Russische expansiedrift plaagt Europa voor de derde keer

Poetins aanval op Oekraïne is gelukkig nog geen Derde Wereldoorlog. Maar wel de derde grote oorlog in Europa in iets meer dan een eeuw, waarin Rusland zich als agressor gedraagt. Rusland behoorde immers tot de aanstichters van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Het vormt een constante bedreiging voor de vrede en stabiliteit in Europa. Ook als Oekraïne er met westerse steun in slaagt de Russen terug te dringen, is een meer permanente oplossing voor het Russische probleem nodig.

Door Bas Kromhout

Lange tijd gold het Duitse probleem als de grootste geostrategische uitdaging voor Europa. Duitsland was verantwoordelijk voor de twee apocalyptische wereldoorlogen van 1914-1918 en 1939-1945. Na afloop van beide oorlogen, toen de Duitsers op de knieën waren gedwongen, zochten de overwinnaars naar een manier om hen voorgoed af te houden van nieuwe veroveringstochten.

De eerste keer kozen ze voor een harde aanpak, maar die voedde enkel het revanchisme. De tweede keer hanteerden de geallieerden met meer succes de stok én de wortel. Na een  opsplitsing in twee ideologisch tegengestelde republieken is het herenigde Duitsland nu al dertig jaar veilig ingebed in de NAVO en de Europese Unie. Met de oplossing van het Duitse probleem leken de vrede en veiligheid in Europa gewaarborgd.

Tot een jaar geleden. Toen bleek dat we een ander geostrategisch probleem hadden veronachtzaamd. Een probleem dat net zo oud is als het Duitse. De neiging was lange tijd sterk om in Duitsland de bron van alle agressie in de afgelopen honderd jaar te zien. Niet in de laatste plaats in de Bondsrepubliek zelf, die van het afrekenen met haar inktzwarte verleden haar raison d’être heeft gemaakt. Daardoor was er te weinig oog voor de rol die Russische expansiedrift speelde in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog.


Russische escalatie

Daar komt de laatste jaren verandering in onder historici. In zijn boek Slaapwandelaars (2012) over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog verwerpt de Australiër Christopher Clark het cliché dat Duitsland als enige mogendheid schuldig was. Hoewel Clark voorzichtig is, spelen in zijn analyse de Russen een belangrijke rol in de escalatie van het conflict, dat begon met de moordaanslag op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije.

Clark toont er begrip voor dat de Oostenrijkers met de beschuldigende vinger wezen naar Servië, want dat land was een vrijhaven voor Groot-Servisch dromende terroristen die vermoedelijk banden hadden met de moordenaar Gavrilo Princip. Wenen zond een ultimatum waarin het eiste dat de regering in Belgrado de helpers van Princip zou oppakken en berechten. Om erop toe te zien dat dit gebeurde, moesten Oostenrijkse ambtenaren tot het land worden toegelaten. Zo niet, dan zou het oorlog zijn. De reactie van Franz-Joseph op de moordaanslag was niet veel anders dan die van George W. Bush op 11 september 2001, die de oorlog verklaarde aan landen die terroristen onderdak boden. Ook dat was een overreactie, maar wel één waarvoor begrip bestond in grote delen van de wereld.

Het conflict tussen Wenen en Belgrado had bilateraal kunnen blijven, ware het niet de Serviërs rugdekking kregen van Rusland. Dat land had grote geopolitieke belangen in de Balkan – vooral met het oog op de Turkse zeestraten – en er leefde onder de intelligentsia een sterk panslavisme. Toen minister van Buitenlandse Zaken Sergej Sazonov hoorde van het Oostenrijkse ultimatum, was zijn reactie: ‘C’est la guerre européenne!’ Clark schrijft: ‘Sazonov had van meet af aan ontkend dat Oostenrijk na de aanslag in Sarajevo het recht had wat voor actie dan ook te ondernemen tegen Servië.’

Aangemoedigd door representanten van de Franse regering, gingen de Russen over tot mobilisatie van hun leger. En wel langs de Oostenrijks-Hongaarse én de Duitse grenzen. Een ander mobilisatieplan bestond simpelweg niet. Bovendien verwachtten de Russen dat de Duitsers de Oostenrijkers te hulp zouden schieten als het menens werd. ‘Met deze stappen escaleerden Sazonov en zijn collega’s de crisis en verhoogden de kans op een algemene Europese oorlog in sterke mate,’ schrijft Clark.

 

Russificatie in Lviv

Toen er steeds meer Russische contingenten aan de grens verschenen, ontstond een paniekstemming in Berlijn. De angst voor een tweefrontenoorlog tegen Rusland en Frankrijk leidde uiteindelijk tot de fatale beslissing van de keizerlijke regering om de vijand vóór te zijn. Twee dagen later vielen Duitse troepen België en Frankrijk binnen. De Duitsers openden als eersten het vuur en sindsdien stonden zij te boek als de agressors. Maar volgens Clark hoopten en geloofden zij tot bijna op het laatste moment dat het conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië lokaal kon blijven.

Het Russische Rijk maakte van de gelegenheid gebruik om zijn grondgebied uit te breiden. Na de verovering van Galicië, het huidige West-Oekraïne, op de Oostenrijkers werd onmiddellijk begonnen met russificatie van het gebied. De Russen sloten de faculteit voor Oekraïense letterkunde aan de universiteit van Lemberg (het huidige Lviv) en arresteerden Oekraïense nationalisten en priesters. Nog ernstiger was het lot van de Galicische Joden: zij werden het slachtoffer van Russische pogroms, onteigeningen en deportaties. De bezetting duurde negen maanden, daarna werden de Russen verdreven door het Duitse leger.

Na de bolsjewistische revolutie van 1917 waren de rollen omgedraaid. Om hun handen vrij te maken in de burgeroorlog tegen interne vijanden, tekenden Lenin en Trotski met de Duitsers een vredesverdrag dat de grenzen van de nieuwe Sovjet-Unie naar het oosten opschoof. In het tussenliggende gebied eisten Oekraïense, Poolse, Finse, Estse, Letse en Litouwse nationalisten onafhankelijkheid op, en legde Roemenië beslag op Bessarabië (het huidige Moldavië). Zodra Duitsland aan het westfront werd verslagen, probeerde het Rode Leger de afvallige naties weer in het gareel te dwingen, maar dat lukte alleen met Oekraïne. Galicië werd een provincie van de nieuwe Poolse staat.

Op een Russische ansichtkaart uit 1915 wordt de bezetting van Galicië voorgesteld als een idylle.

 

Grootste leger ter wereld

Nadat Lenin de Russische burgeroorlog had gewonnen en zijn rode dictatuur veiliggesteld, leken de nieuwe grenzen in Oost-Europa uitgekristalliseerd. Maar dat was slechts schijn. In werkelijkheid gaf Moskou nooit de ambitie op om onder het rode banier het Russische Rijk te herstellen en mogelijk uit te breiden. Daarvoor moest zijn opvolger Stalin eerst een formidabel leger uit de grond stampen, voorzien van wapens door een eigen zware industrie.

Dat lukte, dankzij de Russische rijkdom aan grondstoffen, de dwangarbeid van miljoenen Goelag-gevangenen, en geïmporteerde of gestolen technologie uit de Verenigde Staten. Aan het einde van de jaren dertig was het leger van de Sovjet-Unie het grootste en meest gemechaniseerde ter wereld. Het had zeven keer zo veel tanks en twaalf keer zo veel vliegtuigen als de Duitse Wehrmacht.

Al die moderne aanvalswapens moesten een keer gebruikt worden. Stalins vice-commissaris van Buitenlandse Zaken Vladimir Potemkin, die verantwoordelijk was voor het beleid ten aanzien van Europa, hintte in het voorjaar van 1938 tweemaal op een mogelijke invasie in Polen in samenspel met nazi-Duitsland. ‘Laat [Polen] opnieuw, net als in 1920, trillen onder de hoeven van de Sovjet-kolonnes,’ schreef hij in een communistisch tijdschrift.

 

Duivelspact met Hitler

Bovenstaand citaat, dat onder meer wordt genoemd door de Amerikaanse historicus Sean McMeekin in zijn boek Stalin’s War (2021), is interessant vanwege zijn datering. Het is een alom bekend feit dat Stalin in augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag sloot met Hitler, waarbij hij in een geheim protocol liet vastleggen dat het oosten van Polen en andere gebieden in Oost-Europa die ooit tot het Russische Rijk hadden behoord, binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie vielen. Dit ‘duivelspact’ is door de Russen en hun westerse sympathisanten altijd verdedigd als een noodzakelijke defensieve maatregel.

Officieren van de Wehrmacht en het Rode Leger schudden elkaar de hand in bezet Polen, oktober 1939.

Het narratief luidt dat Stalin geen andere keuze had na de conferentie in München van 30 september 1938. Zonder Moskou uit te nodigen hadden de Britse en de Franse regering toen  Hitler de vrije hand gegeven om Sudetenland te annexeren. Als de verwachting uitkwam dat de Führer zijn hongerige ogen vervolgens op Sovjet-territorium richtte, zou het Rode Leger er alleen voor staan, zoveel was duidelijk. Door zelf met Berlijn een niet-aanvalsverdrag te sluiten won Stalin tijd om zijn verdediging voor te bereiden. En door Oost-Europees gebied te annexeren, creëerde hij een beschermende bufferzone. Het zou Moskou dus alleen maar te doen zijn geweest om de eigen veiligheid.

Deze uitleg gaat sowieso op cynische wijze voorbij aan de soevereiniteit van Polen en de andere staten die volgens het verdrag moesten terugkeren in de schoot van Moeder Rusland. Daarnaast duiden de uitlatingen van Potemkin erop dat het Kremlin al vóór München nadacht over een invasie in Polen.

Er lag volgens Stalin zelfs nog veel meer terreinwinst in het verschiet. Nu hij Hitler rugdekking gaf in het oosten, was een Duitse aanval op Polen onafwendbaar. Warschau’s bondgenoten Frankrijk en Groot-Brittannië zouden in dat geval de oorlog verklaren aan Duitsland. ‘Het is in het belang van de USSR, het Land van de Arbeiders, dat oorlog uitbreekt tussen het Reich en het kapitalistische Anglo-Franse blok,’ zei Stalin tegen zijn minister Molotov. ‘We moeten er alles aan doen de oorlog zo lang mogelijk te rekken met het doel beide kampen te verzwakken.’ Dan, als er nog maar weinig tegenstand te verwachten was, zou het Rode Leger zegevierend over het continent marcheren.

 

Bezetting van zes landen

Hitler was zich misschien wel bewust van Stalins heimelijke motieven, maar hij had de Sovjet-Unie nodig als leverancier van brandstof voor de Duitse oorlogsmachine en graan voor het volk. De Britse vloot zou immers de zeeroutes blokkeren. De Sovjets leverden alles waar de nazi’s om vroegen. Ook bij de gezamenlijke bezetting van Polen in september 1939 verliep de Duits-Russische samenwerking soepel. Stalin kreeg onder meer Galicië, dat hij toevoegde aan de Oekraïense Sovjetrepubliek.

Terwijl aan de Duitse kant van de nieuwe grens Einsatzgruppen van de SS jacht maakten op ‘vijanden van het Reich’ (met name Joden), deden aan de Sovjet-kant eenheden van de geheime dienst NKVD hetzelfde met Poolse officieren en intellectuelen. Tienduizenden werden vermoord of gedeporteerd naar concentratiekampen. Hetzelfde draaiboek volgden de Sovjets in de drie Baltische republieken, die zij eveneens annexeerden, onder de dreiging van militair geweld.

Hitler liet zijn bondgenoot Stalin zijn gang gaan, ook toen de Sovjetleider gebieden opeiste die buiten hun overeenkomst vielen. Op 30 november begonnen de Russen aan een invasie in Finland, die al snel vastliep en eindigde met een compromis. Eind juni 1940 bezetten zij de Roemeense provincies Bessarabië, dat tot 1918 bij het Russische Rijk had gehoord en in het geheime protocol aan de Sovjet-Unie was toegewezen, en Noord-Boekovina, waarvoor beide condities niet golden. De Führer slikte het allemaal. Tegen de zomer van 1940 had de Sovjet-Unie al zes soevereine Europese landen geheel of gedeeltelijk bezet.

 

Controle over de Turkse zeestraten

Maar Stalin werd te gretig. Net als Ruslands vroegere heersers wilde hij controle krijgen over de hele Zwarte Zeekust, de monding van de Donau en de Turkse zeestraten. Molotov bezocht in september 1940 Berlijn om Hitler te bewegen om ook dit deel van Europa uit te leveren aan de Russen. Maar Duitsland had er zelf ook cruciale belangen, met name in de Roemeense olievelden. Als Hitler Stalin zijn zin gaf, zou de brandstoftoevoer van de Wehrmacht volledig in handen komen van het Kremlin. Bovendien legde Stalin claims op de nikkelmijnen in Noord-Finland, die voor de Duitse wapenindustrie onmisbaar waren.

Het bondgenootschap brokkelde af. Intussen had Hitler zich verstrikt in een slepende oorlog met Groot-Brittannië, dat werd bevoorraad door de Verenigde Staten. Om te kunnen winnen moest hij verzekerd blijven van olie, graan en metalen. Als hij er niet op kon vertrouwen dat Stalin dat alles bleef leveren, dan zou hij het met geweld gaan halen.

Er zijn sterke aanwijzingen dat ook Stalin zich voorbereidde op oorlog met Duitsland. In de door hem bezette gebieden trok hij een omvangrijke gemechaniseerde troepenmacht samen, terwijl zijn militaire staf papieren oefeningen hield voor een offensief richting het westen. Wanneer zo’n aanval had moeten geschieden, weten we niet. In elk geval konden alle plannen in de prullenbak toen de Wehrmacht op 21 juni 1941 als eerste aanviel. Met gemak rolden de Duitsers de vooruitgeschoven Sovjetdivisies op – een teken dat de bezetting van Oost-Polen de Sovjet-Unie in defensief opzicht eerder nadelen dan voordelen bood.

Stalin en zijn defensiecommissaris Kliment Vorosjilov op een propagandaposter uit 1935.


Amerikaanse leveranties

Dankzij Hitlers verraad veranderde Stalins rol in de Tweede Oorlog plotsklaps van agressor in slachtoffer. Hij werd als bondgenoot hartelijk verwelkomd door Churchill en Roosevelt. Uit noodzaak en eigenbelang, natuurlijk. Maar zoals McMeekin laat zien in zijn boek, lieten de leiders van het Vrije Westen zich volledig inpakken door de communistische massamoordenaar.

De Verenigde Staten verscheepten enorme voorraden moderne wapens, grondstoffen en voedsel naar de Sovjet-Unie, die het Rode Leger in de strijd tegen de Wehrmacht op de been hielden. Voor deze steun vroeg en kreeg Roosevelt niets terug. Zo stak Stalin geen poot uit om de Amerikanen te helpen Japan te verslaan. Hij had met Tokio een niet-aanvalsverdrag gesloten en was niet bereid dat te verbreken voordat Duitsland was verslagen.

Toen de Sovjets de Duitsers steeds verder terugdrongen, hervond Stalin zijn trek in andermans grondgebied. Tijdens de eerste lijfelijke ontmoeting tussen de leiders van de drie grote geallieerde landen, eind 1943 in Teheran, eiste Stalin dezelfde gebieden op die hij aan het begin van de oorlog had bezet: de drie Baltische staten en Oost-Polen. Roosevelt zag geen bezwaar. De Amerikaanse president stelde zelfs voor om de daar woonachtige Poolse bevolking naar het westen te verschuiven.

Churchill bood iets meer weerwerk en wees erop dat Groot-Brittannië aan de oorlog was begonnen omwille van de integriteit van Polen. Maar ook hij zou uiteindelijk instemmen met de grenzen van 1939. Zoals hij later ook instemde met het aan de kant schuiven van de legitieme Poolse regering in Londen en het installeren van een communistisch marionettenbewind.

 

Duitse probleem opgelost

De westerse leiders bogen zo gemakkelijk voor Stalins wil, omdat zij absolute prioriteit gaven aan het verslaan van Hitler. Het Duitse probleem overschaduwde in hun ogen volledig het Russische. Daarnaast voelden Roosevelt en Churchill zich waarschijnlijk moreel verplicht vanwege het gigantische offer aan mensenlevens dat de Sovjetbevolking bracht. Voor Stalin telden die levens niet, maar ze boden hem een sterke positie in de onderhandelingen met het Westen.

In 1945 kon Stalin aan de Sovjet-Unie alle gebieden toevoegen die hij zes jaar eerder, als Hitlers partner in crime, had aangevallen en bezet. Verder beschikte hij spoedig over een cordon van satellietstaten op de Balkan en in Midden-Europa, inclusief het oostelijke deel van Duitsland. En hij probeerde opnieuw de Turkse zeestraten in handen te krijgen. Maar daar trok de nieuwe Amerikaanse president Truman een lijn. Vanaf dat moment was containment van de Sovjet-Unie het devies in Washington.

Het IJzeren Gordijn dat dwars over Europa neerdaalde, droeg decennialang bij aan vrede en stabiliteit. De Koude Oorlog kende hete conflicten, maar die werden in andere werelddelen uitgevochten. Dat Duitsland in tweeën was gesplitst en de twee helften stevig waren verankerd in de veiligheidsstructuren van de NAVO en het Warschaupact, zorgde ervoor dat zijn buren niets meer hadden te vrezen.

Na de val van de Muur zorgde het snelle Duitse herenigingsproces nog even voor bezorgde blikken, onder anderen bij de Nederlandse premier Ruud Lubbers. Maar de zorgen waren snel voorbij omdat de uitgebreide Bondsrepubliek lid bleef van de NAVO en in 1992 medeoprichter was van de Europese Unie. Het Duitse probleem was definitief opgelost. Het land is zelfs het toonbeeld geworden van een democratische rechtsstaat die gewetensvol omgaat met zijn verantwoordelijkheden uit het verleden.

 

Geen historisch besef

Dat er tegelijkertijd nog een levensgroot Russisch probleem bestond, dat wel eens een tikkende tijdbom kon zijn, werd in het Westen nauwelijks waargenomen. Na de eigenhandige ontmanteling van de Sovjet-Unie leek Rusland te druk bezig met het hoofd economisch boven water houden. Dat de democratisering er was mislukt, werd vooral beschouwd als een probleem voor de Russen zelf en niet zozeer voor de rest van de wereld.

Hier kwam wel verandering in na 2008, toen Poetin tanks over de grens stuurde om een afvallige Georgische provincie te beschermen. Maar zelfs na de annexatie van de Krim in 2014 hielden weinigen een grote conventionele oorlog in Europa nog voor mogelijk. Hybride operaties, bevroren conflicten en cyberaanvallen, dát hoorde bij de eenentwintigste eeuw. Maar toch niet een massale inzet van leger, vloot en luchtmacht met het doel een heel buurland op te slokken?

We weten nu dat we er gruwelijk naast zaten. Vladimir Poetin voelt zich de erfgenaam van zowel de tsaren als van Lenin en Stalin. Voor hen waren expansie en heerschappij over ‘Eurazië’ de voornaamste bestaansredenen van Rusland. Wat dat betreft heeft hij een sterk historisch besef, hoezeer hij ook de details verdraait om zijn wankele claims te onderbouwen.

Zulk historisch besef ontbrak tot voor kort in het Westen, als het om Rusland ging. We zagen dat land eerder als een tragisch geval dan als een imperialistische mogendheid met een latente neiging tot expansie. De ‘Russen’ waren onze bondgenoten geweest in de oorlog tegen Hitler en hadden 20 miljoen burgers en soldaten verloren. Dankzij hen was Europa bevrijd van het genocidale nazimonster. De Koude Oorlog was wel spannend geweest, maar uiteindelijk had die vriendelijke Gorbatsjov toch zelf de hand gereikt naar het Westen. De Amerikanen gingen trouwens ook niet vrijuit, met hun dollarimperialisme en militaire ‘interventies’ in andere landen. We moesten de gerechtvaardigde veiligheidszorgen van het Kremlin serieus nemen. Vooral de Duitse regering voerde tot voor kort een beleid van appeasement, omdat zij zich hyperbewust was van haar historische schuld ten aanzien van Rusland. Daarbij vergat zij dat Moskou voor en na Hitlers Russische veldtocht zich net zo agressief had getoond.

Stalin, Roosevelt en Churchill in Teheran, 3 december 1943.


Duits scenario is uitgesloten

Nu moeten we naar de toekomst kijken. Dat is niet eenvoudig. Op dit moment zetten Europa en de VS alle zeilen bij om Oekraïne met wapenleveranties overeind te houden in de Russische storm. Wat er eventueel nog meer aan steun nodig zal zijn voordat Rusland de handdoek in de ring gooit, is volstrekt koffiedik kijken. Nog onduidelijker is wat er daarna in Rusland zelf staat te gebeuren. Vanwege het risico op een kernoorlog is een bezetting van Moskou door Oekraïense of NAVO-troepen uitgesloten. Dus een Duits scenario van onvoorwaardelijke overgave, opdeling en afgedwongen democratisering zit er domweg niet in. Verandering zal van de Russen zelf moeten komen en is hoogst onzeker.

Europa kan zich in de tussentijd maar het beste voorbereiden op het ergste, in de hoop dat het zal meevallen. Dat betekent: een geloofwaardige defensie opbouwen en landen die dat willen laten toetreden tot de EU en de NAVO. We mogen nooit meer naïef zijn. De geschiedenis heeft nu wel voldoende geleerd dat de Russische beer altijd in zijn kooi moet worden gehouden.

 

Bas Kromhout is hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad en Maarten!

Openingsbeeld: Het Rode Leger gaat in de aanval, in de geest van de Russische voorvaderen. Poster uit januari 1941.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen

De wrok van een mislukte supermacht

‘Dit keer staat Duitsland juist op tegen de agressor’

‘Hoe groter de tijdsafstand tot de oorlog, hoe simpeler ons beeld ervan’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.