Dit kabinet is een stresstest
Gepubliceerd op:
Door Christ Klep
‘Niet meer van deze tijd!’ Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans is duidelijk. En dan gaat het niet om skinny jeans of kringverjaardagen. Voermans heeft het over minderheidskabinetten in de Nederlandse politiek. Historisch gezien slaat hij de spijker op z’n kop. Vanaf 1918 stoelden Nederlandse kabinetten steeds op meerderheden in het parlement. Oké, in 1939 trad nog een minderheidskabinetje aan: Colijn V. Maar dat was een politiek vluggertje, meer niet. Colijn cum suis moesten na drie dagen hun paperassen alweer bijeen graaien. Het kabinet-Rutte I (2010-2012) was hoogstens een pseudominderheidsgedoogkabinet. Dit probeersel spatte gillend uiteen en versterkte de negatieve sfeer rondom minderheidskabinetten alleen maar.
Uit Maarten! 2026-2. Bestel losse nummers hier of word abonnee
Sinds de geboorte van het minderheidskabinet-Jetten buitelen de meningen over elkaar heen. De scepsis is voelbaar tot in de haarvaten van de Nederlandse politiek: kan de BV Nederland zichzelf eigenlijk wel bestieren zonder een vooraf dichtgetimmerde meerderheid van 76 zetels?
En toch, vraag een willekeurige politicoloog tijdens een kringverjaardag eens naar de potentie van minderheidskabinetten. Dan reageert die vaak verrassend enthousiast: dieper dualisme, dunnere regeerakkoorden, een serieus controlerend parlement, breder gedragen wetten, grotere transparantie en flexibiliteit. Méér partijen regeren als het ware tijdelijk mee. Dus is de kiezer beter vertegenwoordigd en krijgen meer perspectieven de ruimte. Een minderheidskabinet moet per dossier meerderheden zoeken: met milieubewust links voor het klimaat bijvoorbeeld, met conservatief rechts voor migratie. In 2018 concludeerde de Staatscommissie Parlementair Stelsel veelzeggend genoeg dat landen waar minderheidskabinetten gangbaar zijn echt niet kampen met slechter beleid of een haperend parlementair stelsel.
Denemarken is het onbetwiste gidsland voor minderheidsconstructies
Veel deskundigen wijzen dan naar Denemarken, het onbetwiste gidsland voor minderheidsconstructies. Geen gekke parallel. Nederland en Denemarken zijn verwante samenlevingen met lange grondwettelijke tradities en vergelijkbare kiesstelsels. Onze Vikingvrienden bewijzen dat minderheidskabinetten niet per definitie zwakke kabinetten hoeven te zijn. De open structuur van minderheidscoalities en de afwezigheid van gedetailleerde afspraken bieden ruimte om besluiten pragmatisch te baseren op daadwerkelijke meerderheden in het parlement. Geen dichtgetimmerde regeerakkoorden dus. Deense partijen weten sowieso dat ze in de toekomst zelf mogelijk telkens op zoek moeten naar meerderheden. Dit bevordert een cultuur van elkaar iets gunnen. De Deense politiek werkt met beleidsakkoorden die een langere looptijd hebben dan een enkele kabinetsperiode. Dit geeft partijen zekerheid. Als je na verkiezingen in de oppositie belandt, of andersom, blijf je betrokken bij dat betreffende beleidsakkoord. Ofwel, in Denemarken heeft de oppositie ook de facto rechten – in Nederland veel minder.
Waarom kijken we in Nederland dan toch naar deze minderheidsconstructie als een noodverband in plaats van als een veelbelovend alternatief? Het antwoord ligt verankerd in ons politieke DNA. De Nederlandse politieke cultuur is fundamenteel ingesteld op beheersbaarheid. We zijn het land van de grote compromissen. Onze hele staatsinrichting draait om het smoren van conflicten in uitgebreid overleg tussen sociale partners, belangengroepen en politieke partijen. In Nederland dient een regeerakkoord niet als een startpunt, maar als een politiek contract met de omvang van een telefoonboek. Zodra de handtekeningen staan, moet de rust wederkeren.
In het verlengde daarvan is de Nederlandse fractiediscipline bijna ongeëvenaard rigide. Niks zelfstandig nadenkende Kamerleden, iets wat in de Deense optiek juist het bewijs is van politiek vakmanschap. Denemarken heeft trouwens wel het voordeel van een eenkamerstelsel. Een kabinet hoeft dus maar met één parlementaire kamer rekening te houden.
Nederlanders zien politiek als een huwelijk, Denen als een latrelatie
Nederlanders zien politiek als een huwelijk (alles vastleggen bij de notaris), terwijl Denen het zien als een latrelatie (kijken of het morgen ook nog leuk is). Bovendien blijft regeren met minderheidskabinetten een soort permanent campagne voeren om meerderheden te halen. Daar zijn die nuchtere Nederlanders juist een tikkeltje allergisch voor.
Het kabinet-Jetten is wat mij betreft meer dan een politiek stuipje. Het is wel degelijk een soort stresstest voor de Nederlandse democratie. Een experiment om te bekijken of de Deense noorderzon ook in Nederland kan schijnen. Maar als de reflex van beheersbaarheid-omwille-van-de-stabiliteit wint, zal dit kabinet slechts een kortstondig intermezzo blijken te zijn. Als partijen elkaar al uitsluiten tijdens de kabinetsformatie en er ‘dus maar’ een minderheidskabinet ontstaat, zal de oppositie nooit heel enthousiast zijn om constructief mee te denken.
De vraag is of wij als Nederlanders stoutmoedig genoeg zijn om de controle een beetje los te laten. Gokje wagen? Ik denk het niet. Volgens mij keren we na nieuwe ingelaste verkiezingen binnen afzienbare tijd weer terug naar de vertrouwde dichtgetimmerde meerderheidscoalities. Veilig en voorspelbaar. Wereldkampioen polderen achter gesloten deuren. Dus tegen de tijd dat u dit leest, regeert wellicht het meerderheidskabinet-Klaver I. Of het kabinet-Markuszower I. Je weet het maar nooit. Ik voel al een nieuwe tv-klapper aankomen: Wie is de minister-president?