Bang voor spoken

Gepubliceerd op:

Door Christ Klep • Illustraties Leendert Masselink

Wie denkt dat moderne mensen op een rationele manier met risico’s omgaan, vergist zich. Ons brein is ontwikkeld voor snelle beslissingen bij acuut gevaar, maar kan niet omgaan met diffusere dreigingen.

Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse nummers hier of word abonnee

In de zomer van 2017 maakte een toestel een noodlanding op de luchthaven Keulen-Bonn. De lijnvlucht was onderweg van de Sloveense hoofdstad Ljubljana naar Londen. De 151 passagiers verlieten het toestel via noodglijbanen. Een passagier had een ‘verdacht gesprek’ opgevangen – blijkbaar viel het woord ‘bom’ – en de piloot gewaarschuwd. De politie arresteerde drie mannen. Een verdachte rugzak werd voor de zekerheid aan flarden geblazen.

Het bleek allemaal vals alarm. Interessant detail: bom is Sloveens voor ‘ik zal’. Zou die ene alerte passagier misschien bij gebrek aan talenkennis en nerveus door de golf van terreuraanslagen dat jaar…

Deze kluchtige episode illustreert ons ingebakken onvermogen om risico’s nauwkeurig in te schatten. Enerzijds ervaren we onverwachte maar betrekkelijk ongevaarlijke zaken als bijzonder riskant. Anderzijds wandelen we schouderophalend langs de grootste gevaren. Waarom zijn we bijvoorbeeld meer op onze hoede in openbare ruimtes, terwijl de kans op rampspoed in onze vertrouwde keukens of badkamers aanzienlijk groter is?

Dit onlogische gedrag is in hoge mate evolutionair bepaald. Ons brein leeft namelijk nog steeds in de prehistorie. Het reageert hetzelfde op moderne complexe gevaren als op de basale directe bedreigingen in de jungle of savanne. Bij acuut gevaar wordt ons tragere analytische denksysteem (ons ‘verstand’) weggedrukt: vechten of vluchten! Begrijpelijk, want een paar tellen overpeinzen kan fataal zijn. ‘Als we een gifslang zien, gaan we niet eerst evalueren wat het beest eventueel in gedachten heeft,’ verduidelijkt de Amerikaanse neurowetenschapper Joseph LeDoux.

Ons brein leeft nog steeds in de prehistorie

Bij een aanstormende trein is dit intuïtieve reageren natuurlijk heel functioneel. Maar we maken allerlei denkfouten als we gevaar bespeuren. Ons prehistorische brein slaat ook aan op ‘direct’ gevaar in de vorm van bijvoorbeeld schokkende televisiebeelden of alarmerend nieuws. Omgekeerd worden we niet warm of koud van dreigingen die niet acuut gevaarlijk overkomen, zoals geestdodende statistieken over het verband tussen bewerkt voedsel en kanker.

Ons brein is überhaupt niet ontworpen voor de duizenden beslissingen die de moderne jungle – de werkvloer, sociale media, vriendenkring – van ons vereist. Risicovermoeidheid ligt dan op de loer. Na een lange werkdag wassen zorgmedewerkers bijvoorbeeld minder vaak hun handen.

We zijn dus als het ware evolutionair verslaafd geraakt aan het reageren op acute risico’s – of wat daarvoor doorgaat. Op de slepende klimaatverandering reageren de meeste mensen laks, maar een terreuraanslag maakt risicomijdende of zelfs paniekerige reacties los. Een tragische illustratie hiervan is de vliegangst na de terreuraanslagen van 9/11 in 2001. In de maanden erna vermeden veel Amerikanen het vliegtuig en verkozen de auto. Het ironische gevolg was dat uiteindelijk meer weggebruikers omkwamen door autoongelukken dan door de aanslagen. Om een extreem zeldzaam maar spectaculair gevaar te vermijden, stapten mensen in de valkuil van een veelalgemener en dodelijker risico.

Bangmakers

De media hebben een aandeel in het aanjagen van onze risicoperceptie. De focus op zeldzame, schokkende en visueel boeiende gebeurtenissen, maar ook het presenteren van anekdotisch bewijs als algemene waarheid geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid: die wordt gereduceerd tot een angstaanjagende wereld van verkrachting, chaos, moord en rampen. Denk aan de paniek rond killer bees in de jaren tachtig. De media stonden bol van rampverhalen over zwermen moorddadige bijen in het zuiden van de Verenigde Staten. In werkelijkheid vielen er nauwelijks slachtoffers door bijensteken. Toch resulteerde de hype in wijdverspreide angst en zelfs oproepen om bijenkolonies te vernietigen.

Dat zou rampzalige gevolgen hebben gehad voor de bestuiving van gewassen. Of neem een breed uitgemeten maar uitzonderlijke ontvoering van een kind door een vreemde. Zoiets kan leiden tot een overdreven angs voor stranger danger, terwijl de veel grotere risico’s voor kinderen binnen de huiselijke kring of door bekenden onderbelicht blijven.

Risico als emotie prevaleert boven risico als nuchtere analyse

We overschatten dus vaak de risico’s van zeldzame gevaren die acuut aanvoelen, maar onderschatten gevaren die zich niet manifesteren als een plotselinge, catastrofale gebeurtenis: luchtvervuiling, obesitas of de gevolgen van langdurige stress bijvoorbeeld. Dit zijn diffuse dreigingen, de gevolgen zijn pas op langere termijn merkbaar.

Met name als iets een sterk negatief gevoel oproept, ervaren we het automatisch als riskanter, ongeacht de objectieve feiten. Onze vrees voor een nucleaire ramp is bijvoorbeeld veel groter dan de angst voor de veel dodelijkere luchtvervuiling door kolencentrales. Het sinistere beeld van een alles verschroeiende nucleaire explosie en onzichtbare straling is gewoonweg veel angstaanjagender. Bij dit alles speelt de zogenoemde  beschikbaarheidsheuristiek een grote rol: we schatten de risico’s van een gebeurtenis mede in op basis van het gemak waarmee vergelijkbare voorbeelden ons te binnen schieten. Zien we in de media constant beelden van afschuwelijke vliegtuigcrashes, dan worden ze ‘beschikbaarder’ in ons brein. De droge statistieken over alle veilige vluchten verdwijnen in het niet bij de impact van één dramatische crash. Ofwel, risico als emotie prevaleert boven risico als nuchtere analyse, zeker als het om recente meeslepende gebeurtenissen gaat.

Tegelijk kan de ‘beschikbaarheid’ in ons brein van bepaalde referentievoorbeelden in de loop der tijd afnemen. Zo hebben we de neiging om de desastreuze gevolgen van overstromingen naar de achtergrond van ons brein te verschuiven als nieuwe overstromingen een tijd lang uitblijven. Dan gaan we weer vrolijk nieuwe wijken bouwen in uiterwaarden.

Dit laatste fenomeen zou je blootstellingstherapie kunnen noemen. Patiënten met angstfobieën krijgen de prikkel waar ze bang voor zijn in kleine doses toegediend en leren zo met het dreigende onheil om te gaan. Door herhaalde blootstelling zonder negatieve gevolgen leer je jezelf veiligere associaties aan. Hetzelfde speelt ook breder. Mensen die al een tijdje in de buurt van een kerncentrale wonen, zijn doorgaans minder bang voor de risico’s dan mensen die verder weg wonen.

Deze risicogewenning verklaart mede waarom zo veel autobestuurders nog net even door oranje of zelfs rood licht rijden. De kans op serieuze repercussies is immers minimaal, ervaren we elke dag opnieuw. En waarom vonden we het steeds moeilijker om ons aan de coronaregels te houden? Omdat we het steeds lastiger vonden corona als een acute dreiging te zien. Verreweg de meeste mensen werden immers niet levensbedreigend ziek.

Toverdoos

Ook gebrek aan kennis maakt mensen angstiger. Wie veel kennis heeft over genetisch gemodificeerd voedsel ervaart het minder als een risico. De meeste mensen denken echter: genen zijn eng en wat richten ze allemaal aan in ons lijf? Is dit gesleutel met genen niet onnatuurlijk en immoreel? Maar, stelt wetenschapper Aaron Wildavsky: ‘Sinds de mens gewassen teelt en vee houdt, is hij intensief bezig met genetischemodificatie. Of je het genetische materiaal van een plantje nu verandert door tientallen jaren kruisen of door het genetische materiaal in een laboratorium direct in de gewenste vorm te gieten, maakt voor de aard van het plantje en voor de mensen diehet opeten niets uit.

Daarmee is de psychologische toverdoos nog steeds niet leeg. Wat we ervaren als risico, hangt namelijk ook nauw samen met ons gevoel van controle. We voelen ons veiliger wanneer we menen invloed te kunnen uitoefenen op een situatie, hoe beperkt ook. Herkenbaar wellicht: je zit naast een ervaren bestuurder en tóch trap je voortdurend op die denkbeeldige rem.

Veel mensen voelen zich geruster achter het stuur van een auto dan als passagier in een vliegtuig. Objectief gezien is zoiets geen rationele afweging: in de VS bijvoorbeeld kwamen afgelopen jaar ruim 30.000 mensen om door auto-ongelukken, tegenover ruim 300 door vliegtuigcrashes. Zelfs de roker heeft een gevoel van controle over zijn eigen gedrag, wat de acceptatie van het risico vergemakkelijkt.

Dan is er ten slotte nog de zogenoemde optimisme-vooringenomenheid. Dit is de neiging om te denken dat negatieve gebeurtenissen anderen zullen overkomen, maar niet onszelf. In een oorlog kan zoiets extreme vormen aannemen: zelfs als militairen vooraf weten dat hun overlevingskansen laag zijn, klimmen ze tóch uit de loopgraaf of stappen ze in die gedoemde bommenwerper.

We leven in een risicomijdende maatschappij. Dan verwachten we ook nog eens dat de overheid ons een zo veilig en zeker mogelijk leven garandeert. Treffend zijn de disproportioneel grote investeringen (een kleine 500 miljoen euro) in het voorkomen van terrorisme, terwijl de risico’s hiervan voor de gemiddelde Nederlandse burger verwaarloosbaar klein zijn. Veel minder geld legt de overheid neer voor preventie van hart- en vaatziekten, een investering die veel meer levens redt.

Veel mensen voelen zich geruster in een auto dan in een vliegtuig

Voor een mooi historisch voorbeeld gaan we naar het buitenland: op 3 september 1967 schakelde Zweden over van links rijden naar rechts rijden. Dit was Dagen-H. (De H staat voor Högertrafik, ofwel rechts rijdend verkeer.) De maatregel was bedoeld om risico’s te verminderen. Behalve het veiliger maken van de grensovergangen (Noorwegen en Finland rijden rechts), benadrukten experts dat auto’s met het stuur aan de linkerkant beter zicht hebben op de weg als er aan de rechterkant gereden wordt.

Op 3 september 04:50 uur stipt moesten alle voertuigen op de weg stilstaan. Vervolgens moesten ze zich voorzichtig van de linkerkant naar de rechterkant van de weg verplaatsen en daar wachten. Precies om 05:00 uur ’s ochtends mocht het verkeer weer gaan rijden, nu aan de rechterkant. De operatie was jarenlang voorbereid en velen vreesden een bloedige verkeerschaos.

Het tegendeel bleek waar: voor Zweedse weggebruikers was 3 september 1967 door alle waarschuwingen en preventieve maatregelen in de categorie acuut gevaar terechtgekomen. Verkeersdeelnemers reageerden voorzichtig. Direct na Dagen-H werden er 125 verkeersongelukken gemeld in Zweden. Normaliter lag dit aantal tussen de 130 en 198. Veelbelovend dus. Tot iedereen aan het risico van rechts rijden gewend was en het aantal ongevallen weer snel steeg.

Om vergelijkbare redenen adviseren deskundigen steeds vaker om bijvoorbeeld rotondes niet al te overzichtelijk te maken. Overzichtelijkheid leidt tot zelfverzekerder – en dus riskanter – gedrag van weggebruikers. Mede op basis van dit fenomeen stellen verkeerspsychologen regelmatig voor om met behulp van ruimtelijke trucs de illusie van een gevaarlijke situatie te scheppen. Deze manipulatie van onze risicoperceptie heeft het aantal verkeersslachtoffers op sommige plekken met wel 80 procent verminderd.

Verborgen zegen

Gaan we risico’s ooit beter inschatten? De experts zijn het er wel zo’n beetje over eens: het is een utopie om te denken dat we onze diepgewortelde cognitieve vooroordelen volledig kunnen uitbannen. Ze maken deel uit van wie we zijn – al sinds de prehistorie. Ons brein is nu eenmaal niet ontworpen om als een statistische rekenmachine te functioneren; het is een overlevingsmechanisme dat is geoptimaliseerd voor snelle, vaak intuïtieve beslissingen.

Tegelijk zijn veel deskundigen hoopvol dat we uiteindelijk onze rammelende risicobeoordeling enigszins kunnen verbeteren. Om te beginnen moeten we natuurlijk onze eigen denkfouten inzien. Dat kan door betere methodes voor risicobeoordeling: afvinklijstje en protocollen bijvoorbeeld of het inschakelen van een ‘advocaat van de duivel’ die zwakke punten in een risicoanalyse kan blootleggen. Big data en kunstmatige intelligentie bieden mogelijkheden om objectiever risico’s te identificeren en te analyseren, vrij van menselijke emoties en vooroordelen.

De overheid en media zouden minder sensationeel moeten communiceren

Voor de overheid, politici en media is een belangrijke rol weggelegd: in plaats van in te spelen op sensatie en angst, kunnen ze feitelijk en minder sensationeel communiceren. De toekomst van risicobeoordeling zal waarschijnlijk een symbiose zijn tussen voortschrijdend menselijk inzicht en geavanceerde technologie.

Resteert deze kanttekening: is ons onvermogen om risico’s goed in te schatten eigenlijk niet ook een verborgen zegen? Een wereld waarin we risico’s perfect kunnen beoordelen, zal buitengewoon saai zijn. Geen positieve of negatieve verrassingen meer. Minder avontuur en creativiteit: waarom nog een innoverende startup beginnen of gewaagde kunst creëren? Sterker nog, wordt onze menselijkheid niet mede bepaald door dit soort imperfecties, inclusief onze aanleg om soms impulsieve of onredelijke beslissingen te nemen?

Ten slotte nog even terug naar de noodlanding op vliegveld Keulen-Bonn. De mannen die het ‘verdachte’gesprek hadden gevoerd, noch de passagier die de piloot inlichtte, draaiden op voor de kosten van de noodlanding. De luchtvaartmaatschappij en het vliegveld konden terugvallen op hun risicoverzekering. Zo zie je maar.

Wie denkt dat moderne mensen op een rationele manier met risico’s omgaan, vergist zich. Ons brein is ontwikkeld voor snelle beslissingen bij acuut gevaar, maar kan niet omgaan met diffusere dreigingen.

Uit Maarten! 2025-3. Bestel losse nummers hier of word abonnee

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Gerelateerde artikelen

‘AI bedreigt de democratie’

‘Eerst moeten er doden vallen’

Het eigenzinnige geheugen

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.
 
Consent choices