Hoe laat Obama Amerika achter?

DOOR MAX WESTERMAN

Journalist en voormalig Amerika-correspondent Max Westerman analyseert wat acht jaar Obama Amerika heeft gebracht. Hij trok de economie weg van de rand van de afgrond, kreeg Obamacare van de grond en herstelde de puinhopen van het buitenlandbeleid van George Bush. Maar hij maakte niet alle beloftes waar.

Uit Maarten! 2016-3

The Best ‘Worst President’ luidt de titel van een boek over het presidentschap van Obama. De kwalificatie van ‘slechtste president’, overgenomen door grote delen van rechts Amerika, kreeg Obama van Dick Cheney. U weet wel, de vicepresident die samen met zijn baas, George Bush, de wereld met list en bedrog twee oorlogen in dreef en zijn land achterliet op de rand van een economische afgrond. Dat Obama in werkelijkheid de geschiedenis in zal gaan als een van de beste presidenten, is de overtuiging van de auteur van dit boek, Mark Hannah. En trouwens ook de mijne.

Van de zes presidenten die ik in de Verenigde Staten heb meegemaakt, is Obama degene die het meeste voor elkaar heeft gekregen. De lijst van resultaten op binnen- en buitenlands gebied die Hannah een voor een tegen het licht houdt, is indrukwekkend. Maar zeker zo in het oog springend is de waardige manier waarop deze president omgaat met zijn macht. ‘Ik mis Obama nu al,’ schreef David Brooks, de conservatieve columnist van The New York Times, om die reden. Hoewel hij het op veel punten met Obama oneens is, prees Brooks de president om zijn ‘buitengewone integriteit, fundamentele menselijkheid, zorgvuldige besluitproces, kalmheid onder druk, goede manieren en elegantie’. Eindelijk weer eens een presidentschap zonder schandalen!

En toch werden weinig presidenten zo door het slijk gehaald als deze. Natuurlijk kun je Amerika’s eerste gekleurde president niet openlijk aanvallen op zijn ras. Maar er zijn andere manieren om te benadrukken dat hij ‘anders’ is dan zijn voorgangers. Donald Trump bespeelde al tijdens de vorige verkiezingsrace Amerika’s racistische onderbuik door te insinueren dat de christelijke Obama een moslim is (54 procent van de Republikeinen gelooft dat nog steeds) – en wellicht ook niet geboren in Amerika. Laat je geboortebewijs maar eens zien, eiste hij op hoge toon. First Lady Michelle Obama sprak erover in haar magistrale speech tijdens de Democratische conventie eind juli: ‘Wij sporen [onze dochters] aan om degenen die hun vaders geloof of nationaliteit in twijfel trekken te negeren. We benadrukken dat de haatdragende taal die ze van publieke figuren op televisie horen niet de ware geest van dit land is.’

VVD-Kolder

Je vindt de Obama-haters op de gekste plekken. In Nederland, bijvoorbeeld, in de Volkskrant. Twee conservatieve VVD’ers mogen in columns op de opiniepagina’s met enige regelmaat losgaan op de president. Voormalig Europarlementariër Derk Jan Eppink betoogde onlangs in een column dat historici de vloer zullen aanvegen met Obama’s buitenlandbeleid. Daarover valt te twisten (al moet je dan wel je feiten op een rijtje hebben, en niet, zoals Eppink, per ongeluk Bill Clinton de ‘auteur’ noemen van de nafta-vrijhandelsovereenkomst; dat was diens voorganger George Bush). Maar in een volgende column ging hij volgens een online reaguurder met zijn ‘rabiate partijdigheid’ duidelijk over de schreef. Hij beschuldigde Obama ervan Amerika door ‘het prisma van racisme’ te zien en indirect te hebben bijgedragen aan het geweld tegen blanke politieagenten in Dallas. Wat een kolder over de president die in zijn afgewogen en verzoenende speeches juist consequent álle geweld veroordeelt, en die in antwoord op de kritiek dat hij niet genoeg voor zijn ‘eigen’ groep deed al eens had gezegd: ‘Ik ben niet de president van zwart Amerika. Ik ben de president van de Verenigde Staten van Amerika.’

Hij wist Amerika – en daarmee de wereld – weg te trekken van de rand van de economische afgrond

De tweede Obama-criticaster van de Volkskrant is Koen Petersen, ooit VVD-voorzitter te Amsterdam, nu zich profilerend als ‘amerikanist’. Petersen heeft nooit willen geloven dat Obama president kon worden. In 2008 voorspelde hij de overwinning voor McCain, in 2012 voor Romney. En hij heeft zich duidelijk nog steeds niet bij Obama’s overwinningen kunnen neerleggen. Zo meende hij onlangs te kunnen constateren: ‘De kinderlijke Obamania in Nederland is eindelijk voorbij… het blije gejuich van de Amerika-commentatoren over Obama verstomd.’ Voor de trouwe lezers van dit blad zal dat als een verrassing komen. ‘Na zeven magere presidentiële jaren schenkt Obama zijn progressieve achterban in de nadagen van zijn presidentschap eindelijk een paar leuke-dingen-voor-de-mensen,’ schreef Petersen badinerend. Hij doelde op de diplomatieke erkenning van aartsvijand Cuba – een historische doorbraak na vijftig jaar Koude Oorlog –, het verdrag waarmee de nucleaire ambities van Iran aan banden zijn gelegd, en het klimaatakkoord waarmee ’s werelds grootste vervuilers, de VS en China, zich eindelijk committeren aan concrete maatregelen om het broeikaseffect terug te dringen. Inderdaad, best wel leuke dingetjes.

Stimulansen

Maar nu dan die ‘magere’ jaren die eraan voorafgingen. Where to start? Ik was erbij in 2004 toen een nog onbekende Senaatskandidaat uit Illinois met een spetterende speech tijdens de Democratische conventie naar nationale prominentie schoot. Amerika’s eerste zwarte president, hoorde je de enthousiaste gedelegeerden toen al opperen. Het zal altijd Obama’s grootste prestatie blijven: dat hij in een land waar het stemrecht voor de meeste zwarten nog maar veertig jaar geleden werd veiliggesteld, werd gekozen tot bewoner van wat Michelle in haar toespraak ‘een huis gebouwd door slaven’ noemde. Het eerste gekleurde staatshoofd van het Westen, een allochtoon bovendien vanwege zijn Keniaanse vader. Only in America! Of ziet u het Nederland al nadoen?

De critici vergeten het gemakshalve nog weleens, maar Obama nam het roer over van George Bush tijdens de ergste economische crisis sinds de Grote Depressie. Tijdens zijn eerste maand in het Witte Huis verloor de Amerikaanse economie nog 800.000 banen. In één jaar tijd keerde Obama het tij en werden er weer banen toegevoegd. Dankzij een koers van krachtige financiële stimulansen, waar we in ­Nederland niet aan wilden, wist hij Amerika – en daarmee de wereld – weg te trekken van de rand van de economische afgrond. De werkloosheid bedraagt nu de helft van toen hij aantrad, en de economie is met 10 procent gegroeid. ‘Europa komt nu pas terug op het niveau van voor de crisis,’ zei Obama onlangs in een interview. ‘Ze hebben daar een decennium van stagnatie gehad deels vanwege bezuinigingsmaatregelen die wij niet hebben gedupliceerd.’
 
Rechts Amerika maakt Obama graag uit voor ‘socialist’, maar onder zijn bewind namen de overheidstekorten af, kromp het aantal overheidsbanen, en werd ook het mes gezet in overbodige regelgeving. In plaats van de banken die de crisis hadden veroorzaakt te nationaliseren – zoals menigeen hem adviseerde –, gaf hij ze een miljarden­injectie die ze er weer bovenop hielp. Het geld is tot de laatste dime terugbetaald. Tegelijkertijd dwong hij de financiële sector tot hervormingen die een nieuwe crisis moeten voorkomen. De prominente columnist en Nobelprijswinnaar Paul Krugman van The New York Times was aanvankelijk sceptisch over die maatregelen, maar geeft nu toe: ‘Het is veel effectiever dan je zou denken.’

Wat Obama wel – tijdelijk – nationaliseerde was een deel van de auto-industrie. Gelukkig maar. De grote autofabrikanten stonden op omvallen toen hij aan het bewind kwam. Met een lening van 80 miljard dollar (waarvan 90 procent is terugbetaald) hielp hij ze weer in het zadel. Als tijdelijke mede-eigenaar dwong hij General Motors en Chrysler hun bedrijfsvoering ingrijpend te hervormen, met als gevolg dat de Amerikaanse auto-industrie voor het eerst in decennia weer echt gezond is en sinds 2010 meer dan 50.000 banen kon bijschrijven. Had Obama niks gedaan, dan zouden ze failliet zijn gegaan, met als domino-effect omvallende toeleveranciers en miljoenen werklozen.

Einde aan verrechtsing

Met de economie weer op de rails boog Obama zich over zijn belangrijkste verkiezingsbelofte: betaalbare gezondheidszorg voor alle Amerikanen. Het was een initiatief waarop iedere Democratische president sinds Truman zijn tanden had stukgebeten. Maar Obama lukte het zijn Affordable Care Act door het Congres te loodsen. De Republikeinen hadden het minachtend over Obamacare – een benaming die de president als geuzennaam overnam toen zijn project al snel een eclatant succes bleek. ‘Het werkt beter dan zelfs de optimisten hadden verwacht,’ zegt Krugman, die aanvankelijk zelf tot de pessimisten had behoord. Van de 47 miljoen onverzekerde Amerikanen in 2010 heeft al bijna de helft een betaalbare verzekering kunnen afsluiten. En elke dag komen daar vele duizenden mensen bij, niet langer bezorgd dat ziekte of een ongeval ze in een faillissement zal storten. De kostenstijging van ’s werelds duurste gezondheidssysteem is afgeremd, en zelfs de individuele zorgverleners die nog steeds de basis vormen van het systeem – ziekenhuizen, doktoren, verzekeraars en farmaceutische bedrijven – zijn over het algemeen tevreden met de resultaten. Alleen de Republikeinen, die destijds in hun aanvallen op het plan zelfs Hitler en de concentratiekampen erbij sleepten, blijven tegen windmolens vechten. Ze hebben al zestig keer gestemd voor afschaffing. Een strijd die ze tot het Hooggerechtshof aan toe hebben verloren.

Guantanamo Bay is nog open en niet alle troepen zijn terug uit Afghanistan

Ik moet me hier beperken tot de belangrijkste prestaties van Obama, maar de rode draad is duidelijk: hij maakte met zijn beleid een eind aan de verrechtsing van Amerika, die dertig jaar geleden begon onder Ronald Reagan, en dat is een van de redenen waarom hij zoveel schuimbekkende tegenstand krijgt. Reagan vertelde de Amerikanen dat de overheid geen oplossing was voor hun problemen: ‘Government is the problem!’ Obama daarentegen heeft, volgens Yale-professor Jeffrey Alexander, weer ‘laten zien dat big government het vermogen heeft goede dingen te doen. Hij heeft de progressieve traditie in dit land een enorme dienst bewezen.’

Partners

Ook op buitenlands gebied bracht hij radicale verandering. Na decennia van militair machtsvertoon legde hij de nadruk op diplomatieke oplossingen. Hij behandelde bondgenoten als partners in plaats van als ondergeschikten. Rivalen en vijanden stak hij de hand toe. De Russen maakten er geen gebruik van, Iran en Cuba wel. Birma, dat Obama twee keer bezocht, nam mede op zijn instigatie afscheid van de dictatuur. Hij trok de Amerikaanse troepen terug uit Irak, waar de zinloze oorlog begonnen door George Bush (met Nederlandse steun) had geresulteerd in het ontstaan van IS, met alle gevolgen van dien voor de chaos in Syrië en de vluchtelingenstroom naar Europa. ‘Een hartverscheurende situatie zonder veel goede opties,’ zei hij onlangs. Liever eerlijk dan zich te laten overhalen tot nieuwe, uitzichtloze invasies van Arabische landen.

Wat niet wil zeggen dat Obama geen vuist kon maken. Rusland werd met economische sancties teruggefloten, en op aandringen van de Europese bondgenoten zette hij de luchtmacht in ter ondersteuning van de Libische rebellen die dictator Khadaffi verdreven. De brede war on terror werd omgevormd tot een strijd tegen specifieke doelwitten. Zo bereikte Obama met één gerichte actie wat met de hele oorlog in Afghanistan niet was gelukt: het uitschakelen van Osama bin Laden. Tientallen andere terroristen werden gedood vanuit onbemande drones. Een aanpak die Obama vooral op veel kritiek uit de eigen achterban kwam te staan. Mag je zomaar iemand zonder proces terechtstellen, was de vraag. En hoe zit het met de onschuldige burgerslachtoffers? Afgezien van de juridische vragen zijn drones wel een stuk minder schadelijk dan conventionele oorlogvoering. En zelfs de linkse tegenkandidaat van Hillary Clinton, Bernie Sanders, beloofde ze als president te zullen gebruiken.

Zeker zo belangrijk is wat Obama, met welgekozen woorden en gebaren en veel buitenlandse bezoeken, deed voor het imago van Amerika in de wereld. Daar viel na het sloopwerk van George Bush (‘You’re either with us, or against us’) veel te repareren. Bij Bush’ afscheid was in de meeste landen nog maar een kleine minderheid positief over de president én zijn land. Nu blijkt uit diezelfde peilingen dat een grote meerderheid van wereldburgers Amerika en zijn leider weer ziet zitten.

Niet alles lukt

Nee, Obama heeft uiteraard niet al zijn beloftes kunnen waarmaken. Het gevangenenkamp op Guantanamo Bay moet voorlopig openblijven. Er zitten nog zo’n 60 van de 800 terreurverdachten die Obama van Bush erfde, maar het Congres wil ze niet overplaatsen en de bondgenoten helpen ook niet allemaal mee; Nederland weigerde het verzoek om twee gevangenen op te nemen. Ook de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan laat na veertien jaar oorlog nog op zich wachten. Het Afghaanse leger is nog niet in staat de taliban zelfstandig te bevechten, erkent Obama, en daarom laat hij 8800 soldaten achter.

In het binnenland is Obama’s ambitieuze plan om miljoenen immigranten te legaliseren gestrand op een patstelling in het Supreme Court. Als Hillary Clinton wint – en zij de ontbrekende rechter mag benoemen – zal het waarschijnlijk alsnog doorgaan. Hij heeft de langdurige trend van groeiende inkomensongelijkheid nog niet weten te keren – maar daar met hogere belastingen voor de rijken en gesubsidieerde gezondheidszorg voor de armen wel een aanzet toe gegeven. Ook het vuurwapenbezit heeft Obama niet met nieuwe wetten aan banden kunnen leggen. De tegenstand van de wapenlobby viel – ook na talloze schietpartijen en emotionele woorden van de president – niet te breken. Zijn frustratie daarover steekt Obama niet onder stoelen of banken. Temeer daar het vuurwapengeweld een probleem is dat zwart Amerika extra hard treft. Wel heeft hij een belangrijke aanzet gegeven tot hervorming van het strafrechtsysteem, met de krankzinnig hoge straffen voor vaak kleine vergrijpen (zoals drugsbezit). Zo’n 60 procent van de gevangenen is zwart of latino. Obama bezocht als eerste president een gevangenis. En zelfs de Republikeinen lijken nu de grote schande van Amerika – het ‘land van de vrijheid’ heeft met 5 procent van de wereldbevolking zo’n 25 procent van alle gevangenen – te willen aanpakken.

Kleurenblind

Obama heeft zijn land een menselijker, toleranter gezicht gegeven. Noemde ik al dat onder hem het homohuwelijk een feit werd en dankzij zijn inspanningen gays nu ook welkom zijn in het leger? Natuurlijk had hij nog meer kunnen bereiken als de geradicaliseerde Republikeinse oppositie niet had besloten tot algehele obstructie. Zoals de leider van de Republikeinen in de Senaat, Mitch McConnell, het bij zijn aantreden samenvatte: ‘Veruit het belangrijkste wat wij willen bereiken, is dat president Obama maar één termijn blijft zitten.’

Het zou naïef zijn om te veronderstellen dat in een land waar racisme nog welig tiert een zwarte president een ‘kleurenblinde’ beoordeling krijgt. Net voor zijn herverkiezing in 2012 onderzochten wetenschappers de antizwarte gevoelens onder het electoraat. Ze constateerden dat die in meerdere of mindere mate aanwezig waren bij 79 procent van de Republikeinen, maar ook nog bij 32 procent van de Democraten. En dat daardoor Obama consequent in de peilingen over zijn functioneren enkele procenten lager werd beoordeeld.

Voor zwarte Amerikanen zal dat geen nieuws zijn geweest. Want ook dit is wetenschappelijk aangetoond: een zwarte Amerikaan moet veel beter zijn dan een blanke sollicitant wil hij kans maken op een vacature; en als hij de baan eenmaal heeft gekregen, dan zijn zijn promotiekansen aanmerkelijk kleiner dan die van blanke collega’s in gelijkwaardige functies. Logisch dan dat ook voor een zwarte president de lat hoger ligt. Maar voor voormalig criticus Paul Krugman lijdt het geen twijfel dat ‘kleurenblinde’ historici Obama zullen beoordelen als ‘een van de belangrijkste, succesvolste presidenten in de geschiedenis’. Met de gracieuze speech waarmee hij zijn voormalige rivale Hillary Clinton tijdens de ­conventie aanwees als zijn politiek opvolger heeft Obama de kansen ­vergroot dat zij zijn erfenis zal veiligstellen. Tegelijkertijd bleek tijdens dat formidabele optreden ook hoe moeilijk het zal zijn voor Amerika’s eerste vrouwelijke president om in de ­schoenen van de eerste African American te gaan staan.

Uit Maarten! 2016-3

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.