‘De Limburgse bestuurscultuur is niet veranderd’

Het Sicilië van Nederland, zo wordt de Limburgse politiek vaak omschreven. Corruptieschandalen, vriendjespolitiek en integriteitsschendingen bepalen al decennialang het imago van de bestuurders in Limburg. In De vriendenreünie blikken journalist Joep Dohmen en historicus Paul van der Steen terug op de afgelopen kwarteeuw. Is de Limburgse bestuurscultuur nog te redden?

Door Sean Kerstges

In het voorjaar van 2021 trad het gehele Limburgse provinciebestuur af vanwege een corruptieschandaal. De voormalige gedeputeerde Herman Vrehen (CDA) gebruikte provinciale subsidies om via zijn stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen opdrachten uit te besteden aan zijn eigen bedrijven.

Politieke affaires als deze zijn geen zeldzaamheid in Limburg. In de jaren negentig kwamen de eerste grootschalige corruptieschandalen in de provincie aan het licht. Wegenbouwer Sjaak Baars kocht al decennialang bestuurders om en vertelde hier uitgebreid over tegen onderzoekers van de Belastingdienst. Joep Dohmen, destijds journalist van De Limburger, pluisde het corruptienetwerk uit en schreef er in 1997 het boek De vriendenrepubliek over. Nu, 25 jaar later, onderzocht hij samen met collega Paul van der Steen of er fundamentele veranderingen hebben plaatsgevonden in de Limburgse bestuurscultuur.

Waarom was het nu tijd om een vervolg te schrijven?

Dohmen: ‘In de jaren na het verschijnen van De vriendenrepubliek waren er meerdere momenten waarop een vervolg in beeld kwam. Zo verdeelden twee CDA-wethouders uit Echt-Susteren in 2009 750.000 euro aan dividend van het energiebedrijf Essent zonder de gemeenteraad hiervan op de hoogte te stellen. Herman Vrehen was ook betrokken bij deze “Sinterklaasaffaire” en trad uiteindelijk af. Een jaar later trad ook de Maastrichtse burgermeester Gerd Leers af nadat er commotie was ontstaan rondom het aanschaffen van zijn Bulgaarse villa. Leers had de schijn van belangenverstrengeling gewekt, omdat een bevriende ambtenaar ook aandeelhouder was van het bedrijf dat de villa kocht. Na het aftreden van het volledige Limburgse provinciebestuur in 2021 was de tijd écht rijp voor een vervolgwerk.’

Van der Steen: ‘Het ijkpunt van 25 jaar sinds de vorige publicatie was ook belangrijk, want dat gaf ons de mogelijkheid om terug te blikken en te onderzoeken of dezelfde structuren nu nog aanwezig zijn.’

En, is er iets veranderd?

Dohmen: ‘De bestuurscultuur is niet veranderd. Ondanks dat het aantal corruptiezaken sinds de jaren negentig is afgenomen, bleef het aantal veroordeelde ambtenaren min of meer gelijk. In de afgelopen 25 jaar zijn er opnieuw geregeld corruptieaffaires blootgelegd. De bekendste is de zaak rondom de Roermondse wethouder Jos van Rey. Het gerechtshof in Den Haag bevond de VVD-er schuldig aan het aannemen van giften van verschillende projectontwikkelaars.’

Van der Steen: ‘Alleen de manier waarop corruptie plaatsvond veranderde. Tot en met de jaren negentig gebeurde dat op een directe manier: via omkoping. Nu gaat dat veel indirecter, door middel van het toespelen van bestuurlijke posities.’

Grijpt justitie niet in?

Dohmen: ‘Het Openbaar Ministerie veroordeelde alleen Jos van Rey in 2016 en bestuurders uit het corruptienetwerk van wegenbouwer Sjaak Baars in de jaren negentig. Deze zaken vielen beiden in de categorieën “ons kent ons”, bedenkelijke nevenfuncties van gedeputeerden en een gebrek aan integriteit.’

Van der Steen: ‘Enkele andere zaken, zoals de Sinterklaasaffaire, verschenen ook op de radar van het OM, maar dat ondernam uiteindelijk geen vervolgstappen.’

Waarom niet?

Dohmen: ‘Het is natuurlijk onmogelijk om de overwegingen van het OM volledig in kaart te brengen. Wat wel te constateren valt, is dat het OM sommige zaken die bestuurlijk werden opgelost, daarna liet varen.’

Van der Steen: ‘Als er al politieke consequenties werden getrokken, zoals het aftreden van wethouders en gedeputeerden, was dat voor het OM inderdaad een reden om niet te vervolgen. In feite was de carrière van dergelijke politici dan al voorbij en was de zaak daarmee afgehandeld.’

Waarom is Limburg zo gevoelig voor corruptieschandalen?

Van der Steen: ‘Het is een combinatie van factoren. De dominantste is de zogenaamde “vissenkom” waarin Limburgse bestuurders opereren. Door de geografische ligging van Limburg blijven de meeste Limburgse bestuurders binnen de provincie en komen er amper nieuwe mensen van buitenaf. Hierdoor komen politici, bestuurders en ondernemers elkaar steeds opnieuw tegen. Zo ontstaat er een cultuur waarin vriendendiensten genormaliseerd zijn en men minder snel bereid is om elkaar aan te spreken op integriteitskwesties.’

Dat is ten diepste het probleem in Limburg: bestuurders hebben simpelweg niet door dat ze hun integriteit schenden

Is Limburg hierin uniek in Nederland?

Dohmen: ‘Corruptie en vriendendiensten komen in heel Nederland voor, het is niet iets typisch Limburgs. Wij concluderen echter wel dat er in Limburg meer van bovenstaande risicofactoren aanwezig zijn die bestuurders gevoelig maken voor corruptie dan in de rest van het land.’

Hoe is deze bestuurscultuur te doorbreken?

Dohmen: ‘De verandering moet zowel van binnenuit als van buitenaf komen. Toen Paul Depla in 2010 vanuit Nijmegen de Limburgse vissenkom binnentrad als burgemeester van Heerlen verbaasde hij zich over de praktijken van hoge ambtenaren en wethouders. Zij namen zomaar uitnodigingen voor luxe diners en giften van bedrijven aan. Depla constateerde als buitenstaander dat dit niet door de beugel kon en maakte er in Heerlen een eind aan.’

Van der Steen: ‘De bestuurders moeten het probleem ten eerste erkennen. Steeds wanneer er affaires aan het licht komen, reageren Limburgse bestuurders verbaasd. Vervolgens beloven ze verbetering. Dit ritueel herhaalt zich iedere keer opnieuw zonder dat de betrokkenen er daadwerkelijk lering uit trekken. De zaken worden bijvoorbeeld niet eens duidelijk gedocumenteerd.’

Dohmen: ‘Door een gebrek aan integriteitsbesef is er nooit actie ondernomen om alle affaires goed bij te houden. Dat is ten diepste het probleem in Limburg: bestuurders hebben simpelweg niet door dat ze hun integriteit schenden. Als er van tevoren duidelijke afspraken worden gemaakt en grenzen worden gesteld, zijn de meeste schandalen te voorkomen.’

Naar aanleiding van het nieuwe boek is er een meldpunt opgezet voor politici die zich belaagd voelen door Joep Dohmen. Wat doet dit met jullie?

Dohmen: ‘Het meldpunt vind ik hoogst ongepast. Het is een initiatief van één persoon: voormalig CDA-gedeputeerde Ger Driessen. Het landelijke CDA-bestuur heeft zich ervan gedistantieerd, maar het Limburgse bestuur niet. Dat toont aan hoe emotioneel deze zaken liggen bij sommige bewindslieden, maar niet iedereen binnen de Limburgse CDA denkt er hetzelfde over.

Mannen als Raymond Knops, Ger Driessen, Ger Koopmans en Jan Loonen zijn niet voor niets hoofdpersonen in ons boek. Vanwege publicaties over hun doen en laten zijn zij ontzettend kwaad op NRC en De Limburger, en met name op mij. Volgens hen zijn alle beschuldigen onjuist. Raymond Knops heeft zelfs een rechtszaak aangespannen. Gelukkig leven we in een land waarin de rechterlijke macht kan beslissen of journalisten onrechtmatig handelen.’

Van der Steen: ‘Knops vergeleek Dohmen met criminelen en oplichters en sprak zelfs over “de bende van Dohmen”. Het is een ernstige zaak dat iemand als Knops, voormalig staatssecretaris en minister van Binnenlandse Zaken, die de verhoudingen in een rechtsstaat zou moeten waarborgen, dit soort uitspraken doet. In een tijd van groot wantrouwen in de journalistiek en de toename van bedreigingen richting journalisten is dit zeer kwalijk.’

Hebben de politici een punt: zorgt hun slechte imago ervoor dat Limburgse bestuurders strenger worden beoordeeld?

Dohmen: ‘Limburg heeft absoluut een imago dat er altijd wel iets loos is op bestuurlijk gebied. Maar een imago ontstaat natuurlijk niet door een aantal krantenartikelen. Het is een gevolg van de ervaringen van burgers, bestuurders en bedrijven in de provincie. In het rapport van de commissie-Visser over de Limburgse bestuurscultuur wordt de journalistiek toegedicht dat deze het imago van Limburg kapot heeft gemaakt. Dat is te veel oneer. Journalisten beoordelen politici in Den Haag eveneens streng. Uiteindelijk verbetert een kritische houding het Limburgse bestuursapparaat en daarmee het welzijn van de belastingbetaler.’

Van der Steen: ‘De Limburgse reactie op kritiek heeft vaak een hoog Calimero-gehalte. Vanuit een minderwaardigheidscomplex stellen bestuurders dat ze nooit serieus worden genomen door de rest van Nederland en vinden ze dat iedereen altijd hen moet hebben.’

Rekent de Limburgse kiezer af met de in opspraak geraakte politici?

Van der Steen: ‘Het is een illusie dat politieke affaires onmiddellijke repercussies hebben voor de betrokken politici. Dat gebeurde in de jaren negentig niet en nu nog steeds niet. De verandering zal vanuit de politici zelf moeten komen.’

Limburg heeft absoluut een imago dat er altijd wel iets loos is op bestuurlijk gebied

Dohmen: ‘Buitenstaanders beschrijven de Limburgse cultuur als charmant en bourgondisch, maar de risico’s van deze cultuur worden duidelijk zodra er belastinggeld verdwijnt. Het gros van de Limburgers verwerpt deze praktijken dan ook wel degelijk.’

Van der Steen: ‘Maar bij de gemeenteraadsverkiezingen ontbreekt vaak het macro-perspectief bij de kiezers. De burgers kiezen dan toch voor de wethouder die het gemeenschapshuis renoveerde of subsidies regelde voor de fanfare. De schandalen zijn dan niet de hoogste prioriteit.’

Informeren Limburgse journalisten de kiezers dan wel voldoende?

Dohmen: ‘De politieke cultuur van de provincie Limburg sijpelt door in de Limburgse journalistiek. Jos van Rey bestempelde de regionale Limburgse omroep L1 steevast als “staatsomroep” vanwege de innige band van de omroep met het provinciehuis. Zo financierde de provincie programma’s van L1 die in de pas liepen met het provinciale beleid. De provinciale krant De Limburger kent vergelijkbare voorbeelden. Voormalig commissaris van de Koning Léon Frissen bekleedde drie maanden na zijn gouverneurschap van de provincie Limburg een plek in de Raad van Commissarissen van De Limburger. Stel je voor dat Mark Rutte na zijn premierschap direct een hoge functie krijgt bij NRC.’

Kan de Limburgse bestuurscultuur in de nabije toekomst veranderen?

Dohmen: ‘Onze conclusie over de toekomst van de Limburgse politiek is somber. Er is nog steeds onvoldoende besef bij bestuurders dat er structurele problemen zijn.’

Van der Steen: ‘Toch kunnen er zeker stappen worden gemaakt. Vlak na de bestuurscrisis in 2021 nam de urgentie voor veranderingen toe. Op zo’n moment staat het imago van de politiek op het spel. Nu komt het erop aan of dit integriteitsbesef aanwezig blijft en bestuurders leren van de fouten uit het verleden.’

Dohmen: ‘Ons boek gaat over de Limburgse bestuurscultuur, maar het belang is groter. In elke Nederlandse gemeente kunnen soortgelijke situaties voorkomen. De Limburgse voorbeelden zijn waarschuwingen waar bestuurders in het hele land van kunnen leren.’

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

‘De politiek biedt een geweldig podium om te veranderen wat niet deugt’

‘Nederland heeft een nette buitenkant met een rotte achterkant’

‘Niet zozeer Brussel, maar de EU-landen laten zich leiden door lobby’s’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.