Herinneringen aan de grens

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

Elke echte natie heeft een grens nodig. De burgers dienen immers te weten waar hun eigen natie ophoudt en de aangrenzende begint. De meest zichtbare grenzen zijn hekken of muren. Nederland heeft zijn hele grens met Duitsland en België voorzien van gietijzeren of stenen palen, en daarmee is de grens het langste Nederlandse monument. Daar komt nog bij dat er ook binnen Nederland tal van grenzen zijn – van waterschappen bijvoorbeeld, of van provincies en gemeentes. De laatste stellen er eer in je aan hun grens van harte welkom te heten. We wonen, kortom, in een complexe begrensde wereld.

Vroeger, in mijn kindertijd, was het overschrijden van de nationale grens een opwindend avontuur. Passeerde je de grens per trein, dan verschenen er twee douaniers in de coupé, die de reisdocumenten nauwkeurig bestudeerden en dreigend in je koffer keken. Als het meezat, kreeg je een stempel in je paspoort. Die stempel was een waardevol bewijs dat je daadwerkelijk in het buitenland was geweest.

Wie per auto de grens passeerde, moest altijd stoppen en liep het risico dat de hele auto werd gecontroleerd op smokkelwaar. Had je een boete niet betaald, dan moest je die alsnog voldoen voordat je het land kon verlaten. Bovendien ging vaak precies bij de grens het Nederlandse asfalt over in een zichtbaar anders ogende Duitse of Belgische variant.

 

Alle Nederlandse grenspalen zijn gefotografeerd door hartstochtelijke grenspaalliefhebbers

 

De EU is in zoverre een groot succes dat de hier concrete, zichtbare grenzen hun betekenis hebben verloren. De douaniers zijn uit de treinen verdwenen en in de auto passeer je de grens achteloos met 120 kilometer per uur. Alleen in rare en gevaarlijke landen is nog sprake van visa, stempels en grensbeambten met spiegelende zonnebrillen. Van de min of meer normale naties maken alleen de Verenigde Staten er een gewoonte van buitenlanders bij binnenkomst zo onheus mogelijk te bejegenen.

Ondanks de vervagende grenservaring kunnen gezelschappen die terugkeren uit België of Duitsland spannende wedstrijden houden wie het snelst ziet dat hij weer op Nederlandse bodem is. Meestal springen de verkeersborden en de wegverlichting het eerst in het oog. Het heeft iets ironisch dat verkeersborden het eerste en duidelijkste signaal zijn van onze nationale identiteit.

Drieënhalflandenpunt

Nadat de Belgen zich in 1830 langs revolutionaire weg van Nederland hadden afgescheiden, duurde het nog dertien jaar voor de grensmarkering tot stand kwam. Vanaf het drielandenpunt in Limburg werden 365 gietijzeren palen lang de grens geplaatst, tot aan de kust van Zeeuws-Vlaanderen.

Het drielandenpunt, dat miljoenen Nederlanders hebben bezocht met een schoolreisje – bestaat die aandoenlijke gewoonte nog? –, heeft de ongekende charme dat je binnen enkele tientallen seconden drie verschillende landen kunt bezoeken. Jammer genoeg krijg je daar geen stempels. Ooit was het drielandenpunt een vierlandenpunt, of misschien beter: een drieënhalflandenpunt.

 

Alleen in rare en gevaarlijke landen is nog sprake van visa, stempels en grensbeambten met spiegelende zonnebrillen

 

Bij het Congres van Wenen in 1814 en 1815 konden Pruisen en Nederland het niet eens worden over een zinkmijn even ten zuiden van Vaals. Daarom werd het neutrale dwergstaatje Moresnet in het leven geroepen, dat als een soort glasscherf aan de zuidoostpunt van Limburg hing. Pruisen en Nederland maakten daar samen de dienst uit.

Moresnet, 344 hectare groot, had aanvankelijk 256 inwoners. Het ontwikkelde zich echter voorspoedig, omdat het – hoe kan het ook anders? – een belastingparadijs werd. Na hun afscheiding namen de Belgen de Nederlandse positie in Moresnet over. Bij het Verdrag van Versailles in 1919 kwam er een einde aan Moresnet, dat bij België werd gevoegd. De stevige stenen grenspalen van het voormalige belastingparadijs staan er echter nog steeds. Grenzen verdwijnen, maar de grenspalen blijven staan.

Alle Nederlandse grenspalen zijn gefotografeerd door hartstochtelijke grenspaalliefhebbers. Zie daarvoor de alleraardigste website www.grenspalen.nl. Wie de moeite neemt ten minste enkele tientallen van die grenspalen te bekijken, zal onvermijdelijk worden getroffen door de realisatie dat grenzen volkomen willekeurig zijn.

Zeker, sommige grenzen worden gevormd door brede rivieren of indrukwekkende gebergten, maar die paaltjes tussen Nederland en België lijken achteloos rondgestrooid. Ze staan tussen de weilanden, op de hoeken van tuintjes of verscholen in heggen. De wonderlijkste situatie aan de Belgisch-Nederlandse grens bestaat bij de dorpen Baarle-Hertog en Baarle-Nassau. De indeling is daar zo ingewikkeld dat er geen grenspalen zijn gezet.

Baarle-Hertog is een Belgische enclave op Nederlands grondgebied, maar in die enclave bevinden zich weer Nederlandse enclaves. Hier bevinden zich huizen waar de grens dwars door de keuken loopt. De hele bizarre situatie, die overigens al uit de Middeleeuwen stamt, is pas in 1995 officieel vastgelegd.

Boternacht

Langs de Duitse grens zijn de grenspalen ouder dan de moderne Duitse eenheidsstaat, die van 1871 dateert. In het zuidelijke grensgebied stammen de grenspalen uit het koninkrijk Pruisen, in het noordelijke grensgebied uit het koninkrijk Hannover. Als het aan Nederland had gelegen, waren al die grenspalen na 1945 overbodig geworden, want de regering claimde als schadevergoeding voor de Duitse bezetting een omvangrijk gebied langs de Nederlands-Duitse grens.

Er waren verschillende plannen, maar uiteindelijk vroeg Nederland in 1947 1840 vierkante kilometer, waarop 160.000 mensen woonden. Het was de bedoeling dat de Duitsers uit dit gebied zouden worden verwijderd.

Geheel terecht werd deze eis uiteindelijk afgewezen door de Geallieerde Hoge Commissie, die toezicht hield op de Bondsrepubliek. Het argument was dat Duitsland het in deze jaren al moeilijk genoeg had. Nederland kreeg uiteindelijk in 1949 69 vierkante kilometer, waarvan de plaatsjes Elten en Tudderen het grootste deel uitmaakten. Deze gebieden werden terstond door Nederlandse troepen bezet. De Duitse bewoners konden blijven, en kregen een paspoort met daarin de veelzeggende opmerking: ‘Wordt behandeld als Nederlander.’

Veel plezier heeft Nederland niet gehad van deze gebieden. De Duitsers wilden ze graag weer terug en waren bereid daarvoor fors te betalen. Op 1 augustus 1963 werden Elten en Tudderen weer Duits. Dat leidde in Elten tot een vermakelijke situatie.

In die jaren was roomboter in Nederland veel goedkoper dan in Duitsland. Bij invoer in Duitsland moest daarom een forse heffing worden betaald. Handelaren plaatsten op 31 juli een groot aantal vrachtwagens, voornamelijk geladen met boter, in Elten. De volgende dag stonden die vrachtauto’s niet langer in Nederland, maar in Duitsland, waardoor de invoerheffing werd vermeden. Men schat dat er die nacht, ook wel Butternacht genoemd, zo’n 50 tot 60 miljoen gulden is verdiend.

Mocht Nederland ooit opgaan in een Europese Unie, dan kunnen we van één ding zeker zijn: de grenspalen zullen nog eeuwen blijven staan, als monumentale herinnering aan het land dat zij ooit markeerden.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Openluchtmuseum Nederland: de Abdij Rolduc

Openluchtmuseum: de eenzame Kathedraal van Radio Kootwijk

Openluchtmuseum: de Gerbrandytoren

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.