Nee, de wereld is niet veranderd na 9/11

DOOR BAS KROMHOUT

Een nieuw tijdperk zou aanbreken en de Derde Wereldoorlog was begonnen. Tien jaar na 11 september 2001 is geen van deze voorspellingen uitgekomen, schreef historicus Bas Kromhout in 2011.

Uit Maarten! 2011-2

Op 29 september 2001 verklaarde Wim kok dat Nederland in oorlog was tegen het internationale terrorisme. Daarmee schaarde de premier zich achter de Amerikaanse president George Bush junior, die na 9/11 een wereldwijde War on Terror had afgekondigd.

Heel even leek Nederland inderdaad een beetje op een land in oorlog. Zwaarbewapende politiemannen sloten de Coentunnel af vanwege een geheimzinnig busje vol explosieven. Maar de tip bleek vals en verder waren er in ons land geen sporen van oorlog te bekennen. Er spoedden zich geen duizenden gemobiliseerden naar de grenzen, er werden geen voedselbonnen uitgedeeld en niemand plakte verduisteringspapier voor de ramen. Wel zakten de aandelenkoersen in, maar lang niet zo dramatisch en langdurig als tijdens de kredietcrisis van 2008.

De zichtbare werkelijkheid werd echter tegengesproken op televisie. Journalisten, politici en commentatoren riepen dat een nieuw tijdperk was aangebroken en het leven van iedere burger radicaal zou veranderen. VVD-politicus Frank de Grave zag ‘het begin van een nieuwe Koude Oorlog’, volgens Ad Melkert (PvdA) was ‘de wereldvrede in gevaar’ en Jaap de Hoop Scheffer (CDA) dacht dat de wereld ‘nooit meer hetzelfde’ zou zijn. Leon de Winter gaf later toe dat hij ‘een beetje gek geworden’ was. Zelfs de door de wol geverfde Henk Hofland geloofde in ‘een nog jaren doorziedende wereldbrand’.

Als eerste reactie op 9/11 was de opwinding verklaarbaar. Maar het is vreemd dat verstandige mensen na twee weken, een maand of een jaar nog steeds beweerden dat de wereld onherkenbaar was veranderd. Zelfs nu, tien jaar later, bestaat er brede consensus dat op 11 september 2001 een nieuwe era in de wereldgeschiedenis aanbrak. Dat heeft weinig te maken met de realiteit.

Niet te ontkennen valt dat er oorlogen zijn gevoerd in Afghanistan en Irak, dat op diverse plekken terroristische aanslagen zijn gepleegd en dat in Nederland het politieke klimaat is veranderd ten gunste van populisten met een anti-islamagenda. Maar deels dateren deze verschijnselen van vóór 9/11. Van een ingrijpende internationale machtsverschuiving die het etiket ‘nieuw tijdperk’ rechtvaardigt is bovendien geen sprake.

 

Halfleeg bedrijfsverzamelgebouw

Het lijkt erop dat 9/11 op westerlingen het effect heeft gehad van een verlammende schrik, en dat deze verlamming nog steeds niet over is. Het vrouwenblad Viva vroeg een paar jaar geleden aan zijn lezeressen: ‘Waar was jij op 11 september 2001?’ Zij bleken massaal in shock voor de buis te hebben gezeten, overtuigd dat de Derde Wereldoorlog was uitgebroken. Eén lezeres was minder aangedaan door de begrafenis van een familielid dan door het drama in New York. Een ander voelde een plotselinge haat tegen ‘moslimmannen in een jurk’.

Dat televisiekijkers waren geschokt door de beelden van de instortende Twin Towers was menselijk. Dat kwam door de beelden zelf, maar ook door de manier waarop de media ze toonden. Doordat er na de inslag van het eerste vliegtuig enige tijd verstreek voordat nummer twee het WTC in vloog, waren veel televisiekijkers live getuige.

De nieuwszenders hadden nauwelijks informatie en draaiden voortdurend dezelfde beelden af. Ook wanneer werd overgeschakeld naar een talking head, bleven de vliegtuigen in een bovenhoek van het scherm keer op keer de torens in vliegen. In plaats van dat de beelden langzaam ‘wenden’, leek het schrikeffect bij elke draaibeurt groter.

Nadat duidelijk was geworden dat het ging om een gerichte aanslag door moslimfundamentalisten, was de grote vraag: waarom? Commentatoren kwamen niet verder dan: ‘Omdat ze onze vrijheid haten.’ De Twin Towers waren immers wereldberoemde iconen van de Amerikaanse vrijheid. Dat het WTC eigenlijk een halfleegstaand bedrijfsverzamelgebouw was, dat behalve als landmark geen symbolische functie had, deed er niet toe. Ook bedacht niemand dat het enige echte nationale symbool van de Verenigde Staten het Vrijheidsbeeld was.

 

Op een forum stond: ‘De terroristen haten vrijheid en Nederland is nog veel vrijer dan Amerika. Dus haten ze ons nog meer’

 

CBS-reporter Dan Rather nam als eerste het woord ‘oorlog’ in de mond; CNN’s Jeff Greenfield legde de link met Pearl Harbor. Zij liepen vooruit op de president, die pas de volgende dag sprak van ‘oorlogshandelingen’. Toen was de ‘oorlog’ al alomtegenwoordig in de internationale media. Waar een kwaliteitskrant als de New York Times de relatief sobere kop ‘Act of War’ gebruikte, schreeuwde de Mirror dat een ‘oorlog tegen de wereld’ was uitgebroken. De Daily Mail kopte: ‘Apocalyps’.

De Nederlandse redacties deden wat betreft oorlogspaniek nauwelijks onder voor hun Angelsaksische collega’s. Voor relativering was geen ruimte. Geen wonder dat menige Nederlandse burger dacht dat heel Amerika en West-Europa in korte tijd zouden veranderen in een nieuw Beiroet.

 

Denkfout

De Verenigde Staten hebben sinds 2001 twee echte oorlogen gevoerd: in Afghanistan en Irak. Verder werd de korte oorlog die Israël in 2006 voerde in Libanon door de Amerikaanse media gepresenteerd als het derde been van de driehoek. Van deze drie oorlogen waren er twee de voortzetting van conflicten die al voor 9/11 bestonden. Alleen de oorlog in Afghanistan had een directe relatie met de aanslagen. In dat land ondervinden de Amerikanen nog steeds grote problemen, omdat hun strategie voortkwam uit de denkfout die lag besloten in het begrip ‘oorlog tegen terrorisme’.

Het was Bush die dit begrip muntte. Op 9/11 werd hij vanuit Florida met de presidentiële jet naar de basis Barksdale gebracht. Daar zag hij bommenwerpers staan. ‘Het leverde een indrukwekkend schouwspel op, zoals de kracht van onze indrukwekkende luchtmacht daar werd tentoongespreid,’ schrijft Bush in zijn memoires. ‘Ik wist dat het niet lang zou duren voordat ik die kracht zou inzetten tegen diegenen die opdracht hadden gegeven tot deze aanval.’ Het stof van de Twin Towers was nog niet neergedaald, of Bush besloot ten oorlog te trekken.

De volgende dag maakte de president zijn voornemen bekend aan een selecte groep Congresleden. De democratische leider Tom Daschle adviseerde voorzichtig te zijn met het woord ‘oorlog’ vanwege de verstrekkende consequenties. ‘Ik luisterde naar zijn bedenkingen, maar was het er niet mee eens,’ schrijft Bush.

Daschle had gelijk. De aanslagen op 9/11 waren geen oorlogshandelingen, uitgevoerd door een leger, maar terroristische acties. Er was ook geen sprake van een nieuw soort terrorisme, zoals alom werd beweerd. Al Qaida was niet de eerste terroristengroep die religie als inspiratiebron gebruikte of vage organisatiestructuren had.

Ook gebruikte Al Qaida geen massavernietigingswapens, maar combineerde het technieken die in het Midden-Oosten al decennialang werden toegepast: vliegtuigkaping en zelfmoordcommando’s. En zelfs dat was niet origineel. In 1974 probeerde de Amerikaanse oud-militair Samuel Byck een vliegtuig te kapen om het Witte Huis in te vliegen. Byck was slecht voorbereid en zijn actie eindigde met een vuurgevecht op de startbaan.

Al Qaida was in veel opzichten een ‘gewone’ terreurgroep, of een cluster van zulke groepen. Terroristische netwerken bestaan uit beperkte aantallen individuen. Om die uit te schakelen zijn relatief kleinschalige operaties nodig van speciale politiediensten en geheime commando’s. Oorlogsmethoden zoals de massale inzet van vliegtuigen, tanks en grondtroepen hebben nauwelijks nut.

 

Botsing van beschavingen

Bush maakte echter geen onderscheid tussen terroristen en ‘regimes die terroristen onderdak verlenen’. Hij dacht vooral aan Saddam Hoessein. Sinds de eerste Golfoorlog waren de VS erin geslaagd Irak in te dammen, maar Bush wilde het karwei van zijn vader afmaken en zocht vanaf dag één van zijn presidentschap naar een gelegenheid om Saddam ten val te brengen.

Een dag na 9/11 vroeg Bush zijn adviseurs te kijken naar een manier om Irak militair aan te pakken. Zij wilden wel, maar vonden het moment niet gunstig. Eerst moest het leger Afghanistan aanvallen, waar de verantwoordelijken voor 9/11 zich ophielden. Voor zo’n aanval was internationaal meer draagvlak dan voor een invasie van Irak.

Bush deelde de wereld op in ‘voor ons’ en ‘tegen ons’. elke regering die niet als vijand te boek wilde staan, moest Amerika steunen. bovendien beriep Washington zich op artikel 5 van de NAVO, dat zegt dat een aanval op één land een aanval op alle bondgenoten is. Toen Nederland niet direct in het gelid sprong, maar eerst zijn juristen aan het werk wilde zetten, kreeg het een stevige uitbrander. Besefte Den Haag niet dat ook de Nederlandse vrijheid op het spel stond?

Veel Nederlanders geloofden dat Al Qaida het ook op hen had gemunt. Op een internetforum stond eind 2001: ‘de terroristen haten vrijheid en Nederland is nog veel vrijer dan Amerika. Dus haten ze ons nog meer.’ Zulke redeneringen waren ook te beluisteren bij columnisten en intellectuelen die Samuel Huntingtons theorie over een ‘botsing van beschavingen’ aanhingen. Volgens hen was 9/11 het startsein voor een wereldomvattende strijd op leven en dood tussen het Westen en de islamitische wereld.

Wie de wereld opdeelt in beschavingen heeft geen oog voor de werkelijke motieven van terroristen, die lokaal van aard zijn. Kaukasiërs die een metrotrein in Moskou opblazen en Pakistanen die een bloedbad aanrichten in Mumbai willen niet ‘de vrije wereld’ vernietigen, maar de Russische en Indiase machthebbers dwingen hun gezag over een bepaald gebied – respectievelijk Tsjetsjenië en Kashmir – op te geven. Dat dergelijke machthebbers hun eigen agressie legitimeren als oorlog tegen het terrorisme doet daaraan niets af.

Ook 9/11 kwam voort uit een concrete grief van Bin Laden, namelijk tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabië. Tegen andere NAVO-landen plande Al Qaida geen acties, totdat zij troepen stuurden naar Afghanistan en Irak. Dat rechtvaardigt de aanslagen in Madrid en Londen en de dreigementen van Al Qaida tegen andere Europese landen allerminst. Maar het geeft aan dat het simplistisch is te denken dat moslimterroristen de hele westerse beschaving willen vernietigen omdat zij vrijheid haten.

Nederland was geen doelwit, maar stuurde wel soldaten naar Afghanistan en werd zo medeverantwoordelijk voor een heilloze oorlog. Ongeveer een week voor de invasie op 5 oktober 2001 nam bush met zijn adviseurs de strategie door. terwijl zij op landkaarten schoven met bommenwerpers en grondtroepen, nam de president plotseling het woord. ‘Ik flapte de vraag eruit die al die tijd in mijn gedachten was geweest: “En wie gaat straks het land regeren?”’ In allerijl werd een lokale stamleider, Hamid Karzai, aangewezen als toekomstige president. Een heldere exitstrategie hadden de Amerikanen echter niet.

 

Wie de wereld opdeelt in beschavingen heeft geen oog voor de werkelijke motieven van terroristen, die lokaal van aard zijn

 

Zoals verwacht kostte het geen enkele moeite de talibanregering te verjagen. Maar terwijl Washington victorie kraaide, ontsnapten de leiders van Al Qaida naar Pakistan. ‘We zullen ze uitroken uit hun holen. We zullen ze opjagen en rechtvaardigheid doen zegevieren,’ beloofde Bush op 15 september 2001. Maar Bin Laden zit veilig in zijn Pakistaanse grot. Ondertussen is Bush’ opvolger Barack Obama opgezadeld met een bloedig en peperduur conflict waarvan het einde nog niet in zicht is.

De oorlog tegen terrorisme heeft ook binnenlandse schade aangericht. Diverse regeringsmaatregelen in de VS en Europa hebben de vrijheid meer geschaad dan het terrorisme. Berucht is de Amerikaanse Patriot Act, maar echt controversieel is het Terrorist Surveillance Program (TSP), dat inlichtingendiensten toestaat zonder rechterlijke machtiging mobiele telefoons af te luisteren. In Groot-Brittannië zijn soortgelijke wetten ingevoerd.

 

Raar petje

 

In Nederland bleef de privacy van de burger over het algemeen gewaarborgd. Toch veranderde er iets in het alledaagse leven van de gemiddelde Nederlander. Ook in ons land ontstond een gevoel van onveiligheid. Hoewel in Nederland enkele moslimfundamentalisten actief zijn en buitenlandse terreurgroepen ons land soms gebruiken als doorvoerhaven of uitvalsbasis, is Nederland zelf in de afgelopen tien jaar niet door moslimterrorisme getroffen. De moord op Theo van Gogh in 2004 was een persoonlijke liquidatie en geen terroristische aanslag. Het kenmerk van terrorisme is dat door tamelijk willekeurige slachtoffers te doden een zo groot mogelijke groep mensen schrik wordt aangejaagd. De kans dat de gemiddelde Nederlander wordt getroffen door zo’n terroristische aanslag is zeer klein.

Toch zit sinds 9/11 de angst ons in de benen. Dat is bijvoorbeeld gebleken uit de paniek die een verwarde man kon veroorzaken tijdens de 4 mei-herdenking van 2010 op de dam. De Nederlandse overheid werkt dit soort schrikreacties in de hand. In 2006 startte de campagne ‘Nederland tegen terrorisme.’ In folders en op internet werden burgers opgeroepen tot waakzaamheid. ‘Let u vooral extra op in situaties waar veel mensen bij elkaar zijn,’ luidde een van de tips.

De toenmalige minister van justitie Donner riep mensen op om bedacht te zijn op uiterlijke kenmerken van medeburgers. Het gevolg is het Nederlandse treinverkeer wordt stilgezet wanneer iemand een raar petje op heeft of zijn tas heeft laten staan. Dit effect van de overheidscampagne komt akelig dicht in buurt van de primaire doelen van iedere terrorist, namelijk angst zaaien en het openbare leven ontregelen.

 

De veranderingen van de afgelopen tien jaar zijn niet het gevolg van 9/11, maar van de manier waarop het Westen daarop reageerde

 

De angst werkt ook door in de politiek. Een groeiend ongeduld van bepaalde politici met moslims in Nederland was al vóór 9/11 voelbaar, maar kreeg door de aanslagen in Amerika momentum. De in angstige verwarring verkerende media gaven Pim Fortuyn alle ruimte om zijn anti-islamitische programma te ontvouwen. Toen Fortuyn vervolgens werd vermoord en heilig verklaard, lag de weg open voor imitators als Marco Pastors en Geert Wilders.

Geen partij heeft de botsing van beschavingen zo tot haar centrale programmapunt gemaakt als de PVV. Wilders leeft van het moslimterrorisme, zoals de terroristen leven van politici als Wilders. Door de islam en de ‘joods-christelijk-humanistische cultuur’ voor te stellen als homogene en onverenigbare grootheden, bestaat het gevaar dat Wilders moslims in de armen van fundamentalisten drijft.

Terrorisme-experts zijn zich van die wisselwerking bewust. In 2004 waarschuwde de AIVD dat wanneer pers en politici stemming maken tegen de islam, dit de kans op radicalisering onder moslims vergroot. VVD-fractieleider Jozias van Aartsen en LPF-tweede kamerlid Joost Eerdmans voelden zich aangesproken en protesteerden, omdat de AIVD de vrijheid van meningsuiting zou willen inperken. Zij lieten zich hun succesvolle politieke agenda niet afpakken.

Is de wereld tien jaar na 9/11 veranderd? Er zijn twee heilloze oorlogen gevoerd in Afghanistan en Irak, die de regio verder hebben gedestabiliseerd en tot kraamkamer van nieuwe terroristen hebben gemaakt. Londen en Madrid hebben daarvoor de rekening gekregen, maar verder treft het terrorisme vooral de islamitische wereld. Een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict lijkt verder weg dan ooit. Amerikaanse en Europese burgers hebben een deel van hun rechten moeten inleveren in ruil voor een twijfelachtige veiligheid. In Europa en met name Nederland bepaalt angst voor moslims de politieke agenda en is alles wat anders en raar is verdacht.

Toch is er geen derde wereldoorlog uitgebroken, noch is er een nieuw tijdperk ingetreden. De islamitische wereld is even verdeeld en machteloos als altijd. Bovenal waren de veranderingen van de afgelopen tien jaar niet het gevolg van de aanslagen op 9/11, maar van de verkeerde manier waarop het westen daarop reageerde.

In de geschiedenis van het terrorisme waren de aanslagen in New York en Washington bijzonder vanwege de schaal van verwoesting en het hoge aantal slachtoffers. Bovendien waren het de eerste terroristische aanslagen die miljoenen mensen semi-live op televisie zagen plegen. In de emotie van het moment dachten velen dat er maar één conclusie mogelijk was: oorlog. Hoe begrijpelijk ook, die conclusie was verkeerd. We hadden onszelf en de wereld veel kunnen besparen als we toen het hoofd koel hadden gehouden.

 

Commentaar Maarten

‘De Verenigde Staten hebben na 9/11 een volstrekt onjuiste analyse gemaakt, die leidde tot onwaarschijnlijk kostbare fouten. Zo kost de oorlog in Irak op de lange termijn 3000 miljard dollar, terwijl Saddam na de eerste Golfoorlog allang geen machtsfactor van betekenis was. De VS, en ook Europa, zijn veel tijd kwijt geweest aan de verkeerde prioriteiten. Hoe gek het ook klinkt, de aanslagen op de Twin Towers waren historisch gezien een marginale gebeurtenis. De veranderingen in Azië, met de opkomst van China en India, zijn veel belangrijker.’

Uit Maarten! 2011-2

 

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.