Als één partij gek wordt

De radicalisering van de Republikeinen

Door: Maarten van Rossem

Uit: Maarten! 2-2020. Bestel het nummer hier

De Republikeinse Partij is de afgelopen decennia veranderd in een extremistische groepering. Alles vinden de Republikeinen geoorloofd om hun Democratische concurrenten kapot te maken en sociale verworvenheden terug te draaien.

In mijn jonge jaren waren de Verenigde Staten de meest bewonderde natie ter wereld. Engeland werd ook bewonderd, maar de VS glansde van de moderne welvaart, en dat kon je van Engeland niet zeggen. De twee Angelsaksische democratieën verschilden volgens de deskundigen ook fundamenteel van de continentale Europese naties vanwege hun pragmatische en geheel onideologische aanpak van de politiek. Daarbij werd dan meestal het experimentele karakter van Roosevelts New Deal als voorbeeld gegeven. Een extra aanbeveling voor de Amerikaanse democratie waren de sterk tot de verbeelding sprekende presidentsverkiezingen.

Pas in de jaren zestig werd duidelijk dat er van dit rooskleurige beeld niet veel deugde. Armoede bleek in de VS op grote schaal voor te komen en in de zuidelijke staten werd de zwarte bevolking systematisch en gewelddadig onderdrukt. Een democratie waren de VS slechts in zeer beperkte mate. Dat is nog steeds zo, maar nu om geheel andere redenen dan in de jaren vijftig. Wel zal in dit essay duidelijk worden dat de huidige problemen uiteindelijk wortelen in die jaren vijftig en de vroege jaren zestig.

 

Eigen waarheid

Sedert de jaren negentig heeft het Amerikaanse politieke systeem in toenemende mate een disfunctioneel karakter gekregen. De politieke besluitvorming in belangrijke dossiers verloopt traag of staat al jaren stil. Of het nu de gezondheidszorg, de immigratie, de totaal verwaarloosde infrastructuur of de bestrijding van de gevolgen van de kredietcrisis is, de beide partijen kunnen het er niet over eens worden.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de sterke polarisatie wel de schuld zal zijn van beide partijen. Dat is echter in het geheel niet het geval. De disfunctionaliteit is asymmetrisch en bovenal het gevolg van de veranderingen die zich in de afgelopen vier decennia hebben voltrokken in de Republikeinse Partij. Die is scherp naar rechts getrokken en veranderd in een extremistisch en uitgesproken ideologisch gezelschap. Van compromissen en pragmatische samenwerking moeten de Republikeinen niets meer hebben. Zij beschouwen de Democraten, die niet wezenlijk veranderd zijn, nu als landverraders die de vernietiging van de traditioneel blanke en christelijke natie op het oog hebben. Trump vond dat zijn tegenstandster tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 in de gevangenis zou moeten worden opgesloten (‘Lock her up!’). Obama was volgens hem zelfs helemaal geen Amerikaan, omdat hij niet in de VS zou zijn geboren (birtherism). Kortom: de totale delegitimatie van de tegenstander.

De Republikeinen willen de VS ‘bevrijden’ van een groot deel van de verzorgingsstaat en de regelgevende instanties die na 1933, maar vooral na 1960 door de Democraten tot stand zijn gebracht, overigens voor een belangrijk deel met Republikeinse medewerking. Daartoe moet in ieder geval de federale overheid aanzienlijk kleiner worden, en dat kan alleen door zeer sterk te bezuinigen op de federale begroting. Deskundigen zijn van mening dat dat een onrealistisch voornemen is. De verzorgingsstaat, hoe beperkt ook toegerust in de VS, zal blijven, al was het maar omdat het overgrote deel van de kiezers dat wenst. Social Security, een combinatie van AOW en ziektekostenverzekering, is bijzonder populair. Dat deert de Republikeinen niet, deskundigen zijn links en links heeft altijd ongelijk. De Republikeinen hebben hun eigen waarheid, de veelbesproken ‘alternatieve feiten’.

Om hun zin te krijgen maken de Republikeinen meedogenloos gebruik van de unieke mogelijkheden die het Amerikaanse politieke systeem biedt voor obstructie en sabotage van de tegenpartij. Het is feitelijk ontworpen om elke minderheid in staat te stellen de meerderheid aanhoudend te frustreren. Daar komt nog bij dat de Amerikaanse grondwet voorziet in twee instanties, die beiden kunnen claimen de legitieme stem van het volk te zijn, namelijk de president en het Congres. Beiden zijn immers onafhankelijk van elkaar gekozen. Ze hoeven dus ook niet van dezelfde partij te zijn en zijn dat vaak ook niet. Onderzoek heeft aangetoond dat presidentiële systemen onvermijdelijk vastlopen in een allesverlammende ruzie tussen president en volksvertegenwoordiging. Dat kan alleen vermeden worden als de politieke partijen blijvend bereid zijn tot productieve samenwerking en compromis. Dat was het geval in de VS, maar daar heeft de verandering van de Republikeinse Partij een eind aan gemaakt, waardoor het hele complexe bouwwerk van geven en nemen en wederzijdse tolerantie sedert de jaren negentig langzaam in duigen is gevallen.

Het partijbelang gaat altijd voor het landsbelang

Genadeloos nihilisme

Hoewel het gedrag van de Republikeinen niet goed te praten valt, is het wel te verklaren. Zij weten dat hun blanke kernelectoraat op afzienbare termijn een minderheid van de bevolking zal vormen. De diverse gekleurde minderheidsgroeperingen zullen dan samen in de meerderheid zijn en zeker niet op de Republikeinen stemmen. De Republikeinen zijn de facto nu al een minderheid. In de laatste zeven presidentsverkiezingen hebben zij zesmaal de popular vote verloren. Ze hebben echter het geluk dat de Amerikaanse politieke instituties in hoge mate de conservatieve, blanke plattelandsbevolking bevoordelen. Veel blanke Amerikanen hebben niettemin nu al het gevoel in de minderheid te zijn; 57 procent voelt zich zelfs gediscrimineerd. Veel Republikeinen zeggen met de Brexit-stemmers: We want our country back!’ of: ‘We lost the great country that we loved’. Dat is ook de kern van Trumps boodschap: Make America Great Again. De bedoeling is een terugkeer naar de verondersteld Gouden Jaren Vijftig.

Op zichzelf hoeft politieke polarisatie niet altijd schadelijk te zijn. Polarisatie kan ook duidelijkheid verschaffen, zodat de kiezer daadwerkelijk een keuze heeft uit heldere beleidsalternatieven. De door de Republikeinen bedreven polarisatie is echter van een genadeloos nihilisme dat met enige regelmaat het nationale belang beschadigt. Bij de Republikeinen gaat het partijbelang altijd voor het landsbelang. Bij het aantreden van Obama verklaarde Mitch McConnell, de leider van de Republikeinen in de Senaat, dat zijn partij nu nog maar één doelstelling had, te weten van Obama een president voor één termijn te maken. Samenwerking was uitgesloten, de Democratische president zou niets gegund worden. Was Obama ergens voor, dan waren de Republikeinen tegen – ook als het kwesties betrof waar zij aanvankelijk voor waren geweest.

Neem de ziektekostenwetgeving waar Obama naar streefde, de zogenoemde Obamacare. Dat was een compromis dat was gemodelleerd naar de ziektekostenwetgeving die Mitt Romney als Republikeinse gouverneur van Massachusetts had gerealiseerd. Daar waren de Republikeinen voor, totdat Obama er ook voor was. Vanaf dat moment waren zij tegen. Zij hebben vervolgens al het denkbare gedaan om Obamacare onmogelijk te maken en waren bereid 23 miljoen mensen te beroven van hun ziektekostenverzekering zonder dat er enig alternatief voorhanden was. Ook bestaande wetgeving die het resultaat was van de kredietcrisis, werd systematisch tegengewerkt.

 

Gehate Obama

Het absolute dieptepunt van het Republikeinse wangedrag was de langdurige politieke crisis vanwege de noodzakelijke verhoging van het kredietplafond van de Federale overheid in 2011. Op zich is dat een wonderlijk en geheel overbodig overblijfsel uit het verleden. Vandaar dat die noodzakelijke verhoging in de afgelopen decennia tientallen malen zonder problemen heeft plaatsgevonden. Toen de tussentijdse verkiezingen van 2010 een groot aantal ultraconservatieve aanhangers van de Tea Party naar het Huis van Afgevaardigden hadden gezonden, werd de onnozele verhoging van het kredietplafond plotseling ingezet om Obama te dwingen tot de reusachtige bezuinigingen die de Republikeinen noodzakelijk achtten.

De Tea Party Movement ontstond in februari 2009 als protest tegen de enorme uitgaven van de overheid ter bestrijding van de kredietcrisis. Het was ongetwijfeld ook een backlash tegen de verkiezing van de eerste zwarte president. De beweging kwam van onderop, from the grassroots zoals dat in de VS heet, maar werd ruimharig gefinancierd door de gebroeders Koch, reactionaire miljardairs.

Zonder enorme bezuinigingen dus geen verhoging van het kredietplafond, en zonder die verhoging zou de overheid al snel zijn financiële verplichtingen niet meer kunnen nakomen. Dat zou leiden tot verlaging van de kredietwaardigheid van de Amerikaanse overheid, een ernstige zaak in de internationale financiële wereld. Een maandenlang gevecht resulteerde tenslotte in beperkte bezuinigingen. Toch werd de kredietwaardigheid van de VS terecht afgewaardeerd. Er was immers gebleken dat de onredelijke eisen van enkele tientallen provinciale politici het nationaal belang van de VS ernstig konden schaden. Nadat de Republikeinen in 2014 de meerderheid in de Senaat hadden veroverd, heeft de reeds genoemde Mitch McConell alles in het werk gesteld om de president dwars te zitten en zijn positie te ondergraven. Soms werd het filibuster-wapen wel tweemaal per week ingezet.

Velen waren uiteindelijk teleurgesteld in het presidentschap van Obama. Dat is niet terecht. Hij was zeer productief in zijn eerste twee jaar als president, toen hij nog meerderheden had in Senaat en Huis. Na de tussentijdse verkiezingen van 2010 maakte de niets ontziende oppositie van de Republikeinen constructief beleid vrijwel onmogelijk. Het optreden van de Republikeinen beschadigde het hele politieke systeem. Maar dat kon ze niets schelen, zolang ze maar punten konden scoren tegen de gehate Obama.

Civil Rights Act

De vraag is: hoe kon de Republikeinse Partij in de loop der jaren zo radicaliseren? Dat proces begon in de vroege jaren zestig. In de jaren vijftig waren beide Amerikaanse politieke partijen rommelige coalities, die zonder moeite goed samenwerkten. President Eisenhower kon goed leven met de Democratische meerderheden in Huis en Senaat en de Democraten konden goed leven met Eisenhower, die de verworvenheden van de New Deal intact liet. Eigenlijk waren er in de jaren vijftig vier partijen. De Democraten hadden een progressieve vleugel en een aartsconservatieve, racistische vleugel, die bestond uit de zogenoemde Dixiecrats. De Dixiecrats monopoliseerden de macht in de zuidelijke staten, waar zij deels met racistische wetgeving en indien nodig met geweld een gesegregeerde samenleving in stand hielden waar de zwarte Amerikanen bij gebrek aan kiesrecht rechteloos waren. De Republikeinen hadden een conservatieve en een verrassend progressieve vleugel. Een van die vier onderdelen van het systeem kon altijd wel samenwerken met een van de andere drie onderdelen.

Dat wil zeggen, tot de kwestie van de zwarte burgerrechten stap voor stap aan de orde werd gesteld in de jaren veertig en vijftig. In 1964 werd met ruime Republikeinse steun de Civil Rights Act aangenomen, die in de volgende jaren zou leiden tot het einde van het racistische regime van de Dixiecrats, een repressief en ondemocratisch gezwel dat te lang werd gedoogd binnen de Amerikaanse democratie.

 

 

Hoe deze kwestie zich verder zou ontwikkelen, bleek bij de verkiezingen van 1964. De zittende president Lyndon Johnson verpletterde zijn tegenstander Barry Goldwater, wiens nominatie het gevolg was van een conservatieve rebellie in de Republikeinse Partij. Goldwater vond dat de diverse staten van de Unie zelf mochten bepalen hoe ze hun politieke bedrijf wilden inrichten (de zogenoemde states rights). Dat was een gecodeerd bericht aan de conservatieve Dixiecrats dat zij welkom waren in een Republikeinse Partij die tegen een bemoeizuchtige en almachtige federale overheid was. Lyndon Johnson had bij de aanvaarding van de Civil Rights Act, waar Goldwater tegen had gestemd, al gezegd: ‘We delivered the South to the Republicans for a long time’. Dat bleek, want Goldwater won niet alleen zijn eigen staat maar ook vijf staten in het diepe zuiden: Louisiana, Mississippi, Alabama, Georgia en South-Carolina. Dat was het begin van een langdurig proces dat in twee decennia het hele zuiden aan de Republikeinen uitleverde.

Deze ideologische herschikking zorgde voor een grote verandering in het karakter van de beide partijen en hun onderlinge relatie. De Republikeinse Partij verloor met de instroom van conservatieve zuidelijke politici zijn progressieve vleugel en de Democratische Partij werd juist meer liberal door het verlies van de Dixiecrats.

Reagan werkte samen met de Democraten op een wijze die nu ondenkbaar is

Obstructie

Die verandering kristalliseerde in de volgende decennia steeds meer uit. Zo werd de Republikeinse Partij vooral een partij van conservatieve blanken die de omvangrijke immigratie na de liberalisering van de immigratiewetgeving en de snelle culturele veranderingen die in de jaren zestig begonnen, met lede ogen aanzagen. Vanaf de tussentijdse verkiezingen van 1978 raakte dit proces, en de polarisatie waarmee het gepaard ging, in een stroomversnelling. Die tussentijdse verkiezingen werden ‘genationaliseerd’ door een omvangrijke en kostbare campagne van het National Conservative Political Action Committee, dat een onderdeel was van de rechtse backlash tegen de ideeën van de jaren zestig, die steeds meer momentum kreeg. De verkiezing van Ronald Reagan twee jaar later was het voorlopige hoogtepunt van die ontwikkeling. Reagan was overigens een pragmatische politicus, die zonder moeite effectief samenwerkte met de Democraten op een wijze die nu ondenkbaar is.

Als sfeerverpester bleek Newt Gingrich een weergaloos succes

In 1978 werd Newt Gingrich in het Huis van Afgevaardigden gekozen, de eerste Republikeinse volksvertegenwoordiger ooit vanuit zijn district in Georgia. Gingrich was van plan een eind te maken aan de al decennia durende dominantie van de Democraten in het Huis. Daartoe voerde hij een dubbele strategie. De Republikeinen moesten hun politieke profiel versterken door niet langer gezapig samen te werken met de Democraten. Harde oppositie was geboden. Daarnaast diende de reputatie van het Huis zo beschadigd te worden, dat de kiezers zouden besluiten de Democraten van hun meerderheid te beroven. Na een lange campagne van leugens en aanhoudende obstructie slaagde Gingrich in 1994: voor het eerst sinds veertig jaar hadden de Republikeinen een meerderheid in het Huis. In het zogenaamde Contract with America dat de Republikeinen dat jaar aan de kiezers aanboden, beloofden zij de corruptie in Washington aan te pakken en de omvang van de federale overheid te beperken.

Daarmee kwam een eind aan de lange politieke dominantie van de Democraten en werd polarisatie de normale gang van zaken. De Republikeinen wonnen echter niet al hun zelf gecreëerde conflicten met de Democraten. Ze verloren een confrontatie met president Clinton over de begroting en de impeachment van Clinton was niet populair bij de kiezers. Gingrich sneuvelde al in 1998 als Voorzitter van het Huis. De toon was echter gezet, en als sfeerverpester was Gingrich een weergaloos succes gebleken.

Racistische nonsens

De laatste fase van de radicalisering van de Republikeinse partij begon met de verkiezing van president Obama. Niet alleen was Obama zwart, hij was ook de bijkans perfecte vertegenwoordiger van alles wat door conservatieve Amerikanen werd gehaat. Hij wist twee Republikeinse kandidaten moeiteloos te verslaan. Karakteristiek voor deze laatste fase van de pervertering van de Republikeinse partij was het valse gerucht dat Obama helemaal geen president had mogen worden omdat hij in Kenia zou zijn geboren. Zijn geboortebewijs zou een vervalsing zijn. De leiding van de partij liet deze racistische nonsens welbewust voortwoekeren. De bekendste propagandist van deze kletskoek was Donald Trump, die alleen al door zijn rol in deze beschamende birther movement had getoond volstrekt ongeschikt te zijn voor het presidentschap.

Dat de Republikeinen erin geslaagd zijn als minderheidspartij een ijzersterke positie op te bouwen, is een knappe prestatie. Dat het Republikeinse nihilisme en de systematische obstructie van de tegenpartij de conservatieve kiezers goed is bevallen, geeft te denken. De Republikeinse partij vertegenwoordigt in toenemende mate een beperkte identiteit, die van een behoudend, blank en deels religieus Amerika. De Democratische partij is daarvan het tegendeel, dat is een brede coalitie van allerlei minderheidsgroeperingen en van een progressieve blanke minderheid, de liberal inwoners van de grote stedelijke agglomeraties. Als alle Democratische kiezers ter stembus komen, kunnen de Democraten makkelijk winnen, maar dat is lang niet altijd het geval.

Dat de Republikeinse Partij zo’n beperkte, maar ijzersterke identiteit heeft weten op te bouwen, is ook mogelijk gemaakt door de snelle expansie van een conservatieve mediawereld – waarvan de kabelzender Fox het bekendste voorbeeld is – die de blanke conservatieven steeds voorziet van even gewiekste als comfortabele propaganda. Wij vinden Trump wellicht een lamentabele schertsfiguur, wie dagelijks naar Fox kijkt weet echter wel zeker dat hij een stabiel genie is. Er is nog een laatste indrukwekkende Amerikaanse institutie die door het succes van de Republikeinse oorlog tegen het bestel is verworden tot een afdeling van het Republikeinse hoofdkantoor, namelijk het Hooggerechtshof. De conservatieve meerderheid van het Hof, in de afgelopen jaren nog flink versterkt, heeft de Republikeinse machtspositie steeds trouw gediend en versterkt. Dat lijkt winst voor de Republikeinen, maar is een immens verlies voor de natie. Er gaan al stemmen op om het Hof ingrijpend te hervormen.

Het Engelse weekblad The Economist vroeg zich nog eens af: wat doet een natie met twee partijen als een van die twee partijen gek is geworden? Tal van goedwillenden hebben constructieve oplossingen aangedragen voor de crisis waarin de VS zijn geraakt. Bij al die voortreffelijke oplossingen laat zich echter de pijnlijke vraag stellen: Waarom zouden de Republikeinen meewerken aan hervormingen die aan hun huidige machtspositie met zekerheid een einde zouden maken?

* Illustratie: Job van der Molen

Gerelateerde artikelen

‘Ook van een overwinning van Biden moeten we ons niet al te veel voorstellen’

‘Het is een misverstand dat alleen de achterlijke boeren in het zuiden van Amerika racistisch waren’

De Amerikaanse verkiezingen zijn doorgestoken kaart

‘Kiezers namen Trump pas serieus toen hij een waanidee begon te verspreiden’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.