‘Niet zozeer Brussel, maar de EU-landen laten zich leiden door lobby’s’

Nederland is onder het bewind van Mark Rutte al jaren prominent betrokken bij grote EU-vraagstukken, van migratie tot de eurozone. Veel van de onderhandelingen over deze kwesties vinden achter de schermen plaats, waar lobbyisten vrij spel hebben om ongecontroleerd hun belangen te propageren. In haar boek Sluiproute Brussel. De Europese lobby voor de bv Nederland doet journalist Lise Witteman uit de doeken hoe het bedrijfsleven Europese besluitvorming ongezien beïnvloedt. ‘Het zijn vaak onze eigen ministers die we tot de orde moeten roepen.’

Door Erik van Klinken

Lise Witteman (1987) is een onafhankelijke journalist en werkzaam in Brussel, waar ze EU-besluitvorming op de voet volgt. Haar werk is regelmatig te lezen op o.a. de nieuwssite Follow the Money en in De Groene Amsterdammer.

Waarom moest dit boek er komen?

‘Ik ontdekte met verbazing hoe Nederland zijn belangen behartigt in Brussel. Het was een wereld die ik niet kende, terwijl ik al ervaring had met de Nederlandse politiek en tijdens mijn studie rechten veel Europese vakken had gevolgd. Ik had er nog niet bij stilgestaan hoe Den Haag functioneert als belangrijke factor binnen het Brusselse machtsblok, want het ligt voor de hand om ze apart van elkaar te zien. Die Haagse factor kan op Europees gebied erg invloedrijk zijn. Besluiten worden genomen in onze naam: ministers reizen af naar Brussel en bepleiten daar namens Nederland dingen waar we helemaal geen idee van hebben. Dat is een blinde vlek. Er is maar één manier om dat goed aan te tonen: niet met één verhaal, maar door een patroon te laten zien.

Een andere belangrijke uitdaging om dit boek te maken is het feit dat de EU-journalistiek in een verdomhoekje zit. Redacties bezuinigen op dit onderwerp terwijl de macht steeds meer bij Brussel ligt. Bij nieuwsmedia bestaat het idee dat lezers niets van de EU willen weten. We moeten als journalisten laten zien dat Brussel wél interessant is.’

Wat betekent de ‘sluiproute’ in de titel van uw boek?

‘Als Nederlandse ministers naar Brussel afreizen om samen met collega’s van andere lidstaten besluiten nemen, is dat voor hen een makkelijke manier om ongezien afspraken te maken die voor heel Europa gelden. Deze weg wordt ook door lobbyisten bewandeld, die deze sluiproutes heel goed kennen. In Brussel kunnen lobbyisten aan de bron van de wetgeving zitten.’

Wat zijn daar concrete voorbeelden van?

‘In het boek bespreek ik zeven casussen. Eén daarvan is een beleggingsproduct dat in 2007 de huizencrisis in Amerika veroorzaakte. Ook in Europa was dat product populair. De bankenlobby bleek in Brussel strengere wetgeving tegengewerkt te hebben. Een ander voorbeeld is taxidienst Uber, die markttoegang zocht in alle Europese lidstaten. Nederland hielp om de wetmatige drempels te beslechten. Nederland heeft ervoor gezorgd dat de CO2-opslag onder de grond in de Europese Green Deal terechtkwam en als groene maatregel werd opgevat. Daarbij behartigde onze overheid de belangen van Shell als groot olie- en gasbedrijf. Zo heeft Nederland –  veel meer dan ik had gedacht – invloed uitgeoefend op allerlei Brusselse besluitvormingsprocessen.’

U heeft het over een gebrek aan transparantie. Is de ‘Rutte-doctrine’ doorgesijpeld naar Brussel?

‘Ik heb het nu over Nederland, maar andere lidstaten zijn minstens zo intransparant. Onder Rutte is het in ieder geval niet beter geworden. Door de jaren heen heeft de minister-president zich het spel steeds meer eigen gemaakt. Als vormgever van EU-beleid heeft hij steeds meer zaken naar zijn hand gezet.

 

‘In Brussel kunnen lobbyisten aan de bron van de wetgeving zitten’

 

Rutte ziet de Europese Raad, waar de staatshoofden van EU-lidstaten vergaderen, duidelijk als zijn belangrijkste instrument. De Europese Commissie wil hij zoveel mogelijk voor zijn karretje spannen, terwijl het een onafhankelijke wetgever is. Ook het Europees Parlement ziet hij als een minderwaardige speler in het besluitvormingsproces. Dat Rutte de Raad op een voetstuk zet, heeft veel nadelige gevolgen, want lidstaten mogen zelf weten hoe transparant ze zijn in hun communicatie over die vergaderingen. Daar zijn geen EU-regels aan verbonden, iets dat wel voor de Europese Commissie geldt. We hebben geen idee wat er achter de gesloten deuren gebeurt. Nederland zegt voorop te lopen op het gebied van transparantie over wat in de Raad besproken wordt, maar dat is niet te controleren.’

Weet Rutte vooral de VVD-belangen goed te verdedigen in Brussel?

‘Als ik VVD-stemmer was, dan zou ik ontzettend tevreden zijn. Je kunt het leden van die partij ook niet kwalijk nemen dat ze hun belangen willen behartigen. Maar er zijn meer coalitiepartijen dan de VVD, en die hebben hun invloed op EU-besluitvorming min of meer uit handen gegeven. Ze zitten te suffen. Uiteindelijk hoop je in een democratie dat wat ons kabinet voor Nederland bepleit, berust op wat de meerderheid van de bevolking wil.’

Niet alleen VVD’ers laten zich in met lobbyisten, u schrijft bijvoorbeeld ook over Jeroen Dijsselbloem. Waarom laten politici zich zo inpalmen?

‘Het jammere is dat Dijsselbloem net als andere PvdA’ers niet wilde reageren op mijn vragen. Mijn eigen vermoeden is dat politici zich vaak niet realiseren dat ze beïnvloed worden. Voor Eurofi, waar bedrijven met Dijsselbloem in gesprek konden gaan, moesten lobbyisten een halve ton tot een ton betalen om er bij te zijn. Journalisten hadden geen toegang. Ik denk dat een minister dat niet zo snel doorheeft, die krijgt na de uitnodiging van een ambtenaar te horen dat het een belangrijke kans is om zijn boodschap over te brengen.

 

‘We hebben geen idee wat er achter de gesloten deuren gebeurt’

 

Het is wel des te kwalijker dat de minister alsnog naar zo’n gelegenheid gaat, zodra bekend wordt wat de gang van zaken is. Van politici mogen we verwachten dat ze een weloverwogen beslissing maken.’

Hoe kan de invloed van bedrijven getemperd worden?

‘Ik ben niet tegen lobbyen. Het is erg moeilijk om regelgeving te maken en niet met de desbetreffende sector te praten. Maar er is een verschil tussen een werkbezoek aan een bedrijf op eigen iniatief of het bezoeken van alle conferenties en paneldiscussies waar lobbykrachten heersen. Op die manier vult de lobby namelijk jouw agenda als ambtenaar en dein je mee op de golven van de iniatieven die zij aandragen.

Allereerst moeten ambtenaren zelf problemen constateren in plaats van dat lobby’s deze aandragen. Van daaruit is het logisch om belanghebbenden te spreken.’

Soms spelen private denktanks zelfs retoriek die hen goed uitkomt door naar politici.

‘In Brussel lopen 30.000 Commissie-ambtenaren rond. Dat lijkt veel, maar voor elk specifiek dossier zijn er maar een paar die daar veel kennis over hebben. Zij hebben het razend druk. Als je die mensen mee weet te krijgen in een bepaald narratief, kun je daar enorm veel invloed uitoefenen. Goede lobbyisten zorgen ervoor dat ze bij ieder moment dat beleidsmakers in contact komen met de buitenwereld hetzelfde verhaal verkondigen. In de hoofdsteden en in de media. Overal zetten ze hetzelfde verhaal neer.

 

‘Van politici mogen we verwachten dat ze een weloverwogen beslissing maken’

 

Bij het beleggingsproduct van banken was dat verhaal: “we moeten dit beleggingsproduct meer ruimte geven, want daardoor kunnen banken meer geld aan de financiële markt onttrekken en dat aan ondernemingen lenen.” Net na de crisis stelden banken echter dat ze niet genoeg geld in kas hadden om andere bedrijven uit de laagconjunctuur te laten innoveren. Als je dat lobbyverhaal overal vertelt, stellen mensen geen vragen meer. Het wordt een eigen waarheid.

Toen ik in Brussel belandde, wilde ik juist buiten die narratieven blijven. Eerst dook ik zelf in beleid en keek ik of de genoemde oplossingen wel aansloten bij het desbetreffende probleem. Daarnaast zocht ik naar onderzoeken die uitwezen of het voorgestelde beleid wel effectief was. Vaak bleek dit helemaal niet aan de orde te zijn. De oplossing voor het probleem werd gepresenteerd en klakkeloos overgenomen. Eigenlijk ging het om hele andere belangen, zoals de banken die meer centjes in hun kas wilden hebben. Het is een wondere wereld, daar in Brussel.’

Is de Europese Unie een bananenrepubliek, zoals partijen als de FvD en PVV stellen?

‘Ze wijzen naar de verkeerde persoon. Populisten hebben gelijk dat het democratisch gehalte van ons Europese besluitvormingsproces niet iets is om over naar huis te schrijven. Maar dat is niet zo omdat de Europese Commissie in Brussel niet transparant is, maar omdat onze eigen regeringen ons een loer draaien. Dat is het beeld dat ik wil ontkrachten: het zijn juist de lidstaten die zich door lobby’s laten leiden, meer dan Brussel.

De Europese Commissie is doorgaans progressiever en meer op de toekomst gericht dan Den Haag. We zouden veel scherper moeten zijn op onze eigen regeringen en de bedrijfsbelangen die ze proberen te behartigen. Als we dat gat dichten en meer inzicht krijgen in wat onze lidstaten doen in Brussel, kunnen we een heleboel scepsis voorkomen. Het zijn vaak onze eigen ministers die we tot de orde moeten roepen.’

 

‘De Europese Commissie is doorgaans progressiever en meer op de toekomst gericht dan Den Haag’

 

Moeten journalisten daar een rol in spelen?

‘Zeker, maar dat is erg lastig. In Den Haag ga je als een soort wedstrijdverslaggever te werk. Nieuws over peilingen en korte citaten klikken lekker weg. In Brussel gaan politieke processen over veel meer schijven dan in Den Haag, daar moet je proberen te doorgronden wat de tegengestelde belangen zijn. Daar kunnen journalisten natuurlijk wel een scherp verhaal over maken, maar hoofdredacteuren kiezen er veelal voor om het machtsbolwerk Brussel links te laten liggen. Ik vind dat zij op zijn minst een keer moeten nadenken over een andere werkwijze.

De omvang van deze materie maakt het moeilijk voor journalisten om het overzicht te bewaren.

‘Journalisten zitten nog te veel in hokjes. Daardoor is onze kennis behoorlijk versnipperd. Onderlinge journalistieke samenwerking bestaat wel, maar daar is nog een wereld te winnen.

Bedrijven werken niet zoals verslaggevers: die zitten niet alleen maar in Brussel of Den Haag. Ze hebben strategische belangen op allerlei niveau’s, die zij allemaal samenkoppelen om als bedrijf te overleven. Als journalisten moeten we ook zo gaan denken: we leven niet meer in de samenleving van 1950 waarin we ons eigen dorp verslaan.

Toen ik onderzoek deed voor dit boek, zag ik dat verschillende media wel over een onderwerp schreven, maar op versnipperde wijze. Niemand had binnen de redactie alle informatie aan elkaar gekoppeld om te zien welk spel er nu echt wordt gespeeld.’

Gerelateerde artikelen

De Tweede Kamer is een lamme leeuw

Peter Teffer: ‘De Europese Unie is schimmiger dan de lobbyisten eromheen’

Caroline de Gruyter: ‘Laat Europa niet verslonzen’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.