'Een Europees leger en de NAVO kunnen niet naast elkaar bestaan'

'Een Europees leger en de NAVO kunnen niet naast elkaar bestaan'

DOOR LAURENS BLUEKENS

donderdag 30 mei 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

De laatste maanden wordt de roep om een Europees leger sterker. Vooral de Franse president Macron maakt zich er hard voor. Maar hoe levensvatbaar is zo’n leger? In gesprek met defensie-expert Christ Klep.

U stelt dat een Europees leger nu nog niet haalbaar is. Waarom?
Klep: ‘Europese landen houden nog te veel vast aan hun soevereiniteit, en de inzet van de krijgsmacht wordt gezien als ultiem wapen van die soevereiniteit. Voordat de droom van een Europees leger waarheid kan worden, moet eerst de politieke integratie van Europa verder voortgeschreden zijn. Je moet de Europese Unie als zeer geslaagd economisch experiment zien dat een jaar of twintig geleden ook een politieke poot heeft gekregen. Maar een Europees leger en de NAVO kunnen niet naast elkaar bestaan. Als de NAVO na de Koude Oorlog ineen was gestort, hadden we het volgens mij minder moeilijk gevonden een Europees leger op te bouwen.

Politici onderschatten ook hoe moeilijk het is, organisatorisch gezien, om een goed functionerend leger te krijgen. Tijdens een oorlog duurt het zo’n één tot drie maanden tot een leger enigszins doelmatig functioneert, maar in vredestijd duurt zoiets jaren. Je moet dan permanent met alle landen oefenen en hun dezelfde procedures en cultuur aanleren. Het ouderwetse vechtwerk is op statelijk niveau al heel moeilijk te organiseren, maar op interstatelijk niveau is het haast niet te doen. Het inbedden van 27 verschillende militaire culturen in één organisatie wordt bijvoorbeeld door D66 sterk onderschat.’

'De Fransen hebben al decennialang de neiging om de militaire macht naar zich toe te trekken'

Wat zijn de belangrijkste strategische verschillen tussen de Europese landen?
Klep: ‘Vooral het verschil tussen de Duitsers en de Fransen is belangrijk. De Fransen hebben al decennialang de neiging om de militaire macht naar zich toe te trekken omdat ze het sterkst willen zijn op het continent. Zij zien een Europees leger vooral als een leger dat op expedities gaat in het Midden-Oosten en Afrika: mobiel en niet heel zwaarbewapend, zodat militairen in korte tijd naar een andere plek op de wereld kunnen. De Duitsers zien een Europees leger als een organisatie die de vrede in Europa zelf moet bewaren. Ook andere landen verschillen van voorkeur. Nederland en Groot-Brittannië denken het liefst trans-Atlantisch, terwijl Spanje en Italië vooral naar de veiligheid op de Middellandse Zee kijken. En de Oost-Europese landen zijn gespitst op wat Rusland doet.

Uiteindelijk komen de Europese landen uit bij de ultieme vraag: zouden hun militairen willen sneuvelen voor een ander Europees land, bijvoorbeeld de Baltische staten? Ik ben ervan overtuigd dat als de Baltische staten door Rusland zouden worden aangevallen, we zouden terugvechten. Maar dan zou dat via de NAVO gaan.’
 
Is er op dit moment een serieuze dreiging voor Europa?
Klep: ‘Nee, niet in de conventionele zin, want Rusland, China en de Verenigde Staten hoeven op dit moment niet voor hun voortbestaan te vrezen. De wereld wordt alleen maar veiliger, en dat is ook de overheersende mening van het establishment. De NAVO is opgericht voor de territoriale verdediging van Europa en is na de Koude Oorlog blijven bestaan omdat de NAVO haar kaarten heel slim heeft gezet op het verdedigen van een gezamenlijke cultuur en op antiterrorisme. Vooral de missie in Afghanistan heeft de NAVO weer nieuwe bewijskracht verleend, dus ik verwacht dat de NAVO zeker de komende tien jaar wel zal overleven. De situatie zal dan niet veel veranderd zijn, denk ik, omdat alle belangrijke spelers belang hebben bij behoud van de situatie.

De Russen zouden wel gek zijn om de Baltische staten aan te vallen. Ik vergelijk de situatie weleens met een Rubiks kubus: Poetin staat ’s ochtends op en heeft een aantal opties met zijn kubus. De ene as staat voor gebied (hij kan overal langs de grenzen van Rusland wat doen), de tweede as voor escalatieniveau (hij kan vredesvoorstellen doen, maar ook naar kernwapens grijpen, of daar in elk geval mee dreigen) en de derde as voor tijd (wanneer gaat hij over tot een bepaalde actie?). Maar Poetin moet binnen de grenzen van dit spel blijven. De Krim en Oost-Oekraïne liggen binnen de kubus, maar de Baltische staten vallen daarbuiten. Als hij die zou aanvallen, zou Poetin zijn hand overspelen, want het Russische leger is er slecht aan toe. Op de een of andere manier hebben we het leger in ons hoofd opgewaardeerd, maar in werkelijkheid kan Rusland niet eens gecoördineerd met hele divisies opereren.

'Het Amerikaanse beleid zwabbert voortdurend tussen politieagent van de wereld en isolement'

De Amerikanen dringen er bij de Europese landen op aan dat ze zichzelf moeten kunnen verdedigen en hun NAVO-verplichtingen dienen op te voeren. Overdrijven de Amerikanen hun inspanningen voor de NAVO niet?
Klep: ‘Het slechtste wat de Amerikanen kan overkomen, is dat de Europeanen voor hun eigen verdediging gaan zorgen en niet meer met de Amerikanen samenwerken. West-Europa is voor hen de meest voor de hand liggende partner en zonder steun van die landen zou het voor Amerika heel moeilijk worden het buitenlandse beleid uit te voeren. Dat beleid zwabbert voortdurend tussen politieagent van de wereld en isolement, en dat zal zo blijven. Ik denk dat de Europese leiders de tijd dat Trump in het Witte Huis zit gewoon uitzitten en erop rekenen dat het Amerikaanse buitenlandse beleid daarna wel weer naar het midden zal tenderen. Als de Amerikanen hun handen van Europa aftrekken, weet je dat ze over dertig jaar weer richting Europa zullen trekken om hete kastanjes uit het vuur te halen.

Het is overigens onzin dat de discussie over een Europees leger is losgebarsten door de woorden van Trump [over Europese bijdragen aan de NAVO en plannen van de VS om de NAVO te verlaten, red.] De Fransen lopen al lang rond met hun plan voor een Europees leger. In het begin van de jaren vijftig was er bijvoorbeeld al een poging met de Europese Defensiegemeenschap. Macron bouwt voort op deze erfenis.

Zoals gezegd, denken de Duisters anders dan de Fransen over zo’n leger. De Fransen en Duitsers hebben geprobeerd samen te werken in Afrika, maar dat werkte niet, omdat ze het niet eens konden worden over het risico dat de troepen mochten lopen. Over sneuvelen ging het nog niet eens. Zolang je dit soort discussies moet voeren, zul je nooit een Europees leger kunnen bouwen dat de NAVO kan vervangen.’
 
Op Europees niveau zijn er toch al verschillende samenwerkingsverbanden?
Klep: ‘Ja, maar die zijn strikt functionalistisch en werken daarom goed. Neem bijvoorbeeld het European Air Transport Command, een internationaal commandocentrum voor militair luchtvervoer. Dat komt erop neer dat er een spreadsheet aan de muur hangt waarop staat hoeveel vliegtuigen er de komende tijd in de lucht gehouden moeten worden en hoe je dat voor elkaar krijgt. Dat is puur organisatorisch en technocratisch werk, en dat is goed te doen. Maar het is iets heel anders dan een Europees leger waarbij het ene land tegen het andere kan zeggen dat er over twee weken ten noorden van Hamburg een brigade klaar moet staan. Want hoeveel mensen mogen daar dan bij sneuvelen? En in zo’n situatie moet ik ook een vervangende brigade achter de hand hebben. Kijk ook naar het Duits-Nederlandse legerkorps in Münster, dat al sinds 1995 bestaat. Zelfs daar vindt men het moeilijk om de militaire culturen op elkaar afgestemd te krijgen, terwijl dat alleen nog maar stafwerk is en geen echte oorlog.

Een serieuzere stap richting een Europees leger die nu al genomen kan worden, is het opzetten van een gezamenlijk investeringsprogramma waarbij voor alle landen een investeringsquotum geldt. Je moet letterlijk zeggen: over twintig jaar willen we een European Battle Group hebben die zelfstandig operaties kan uitvoeren op NAVO-niveau. Dat wil zeggen, met tanks en pantservoertuigen, luchtverdediging en kennis hoe te vechten in een kernoorlog.’

'Het is altijd makkelijker om angst te zaaien dan te zeggen dat het goed gaat, terwijl het laatste toch echt het geval is'

Een volwaardig Europees leger is op dit moment verre van reëel. Toch hebben politici er de mond vol van. Waarom?
Klep: ‘In het jargon heet dat “strategische dubbelzinnigheid”. Zo gebruikte Obama het idee van “Global Zero” voor een kernwapenvrije wereld. Iedereen wist dat dat misschien over vijftig jaar een keer gaat gebeuren, maar de term kan blijven circuleren omdat er een zekere realiteitszin achter het idee zit en iedereen het er wel over eens is dat het wel een keertje moet gebeuren. Zo is het met een Europees leger ook. Politici praten graag over een idee om de weg alvast te plaveien voor een moment dat nog mijlenver van ons af ligt. Dat soort retoriek is nodig om uiteindelijk iets voor elkaar te krijgen.

Mensen bang maken, bijvoorbeeld voor een Russische aanval of een vaag abstract gevoel dat er over vijf of tien jaar een wapen gaat komen dat de hele situatie zal veranderen, werkt dan heel goed. Sinds het einde van de Koude Oorlog wordt er al gesproken over groeiende onzekerheid. Als je dat moet geloven, worden we dus elke dag een beetje onzekerder. Het is altijd makkelijker om angst te zaaien dan te zeggen dat het goed gaat, terwijl het laatste toch echt het geval is.’
 
Waarom werkt de NAVO wel en een Europees leger niet?
Klep: ‘De NAVO is al ruim tientallen jaren het meest geïntegreerde bondgenootschap ter wereld, waarin landmacht, marine en luchtmacht goed met elkaar samenwerken. Het heeft simpelweg te maken met vertrouwdheid, maar ook met vrijblijvendheid. Iedereen denkt bij de NAVO aan artikel 5, dat voorschrijft dat alle landen verplicht zijn om mee te helpen als één van de landen wordt aangevallen. Maar in werkelijkheid werkt dat niet zo, want de leden van de NAVO mogen zelf kiezen of en hoe ze zich willen inzetten voor een actie. Er wordt wel druk uitgeoefend, maar uiteindelijk is het geen verplichting.

Wat ook telt is dat de NAVO voor zoveel meer dan alleen een militair bondgenootschap staat, zoals democratie en verantwoordelijkheid. Dat is een historisch gevoel dat steunt op twee gedachten: het idee dat Frankrijk en Duitsland niet meer met elkaar in gevecht mogen raken en de Koude Oorlog. Na de Tweede Wereldoorlog leidden de dreiging van de Sovjet-Unie en het idee dat West-Europa in het Amerikaanse kamp moest blijven tot een first mover incentive: een prikkel die de oprichters van een organisatie nodig hebben om mee te willen doen. Bij een Europees leger is er nooit zo’n prikkel geweest op militair gebied. We hebben dus een gezamenlijke vormende gebeurtenis nodig om de Europese landen voldoende stimulans of emotie te geven om een Europees leger op te zetten.’
 
 

Hoe zou dat moment eruit kunnen zien?
Klep: ‘Landen als Bulgarije en Roemenië hebben nog allerlei territoriale claims in andere landen. Als zoiets uit de hand loopt, zou dat zowel de noodzaak van de NAVO kunnen onderstrepen als het bestaande systeem kunnen ondergraven. Ik zie het niet snel gebeuren, maar het is in mijn ogen op dit moment wel de meest realistische gebeurtenis die het begin van een Europees leger zou kunnen betekenen.’
 
Zou een Europees leger ook een besparing opleveren, omdat veel kosten worden gedeeld?
Klep: ‘Nee. De gedachte dat je een leger kunt opbouwen als een bedrijf, met de taken verdeeld en gericht op efficiëntie, is niet juist. In elk Europees land zul je een landmacht, marine en luchtmacht nodig hebben. Dat drietal moet één geoliede machine vormen. Hoe ga je dat in Europa vormgeven? Stel, je zegt tegen de Spanjaarden dat zij de marine krijgen en dat ze geen landmacht nodig hebben. Dan zal Spanje zeggen: wacht even, we hebben nog een probleempje met Groot-Brittannië op de rots van Gibraltar, dus we hebben wél zelf een landmacht nodig.

Bondgenoten gedragen zich bovendien vaak grillig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit coalitieoorlogen uit het verleden, zoals die tegen Napoleon. Daarin gedroegen bondgenoten zich onbetrouwbaar. Dat is ook de grote klacht van de Amerikanen op dit moment in Afghanistan: de bondgenoten doen niet goed mee.

Het is ook een misverstand dat legers alles kunnen oplossen met techniek. Over dertig jaar lopen militairen gegarandeerd nog in camouflagepakken over de vlakte. En van cyberdreiging en wat ze hybride oorlogvoering noemen – vooral de niet-militaire, Skripal-achtige gebeurtenissen – kun je je afvragen of daar wel een taak voor het leger ligt. Ik zou zeggen: laat dat over aan de civiele autoriteiten. Oorlog is een bijzondere tak van sport. Het is een gewelddadige confrontatie waarbij doden vallen. Maar de laatste jaren wordt steeds meer gedacht dat je militairen ook kunt inzetten voor civiele taken, bijvoorbeeld als politieman. Daarmee moeten we oppassen. Laat militairen vooral militair werk doen. Daardoor krijgt de NAVO meer betekenis en dan kan de Europese Unie zich op de civiele kant van de veiligheid storten. Dat gebeurt nu al met de integratie van de inlichtingendiensten en terreurbestrijding. Het is een kortzichtige gedachte dat als iets maar zichtbaar is, zoals militairen op straat of parades, het goed is.’

Uit Maarten! 2019-1. 
donderdag 30 mei 2019

Gerelateerde artikelen

Hoe Amerika zijn superioriteit verloor

dinsdag 20 november 2018

Uit de oude doos: Waarom de geheime diensten overbodig zijn

maandag 12 maart 2018

Nu of nooit

donderdag 7 december 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.