Speechen met de handrem erop

DOOR lINDA DE VEEN

Politici doen graag of ze hun toespraken zelf bedenken, maar achter de schermen werkt een steeds professioneler legertje van speechschrijvers. Speeches zijn er de afgelopen jaren levendiger van geworden. Toch mag het van experts allemaal nog wat minder voorzichtig.

 
Uit Maarten! 2016-2

‘Ik schrijf alles, per definitie, zelf,’ zei premier Jan Peter Balkenende in 2009 in Buitenhof over zijn toespraken. Dat was niet helemaal waar, want Balkenende had, als eerste Nederlandse premier, een fulltime speechschrijver.

Collega-politicus Aad Nuis beweerde volgens zijn speechschrijver Renée Broekmeulen in zijn exit-interview zelfs elke ochtend om vijf uur op te staan om zijn speeches te schrijven. Broekmeulen in De Groene Amsterdammer (9 juni 2001): ‘Ik dacht: goh, wat deed ík dan al die tijd?’

Speechschrijvers krijgen dus niet altijd erkenning voor hun werk, maar in Den Haag spelen ze tegenwoordig een grote rol. Tot halverwege de jaren negentig schreven beleidsmedewerkers de ministeriële speeches naast hun reguliere werkzaamheden. Dat leverde vaak lange en droge toespraken op, soms eenvoudigweg beleidsstukken waar een publieke aanhef en afsluiting aan waren toegevoegd. Sinds het begin van deze eeuw heeft elk ministerie een aantal fulltime speechschrijvers in dienst en de overheid heeft een speciale leergang opgericht waarin ambtenaren de basis van het schrijven krijgen bijgebracht.

Net als in de tijd van Nuis en Balkenende blijven speechschrijvers echter op de achtergrond. Jan Sonneveld, die speeches voor onder meer Mark Rutte schreef: ‘Je bent zelf niet zichtbaar, alleen wat je schrijft komt in de openbaarheid. En altijd door de mond van iemand anders. Als politicus moet je een soort alleskunner zijn. Je moet goed debatteren, alle dossiers uit je hoofd kennen en ook nog geweldig kunnen spreken. Toegeven dat je mensen hebt die je daarbij helpen lijkt afbreuk te doen aan die toverformule.’

En speechschrijvers doen ook niet ál het werk. Met belangrijke speeches zijn politici zelf ook uren bezig. Ze moeten zich de tekst van hun schrijver eigen maken en oprecht overkomen op het publiek.
 

Pathos

Jaap de Jong, hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden, benadrukt dat het van groot belang is dat het publiek de oprechtheid van de spreker voelt. Het draait om de beginselen van de klassieke retorica, zegt hij: een goede speech bevat een combinatie van logos, ethos en pathos. De feitelijke argumentatie van een speech moet juist zijn (logos), de spreker moet geloofwaardig overkomen (ethos), en de speech moet emotie oproepen bij het publiek (pathos). Dat lukt alleen als schrijver en spreker goed contact hebben.

Precies daar ontbreekt het door tijdgebrek nog weleens aan. Speechschrijver Sonneveld: ‘Hoe beter de band tussen politicus en schrijver, hoe beter de speech. Maar je moet ook accepteren dat iedere politicus het altijd erg druk heeft. Elke minuut die je met iemand hebt, moet je daarom benutten, maar diegene moet jou ook vertrouwen. Soms spreek ik iemand drie keer per week een uur, en soms drie maanden niet. Dan moet je nog wel gewoon verhalen blijven maken.’ Speechschrijver Huib Hudig schreef de beladen voordracht op de Dam van Rita Verdonk na de moord op Theo van Gogh. ‘Dan is er geen tijd voor de handtekeningenmolen van het hele ambtenarenapparaat. We hebben een opzet gemaakt, daar is ze mee aan de slag gegaan en die avond heeft ze dat verhaal gehouden.’

Sonneveld: ‘Normaal werk ik één à twee weken vooruit, maar ik heb weleens een speech in tien minuten geschreven, waar ook nog emotie in moest zitten. Dan is het: verstand op nul, blik op oneindig en typen.’

Vaak gaat dat goed, maar soms ook faliekant fout, bijvoorbeeld als door politici bedachte ludieke acties averechts werken. Tijdens een lunchpauze in de Algemene Politieke Beschouwingen van 2011 bedachten GroenLinksers Ineke van Gent en Tofik Dibi een ludieke actie voor fractievoorzitter Jolande Sap. Zij zou in de Kamer voordoen hoe Wilders de stekker uit het kabinet kon trekken. Letterlijk, met een stekkerdoos en snoer. Vrijwel alle Nederlandse media berichtten spottend over dat moment, maar aandacht voor de inhoudelijke argumenten van Sap was er niet. Het Stekkerdoos-incident zou Sap blijven achtervolgen tot ze haar politieke carrière in 2012 beëindigde.
 

Obama

Liefhebbers van een goede speech klagen graag dat het in Amerika beter is. En inderdaad: we hebben hier geen Obama. Dat heeft alles te maken met het politieke systeem in Nederland. Anders dan in de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk worden parlementariërs niet per district gekozen. In die landen moet een kandidaat in elk geval zijn eigen staat of district binnenslepen, en daarvoor is het essentieel een goede public speaker te zijn.

Bob de Ruiter, ex-speechschrijver van onder anderen Hans van Mierlo, pleit voor meer directe democratie, bijvoorbeeld in de vorm van een direct gekozen burgemeester. ‘Politici moeten hun beleid dan beter verantwoorden en een brug slaan naar de kiezer. Dat gebeurt nu veel te weinig. Dat zou in elk geval de speechcultuur ten goede komen.’


Bovendien heerst in politiek Nederland het compromis. ‘In de VS wordt het debat out in the open gevoerd; dat gaat hard tegen hard. Als we in Nederland een probleem hebben, dan gaan we liever in een hoekje om de tafel zitten om het uit te praten. Wij mijden de confrontatie.’

In Nederland vinden we een goed verhaal al gauw verdacht

De Jong: ‘We leven in een coalitieland. Je komt elkaar steeds weer tegen, en als je wilt regeren, moet je samenwerken. Daarom is er altijd een handrem. In Nederland formuleer je als politicus speeches zo dat je daarna altijd nog wel samen door één deur kunt.’

Daar komt bij dat Haagse speechschrijvers zich meer verbonden voelen met het ministerie waar ze voor schrijven dan met de betreffende politicus. Waar het in de Verenigde Staten ondenkbaar is dat een Republikeinse speechschrijver voor een Democratische bewindspersoon schrijft, is het in Nederland niet noodzakelijk de ideologie van de schrijver te delen. Hudig werkte bij het ministerie van Justitie bijvoorbeeld voor Piet Hein Donner (CDA), Rita Verdonk (VVD) en Nebahat Albayrak (PvdA).
 

Fuik

De bekendste uitzondering op de voorzichtige spreekregels is Geert Wilders. Vanuit de comfortabele oppositie kan hij momenteel flink provoceren. Hij regeert immers niet en hoeft geen beleid te verantwoorden of compromissen te sluiten. Dat was anders van 2010 tot 2012. Speechschrijver Sonneveld: ‘Je zag dat Wilders het retorisch moeilijk kreeg toen hij in de gedoogconstructie zat met Rutte en Verhagen. Hij moest beleid verdedigen dat hij niet kon verdedigen naar zijn achterban. Hij merkte dat hij in een fuik zat, trok de stekker eruit, en nog geen uur later stond hij alweer te roepen dat alles wat het kabinet deed fout was. Wil Wilders ooit regeren, dan zal hij een nieuwe retorische stijl moeten vinden, die hij nu niet machtig is.’

De methode-Wilders roept grote weerstand op bij zijn politieke tegenstanders. Toch pleiten de experts ervoor de Nederlandse voorzichtigheid iets te laten varen. Politici zouden volgens hen hun persoonlijkheid meer mogen gebruiken om het publiek te overtuigen. Speechschrijver De Ruiter: ‘Het probleem is dat we in Nederland een goed verhaal al heel gauw verdacht vinden. Wij zijn toch een beetje van doe-maar-gewoon. Stel dat Martin van Rijn met zijn vuist op tafel zou slaan en zou zeggen: “Nu ga ik eens haarfijn uitleggen hoe het met de zorg in Nederland staat en hoe ik daarmee worstel. Waarover ik ’s nachts lig te piekeren en welke uitweg ik heb gevonden. Hoe pijnlijk de keuzes zijn die ik moet maken, ook voor mij.” Als hij het goed doet, dan kan ik, zelfs als ik het niet met hem eens ben, toch begrijpen waarom hij zijn keuzes heeft gemaakt. Durf te twijfelen, dan maak je verbinding met je publiek.’

In de parlementsverkiezingen van 2017 zal het meer dan we in Nederland gewend zijn draaien om verbinding met de kiezers, aldus de experts. Speeches hebben hierin een niet te onderschatten waarde, maar ook de speechschrijver can only do so much. Het is uiteindelijk de spreker die de boodschap moet overbrengen.

De experts
Bob de Ruiter studeerde politicologie in Amsterdam en was speechschrijver van onder meer Relus ter Beek, Wim Kok en Hans van Mierlo. In 2011 richtte hij trainingsbureau Het Betere Verhaal op en schreef het cursusboek SpeechLes.
 
Huib Hudig werkte zes jaar als speechschrijver bij het ministerie van Justitie en schreef daar voor onder anderen Piet-Hein Donner en Rita Verdonk. Vervolgens werkte hij voor Mark Rutte bij de VVD-Tweede Kamerfractie. Hij is auteur van Het Speechboekje (2013) en werkt als presentatiecoach bij Speak to Inspire.
 
Jan Sonneveld werkt bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waar hij schrijft voor Melanie Schultz van Haegen en haar staatssecretaris Sharon Dijksma. Ook schreef hij voor Wilma Mansveld en Mark Rutte.
 
Jaap de Jong is hoogleraar journalistiek en nieuwe media, en docent moderne retorica aan de Universiteit Leiden. In 2015 publiceerde hij samen met andere Leidse onderzoekers Beïnvloeden met emoties, over de effecten van emoties in toespraken, beeldende kunst en muziek.
 
De favoriete speeches van de experts staan op maartenonline.nl/speeches.
 
De speechschrijver verraden
‘Daar ben ik het mee eens,’ zei Ien Dales eens tijdens een speech. Ze was duidelijk verbaasd dat de woorden in haar toespraak overeenkwamen met haar eigen opvattingen. Met die slip of the tongue verraadde de PvdA-minister van Binnenlandse Zaken (1989-1994) de rol van de speechschrijver.
Op en ander moment maakte ze het nog bonter. Al voorlezend wees ze de schrijver van haar toespraak op een schrijffout: ‘Dit is met “dt”, ambtenaar!’
 
Drieslag en parallellie
Na de MH17-ramp in de zomer van 2014 houdt Frans Timmermans, minister van Buitenlandse Zaken, een emotionele speech in de VN-Veiligheidsraad. De toespraak moet ervoor zorgen dat de Veiligheidsraad onafhankelijk internationaal onderzoek naar de ramp toestaat. De resolutie wordt unaniem aangenomen. Nederlandse kranten spreken van ‘de speech van het
jaar’.

Timmermans maakt handig gebruik van een aantal retorische trucjes, zoals de ‘drieslag’, waarbij hij drie emoties koppelde aan drie verschillende perspectieven, om de kernboodschap kracht bij te zetten: ‘De dood van bijna 200 landgenoten […] heeft verdriet, woede en wanhoop veroorzaakt. Verdriet om het verlies van dierbaren, woede om het neerhalen van een burgervliegtuig en wanhoop nadat we getuige zijn geweest van het tergend langzame proces waarin de rampplek werd veiliggesteld en de resten van de slachtoffers werden teruggewonnen.’

Ook past hij ‘parallellie’ toe, een stijlfiguur waarbij overeenkomende delen van verschillende zinnen op elkaar lijken, of hetzelfde zijn: ‘We eisen ongehinderde toegang tot het terrein. We eisen respectvolle behandeling van de rampplek. We eisen waardigheid voor de slachtoffers en voor de menigten die rouwen om ons verlies.’
 
Hoognodige hulp
Journalist Judson Welliver werd in maart 1921 aangesteld als literary clerk van de Amerikaanse president Warren G. Harding, die een aantal weken daarvoor een beroerde inaugurale rede had gehouden. Zijn toespraak van 3325 woorden bevatte lange kronkelingen als: ‘We kiezen om deel te nemen aan het voorstellen van plannen voor bemiddeling, verzoening en arbitrage, en zouden graag deelnemen aan het uitgedrukte bewustzijn van vooruitgang dat probeert de wetten van internationale verhoudingen te verhelderen en te schrijven en dat een wereldwijd gerechtshof wil instellen waar gerechtvaardigde vragen kunnen worden neergelegd waarvan landen hebben afgesproken dat ze die daar zullen neerleggen.’
Aan Welliver (1870-1943) de taak om Harring begrijpelijk te laten spreken. Daarom staat hij tegenwoordig bekend als de eerste professionele speechschrijver.

Uit Maarten! 2016-2
 

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Maarten van Rossem over Mark Rutte: ‘Zijn koers is beschamend onnozel’

Leve de politiek!

Lezen, die literaire meesterwerken!

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.