Hoe belangen en strikte wetgeving Amerika verlammen
Gepubliceerd op:
Door Maarten van Rossem • Illustraties Job van der Molen
De Verenigde Staten zijn vastgelopen door dichtgetimmerde regelgeving en pressie van belangengroepen, zo betogen Ezra Klein en Derek Thompson. Maarten van Rossem las hun recent verschenen boek: Abundance. Een oplossing bieden ze niet – soms kan alleen een radicale historische omwenteling ruimte scheppen voor vernieuwing.
Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse nummers hier of word abonnee
In hun boek Abundance. How We Build a Better Future dat afgelopen voorjaar verscheen, stellen Ezra Klein en Derek Thompson dat het juist de Amerikaanse liberals zijn die vooruitgang tegenhouden. Om problemen uit de jaren zeventig tegen te gaan hebben ze een doolhof aan regelgeving ontwikkeld waarop verandering vastloopt. De titel van het boek signaleert de overvloed die de Verenigde Staten zouden kunnen realiseren bij een werkelijk efficiënt gebruik van al bestaande technologie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het spectaculaire succes van zonne- en windenergie.
Het overgrote deel van het boek wordt echter besteed aan een even nuttige als deprimerende analyse van de ‘georganiseerde schaarste’ die een dergelijke overvloed in de weg staat. Nederlanders zullen daarin veel herkennen. Zo is er in de meest succesvolle staten van de VS al jaren sprake van een ernstige huizencrisis. In Californië zijn woningen zo onbetaalbaar geworden dat mensen massaal verhuizen naar Texas en Arizona, waar ze veel goedkoper zijn. De bouw van nieuwe infrastructuur gaat wanhopig traag en is absurd duur. Wetenschap tenslotte dreigt weg te zakken in een moeras van routineus onderzoek, waarin werkelijke innovatie niet wordt herkend.
Eerst de onbetaalbare woningen, een verschijnsel dat zich in veel rijke westerse landen voordoet. Alhoewel, lang niet in alle: in Duitsland en Japan zijn woningen betaalbaar. Dure woningen zijn een gevolg van de manier waarop nieuwe woningen worden gefinancierd, geproduceerd en gelokaliseerd. In veel westerse landen wordt het eigenwoningbezit sterk gesubsidieerd. Er zijn hypotheken het lange looptijd en vaste rente, vaak gegarandeerd door de overheid. De betaalde rente kan dan weer worden afgetrokken van de belasting. Zo is de eigen woning inflatie-proof: de waarde van de woning stijgt en de betaalde rente wordt verhoudingsgewijs minder.
Over de kleinste kleinigheden moet steeds langdurig worden overlegd
Op deze wijze wordt het eigen huis voor de middenklasse vaak het belangrijkste en enige forse vermogensdeel. Is dat eenmaal het geval, dan is het zaak dat optimaal te beschermen tegen mogelijk waardeverlies. De buurt waar het zich bevindt mag niet aftakelen, bijvoorbeeld door de bouw van goedkopere woningen waar mogelijk ongewenste elementen komen te wonen. Het instrument om dat te voorkomen heet in de VS zoning. Dat is meestal in handen van de gemeente.
Zoning kan bijvoorbeeld bepalen dat verdere nieuwbouw in de buurt moet plaatsvinden op ruime kavels en dat huizen twee garages moeten hebben. Het is ook mogelijk om verdere aanleg van de riolering stop te zetten. Tot elke prijs dient vermeden te worden dat er goedkope appartementen worden gebouwd, of zelfs pensions. De minder geslaagde leden van de samenleving moet de toegang worden ontzegd. Veel Californische gemeenten beperken welbewust groei door bouwvergunningen te quoteren.
Zo kan het vaak jaren duren voor een vergunning wordt verleend. Sinds de jaren zeventig is er bovendien een indrukwekkend stelsel van milieuwetgeving opgetrokken – uiteraard met de beste bedoelingen. Te denken valt aan de Clean Air Act, de Endangered Species Act en in het bijzonder de California Environmental Quality Act (in Nederland hebben we het stikstofdepositie-probleem).
Met dergelijke wetten kan vrijwel elke ongewenste ontwikkeling in de woonomgeving worden gesaboteerd. Vooral de laatstgenoemde biedt ongekende mogelijkheden, omdat de rechterlijke macht die in de praktijk zeer ruim interpreteert. Ook voor kleine projecten is een enorme papierwinkel noodzakelijk. De gevolgen laten zich raden: Not In My Backyard (NIMBY) is hier perfect georganiseerd.

Omdat het zo vrijwel overal onmogelijk is om goedkope woningen te bouwen, kunnen losers moeilijk een betaalbaar dak boven het hoofd vinden. Californië is de rijkste staat, maar heeft verreweg de meeste daklozen; 30 procent van het nationale totaal. In de staat Texas wordt een veel ruimer beleid gevoerd, met als gevolg dat een huis in Houston minder dan de helft kost van een huis in een van de succesvolle Californische steden. Vandaar de reeds genoemde verhuizing.
Vanouds werd er in Californië op grote schaal gebouwd, tot ongeveer 1970 zo’n 200.000 eenheden per jaar. Tegenwoordig zijn dat er nooit meer dan 150.000 – als ze dat al halen – terwijl de bevolking in de afgelopen vijftig jaar flink is gegroeid. Californië staat niet alleen in deze praktijken. Het zonderlinge gevolg is dat de VS per 1000 inwoners minder woningen hebben dan bijvoorbeeld Duitsland of Italië. Dus: georganiseerde schaarste!
Van niets naar nergens
Die schaarste is niet georganiseerd door conservatieven, maar juist door liberals. Dat wil zeggen progressief denkende burgers die oog hebben voor mogelijke milieuschade. Dat de meest succesvolle staat van de VS juridisch solide is dichtgetimmerd tegen ongewenste veranderingen is ook bij andere projecten een haast onoverkomelijk probleem. In 1996 kwam in Californië de High Speed Rail Authority tot stand. Het was de bedoeling een TGV-verbinding te bouwen tussen Los Angeles en San Francisco. De federale en de statelijke overheid droegen tientallen miljarden bij. Het project had in 2020 klaar moeten zijn.
Er waren meer advocaten nodig dan spoorwegarbeiders
Dat is niet het geval. Er is een klein stukje infrastructuur gebouwd dat van niets naar nergens gaat. Een trein heeft er tot nu toe niet gereden. De bouw is eindeloos vertraagd door de perfect dichtgetimmerde wetgeving. Over de kleinste kleinigheden moet steeds langdurig worden overlegd. Er waren meer advocaten nodig dan spoorwegarbeiders. In dezelfde periode is in China 35.000 kilometer TGV-spoor gebouwd. En rond 1860 werd voor de transcontinentale spoorweg in zes jaar 2700 kilometer spoor gelegd.
Wie denkt dat alleen de Amerikanen ontspoord zijn, vergist zich. De korte tramlijn die in Utrecht is aangelegd naar de Uithof, de snel groeiende campus van de universiteit, heeft na jaren van vertraging bijna een half miljard gekost, 64 miljoen euro per kilometer. Een enigszins vergelijkbaar tramproject in Edinburgh kostte ook 64 miljoen per kilometer. De ellende van de Nederlandse hogesnelheidsspoorlijn moet de lezer nog maar eens op eigen gelegenheid naslaan.

Kortom, wat we vroeger konden en wat de Chinezen nog steeds kunnen, kunnen we nu niet meer. Niet in de VS en niet in Europa! Hoe komt dat? Heel kort door de bocht: door de enorme complexiteit van de regelgeving op elk niveau en de geslepen manier waarop georganiseerde groepen die primair hun eigen belangen beschermen van die regelgeving gebruik maken – of zo u wil, misbruik maken. Voordat ik dat probleem wat ruimer uit de doeken doe, eerst nog een treurig voorbeeld uit de wereld van het gesubsidieerde wetenschappelijk onderzoek.
Katalin Karikó is een Hongaarse wetenschapper, aanvankelijk werkzaam aan de University of Pennsylvania. Zij raakte in de loop van haar onderzoek geïnteresseerd in het functioneren van mRNA, ofwel messengerRNA. RNA is het simpele zusje van DNA, dat in de cel verantwoordelijk is voor de productie van eiwitten. In gesprek met een collega raakte zij ervan overtuigd dat mRNA, mits gemanipuleerd, gebruikt kan worden om in de cel een sterke immuun-impuls te veroorzaken en zo dus ook bruikbaar zou zijn om een vaccin te bouwen (dit is niet bedoeld als uitleg, maar als aanduiding van deze baanbrekende ontdekking).
Omdat het onderzoek aanvankelijk niet veel opleverde en Karikó er niet in slaagde er geld voor te mobiliseren, werd zij eerst gedegradeerd en vervolgens ontslagen. Het wereldberoemde blad Nature weigerde haar artikel. Vervolgens bleek het mogelijk door deze ontdekking binnen een jaar na het begin van de Covid-pandemie een bruikbaar vaccin te produceren. Deskundigen dachten dat dat wel tien jaar zou kunnen duren. Tientallen miljoenen mensen hebben hun leven aan dat vaccin te danken. Het verhaal loopt goed af: Karikó en haar collega kregen de Nobelprijs. Karikó werd opgenomen in de directie van het farmaceutische bedrijf Moderna.
Deze geschiedenis geeft te denken over de onderzoekscultuur. Die wordt sterk gedomineerd door een veel te behoudend beleid. Routineus onderzoek en de status van de onderzoeker bepalen de geldstroom in grote researchinstituten. Als er van tevoren geen zekerheid is over de uitslag, komt er geen geld. Dat is een prettige gang van zaken, maar grootse ontdekkingen levert die niet op.
Hoe zou het dan wel moeten? De auteurs halen Bell Labs aan als voorbeeld, ooit de onderzoekspoot van de grootste Amerikaanse telefoonmaatschappij, en het Defense Advanced Research Project Agency (DARPA), in de jaren vijftig gestart als reactie op de spoetnik. In Bell Labs werd onder meer de fotovoltaïsche cel uitgevonden en de transistor – en daarmee de mogelijkheid van de microchip. DARPA bedacht GPS en het internet en was een van de eerste investeerders in het reeds genoemde Moderna.
Beide laboratoria namen grote risico’s bij hun onderzoek. De managers werden niet afgerekend op hun fouten en hoefden niet aan politici in Washington uit te leggen wat zij van plan waren of waarom zij deden wat zij deden. In Nederland kunnen we denken aan het Natuurkundig Laboratorium van Philips, het NatLab, dat ooit zeer productief was maar ondertussen roemloos ten onder is gegaan. Heel kort samengevat: onderzoek zonder regels of voorschriften, waar de onderzoekers niet 40 procent van hun tijd hoeven te besteden aan subsidieaanvragen.
Patronen doorbreken
Zonder zonnepanelen en microchips zou de energietransitie helemaal niet mogelijk zijn. Beide zijn Amerikaanse uitvindingen. Maar de Amerikanen hebben de verdere ontwikkeling en massale productie van hun eigen uitvindingen de laatste decennia merkwaardig genoeg uit handen gegeven.
In de late jaren tachtig voorzag president Jimmy Carter het Witte Huis van zonnepanelen, een uitzonderlijke primeur. Vervolgens liet zijn opvolger Ronald Reagan ze weghalen. In de VS werden ze min of meer vergeten. Ze werden verder ontwikkeld in Duitsland en China werden . China produceert nu 70 procent van alle zonnepanelen. Nog aan het begin van deze eeuw maakten de VS bijna 40 procent van alle microchips. Nu is dat nog maar 12 procent. De grootste producent van geavanceerde chips is TSMC, dat is gevestigd op Taiwan.
Het trumpisme is waarlijk de stompzinnigheid aan de macht
Joe Biden heeft geprobeerd deze wonderlijke technologische traagheid te compenseren. Het ziet er niet naar uit dat zijn opvolger dat beleid zal voortzetten. In het meest recente budget van Donald Trump worden fiscale heffingen voorgesteld op alle vormen van zonne-energie en subsidies aangekondigd voor kolenmijnbouw. Het trumpisme is waarlijk de stompzinnigheid
aan de macht!
De auteurs Klein en Thompson hebben ondertussen duidelijk gemaakt dat je met een efficiënt productiesysteem en een daarbij passend ingerichte samenleving een spectaculaire start kan maken op weg naar de Overvloed. Daarvoor zullen ook de VS bereid moeten zijn een deel van hun overvloedige regelgeving op intelligente wijze in te ruilen voor efficiënte productie. Geliefde patronen moeten doorbroken worden om de georganiseerde schaarste aan te pakken. Conservatieven moeten begrijpen dat de overheid onvermijdelijk een essentiële rol speelt. Laten we wel wezen, DARPA is een overheidsinitiatief!
Dan blijft de vraag hoe de gewenste maatschappelijke transformatie tot stand moet worden gebracht. Hier gaat Abundance helaas uit als een nachtkaars. Om de VS te bevrijden uit de kluisters van de traditionele conservatieve afkeer van de overheid en de enorme hoeveelheid beperkende wetgeving waarvoor de liberals hebben gezorgd, is een New Political Order noodzakelijk. Denk aan zoiets als de combinatie van de New Deal en de Tweede Wereldoorlog tussen 1933 en 1945.
Hoe dat in de huidige tijd politiek verwezenlijkt zou kunnen worden, is volstrekt onduidelijk. In de periode 1933-1945 was immers sprake van een dubbele crisissituatie, die zich hoogstens laat vergelijken met de Burgeroorlog.
Voor zover er nu sprake is van een trumpcrisis wordt die slechts door een deel van de bevolking ervaren en leidt deze hoogstens tot een zonderlinge regressie, die de situatie alleen maar erger maakt. De complexe institutionele verstopping is van een zodanig solide aard dat alleen een veel diepere maatschappelijke crisis de samenleving echt in beweging zou kunnen brengen. Alleen dan kunnen diep ingesleten vertragende arrangementen werkelijk verstoord worden.
Enorme vuist
We kunnen hier te rade gaan bij de Amerikaanse econoom Mancur Olson. Hij wordt door de auteurs wel genoemd, maar naar mijn mening veel te snel en nogal gemakzuchtig afgeserveerd. Olson werd beroemd met zijn verklaring van het verbazende verschijnsel dat de dramatische verliezers van de Tweede Wereldoorlog, Duitsland en Japan, na de oorlog op miraculeuze wijze uit de letterlijke en metaforische as zijn herrezen, terwijl de triomfantelijke overwinnaar Engeland juist macro-economisch in de versukkeling raakte.
Dat kwam omdat de oorlog juist bij de verliezers een geheel nieuw sociaal-economisch speelveld had gecreëerd. Oude institutionele structuren met hun traditionele belangenorganisaties waren verdwenen. Omdat het de oorlog gewonnen had, leek daar in Engeland geen noodzaak voor te zijn. De traditionele elite had het er prima van afgebracht. Over de Sovjet-Unie is wel eens gezegd dat die zich eigenlijk nooit van de Tweede Wereldoorlog heeft hersteld, de VS waren al structureel opgeschud door de New Deal.
De oorlog creëerde bij de verliezers een geheel nieuw sociaal-economisch speelveld
Of Olson gelijk heeft, valt lastig overtuigend te bewijzen, maar zijn redenering is op z’n minst leerzaam voor wie een New Political Order wenst. Volgens Olson wordt in een succesvolle industriële samenleving een complexe institutionele orde opgebouwd van georganiseerde belangengroepen die hun voordelige maatschappelijke positie beschermen, ook als dat ten koste gaat van het grotere nationale belang. Zonder een diep ingrijpende historische verstoring zijn die belangenbehartigers niet of nauwelijks in beweging te krijgen.
Neem de tientallen miljoenen huizenbezitters voor wie hun eigen huis hun grootste kapitaal is; als die hard zouden worden aangepakt kunnen zij politiek een enorme vuist maken. Of neem de effecten van een omvangrijke Green Deal. Als de burgers de indruk krijgen dat zij zelf voor de kosten op moeten draaien, vluchten zij naar rechts. Zonder zeer dramatische gebeurtenissen zijn de marges van de democratie inderdaad smal en moet je nog verdomd goed opletten dat de technologische revolutie niet door populisten wordt opgeslokt.

Veeteeltlobby
Wat voor de VS geldt, geldt ook voor andere succesvolle moderne landen. Na de Gouden Jaren van 1945-1975 zijn die langzaam institutioneel dichtgeslibd. De traagheid en het onvermogen van ook de Nederlandse overheid in de laatste decennia moeten we volgens Olson wijten aan het omvangrijke complex van belangengroepen. Die zijn op tal van frictiepunten in de samenleving op de rem gaan staan omdat zij, vaak terecht, vermoeden dat hun belangen schade zullen oplopen bij eventuele veranderingen. Ik noem de veeteeltlobby, met een zeer beperkt nationaal belang dat een veel groter systeem van economische activiteiten gijzelt.
P.S. Olsons model maakt ook duidelijk dat het geen enkele zin heeft het succes van China steeds te vergelijken met de traagheid van de westerse landen. China verkeert in een totaal andere ontwikkelingsfase. Het land kon in minder dan een halve eeuw het grootste productieapparaat ooit opbouwen, juist omdat een complicerende institutionele infrastructuur geheel ontbrak. Buitenlandse investeerders konden in vrije economische zones hun gang gaan.
Tussen 1865 en 1920 hebben de Amerikanen het toenmalig grootste productieapparaat ooit opgebouwd. Een industriële institutionele structuur ontbrak toen volledig. En het suffe Engeland van nu was tussen 1750 en 1850 het technologische wonder van de wereld.