2017-06-08 18:00:00
Maarten! 10 Jaar

Maarten over Mark Rutte: ‘Zijn koers is beschamend onnozel’

Maarten over Mark Rutte: ‘Zijn koers is beschamend onnozel’

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

woensdag 25 oktober 2017

Hij is slim, pragmatisch en flexibel, en maakt grote kans om voor de derde keer premier te worden, schreef Maarten eind vorig jaar. Maar Mark Rutte valt niet te betrappen op visies of grootse ideeën. Hij verkiest vaagheid en een lachwekkend Plan.

Uit Maarten! 2016-4

Mark Rutte is een briljant politicus, dat heeft hij de afgelopen jaren overtuigend bewezen. Hij leidde twee geheel verschillende kabinetten. Het eerste, dat werd gevormd door VVD en CDA, had geen meerderheid in de Tweede Kamer, zodat het gedoogd moest worden door de PVV. Het tweede was een combinatie van VVD en PvdA, een partij die Rutte kort tevoren nog had beschreven als een gevaar voor het vaderland. Dat kabinet had geen meerderheid in de Eerste Kamer, waardoor het eerste jaar voortdurend de val van het kabinet werd aangekondigd. Vervolgens werd een gedoogcoalitie op de been gebracht van D66, CU en SGP. Het was een heksentoer, maar het ziet ernaar uit dat het kabinet de eindstreep gaat halen.

Rutte toonde zich in al die jaren intelligent, flexibel en empathisch. Hij is benaderbaar en staat met iedereen in het politieke bedrijf op goede voet. Hij schermt zich niet af met een ijzeren garde van poortwachters en beschikt over een netwerk zonder weerga. Hij bewees zich als een zelfverzekerde, lenige en brutale debater, ook onder moeilijke omstandigheden. Hij opereerde meerdere malen op de rand van de afgrond, zonder zijn creativiteit en goede humeur te verliezen. De minister-president is ook ‘eenvoudig’ gebleven – in Nederland altijd een nuttige eigenschap. Wat mij betreft is het ook een groot voordeel dat hij vrijgezel is. Daardoor worden we niet aanhoudend verveeld met irrelevante berichten over zijn vrouw en kinderen. Misschien is Rutte dus wel precies de juiste man op de juiste plaats in het in toenemende mate versplinterde Nederlandse politieke systeem. Wie anders had dat systeem in de afgelopen jaren redelijk op de rails weten te houden? Ondanks de lastige omstandigheden maakt hij geen of weinig vijanden: hij is een ware Teflonpoliticus. Van de andere kant bezien is Rutte een ‘man zonder eigenschappen’. Zijn goede vriend Jort Kelder vergeleek hem ooit met een nat zeepje. Je denkt dat je het vasthebt, maar dan schiet het toch op even hinderlijke als verbazende wijze uit je hand.

Manipulator


Wie is Rutte eigenlijk? Heeft hij ergens een harde kern van overtuigingen, of is zijn politieke lenigheid een kwestie van intellectuele gemakzucht? Ooit vertelde Arend Jan Boekestijn, toen VVD-Kamerlid, me licht geschokt dat Rutte nauwelijks serieuze politieke ideeën had. Is dat de schaduwzijde van zijn aanzienlijke talenten? Is hij niet meer dan een handige manipulator, altijd blij als het probleem van de dag is opgelost, maar zonder ideeën over de problemen van de volgende week? Toen Rutte besloot iets aan politiek te doen, moest hij naar eigen zeggen kiezen tussen de PvdA en de VVD. Hij koos voor de VVD omdat hij Wiegel ‘leuker’ vond – een volstrekt onnozel motief. Hij is een bewonderaar van politici met een sterke persoonlijkheid en uitgesproken opvattingen, zoals de reeds genoemde Wiegel, maar ook Den Uyl, Van Mierlo en Bolkestein. Na de Fortuyn-crisis verklaarde hij dat je ter genezing van het politieke systeem meer had aan sterke politici dan aan institutionele hervormingen.

Maar zijn eigen ideeën lijken dus totaal flexibel. In zijn aanloop naar de politiek bracht Rutte het tot voorzitter van de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie (JOVD). Daar wist hij al te depolariseren en iedereen te vriend te houden. In die jaren was hij een voorstander van samenwerking met D66 en in iets mindere mate met de PvdA.
 

Grote belofte


Ondanks zijn politieke interesse werkte Rutte eerst tien jaar voor Unilever. Daarna, in 2002, vroeg Gerrit Zalm hem staatssecretaris van Sociale Zaken te worden en twee jaar later werd hij staatssecretaris van Onderwijs. Hij gold in die jaren als een grote politieke belofte, maar hij was niet erg te spreken over zijn eigen partij. Hij vond de VVD een sleetse boel, die te veel rook naar Wassenaar en rijke mensen. Het ontbrak de partij aan een sociaal gezicht en aan scherpte als het ging om moderne kwesties als milieu, onderwijs en openbaar vervoer.

Vanwege die ideeën was Rutte in veler ogen een linkse liberaal, of een sociaal-liberaal. Maar in de jaren die volgden, wees hij dat etiket steeds sterker van de hand. Naarmate hij belangrijker werd in de partij, benadrukte hij steeds meer dat hij geen sociaal-liberaal was.

Volgens Rutte is die benaming verwarrend, omdat het liberalisme van zichzelf al bijzonder sociaal is. Veel socialer bijvoorbeeld dan de zogenaamd zo sociale sociaal- en christendemocratie. Het liberalisme stelt immers het individu centraal, terwijl bijvoorbeeld de PvdA instituties en de staat als uitgangspunt neemt. De mogelijkheden van de overheid zijn beperkt. Ze kan hoogstens de condities creëren waarin het ondernemende individu het ware geluk kan realiseren.

Op foto’s uit de tijd van de strijd tegen Verdonk maakt Rutte een verbeten indruk

Het is, zeker voor een historicus als Rutte, een nogal misleidende redenering, die in het geheel geen oog heeft voor de historische evolutie van het liberalisme. Zeker, ooit was het liberalisme een uitgesproken emancipatoire ideologie, maar aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was het conservatief geworden: de ideologie van de economisch succesvolle burgerij. Er waren nog wel progressieve liberalen, maar dat was een minderheid. In het naoorlogse Nederland functioneerde de VVD, pace Rutte, voornamelijk als een conservatieve partij, die de economisch succesvollen vertegenwoordigde. Dat de VVD socialer zou zijn dan de sociaal- of christendemocratie is simpelweg goedkope gelegenheidsretoriek.

Ook de huidige VVD is zeer conservatief. In die partij staat Rutte verhoudingsgewijs nog steeds links. Vandaar dat De Telegraaf het graag heeft over ‘Marx’ Rutte. Maar uit electorale overwegingen ontkent de premier die relatieve linksheid.
 

IJzeren Rita


In 2006 kandideerde Rutte zich voor de leiding van de VVD. Er waren nog twee gegadigden. Een daarvan was volstrekt kansloos, maar de ander was ‘IJzeren Rita’ Verdonk, toen riding high in media en publieke opinie vanwege haar spijkerharde immigratiebeleid. Achteraf gezien was ze een schromelijk overschatte politica, maar dat was in 2006 nog niet duidelijk. Er volgde een voor Nederlandse begrippen meedogenloze verkiezingsstrijd, die aan beide zijden littekens heeft achtergelaten. Rutte won nipt, met ruim 51 procent. Verdonk was eigenlijk populairder, maar Rutte had de steun van het partijkader en kon daardoor door het oog van de naald kruipen.

Op foto’s uit die tijd maakt Rutte soms een verbeten, aangeslagen indruk, die je nu nooit meer ziet. Hij moet toen hebben begrepen dat hij deels mee zou moeten met het rechtse populisme dat woekerde in de VVD.

Goede vriend Jort Kelder vergeleek Rutte ooit met een nat zeepje

Die boodschap werd er extra in gewreven in de jaren die volgden. Na de strijd om het leiderschap was Rutte nog niet verlost van zijn kwelgeest. Bij de landelijke verkiezingen van eind 2006 kreeg Verdonk, die tweede op de VVD-lijst stond, meer stemmen dan aanvoerder Rutte op plaats één. Vervolgens maakte ze bij allerlei gelegenheden op weinig elegante wijze duidelijk dat ze vond dat Rutte plaats moest maken, en dat hij niet conservatief genoeg was voor de VVD. Rutte moest in het defensief, afwachten tot ongeduldige Rita zichzelf zou opknopen. Dat deed ze, ondanks herhaalde waarschuwingen, in september 2007 door te klagen dat de VVD niet duidelijk genoeg stelling nam in het vreemdelingendebat. Daarop zette Rutte haar uit de partij.
 

Onzinnige retoriek 


Tijdens de verkiezingen van 2010 werd de VVD, voor het eerst in haar geschiedenis, de grootste partij. Het was een nipte overwinning op de PvdA. Na langdurig gehannes, waarvoor hier nu geen ruimte is, rolde er een minderheidskabinet uit van VVD en CDA, dat zou worden gedoogd door de PVV. Dat bood de PVV ruimte die de partij in een fatsoenlijke democratie nooit had mogen krijgen.

Rutte deelde aan het begin van de regeerperiode mee dat rechts Nederland – en dus ook de VVD – zijn vingers zou kunnen aflikken bij het kabinetsbeleid. Dat was onzinnige retoriek – wellicht ingegeven door euforie over zijn eerste kabinet –, waarvoor hij zich nu hopelijk schaamt. Zo zou Nederland eindelijk van de rem afgaan en zou de natie worden teruggegeven aan de ‘hardwerkende Nederlanders’. Blijkbaar was het land decennia in de greep geweest van parasieten en lijntrekkers.

Zijn eerste kabinet zal altijd als een schaduw over Ruttes reputatie blijven hangen. Flexibiliteit is prachtig en zeer noodzakelijk in de Nederlandse politiek, maar nu hadden de VVD en het CDA zich al te soepel opgesteld. Tot Ruttes grote woede maakte Geert Wilders in 2012 vanwege de voorgestelde bezuinigingen een einde aan zijn gedoogsteun.

Bij de verkiezingen van 2012 werd de VVD opnieuw de grootste partij, nadat Rutte nadrukkelijk had gewaarschuwd voor het ‘gevaar van links’. VVD en PvdA stonden in de campagne tegenover elkaar: rechtse kiezers wilden de bolsjewieken uit het Torentje houden en de linkse kiezers wilden Rutte eruit werken. Dus heerste er alom verbazing toen de twee partijen elkaar snel vonden in een paars kabinet. De PvdA heeft zich van dat besluit nog steeds niet hersteld en ook de VVD staat op verlies, maar de liberalen hebben ongetwijfeld een goede kans om in maart 2017 weer de grootste partij te worden.

Rutte verklaart in de verkiezingscampagne (die eigenlijk al begonnen is) dat hij ‘hartstikke trots’ is op de resultaten van de coalitie en dat hij graag door wil als minister-president. Daarvoor heeft hij ook een Plan. Dat is opmerkelijk, want Rutte heeft in het verleden bij herhaling verklaard dat hij een uitgesproken aversie heeft tegen Grootse Visies in de politiek: ooit vergeleek hij een visie met een olifant in de kamer die het uitzicht belemmert. En voor een Plan is toch op z’n minst een heel klein beetje visie nodig.

Maar wie kennisneemt van het Plan, realiseert zich onmiddellijk dat Rutte zich niet alsnog een visie heeft aangemeten. Het Plan is namelijk helemaal geen Plan, en bevat dus ook geen visie. Het is extreem vaag en vrijblijvend, en het leert ons niets over Ruttes politieke overtuigingen of opvattingen over de essentiële beleidsvraagstukken.
 

Populismetrauma


Laat ik het Plan kort samenvatten: ‘We zijn wie we zijn, en dat willen we zo houden. We staan voor onze manier van leven en we zullen nooit iets toegeven op onze waarden en vrijheden. In ons land ben je volkomen vrij, maar als je niet mee wilt doen, dan is het tijd om elders een plekje te zoeken.’ Dat is de koers van Rutte voor de komende jaren. Het is (weer) van een beschamende onnozelheid, en de lezer krijgt de indruk dat dit Plan even onverschillig als opportunistisch in elkaar is geknutseld, als retorisch opzetje voor de komende verkiezingen.

Zijn eerste kabinet zal altijd als een schaduw over Ruttes reputatie blijven hangen

Het is alsof Rutte helemaal geen zin heeft in een echte, inhoudelijke analyse. Deze briljante politicus, dit onmisbare oliemannetje, laat ons keer op keer in de kou staan als het om de politieke inhoud gaat. Is het zijn populismetrauma? Of heeft hij inderdaad niets inhoudelijks te melden? Is hij de tovenaar bij dag, die ’s avonds zonder enige gedachte naar de Toppers luistert? Als dat zo is, als er geen bereidheid of talent voor echte politieke analyse is, dan faalt Rutte volgens zijn eigen criteria, die hem bewondering deden uitspreken voor Den Uyl, Van Mierlo en Bolkestein. Dan blijft hij bij al zijn manipulatieve talenten toch een oninteressante politicus.


Met zijn lachwekkende Plan volgt hij de populistische waan van de dag voorzichtig. Dat doet hij ook als het gaat om wezenlijke vraagstukken, waarover Nederland in de komende jaren beslissende keuzes moet maken. In Brussel is Rutte een trouwe paladijn van Merkel, en ze schijnen elkaar regelmatig te bellen, zelfs op zaterdagmiddag. Maar in Nederland hangt Rutte de euroscepticus uit: ach, die EU hoeft voor hem niet zo nodig, zeker niet als het gaat om politieke vergezichten. Zo gaat het ook als het immigratie, moslims en het terrorisme betreft. Rutte volgt voorzichtig de populistische lijn van de nationale discussie. Alle lof voor zijn tactische brille, maar politiek-inhoudelijk schiet hij schromelijk tekort. Hij kan na maart 2017 alle denkbare kabinetten leiden, maar waarheen, dat is een raadsel.

Uit Maarten! 2016-4

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

woensdag 25 oktober 2017
Meer lezen