grote mogendheden binnen Europa.’

Maarten: ‘Vanwaar die angst? Duitsland heeft als grootste economische speler in Europa geen enkel belang bij protectionisme.’

Van Middelaar: ‘Het gaat hierbij ook om investeringen in de eigen industrie. Landen als Duitsland hebben meer geld om in hun industrieën te stoppen om hun werkgelegenheid te bevorderen. Tegenwoordig zien de vrijhandelaars in de Europese club, waaronder Nederland, wel in dat men niet naïef moet zijn over de opmars en de praktijken van China. Er moet een evenwicht gevonden worden tussen bescherming en economische vrijheden.’

Maarten: ‘De Duitse auto-industrie verdient tegenwoordig meer aan China dan aan de Europese markt. Ze hebben dus wel wat aan de Chinezen.’

Van Middelaar: ‘Die economische relatie is belangrijk, maar China is ook bezig geweest Europese bedrijven op te kopen. Dat begon met de crisis in Zuid- en Oost-Europa, waarvan de overname van de haven van Piraeus een bekend voorbeeld is. De Grieken hadden dringend geld nodig vanwege de eurocrisis. Ze hebben de haven ook aangeboden aan het havenbedrijf van Rotterdam, maar dat had geen interesse.’

‘Geloof me, een Europese federatie komt er niet’

Maarten: ‘Dat snap ik heel goed. Wat moet je nou met Piraeus?’

Van Middelaar: ‘Het ging niet alleen om de business case, het was ook een strategische en geopolitieke kwestie. Nederland vond toen onder leiding van minister Dijsselbloem dat Griekenland maar uitverkoop moest houden. President Macron heeft het, toen hij er later op terugkeek, een stommiteit genoemd. De Chinezen hebben namelijk op een relatief koopje een brug geslagen in de Zijderoute die in Griekenland moet uitkomen.’

Maarten: ‘Maar de ligging van Griekenland maakt het een onaantrekkelijke ingang tot de West Europese markt.’

Van Middelaar: ‘Wij rekenen erop dat de scheepvaart altijd vooral via de grote havens in West-Europa zal blijven gaan, maar dat is geen gegeven. Lang werd er lacherig gedaan over de Chinese investeringen, toen die alleen nog plaatsvonden in Oost- en Zuid-Europa. In 2016 veranderde dat; toen ging China winkelen in de hightechsector van Duitsland. Het beroemdste voorbeeld is de overname van roboticabedrijf Kuka. De onderneming werd bekend door internetfilmpjes van pingpongende en bier schenkende robots. Angela Merkel liet deze technologie zelfs zien aan president Obama toen hij op staatsbezoek kwam. Toen bekend werd dat een Chinees bedrijf Kuka wilden overnemen, bleek dat niemand in de Duitse industrie kon of wilde overbieden. Zo kwam het in Chinese handen. Vanaf toen werd er in Brussel vaart gemaakt met de inrichting van een regime van toezicht op buitenlandse investeringen.’

Maarten: ‘De economie van China is groot geworden door westerse investeringen. Nog steeds zijn buitenlandse bedrijven er verantwoordelijk voor 50 procent van de export. Waarom zijn we dan zo bang voor Chinese investeringen en overnames in Europa?’

Van Middelaar: ‘Omdat de situatie is veranderd ten opzichte van dertig jaar geleden. Sinds 2015 heeft China een tienjarenplan om van het land een grootmacht te maken op een flink aantal technologische terreinen, zoals robotica en ruimtevaart. Ze kunnen nu al een aantal dingen beter dan wij. Terwijl de iPhones in China gemaakt worden, produceren we in Nederland alleen nog de doosjes. Dertig jaar geleden was dat andersom.

Sinds de Kuka-schok is een nieuw realisme ontstaan. China wordt terecht teruggeduwd op het gebied van intellectueel eigendom en het wegkapen van talent en promovendi in strategische sectoren. Daar moeten we maatregelen tegen nemen. Chinese staatsbedrijven die meedoen aan openbare aanbestedingen zijn een ander probleem. Het is sowieso oneerlijke concurrentie, want ze kunnen onder de marktprijs duiken. En er zit soms een veiligheidskant aan. Ook in Nederland speelt dit, zoals bij de installatie van 5G door Huawei. Uiteindelijk gaat het om een systeemvraag voor de wereldorde: is dit een nieuwe Koude Oorlog? Welke vorm heeft die dan? Europa kan zich niet meer zomaar door de VS op sleeptouw laten nemen.’

Maarten: ‘Laten we dat ook vooral niet doen.’

Van Middelaar: ‘Daar ben ik het mee eens. Het is gevaarlijk dat we zo gevoelig zijn voor de Amerikaanse retoriek van good guys en bad guys.’

Maarten: ‘In tegenstelling tot de oude Sovjet-Unie biedt China geen alternatief economisch systeem. Hun economie is vervlochten met de onze.’

Van Middelaar: ‘Er zijn inderdaad wezenlijke verschillen met de situatie tijdens de Koude Oorlog. Destijds was het heel gemakkelijk voor het kapitalistische Westen om de Sovjet-Unie uit te sluiten. China daarentegen is de werkplaats van de wereld geworden. Inmiddels staan Chinezen al hoger in de internationale rangorde dan wij. De vervlechting is steeds vergroot. De pandemie is daar een nare, maar sprekende weerslag van. Het virus ging net zo snel van China naar Noord-Italië als alle spulletjes en productielijnen.

Een ander groot verschil is dat Europa destijds de hoofdprijs was, met Berlijn als symbool van de Koude Oorlog. De meeste Europeanen waren verdomd blij met de Amerikaanse steun. Daarnaast liepen de economische en veiligheidsbelangen van Amerika en Europa op een relatief geloofwaardige manier gelijk. Het discours sprak over een strijd die samen werd gevoerd tegen de totalitaire dictatuur van Moskou, met democratie en vrijheid als inzet. Beijing heeft nu in dat discours de plek van Moskou ingenomen; China is de nieuwe Euraziatische vijand. President Biden heeft gezegd dat we op een keerpunt in de wereldgeschiedenis zijn beland. Maar terwijl de retoriek dus hetzelfde is als tijdens de Koude Oorlog, zijn de belangen veranderd. Het hoofdtheater van het conflict met China ligt bovendien aan de andere kant van de wereld, in de Pacific. Europa is nu de periferie.’

Maarten: ‘Heeft Den Haag dit in de gaten, of overheerst daar nog de Atlantische reflex?’

Van Middelaar: ‘Ik denk dat daar in de achterkamers wel over wordt gesproken. Er is een spanning tussen de Atlantici en de economisch denkende mensen. De veiligheidskringen zoals bij Defensie en Buitenlandse Zaken staan aan de ene kant, terwijl anderen zich afvragen waar we geld kunnen verdienen. Dat laatste doen we niet alleen in Europa, maar ook in Azië en de rest van de wereld. Lang zijn die spanningen weggeweest, maar die nemen nu toe.’

Maarten: ‘Is een Europese defensie zo langzamerhand bespreekbaar?’

Van Middelaar: ‘Dat verschuift geleidelijk. Momenteel wordt in Den Haag nog gesteld dat Europese defensieprojecten niet moeten overlappen met de NAVO. Zo gebruikt Nederland steeds nieuwe strategieën om af te remmen, maar dat werkt niet als uitgangspunt. Het AUKUS-verdrag tussen de Verenigde Staten, Australië en Groot-Brittannië, het passeren van Frankrijk in de kernonderzeeërdeal tussen Washington en Canberra, en de haastige terugtrekking uit Afghanistan maken duidelijk dat het de Amerikanen niets kan schelen als wij een probleem hebben dat zij niet delen.’

Maarten: ‘Dat is eigenlijk altijd zo geweest.’

Van Middelaar: ‘Maar het viel tijdens de Koude Oorlog minder op. Meestal stemde Nederland meteen in met de Amerikaanse wensen, zoals bij de plaatsing van kernwapens in Volkel in de jaren tachtig. Tegenwoordig is onze relatie gebaseerd op het principe take it or leave it. De Amerikanen kozen Australië voor hun onderzeeërdeal omdat dat land doet wat Amerika wil, terwijl Frankrijk altijd wil meepraten. Ook om die reden is de deal een waarschuwing voor Europa: Australië probeerde net als wij lange tijd om enerzijds te profiteren van Amerikaanse veiligheidssteun en anderzijds geld te verdienen in China. Met de onderzeeërdeal heeft de Australische premier Scott Morrison duidelijk gemaakt dat dat niet meer kan. Het land moest kiezen tussen de Verenigde Staten en China, en het koos voor de VS. Australië kon ook weinig anders, als geïsoleerd land met maar 26 miljoen inwoners. De Europese Unie heeft er 447 miljoen. Wij zouden dus beter in staat moeten zijn om als machtsblok onze belangen af te wegen tussen de VS en China.’

Maarten: ‘Is het denkbaar dat er een Europees leger komt?’

Van Middelaar: ‘Een geïntegreerd leger blijft een spook. Er bestaat ook geen NAVO-leger, er is alleen een groep nationale krijgsmachten die in een bepaalde structuur kunnen worden ingezet. Het gaat natuurlijk nooit gebeuren dat Ursula von der Leyen vanuit Brussel de troepen organiseert. Maar specialisatie is wel mogelijk. Op verschillende gebieden werkt de Nederlandse defensie al samen met Duitsland en België.’

Maarten: ‘Als Europa een speler wil zijn op het wereldtoneel, moet het definiëren wat de strategische bedreigingen en belangen zijn. Eerlijk gezegd zou ik het niet weten.’

Van Middelaar: ‘Daar wordt wel meer over nagedacht. Frankrijk wordt vanaf januari 2022 EU-voorzitter en een van de punten die dat land op de agenda wil zetten is een “strategisch kompas”. Die term verwijst naar de vraag: wat zijn tussen nu en 2030 de strategische uitdagingen voor Europa? De Fransen houden rekening met meer uitdagingen dan alleen de wereldmogendheden. Bijvoorbeeld met de instabiliteit in Noord-Afrika, islamistische terreur, honger en de enorme bevolkingsgroei die in Afrika zal plaatsvinden tussen nu en 2050.’

Maarten: ‘Gaat Duitsland hierin mee?’

Van Middelaar: ‘Tot op zekere hoogte wel. Merkel was de eerste bondskanselier die in Afrika een serie staatsbezoeken aflegde. Daarmee gaf ze tegenover de Duitse kiezers aan dat dat continent ook voor hun land belangrijk is. Er ontstaat in Europa langzaam maar zeker een besef van gedeelde buitengrenzen. De vluchtelingencrisis heeft daar een grote rol in gespeeld. Premier Rutte moest erkennen dat de Middellandse Zee ook voor ons de zuidelijke grens is.’

Maarten: ‘Uiteindelijk zullen de Fransen en de Duitsers het strategische beleid samen bepalen. Nederland heeft daar dan betrekkelijk weinig over te zeggen.’

Van Middelaar: ‘De impuls om dreigingen te definiëren komt inderdaad vanuit Frankrijk en Duitsland. Nederland vindt dat ongemakkelijk. Met respectievelijk Napoleon en Hitler hebben we de spoken al klaarstaan. Maar ik ben niet zo zenuwachtig over de invloed van de Fransen en de Duitsers. Ten eerste zijn ze het vaak niet met elkaar eens, zodat wij bij onderhandelingen goed onze belangen kunnen verdedigen. Ten tweede moeten we ons bewust zijn van het alternatief. Liever onder de plak van Parijs en Berlijn dan van Washington of Beijing. Het zal een relatief lichte plak zijn, want onder het gezag van de VS hebben we niets te zeggen. Ook al zijn Frankrijk en Duitsland groter dan Nederland, ze zijn niet almachtig. Met hen praten we mee.’

‘Duitsland kon het zich niet permitteren om afgeschilderd te worden als een asociale vrek’

Maarten: ‘Kan de Europese Unie een wereldspeler worden als ze de huidige interne structuur
behoudt?’

Van Middelaar: ‘Aan dat vraagstuk wordt heel veel politieke energie besteed, maar geloof me: een Europese federatie komt er niet. Brussel wordt nooit het Washington van Europa. Dat hoeft ook niet. In feite is er al veel mogelijk met het huidige institutionele bestel. Er is plaats voor een grotere rol van centrale organen, staatshoofden en ministers van de verschillende naties. Een stevigere positionering van Europa op het wereldtoneel is niet afhankelijk van institutionele mechaniek; die hangt af van een gedeeld gevoel van strategische dreiging en belangen.

Op EU-niveau was dat tot nu toe steeds taboe. We mochten alleen over waarden praten. Maar je kunt niet alleen op waarden vertrouwen, ook omdat die vaak met elkaar in conflict zijn. We zullen meer vanuit onze belangen moeten denken en handelen. Op zichzelf zou dat al een stap vooruit zijn voor Europa. Zo is Rusland een relatief zwakke speler, maar het heeft een sterke politieke wil en is bereid mensenlevens op te offeren voor het landsbelang.’

Maarten: ‘Poetin wil een speler op het wereldtoneel blijven, maar daar heeft hij niet de middelen voor. De Russische economie is maar net iets groter dan die van Spanje.’

Van Middelaar: ‘Rusland is wel een kernmacht. Daarin staat het op gelijke hoogte met de VS en boven China. Poetin heeft twee tactieken om aan de macht te blijven: acties die hij namens Rusland onderneemt en het verzwakken van anderen. Hij ziet dat macht relatief is. Het verdelen van het Westen, het ondermijnen van democratische verkiezingen – daar moeten we voor uitkijken. De Russen zijn sinds vijf jaar bezig met een ondermijningsstrategie door middel van fake news, en we laten dat tot nu toe gebeuren. Ook migratie wordt nu als wapen ingezet: niet alleen via Wit-Rusland aan de Poolse grens, maar ook door Assad te steunen in Syrië. De vluchtelingencrisis heeft onze samenleving verdeeld.’

Maarten: ‘Daar zouden we rationeler op moeten reageren. Nu vinden we iedere migrant een bedreiging.’

Van Middelaar: ‘Dat neemt niet weg dat de perceptie van de vluchtelingenproblematiek een politieke realiteit is. Die bepaalt verkiezingsuitslagen en beleid.’

‘Hoekstra’s gevoelloosheid voor de emotionele effecten van corona was opmerkelijk’

Maarten: ‘Zal het genoeg zijn om de Europese lidstaten en de Europese burgers te doen beseffen
dat zij gedeelde belangen hebben?’

Van Middelaar: ‘Mijn stelling is dat de Europese Unie de afgelopen tien jaar een enorme verandering heeft doorgemaakt als gevolg van vier grote crises: de eurocrisis, de Oekraïne-crisis, de vluchtelingencrisis en de coronacrisis. Oorspronkelijk was Europa ingericht om “regelpolitiek” te bedrijven ten behoeve van de interne markt. Met regels zorgde men voor een gelijk speelveld voor alle deelnemers. De besluitvorming was zorgvuldig en hield rekening met allerlei belangen, maar duurde soms jaren. Die kracht wordt een zwakte als het om gevaarlijke problemen gaat.

Toen de Italianen als eersten op het continent ongenadig hard werden getroffen door het coronavirus, vroegen ze om hulp van Europa. Vanuit Brussel kwam de reactie dat de EU geen bevoegdheid had op het gebied van volksgezondheid. Twee weken later leverde China wél mondkapjes. Toen was pijnlijk duidelijk dat de terughoudendheid van de Europese bureaucratie niet goed genoeg was. Europa moest iets doen. Kort erna kreeg Von der Leyen het mandaat om namens de gehele EU vaccins in te kopen. Daarmee betrad de Unie een geheel nieuw terrein.

Meestal reageert de EU niet meteen op de juiste manier op een probleem. Herman van Rompuy klaagde als voorzitter van de Europese Raad dat hij niets kon klaarspelen tijdens de eurocrisis. Hij had slechts een lege gereedschapskist. Die is men vanaf 2010 gaan vullen. Binnen korte termijn was er een noodfonds van 750 miljard; ook de ECB ging meer doen. Die maatregelen hielpen om de economische risico’s van de coronacrisis te beteugelen. Tegelijk is toen besloten om voor het eerst Europese schuldpapieren uit te geven – voor het coronaherstelfonds. Zo ontstond onder druk van de omstandigheden en vaak tegen wil en dank, het vermogen tot wat ik “gebeurtenissenpolitiek” noem. Die vergt andere hoofdrolspelers dan de Brusselse regelpolitici. Daarom hebben regeringsleiders het centrum van het toneel ingenomen. In de media ging het vooral over Merkel als dé Europese politica.’

Maarten: ‘Macron en Merkel hebben Rutte en Hoekstra enorm verrast met hun initiatief om geld voor het coronafonds gezamenlijk te lenen op de kapitaalmarkten.’

Van Middelaar: ‘Dat Merkel dat wilde vond ik tot nu toe het meest opmerkelijke besluit tijdens deze coronacrisis. Misschien kon ze het risico nemen omdat ze in haar laatste termijn als bondskanselier zat. Ze besefte dat Duitsland het zich niet kon permitteren om afgeschilderd te worden als een asociale vrek ten opzichte van Zuid-Europa. Daarnaast heeft Merkel wellicht ook ingeschat dat haar stap op minder binnenlandse weerstand zou stuiten dan tien jaar geleden. Dat had met twee dingen te maken: allereerst de levensgevaarlijke aard van deze crisis en daarnaast de verschuiving in het Duitse economische debat. Er zijn nu meer mensen op de ministeries en in de journalistiek die een ruimer begrotingsbeleid steunen.’

Maarten: ‘Hoe komt het toch dat Nederland de veranderingen niet aanvoelt? Het verzet van Hoekstra tegen onvoorwaardelijke noodsteun was in feite een beleidsfout.’

Van Middelaar: ‘Dat was het inderdaad. De Nederlandse bewindslieden hadden niet door dat het Duitse debat verschoven was. We hebben ook onderschat wat de afwezigheid van de Britten betekent in dit soort discussies; tot voor kort konden we schuilen achter de Britse rug. Hoekstra snapte niet hoe slecht een verhaal over begrotingsdiscipline zou vallen in een crisis die gaat over volksgezondheid. Zijn volkomen gevoelloosheid voor de emotionele effecten van corona was opmerkelijk.’

Maarten: ‘Als de ontwikkelingen zich zo voortzetten, dan zullen de Nederlandse beleidsmakers de komende jaren nog flinke hobbels moeten nemen. Is Rutte in de kern wel pro-Europa?’

Van Middelaar: ‘Ik denk dat hij is begonnen met enige euroscepsis, maar gaande het premierschap heeft hij ingezien van welk wezenlijk belang Europa is voor Nederland. Tijdens de vluchtelingencrisis had Rutte het geluk dat hij de EU-voorzitter was, zodat hij samen met Merkel de Turkije-deal kon sluiten. Dat heeft hem denk ik het besef gegeven dat hij zelf via Europa dingen kan regelen. Hij heeft een aantal jaren geleden een toespraak gehouden waarin hij ervoor pleitte dat Europa minder naïef moest zijn. Ook Rutte gelooft niet meer in een Europa dat alleen op basis van economie en recht georganiseerd is.’

 

Luuk van Middelaar (1973) studeerde geschiedenis en filosofie in Groningen en Parijs. In 2009 promoveerde hij in Amsterdam. Van 2002 tot en met 2004 was van Middelaar een vaste medewerker van Frits Bolkestein, eurocommissaris Interne Markt. Jaren later in de periode 2009-2014 werkte van Middelaar als speechschrijver en adviseur van Herman van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad. Sinds 2015 is van Middelaar als hoogleraar verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden. Ook heeft hij een vaste column in de NRC en is hij lid van de Adviesraad van de Regering voor Internationale Vraagstukken.

Denker en schrijver

Van Middelaar publiceerde in de loop der jaren diverse boeken over politieke filosofie en Europa. De passage naar Europa (2009) en Improvisatie en oppositie: de nieuwe politiek van Europa (2017, herzien 2019) zijn in meerdere talen uitgegeven. Onlangs verscheen Een Europees pandemonium, waarin hij betoogt dat de coronacrisis leidt tot een nieuwe Europese politiek.

Reacties

Gerelateerde artikelen

‘Niet zozeer Brussel, maar de EU-landen laten zich leiden door lobby’s’

‘Het idee dat wij uit de EU moeten stappen, is gelukkig op de terugtocht’

De EU heeft de beste papieren in de slag om Europa

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.