Hoe Amerika zijn superioriteit verloor

Hoe Amerika zijn superioriteit verloor

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

dinsdag 20 november 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Soms lijkt het alsof de Amerikanen de Koude Oorlog missen. Ze hebben dit conflict gewonnen, maar de wereldorde daarna niet weten te verbeteren. Sindsdien hebben ze heimwee naar hun vroegere grootheid. Maar ook Donald Trump zal er niet in slagen de oude glorie te herstellen.


Uit Maarten! 2018-3

De Koude Oorlog is het strategische en ideologische conflict tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tussen 1945 en 1989. Na de onzekerheden van de eerste jaren en afgezien van een enkele ernstige crisis was het een stabiel systeem waarin de meeste naties hun plaats wisten. Het was een bipolair systeem, maar de VS waren steeds de machtigste partij door de veel grotere omvang en de dynamiek van de Amerikaanse economie. In feite waren de VS al sinds de Eerste Wereldoorlog de hegemoniale wereldmacht. In de rommelige wereld van nu, en zeker met de systeemvijandige Donald Trump als luidruchtigste speler op het wereldtoneel, verlangen velen wellicht even terug naar de stabiele perioden van de Koude Oorlog. In de hoogtijjaren daarvan zagen zeker de hoofdrolspelers in het bipolaire systeem alle problemen van de internationale politiek door de soms sterk vertekenende Koude Oorlogsbril.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog was onvermijdelijk dat de Sovjet-Unie en de VS de hoofdrollen zouden spelen in de naoorlogse machtsverhoudingen. De rol van Engeland was uitgespeeld. Het land was failliet en het Empire stond op instorten.
 

Amerikaanse orde

Hoe de nieuwe machtsconstellatie er precies zou uitzien was niet direct duidelijk. De VS waren in 1945 verantwoordelijk voor de helft van de totale mondiale productie van industriële goederen. Ze waren bovendien technologisch superieur en beschikten als enige natie over nucleaire wapens, die ze op 6 en 9 augustus gebruikt hadden om het halsstarrige Japan op de knieën te dwingen. Ze boden hun bondgenoten een aantrekkelijk internationaal financieel systeem, dat rustte op de ijzersterke dollar en de leenfaciliteiten van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

De Sovjet-Unie was weliswaar een droevige ruïne tot de lijn Leningrad-Moskou-Stalingrad, maar beschikte door de enorme successen van het Rode Leger vanaf de zomer van 1943 over een ijzersterke strategische positie in Oost- en Centraal-Europa en de Balkan. In 1945 was voor iedereen die iets begreep van Realpolitik duidelijk dat Sovjetleider Jozef Stalin die positie niet meer zou opgeven. Dat lag niet in de eerste plaats aan zijn slechte karakter; ook de Deense regering had die positie in vergelijkbare omstandigheden niet opgegeven.

Stalin dacht dat Duitsland na twintig jaar zou herrijzen. Een stevige bufferzone was daarom noodzakelijk. Daar kwam nog bij dat er in tal van West-Europese naties grote communistische partijen waren en dat het communisme in aanzien stond. Was het immers niet vooral de Sovjet-Unie die nazi-Duitsland had verslagen?

Al sinds de Eerste Wereldoorlog waren de VS de hegemoniale wereldmacht

Zeker na de dood van Franklin Roosevelt en het aantreden van de sympathieke, maar simpele, nationalist Harry Truman hadden de Amerikanen grote moeite met de aanvaarding van de bufferzone en zeker met de modus operandi om die bufferzone te behouden. Er was in de strategische zone van het Rode Leger veel verzet tegen de Russische aanwezigheid. De Amerikanen zagen het Russische optreden niet als defensief, maar als offensief: de Russen hadden hun revolutionaire streken niet verloren, het was hun te doen om de wereldmacht. In Washington groeide een paranoïde obsessie - en in Stalins duistere brein was het al niet anders. De oorlog was nog niet afgelopen of de beide grote overwinnaars zagen elkaar als een nog gevaarlijker tegenstander dan nazi-Duitsland. West-Europa was er in die eerste naoorlogse jaren slecht aan toe, en de helse winter van 1946-1947 verergerde de situatie nog. De Amerikanen wilden tot elke prijs vermijden dat West-Europa een gemakkelijke prooi zou worden voor de communistische partijen.

Op 12 maart 1947 kwamen ze met de Trumandoctrine, een ideologische oorlogsverklaring aan de Sovjet-Unie, die echter niet bij name werd genoemd. Een paar maanden later kwamen ze met het Marshallplan voor 100 miljard dollar (de huidige waarde) aan leningen en giften ten behoeve van de reconstructie van West-Europa. In april 1949 volgde de oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), een militair bondgenootschap, dat voorlopig militair niet veel te betekenen had, maar wel voorzag in een essentiële veiligheidsgarantie van de VS aan de West-Europese bondgenoten. Ondertussen werden de drie westelijke bezettingszones van Duitsland weer op de been geholpen en vormden zij in 1949 de Bondsrepubliek Duitsland. Ook de Oost-Duitsland kreeg Marshallhulp. Stalin probeerde deze gang van zaken nog te verhinderen met een blokkade van Berlijn, maar de Amerikanen wisten Berlijn een jaar lang door de lucht te bevoorraden. Zo was in rap tempo een nieuwe, door de Amerikanen gesteunde en gegarandeerde orde in Europa opgetrokken.
 

Bloedige patstelling 

Terwijl het nieuwe, door de VS gedomineerde Europa uit de steigers kon, leek in Azië alles mis te gaan. In 1949 wonnen de communisten de Chinese burgeroorlog en moesten de door de Amerikanen gesteunde nationalisten van de Kwomintang naar Taiwan vluchten. Het jaar daarna viel Noord-Korea Zuid-Korea aan. Stalin had daarvoor zijn toestemming gegeven, en materiaal geleverd, maar geen verdere assistentie toegezegd. Dat leek ook niet nodig. Kim Il-sung, de opa van Kim Jong-un, rekende op snel succes. Dat was hem echter niet gegeven. Hoewel Korea niet van grote strategische betekenis was, meenden de Amerikanen – overigens geheel ten onrechte – dat deze aanval een eerste zet was in een agressieve, mondiale veroveringsoorlog die Stalin op het oog had. De Noord-Koreanen werden weer teruggedrongen, en toen de Amerikanen, die onder de vlag van de Verenigde Naties vochten, te ver naar het noorden oprukten, intervenieerden Chinese troepen. Vervolgens ontwikkelde de oorlog zich tot een bloedige patstelling. Tot op de dag van vandaag is geen officiële vrede gesloten.

De Koreaanse oorlog had heilloze effecten. De Amerikanen begonnen een enorm bewapeningsprogramma en de Sovjet-Unie volgde. De Amerikanen waren van mening dat ook de NAVO-bondgenoten flink moesten bewapenen, inclusief Duitsland. Maar Duitse herbewapening vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog lag gevoelig. Aanvankelijk werd gedacht aan een geïntegreerde Europese krijgsmacht, maar in 1955 werd besloten dat een nieuwe Bundeswehr deel van de NAVO zou uitmaken. In Europa was de patstelling van de Koude Oorlog daarmee wel zo’n beetje voltooid.

In Washington groeide een paranoïde obsessie en in Stalins duistere brein was het al niet anders

Die patstelling werd onderstreept doordat de westelijke naties werkeloos toekeken toen in 1956 volksopstanden in Polen en Hongarije werden onderdrukt. Alleen Berlijn, waar de burgers van Oost-Duitsland gewoon ongehinderd naar het westen konden vertrekken, was nog een probleem. Dat werd in augustus 1961 door de communisten opgelost met de bouw van de Muur. Nu Trump de ronduit onzinnige stelling verdedigt dat de Europese economische integratie is opgezet om de Amerikanen te bestelen, is het nuttig erop te wijzen dat de snelle economische integratie van Europa in de jaren na de oorlog de volledige steun van de VS had.
 

Niets dan ellende 

Ondertussen was de Koude Oorlog bezig zich naar de derde wereld te verplaatsen. De Koude Oorlog in de derde wereld heeft miljoenen slachtoffers gemaakt en de beide ideologische belligerenten niets dan ellende opgeleverd. Dit onderdeel van de Koude Oorlog was het gevolg van de snel verlopende dekolonisatie van de Europese koloniale imperia. In de VS bestond de voortdurende vrees dat de nieuwe naties voor het communisme – en dus de Sovjet-Unie – zouden kiezen. Was het communisme voor primitieve economieën niet een interessant ontwikkelingsmodel?

Zo raakten de Amerikanen betrokken bij de dekolonisatie van Frans-Indochina en probeerden ze Fidel Castro uit Cuba te verjagen. Het conflict met Castro en zijn revolutionaire regering leidde tot een nucleaire confrontatie met de Sovjet-Unie. Tegen de beloften in stelden de Russen nucleaire wapens op Cuba op om Castro te beschermen. President John F. Kennedy vond dat onacceptabel en de spanningen liepen hoog op. Volgens velen was dit het gevaarlijkste moment van de Koude Oorlog. Dat valt echter te betwijfelen. Kennedy en de Russische leider Nikita Chroesjtsjov waren zich bewust van de risico’s en hebben beiden ruim op tijd bakzeil gehaald.

De staalindustrie legde het af tegen de zeer geavanceerde Japanse staalindustrie

De confrontatie over Cuba in oktober 1962 leidde tot een zekere toenadering, die we ‘detente’ noemen. Washington en Moskou zagen in dat betere onderlinge contacten - onder meer door de plaatsing van telexmachines - en betere afspraken risicovolle momenten konden voorkomen. Het waren de Republikeinse president Richard Nixon en zijn onbetrouwbare medewerker Henry Kissinger die de detente tot een heel systeem ontwikkelden. Er kwam daardoor geen einde aan de Koude Oorlog, maar deze werd voorzien van complexe regelgeving, waarbij de VS de belangrijkste speler bleven en de Sovjet-Unie werd aanvaard als een soort juniorpartner in het gereguleerde spel. De Sovjet-Unie zelf had het gevoel als gelijkwaardig erkend te zijn.
 
Nixon bezocht in 1972 (natuurlijk een verkiezingsjaar) volkomen onverwacht Peking. Hij wilde zo de relatie met China verbeteren. Bovendien kon hij de Russen – die toenadering van de twee grote mogendheden tot elkaar vreesden – onder druk zetten om tot afspraken te komen. Een paar maanden later bracht de Amerikaanse president een bezoek aan Moskou, waar hij een verdrag ondertekende ter beperking van de strategische nucleaire wapens (SALT I). Het leek of de Koude Oorlog was getemd; niemand maakte zich nog zorgen over een bomvrije schuilplaats!

Na ruim 25 jaar Koude Oorlog was de situatie in de wereld grondig veranderd. Vooral de positie van de Sovjet-Unie was anders dan in de naoorlogse jaren. Nog steeds waren de VS militair en economisch verreweg de sterkte natie, maar van hun ooit zo superieure onaantastbaarheid was niet veel meer over. Ze waren in de loop van de jaren zestig steeds dieper verstrikt geraakt in een oorlog met het communistische Noord-Vietnam en de Vietcong in Zuid-Vietnam. In 1973 sloten ze een ‘eervolle’ vrede, die niets anders was dan een pijnlijke nederlaag. In 1975 kwam het vernederende einde toen honderden Vietnamezen en Amerikaans ambassadepersoneel panisch geëvacueerd moesten worden van het dak van de Amerikaanse ambassade in Saigon.

Daar bleef het echter in die jaren niet bij. In 1971 zag Nixon zich gedwongen de ooit zo almachtige dollar te devalueren. Het spectaculaire economische herstel van West-Europa en Japan legde zwakheden in het Amerikaanse productieapparaat bloot. Symbool van die zwakheden was de snelgroeiende import van kleine Duitse en Japanse auto’s, die zowel goedkoper als zuiniger en duurzamer waren dan de blikken slagschepen die de Amerikaanse auto-industrie leverde. Zuinigheid was een belangrijk punt geworden door de oliecrisis van 1973, die was veroorzaakt door de Jom Kipoer-oorlog.

Belangrijke Amerikaanse industrietakken werden geplaagd door achterstand die het gevolg was van hun aanvankelijke voorsprong. De staalindustrie legde het af tegen de zeer geavanceerde Japanse staalindustrie. Zo begon de de-industrialisatie, die enorme gevolgen zou hebben voor de Amerikaanse samenleving.
 
Een morele klap was de Watergate-affaire. Nixon was betrokken bij een inbraak in het hoofdkwartier van de Democraten – een criminele handeling - en trad af toen een impeachmentprocedure dreigde. Tegelijkertijd leken de Amerikanen minder succesvol in de eindeloze competitie die de Koude Oorlog was. De detente was deels gebaseerd op de nucleaire gelijkwaardigheid van de Sovjet-Unie. De VS waren niet meer vanzelfsprekend the greatest.
 

Simpele ziel

Het contrast tussen de VS in de jaren vijftig en halverwege de jaren zeventig veroorzaakte aan de rechterzijde van de Republikeinse Partij een ideologische opstand, waarvan Ronald Reagan de woordvoerder, maar niet de bedenker was. Het kostte Gerald Ford, de niet-gekozen opvolger van Nixon, de grootste moeite om Reagan in 1976 van de nominatie af te houden. Het Committee on the Present Danger, een gezelschap van Republikeinen en Democraten dat meende dat de Amerikaanse positie ernstig was verzwakt, verwierf grote invloed met de paranoïde boodschap dat van gelijkwaardigheid in de Koude Oorlog geen sprake meer was: de Sovjet-Unie had een levensgevaarlijke militaire voorsprong genomen. Nucleaire pariteit was volgens het Committee niet voldoende.

De VS worden nooit meer wat ze tussen 1945 en de vroege jaren zestig waren: onmiskenbaar superieur

Vier jaar later zouden tientallen leden van het Committee deel gaan uitmaken van Reagans regeringsploeg. Maar de presidentsverkiezingen daarvoor verloor Ford, die het gebruik van het woord ‘detente’ tijdens de campagne had verboden, van Democraat Jimmy Carter. Het zat Carter in de buitenlandse politiek niet mee. Zijn enige aansprekende prestatie was het vredesverdrag tussen Israël en Egypte. Carter had intelligente ideeën over een verdere afbouw van de Koude Oorlog, maar de leiders van de Sovjet-Unie waren terughoudend en argwanend. Het kwam toch tot onderhandelingen en een SALT II-verdrag, maar dat is nooit getekend.

In 1979 bezetten de Russen Afghanistan, en dat leidde bij Carter zonderling genoeg tot een traumatische overreactie. De Russen waren volgens hem op weg naar de Perzische Golf (vanwege de olie) en de Indische Oceaan. Het sloeg nergens op, maar Carter draaide door.

Het werd nog erger toen in november 1979 radicale islamitische studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran bezetten. Carter kon daar weinig aan doen, maar verkoos er elke dag aandacht aan te besteden, hetgeen zijn machteloosheid benadrukte. Een bevrijdingspoging werd een echec. Carter verloor in november 1980. 

Zijn opvolger Reagan werd door velen gezien als een simpele ziel, maar retorisch stond hij zijn mannetje. Hij schilderde de Sovjet-Unie af als het Rijk van het Kwaad en begon aan een omvangrijke en kostbare herbewapening om de zogenaamd verloren superioriteit te herstellen. In 1983 kwam hij met het Star Wars-programma, dat zou moeten zorgen voor een effectieve verdediging tegen ballistische projectielen. Al die dure plannen veranderden niets aan de nucleaire pariteit die de essentie van de latere Koude Oorlog was.
 
De Republikeinen geloven tot op de dag van vandaag dat Reagans herbewapening de Sovjet-Unie tot overgave heeft gedwongen. Daar is echter geen enkel bewijs voor. De bejaarde leiders van de Sovjet-Unie hebben zich zeker zorgen gemaakt over Reagans retoriek, maar dat was niet de oorzaak van de verbazingwekkende gebeurtenissen van de tweede helft van de jaren tachtig.

Het ging al jaren slecht met de Sovjeteconomie. Van groei was nauwelijks sprake en het enorme bureaucratische apparaat dreigde vast te lopen. Hervormingen waren noodzakelijk. Tegelijkertijd gingen de bejaarden in het Politbureau in hoog tempo achter elkaar dood. Zodoende kwam het jongste en meest hervormingsgezinde lid van het Politbureau in 1985 aan de macht: Michael Gorbatsjov. Tot verbazing van iedereen maakte Gorbatsjov al snel duidelijk dat hij de Koude Oorlog wilde beëindigen. Die kostte de Sovjet-Unie enorm veel geld vanwege subsidies aan de Oostbloklanden, en de strategische verhoudingen hadden zich zo ontwikkeld dat een bufferzone tussen de Sovjet-Unie en West-Europa niet langer noodzakelijk was.

De Koude Oorlog heeft in de derde wereld miljoenen slachtoffers gemaakt

De Oostbloklanden moesten verder zonder garanties van de Sovjet-Unie. Gorbatsjov maakte duidelijk niet te zullen interveniëren om de communistische regimes overeind te houden. Dat leidde tot een versneld en grotendeels vreedzaam democratiseringsproces in Oost-Europa - alleen in Joegoslavië liepen de zaken gruwelijk uit de hand. Een herenigd en daardoor flink wat groter Duitsland werd lid van de NAVO. Eind 1989 concludeerden de Sovjet-Unie en de VS tijdens een topconferentie in Malta dat de Koude Oorlog daadwerkelijk voorbij was.

Gorbatsjov streefde nu naar een democratische, maar wel socialistische Sovjet-Unie, die toenadering zou zoeken tot West-Europa. Zijn hervormingspolitiek was echter geen succes; de Sovjet-Unie takelde af. In 1991 blies Boris Jeltsin, de democratisch gekozen leider van de deelrepubliek Rusland, de Sovjet-Unie op. Hij wilde een eind maken aan de heerschappij van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie door de grootste deelrepublieken tot zelfstandigheid aan te zetten. Het einde van de Sovjet-Unie betekende ook het einde van Gorbatsjov, die president van de Sovjet-Unie was.
 

Triomfanalisme 

De VS hadden de Koude Oorlog gewonnen, al was het maar omdat de Sovjet-Unie die oorlog had verloren. Het was na al die bipolaire jaren een groots unipolar moment. Een zeker triomfalisme was begrijpelijk, maar heeft al te lang geduurd. De VS hadden, zij het ongetwijfeld tijdelijk, de mogelijkheid de wereldorde te verbeteren.

Maar ze hebben de mogelijkheden van dit unieke moment niet erg creatief gebruikt. De ontplofte Sovjet-Unie werd aan haar treurige lot overgelaten en raakte jarenlang in verval. Waarom in die jaren niet de helpende hand geboden? Waarom niet meer gemaakt van de door Gorbatsjov gewenste toenadering tot Europa?

Nu zitten we met een gedeukt en revanchistisch Rusland, dat dan ook nog eens in het kader van de ‘privatisering’ van de economie is leeggestolen door zijn eigen elite. Tegelijkertijd leek het wel of de Amerikanen hun geliefde Koude Oorlog misten. Van de terroristische aanval van 9/11 maakten ze onmiddellijk een vergelijkbaar conflict, een global War on Terror. Ze kozen niet voor een beperkte en adequate reactie.

Trumps stelling dat de EU is opgezet om de Amerikanen te bestelen, is onzinnig

De omvangrijke militaire acties in Irak en Afghanistan, geheel naar het patroon van de Koude Oorlog, hebben louter negatieve effecten gehad. Trump wil de VS ‘great again’ maken, net als de leden van het Committee on the Present Danger en Reagan dat wilden, maar de VS zullen nooit meer worden wat ze tussen 1945 en de vroege jaren zestig waren: onmiskenbaar superieur! Dat is niet de schuld van de bondgenoten en China, zoals de huidige president lijkt te denken, maar van een grondig veranderde wereld.

Uit Maarten! 2018-3
 
dinsdag 20 november 2018

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.