Maarten van Rossem en Andries Knevel over God

Uit Maarten! 6-2012

De schokkende willekeur van het Opperwezen

In 2010 las Maarten de Bijbel. Hij was geschokt door de wreedheid van het Oude Testament, maar vond Jezus niet zo’n slapjanus als hij altijd gedacht had, zo legt hij uit in het essay. Andries Knevel reageert op zijn ontdekkingen: ‘God, het Kwaad en de Mens zijn niet in een systeem te persen.’

Door Maarten van Rossem

Natuurlijk had ik een vage notie van wat er in het Oude Testament stond. Maar voordat ik het in 2010 helemaal las, had ik geen idee hoe erg het was. Het Opperwezen in het Oude Testament is wraakzuchtig, kleingeestig en vaak nodeloos gewelddadig. Zijn optreden is op schokkende wijze willekeurig.

Toen ik dat eens op licht verontwaardigde toon vertelde tijdens een theateroptreden, kreeg ik van twee dominees een lange brief. Zij wezen mij op feitelijke onjuistheden in mijn betoog, die volstrekt irrelevant waren voor mijn oordeel, en concludeerden vervolgens dat het Opperwezen overtuigend menselijk was in zijn optreden, vol begrip voor de menselijke zwakheden. Hoe je dat kunt vinden, is mij een raadsel.

Het Opperwezen in het Oude Testament is juist totaal onmenselijk. Laat ik een praktisch voorbeeld geven: het aangrijpende verhaal van Job. Job had ontzag voor God, meed het kwaad, en hield zijn tien kinderen op verstandige wijze qua zonde uit de wind. Het zat hem mee in het leven en hij bezat grote hoeveelheden vee en slavinnen.

Maar op een dag, zo gaat het verhaal verder, maakten de hemelbewoners hun opwachting bij de Heer. Hier raakt de niet-theologisch geschoolde lezer al licht verbaasd. In deze monotheïstische godsdienst is er kennelijk toch een flink aantal hemelbewoners.

Het wordt nog aanzienlijk vreemder, want ook Satan blijkt zich onder die hemelbewoners te bevinden. De Heer vraagt hem waar hij vandaan komt, en Satan antwoordt vaag dat hij wat rondgezworven heeft. Daarop vraagt de Heer hem of hij nog op de voorbeeldige Job heeft gelet.

Satan vraagt zich vervolgens af of die Job werkelijk zo voorbeeldig is. Hij wordt immers wel heel opzichtig door de Heer beschermd. Als dat eens even niet gebeurde, zou hij dan de Heer niet vervloeken? Deze conversatie leidt tot een fijn hemels experiment. Satan mag met Jobs bezit doen wat hij wil, mits hij Job zelf niet aanraakt.

Bergrede. Schilderij door Fra Angelico (1438-1446). Afbeelding ART Archive


Grillen van de Heer

Rampspoed is Jobs deel. Zijn vee wordt gedood, zijn personeel vermoord. Als zijn tien kinderen in het huis van de oudste broer een glaasje drinken, wordt het huis door een vreselijke storm getroffen en stort het in. Alle tien de kinderen zijn dood. Job geeft geen krimp. Hij vervloekt de Heer niet.

De hemelbewoners, opnieuw bijeen, besluiten op suggestie van Satan dat Jobs lichaam moet worden aangetast; dan zal hij de Heer wel vervloeken. Zo gezegd, zo gedaan; het experiment wordt voortgezet. Job blijft echter standvastig en zegt: als we het goede aanvaarden van God, waarom dan ook niet het kwade? Dan volgt zijn fameuze jammerklacht – nog steeds zonder grief jegens God.

Ik vond Jezus verrassend interessant, niet de leptosome slapjanus die je zou verwachten

De boodschap van dit verhaal is dat de mens volledig is overgeleverd aan de grillen van de Heer. Want de rampspoed van Job is een gril, een kinderachtig experiment op voorstel van Satan. Job had niets misdaan om dit noodlot te verdienen. Dit Opperwezen met zijn volkomen arbitraire, gewelddadige optreden, verschilt in niets van het totaal onverschillige universum waarmee de ongelovige te maken heeft. Als je werkelijk goed bent, kan de Heer vanwege een aardigheid, een soort wedje met Satan, besluiten om je tien kinderen te vermoorden. De Here geeft en de Here neemt. Maar wat toch vooral treft, is de achteloze onmenselijkheid van die hemelbewoners en van God.

Jezus de realist

Het Nieuwe Testament is totaal anders van toon dan het Oude. Centraal staan de vier evangeliën; de rest is wat mij betreft beduidend minder interessant.

De evangeliën spreken vanzelfsprekend vooral aan vanwege de figuur van Jezus. Het klinkt wellicht wat eigenaardig, maar ik vond Jezus verrassend interessant, anders in zijn mentaliteit en optreden dan ik had gedacht. Hij is bepaald niet de leptosome slapjanus die je op grond van een deel van de iconografie zou verwachten. Integendeel, Jezus is een realist – voor zover een rondtrekkende prediker die beweert de zoon van God te zijn een realist kan zijn – die met beide benen op de grond staat.

Laat ik daarvan direct twee treffende voorbeelden geven. Wie bidt, hoeft helemaal niet opzichtig te tonen dat hij aan het bidden is, laat staan dat er bij het bidden zou moeten worden gepreveld. Dat is totaal overbodig, omdat de Here recht in je brein kan kijken.

Jezus blijkt verrassenderwijze ook niet veel op te hebben met de sabbat. De sabbat is er voor de mensen, niet omgekeerd. Als je op de sabbat iets nuttigs kunt doen, moet je het vooral niet laten. Dat werpt een heel ander licht op de zondagsrust.

Het essentiële, allesdominerende thema van de vier evangeliën is de spoedige komst van het Koninkrijk Gods. Spoedig is hier daadwerkelijk spoedig. Dat wil zeggen, nog tijdens het leven van de betrokkenen.

Bezwaren als zou een dag van de Here wel duizend jaar voor de mens kunnen zijn, zoals in het Oude Testament wordt vermeld, doen hier evident niet ter zake. Met grote regelmaat zegt Jezus bijvoorbeeld tegen de discipelen dat zij het nog gaan meemaken.

De Mensenzoon is juist komen prediken omdat het Koninkrijk Gods spoedig zal aanbreken. Wie daar deel aan wil hebben, dient een radicale keuze te maken. Een radicale keuze tegen de bestaande orde, die God een gruwel is, en tegen eigen familie en het eigen leven zoals het was. Wie Jezus wenst te volgen, dient alles achter te laten.

Bergrede

Kern van Jezus’ prediking is de Bergrede, waarin aan de armen, de hongerigen en de droevigen voorzegd wordt dat aan hun narigheid in het Koninkrijk Gods een einde zal komen. De rijken en succesvollen zullen het moeilijker krijgen.

Ook elders maakt Jezus duidelijk dat de rijken bepaald geen voorrang hebben als het Koninkrijk Gods daar is. Wie een kans wil maken in dat Koninkrijk moet als een kind worden. Vervolgens zegt Jezus opnieuw dat deze generatie nog niet verdwenen zal zijn als die dingen gaan gebeuren.

De verleiding is groot om de Bergrede te actualiseren en te zien als een politiek statement dat ook nu nog bruikbaar is. Hoe aangenaam ik het ook zou vinden om de partijen die zeggen christelijk geïnspireerd te zijn daarmee om de oren te slaan, het is onzin. Ook de Bergrede moet gelezen worden in het licht van het nakende Koninkrijk Gods.

Jezus sluit zijn rede af met de oproep even volmaakt te worden als God. Wie het Nieuwe Testament naar behoren leest, kan niet anders dan concluderen dat alle politieke partijen die zich beroepen op Jezus’ woorden blasfemie bedrijven. Wat wij hier doen met onze gezondheidszorg, zondagsrust, of wat dan ook maar, heeft niks te maken met Jezus’ uitnodiging voor het Koninkrijk Gods. Het is treurig, maar waar: de meeste christenen zijn zo onchristelijk als de pest. Maar ik vergeef ze hun verwarring graag.

 

God geeft ons de ruimte om Hem niet te begrijpen

Door Andries Knevel

Weet je, Maarten, wat ik een van de mooiste aspecten van de Bijbel vind? Het feit dat wij mensen met al onze emoties er een volwaardige plek in krijgen. De Bijbel is niet in z’n geheel uit de hemel komen vallen, maar heeft een ontstaansgeschiedenis van 1100 jaar. Hij bevat de stem van God, maar ook de tegenstem van ons mensen.

Ik denk op dit moment na over een preek over psalm 13, waarin staat: ‘Hoe lang nog, Heer, zult U mij vergeten, hoe lang nog verbergt U voor mij Uw gelaat?’ Dat was kennelijk de ervaring van een gelovige, zo’n drieduizend jaar geleden, en het is zo mooi dat er in de Bijbel volop ruimte is voor deze protestsong. De Bijbel is het boek van Gods openbaring, en van ons antwoord daarop. En ons antwoord bestaat nog weleens uit een aanklacht, of een gebaar van woede naar de hemel.

God, zoals geschilderd door Michelangelo in de Sixtijnse Kapel in Rome. Afbeelding Bridgeman Art Library

Geen sluitende verklaringen

Zoals wij in de eenentwintigste eeuw God niet altijd begrijpen, zo begreep de vrome Israëliet Hem ook niet altijd. Maar God heeft ons daar volop ruimte voor gegeven. Er wordt in de Bijbel wat afgeklaagd over God (er is zelfs een heel boek met de titel ‘Klaagliederen’); er worden vuisten gebald naar de hemel, en er wordt wat afgejankt, er worden niet zo fraaie woorden naar God geslingerd, en er is sprake van angst en wanhoop in de omgang met God.

En dat mag; de Bijbel gaat ons voor. Geloven is niet het aannemen van een set waarheden, het kunnen opzeggen van een catechismus, of het je eigen maken van een gesloten dogmatisch systeem. Geloven heeft voor mij met mijn hele wezen te maken, met hart, hoofd en handen, met gevoel en verstand, met lijf en leden. Ik geloof op een existentiële manier, zoals er in de Bijbel ook geloofd wordt.

De jubelzang klinkt op naar God: ‘Prijst de Heer mijn ziel, prijst mijn hart Zijn heilige naam’ (psalm 103), en de keerzijde komt dus ook aan bod. Ik vind het heerlijk dat ik een God dien die mij volop ruimte geeft om mijn emoties met Hem te delen, ook en misschien wel juist als die emoties minder fraai zijn. Hij daagt me daar elke dag toe uit.

Er wordt in de Bijbel wat afgeklaagd over God; er worden vuisten gebald naar de hemel, en er wordt wat afgejankt

Het is daarom zo ontzettend jammer dat de kerk, als verzameling van gelovigen, kennelijk onvoldoende in staat is geweest om dat existentiële karakter van Bijbel en geloof over te dragen. Ik voel me hier zelf ook schuldig aan. Te veel hebben we de indruk gewekt dat de Bijbel een soort alomvattende dogmatiek is, met vooral een moralistische strekking. Dat spijt me.

Temeer omdat de Bijbel een boek is dat wars is van systemen of sluitende verklaringen. We hebben wel geprobeerd dat van de Bijbel te maken, maar dat is gelukkig jammerlijk mislukt. Telkens weer als je denkt God of Jezus, of al je theologische opvattingen sluitend te hebben, breekt de Bijbel daar weer doorheen. Fantastisch mooi om mee te maken.

Onbegrijpelijk onrecht

In het boek Job proberen Jobs vrienden zo’n sluitend concept te verkopen: als jou veel kwaad overkomt, heb je kennelijk iets verkeerds gedaan – boontje komt om zijn loontje. Maar Job weigert dat te aanvaarden. Dat is het universele thema van het boek Job: waarom overkomt ons mensen het Kwaad, waarom lijdt de rechtvaardige onder onrecht?

Het is logisch dat het boek Job tot de wereldliteratuur wordt gerekend, omdat het thema zo universeel is, en omdat het fraai in gedichten wordt uitgewerkt. Het boek Job wil afrekenen met alle moralisme, met een geloof dat de genade van God wil verdienen. Het wil juist de klacht serieus nemen over het onbegrijpelijke onrecht in de wereld en in de levens van individuele personen. Zo mag je het boek Job lezen.

En generaties gelovigen hebben hier juist troost aan ontleend. God, het Kwaad en de Mens zijn niet in een systeem te persen. In mijn boekenkast staat een boek met de titel Als ik Job niet had, met als ondertitel Tien denkers over God en het lijden. Daarin lees je hoe mensen als Kierkegaard en Levinas getroost werden door het verhaal van Job.

Laatste weken

Als ik je artikel lees, zie ik dat je minder moeite hebt met de persoon van Jezus. Ik moet eerlijk bekennen dat je zinnen over Hem opschrijft die me geraakt hebben. Jouw (her)ontdekking van het thema van het Koninkrijk van God speelt in de huidige theologie een heel grote rol.

Afgelopen september heb ik in het programma Door de wereld een portret uitgezonden van een van de invloedrijkste theologen van dit moment, Tom Wright. In zijn talrijke boeken hamert hij erop dat we de afgelopen eeuwen dit centrale thema uit de Evangeliën te weinig over het voetlicht hebben gebracht. Je betoont je een ware volgeling van Tom Wright.

Dat je wat minder hebt met de brieven van Paulus – ach, dat is niet erg; aan de vier Evangeliën hebben we de handen al vol, zoals je terecht schrijft. Maar lees dan wel de hele Evangeliën. Want je noemt wel de radicale prediking van Jezus, maar schrijft niets over Zijn laatste weken.

Dat lijkt me voor een historicus een omissie. In de eerste plaats omdat 25 procent van de Evangeliën gaat over de laatste weken van Jezus, en in de tweede plaats omdat het verhaal van Zijn Opstanding de hele wereld voorgoed heeft veranderd, en omdat die Opstanding de kern is van het Nieuwe Testament.

We kunnen de afgelopen 2000 jaar alleen in het juiste perspectief beoordelen als we zien waar het allemaal begonnen is, namelijk bij dat onmogelijke verhaal van een Jood in Israël, die niet alleen gekruisigd is (dat overkwam velen in die dagen), maar van wie zijn leerlingen ook zeiden dat Hij was opgestaan. Ik formuleer het met opzet zo voorzichtig om jou maximaal tegemoet te komen.

Dat je wat minder hebt met de brieven van Paulus – ach, dat is niet erg

Ik denk dat de centrale boodschap van de Bijbel, van al die 66 boeken dus, is dat God met mensen van doen wil hebben. God wil niet zonder ons. Vandaar Zijn bemoeienissen, op allerlei (soms voor ons best duistere) manieren met het volk Israël. En vandaar Zijn definitieve komst in Zijn Zoon Christus. In die komst heeft Hij op ultieme wijze de ellende en ongerechtigheid – ook die uit het boek Job – op Zijn schouders laten neerkomen.

De kerk belijdt – naar mijn stellige overtuiging op heel goede gronden (jazeker!) – dat Hij is opgestaan. Dat belijd ik met de kerk mee. Dat betekent ook dat aan onrecht, ongerechtigheid en het Kwaad een einde zal komen.

Christenen zien daarnaar uit. En ze werken er nu al aan. Soms gaat dat helemaal niet goed. Je hebt daar terecht de vinger op gelegd, want soms zijn we veel te veel onderdeel geworden van de bestaande cultuur. Maar het verlangen is oprecht.

Dank daarom dat je ons vergeeft. En vergeving is, zoals je weet, een van de kernthema’s van de Bijbel.

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.