Jesse Klaver: ‘Ik zit hier niet om de kiezer te pleasen
Gepubliceerd op:
Maarten van Rossem en Teun Willemse • Foto’s Sander Heezen
Uit angst voor hun politieke leven volgen politici hun moreel kompas niet meer, ziet Jesse Klaver. Ze laten zich gijzelen door wat ze denken dat de kiezer wil, en dat moet anders. ‘Als je dit werk wilt doen, doen, moet je bereid zijn er morgen mee te stoppen.’
Uit Maarten! 2025-3. Bestel een losse editie of word abonnee
Nu de leden van GroenLinks en Partij van de Arbeid hun zegen hebben gegeven, zetten de linkse partijen vaart achter de fusie. Zelfs hun woonkamers zijn al samengesmolten, blijkt als Maarten aanschuift bij Tweede Kamerlid en voormalig GroenLinksfractievoorzitter Jesse Klaver. De muur hangt vol groene én rode posters. Maarten besluit met de deur in huis te vallen.
Maarten: Mag ik een advies geven voor jullie verkiezingsprogramma?
Klaver: ‘Wat als ik nee zeg?’
Dan geef ik het toch.
‘Dat dacht ik al.’
De PVV wilde noodwetgeving gebruiken om snel strenge asielmaatregelen af te dwingen. Volgens mij moeten we alle vormen van noodwetgeving gewoon afschaffen.
‘Daar ben ik het niet mee eens. Soms moet je snel tot wetgeving kunnen overgaan, denk aan corona. Maar dat moet wel tijdelijk zijn en op wettelijke basis gebeuren. “Noodwetgeving” wordt nu vaak gebruikt voor problemen die niet nieuw zijn en helemaal niet vragen om een noodwetje, maar om een structurele oplossing.
Ik verlang terug naar de tijd waarin we wetgeving op een normale manier regelden. Met alle checks and balances die erbij horen, maar wel vlot. Nu duurt wetgeving soms krankzinnig lang, of gaat het juist zo vlug dat het niet zorgvuldig gebeurt.’
Hoe komt dat?
‘Mede door de ongelofelijk snelle doorlooptijd van Kamerleden. Die maakt het institutionele geheugen van ons parlement beperkt. Zonder te veel vooruit te lopen op de peilingen is het volgens mij een veilige voorspelling dat de huidige twintig NSC-Kamerleden na de verkiezingen niet allemaal zullen terugkeren. Die hebben twee jaar ervaring opgedaan in het parlement, maar zijn straks weer weg.’
Ben jij nu een van de langstzittende Kamerleden?
‘Klopt, ik zit er nu vijftien jaar. Toen ik zelf in de Kamer kwam, had je parlementariërs die er al veel langer zaten. Dan werd je nog weleens aangesproken door mensen met ervaring: “Zo doen we dat hier niet”. Dat wordt steeds beperkter. Iedereen kan dit vak leren, want het is geen rocket science. Maar je moet er wel de tijd voor nemen.’

We moeten het even over de fusie hebben. Waarom was die nodig?
‘Omdat Nederland na jarenlange verrechtsing toe is aan een sociale en groene koers. Dat krijgen we alleen voor elkaar met een stevige linkse partij. Die heb ik geprobeerd te bouwen met GroenLinks, maar daarbij was ik vaak bezig met het verslaan van de Partij van de Arbeid.
Andersom waren zij ook een belangrijk deel van hun tijd kwijt aan de strijd tegen ons. Maar onze verkiezingsprogramma’s komen voor 95 procent overeen. Waarom zijn we elkaar dan in vredesnaam op 5 procent de maat aan het nemen?
Sinds 2002 hebben we geen linkse premier gehad en mocht links alleen aanschuiven bij rechtse kabinetten. Ik heb verschillende formaties meegemaakt waarbij werd geroepen: niet meer dan één linkse partij. In 2021 mocht GroenLinks niet meedoen, omdat we de PvdA vasthielden. Toen werden we de “linkse wolk” genoemd. Mark Rutte zei letterlijk: één linkse partij gaat wel, maar twee wordt echt te veel. We werden tegen elkaar uitgespeeld: de partij die tegen de laagste prijs wilde instappen, daarmee konden ze zakendoen.
Als je dat allemaal op je laat inwerken, is er geen enkele reden om onze partijen onafhankelijk van elkaar te laten bestaan. Het is hoog tijd dat een linkse partij de grootste wordt en het initiatief krijgt bij de formatie.’
Een aantal oudgedienden van de PvdA is fel tegen en heeft een tegenbeweging opgericht.
‘Mij zul je geen kwaad woord over Gerdi (Verbeet, red.) horen spreken, want ze is van onschatbare waarde geweest voor het parlement en de PvdA. Ze was de eerste Kamervoorzitter die ik heb meegemaakt en ik vind het jammer dat onze wegen nu scheiden. Maar ik weet zeker dat ze ooit weer bij elkaar komen.
‘Mij zul je geen kwaad woord over Gerdi horen spreken’
Ik snap ook wel dat mensen die al zo lang in een partij zitten moeite hebben met de verandering. Maar de positieve effecten zie je nu al, ook bij Kamerleden die niet per se enthousiast waren. Leden van verschillende partijen die elkaar normaal gesproken beconcurreerden op dezelfde portefeuille zijn ineens collega’s. In plaats van elkaar te bestrijden om het nieuws te halen, zijn we samen aan het bouwen. Dat geeft energie in plaats van chagrijn.’
En de cultuur- en leeftijdsverschillen dan?
‘De verschillen worden heel groot gemaakt, vooral door tegenstanders. Het zijn karikaturen: iemand van GroenLinks die niet naar een PvdA-bijeenkomst komt als er vlees wordt gegeten, of een PvdA’er die klaagt over havermelk in de koffie. Come on, denk ik dan.
Het is de ziekte van deze tijd: culturele smaken worden verheven tot culturele verschillen als belangrijk deel van je identiteit. Dat blokkeert ieder onderling gesprek. Ik wil mensen met al die verschillende smaken, of ze nou van avocado’s of frikandellen houden, bij elkaar brengen binnen een brede volkspartij. Want met smaakverschillen kun je nog steeds hetzelfde ideaal hebben voor de richting die de samenleving op moet.’
Het identiteitsvraagstuk heeft links enorm veel kwaad gedaan.
‘Toch is identiteit wel iets wezenlijks. Ik ben een jongen uit Brabant die in de Randstad woont en is opgevoed door een Indische oma. Het gaat pas verkeerd als ik jou opleg dat je ook iedere dag met rijst moet ontbijten. De discussies gaan nu niet over onze identiteit, maar over het eigen gelijk en het uitsluiten van de ander.’
Ik heb zelf niet zoveel met Nederland. Jij wel?
‘Zeker wel. Jij vindt dit vast vreselijk, maar waar ik ook ben op de wereld, zodra ik thuis een beetje mis, zet ik Brabant van Guus Meeuwis op. Dat gevoel kan ik ook met Nederland hebben, of dat nou met het Nederlands Elftal of onze geschiedenis is. Ik heb de neiging daar geromantiseerd naar te kijken.’
Was de verzuiling maar terug, denk ik vaak. Die bracht stabiliteit. Je stemde wat de pastoor stemde.
‘Mijn katholieke opa sprak juist walgend over de verzuiling. De bubbels waarin we nu leven zijn niet langs religieuze lijnen georganiseerd, maar misschien wel verstikkender dan ooit. Daardoor is het moeilijk om elkaar te blijven ontmoeten. Wil je de samenleving goed houden, dan moet je die bubbels doorbreken.’
Even over de aanstaande campagne, daar kampen jullie met een dilemma: hoe gematigder je opstelling, hoe meer linkse kiezers je van je vervreemdt. En hoe linkser je boodschap, hoe lastiger het wordt om samen te werken met de VVD.
‘Ik zie dat niet als een dilemma. Ik ben een linkse politicus, met linkse ideeën over hoe we de samenleving zouden moeten inrichten. Die ideeën laten we niet vervagen. Maar ik geloof in een democratie waarin partijen zitten met eigen opvattingen die na de verkiezingen met elkaar proberen samen te werken. Niet omdat we het met elkaar eens zijn, maar omdat we snappen dat het zo werkt in een democratie.’
VVD-leider Dilan Yesilgöz roept nu al dat ze niet met jullie wil samenwerken. Hoe ga je daarmee om?
‘De VVD is meer met ons bezig dan wij met hen, maar ik ben wel verbaasd over de vijandigheid. De VVD vindt het verdorie heel normaal om samen te werken met de PVV, en vervolgens zitten ze op ons af te geven. Daarbij slaat Yesilgöz een toon aan die ik totaal ongepast vind. Wij gaan ervoor zorgen dat ze ons niet nog een keer uitleveren aan de extremen.’
Moeten linkse partijen als de Partij van de Dieren en de SP zich ook bij jullie aansluiten?
‘We willen een sterk links alternatief zijn en voorkomen dat er kleine hoopjes links in de Kamer zitten. Andere partijen hebben aangegeven de samenwerking nu niet te zien zitten, dus ik focus me op deze fusie. Daarmee zitten we al op 114.000 leden.’
Klaas Dijkhoff zei laatst in ons tijdschrift dat de huidige politieke tweedeling niet links tegen rechts is, maar democratisch tegen ondemocratisch. Wat vind je daarvan?
‘Het is schokkend dat we op een punt zijn beland waarop we moeten zeggen: je hebt in Nederland democratische en niet-democratische politici. Maar die scheidslijn zie ik niet als vervanging van de strijd tussen links en rechts, want een goede democratie is gebaat bij verschillende opvattingen.’
De VVD maakte de fout in zee te gaan met een partij die ondemocratisch is.
‘Samenwerken met de PVV en zo de extremen aan de macht brengen was een historische fout. NSC is daar net zo verantwoordelijk voor. PVV’ers doen zelden mee aan Kamerdebatten, omdat extremen niet het doel hebben iets voor elkaar te krijgen. Daar klinkt soms verwondering over, maar het is helemaal niet verwonderlijk: het doel van extreme politici is chaos creëren en er een nog grotere bende van maken.’
Wat ik ook schrijnend vind aan Den Haag: er is een boek vol te schrijven met adviezen van commissies die de regering de afgelopen twintig jaar niet heeft opgevolgd.
‘Er is inderdaad geen gebrek aan commissies en experts. Maar er is wel een gebrek aan politiek leiderschap om iets met die adviezen te doen. Neem stikstof: dat dossier is vijftig jaar oud. Het is niet dat we niet weten wat we moeten doen, maar dat politici het niet tegen kiezers durven te zeggen. Het ministerie van Landbouw verkoopt ons fata morgana’s. Luisteren naar de ombudsman, stikstof aanpakken of erop wijzen dat iets mis kan gaan: het gebeurt niet omdat politici bang zijn voor hun politieke leven.’
Heb jij geen last van die angst?
‘Aan het begin van mijn loopbaan had ik dat wel, maar ik heb het los kunnen laten. Anders had ik GroenLinks en PvdA nooit bij elkaar kunnen brengen, want dit soort fusies lopen nooit goed af voor bestaande leiders. Samenwerken kon alleen als ik mijn hand niet zou opsteken voor het leiderschap. Die stap opzij doen, dat had ik eerder in mijn loopbaan niet gekund.
‘De VVD is meer met ons bezig dan wij met hen’
Inmiddels kan ik dat wel. Mijn grootste nachtmerrie is dat ik straks terugkijk op mijn politieke loopbaan en denk: had ik maar.’
Denk je dat weleens over de mislukte formatie van 2017? Toen won GroenLinks veertien zetels, maar kwamen jullie weer niet in de regering.
‘Achteraf is mooi wonen, zeggen ze in Brabant. Dus ik kijk er niet op die manier op terug. Maar er is wel een element waar ik pas sinds kort meer over praat. Mijn moeder overleed tijdens die formatie, en de dag na de begrafenis ben ik gewoon vrolijk gaan onderhandelen. Dat was een buitengewoon slecht idee, weet ik inmiddels. Ik was daar maar een schim van mezelf. Ik denk dat ik toen een fout heb gemaakt door niet eerlijk te zijn tegen mezelf en mijn omgeving.’
Was het anders wel gelukt?
‘Andere partijen wilden ons niet in het kabinet hebben en probeerden ons er natuurlijk uit te krijgen. Maar als ik wel op mijn best was geweest, was het misschien anders gelopen. Dat is geen excuus, maar in de politiek wordt het persoonlijke vaak niet meegewogen. Ik was op dat moment echt niet de beste versie van mezelf.’
Ik voel aan mijn water dat deze campagne weer over migratie zal gaan. Maar uit onder zoek blijkt dat wonen vraagstuk nummer één is voor Nederlanders. Wordt dat jullie hoofdissue?
‘Zeker.’
Hebben jullie dan ook oplossingen?
‘Ten eerste moeten we zorgen dat het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening terugkomt. Dat we letterlijk de tekentafels terugkrijgen in de ministeries. Vroeger planden wij gewoon zelf, maar dat is nu allemaal uitbesteed aan de vrije markt.
Ten tweede moet de overheid ervoor zorgen dat mensen weer betaalbaar kunnen huren. Daarvoor moet de inkomensgrens omhoog waarbij je een woning van een woningcorporatie kunt huren. De mooiste gebouwen in Amsterdam, die nu het meeste geld kosten, zijn ooit gebouwd door woningcorporaties. Maar de sociale woningbouw is uitgehold: corporaties mogen alleen nog bouwen voor het armste deel van de samenleving, terwijl we private investeerders uit Singapore voor de bovenkant van de samenleving laten bouwen. Alles en iedereen die daartussenin zit, is het bokje. Wij willen dat woningcorporaties weer voor iedereen mogen bouwen.’
Is er een kabinet mogelijk dat bereid is om deze door velen als radicaal geziene oplossingen uit te voeren?
‘Wat pas echt radicaal is, is dat we woningbouw hebben overgelaten aan de markt. Ik denk dat er een meerderheid voor te vinden moet zijn.’
In een kabinet met deze VVD gaat dat niet lukken.
‘De vraag is überhaupt wat je met deze VVD kan. Ik denk dat de VVD zich dat op dit moment zelf ook afvraagt. Met partijen als CDA en D66 is het beter zaken doen.’

Denken jullie de verkiezingen te kunnen winnen?
‘Dat denken we ja. We willen er een ideeënstrijd van maken.’
Ik ben bang dat de PVV weer de grootste wordt, want de kiezer denkt niet logisch. Als de democratie ooit ten onder gaat, dan komt dat door de kiezer.
‘Ik maak me meer zorgen om politici die hun eigen kompas niet meer volgen. Dat zie je ook gebeuren in de Verenigde Staten. Laten we niet doen alsof de president daar alles voor het zeggen heeft: ze hebben gewoon een Congres. Maar die Congresleden moeten wel de moed hebben om op te staan. Politici durven dat niet en laten zich gijzelen door wat ze denken dat de kiezer wil. Dat is ook de oorzaak dat ons vorige kabinet er is gekomen: “De kiezer wil dit”. Wie heeft dat de kiezer precies gevraagd, denk ik dan.’
Het is deels de schuld van de media dat dit kabinet er kwam.
‘Daar zou ik graag een boom over opzetten, maar dat doe ik niet, want onder dit gesternte vind ik politici die over media praten buitengewoon gevaarlijk. Journalisten worden voortdurend geattaqueerd door extreem-rechtse partijen als de PVV. Ik heb wel degelijk opvattingen over hoe er verslag wordt gedaan en wie daaraan bijdragen, maar doordat de media nu de kop-van-jut zijn voor politici, voel ik me niet vrij om op een normale manier te spreken over de rol van de media in een democratie.
‘Het ministerie van Landbouw verkoopt ons fata morgana’s’
Laat ik er alleen nog dit over zeggen: ik hoop dat journalisten met elkaar in gesprek blijven over welke rol ze hebben. Uiteindelijk zijn we allemaal dienaren van de democratie, of je nu volksvertegenwoordiger bent of journalist. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee.’
De recente motie van Kati Piri over een wapenembargo tegen Israël vond ik onverstandig. Je moet alleen een motie aannemen als je denkt dat die kan bijdragen aan praktisch beleid.
‘Die motie is heel veel geduid: hoe was die bedoeld? Was het handig? Was de timing wel strategisch? Ik kijk er anders naar: wat er in Gaza gebeurt, is onacceptabel. Westerse landen leggen Israël geen strobreed in de weg, terwijl er een genocide aan de gang is. Om iets in beweging te krijgen heb je landen nodig die via sancties maximaal druk zetten op Israël om te stoppen met hun misdaden. Ik wil dat wij daarin vooroplopen. Andere partijen huilen wel mee met de wolven, maar zijn niet bereid om een algeheel wapenembargo in te stellen.’
We wonen in een land dat al zo lang als ik mij herinner meer pro-Israël is dan Israël zelf.
‘Ik vind het een false frame dat dit om pro- of anti-Israël gaat. Ik ken veel mensen die superkritisch zijn op wat er in Gaza gebeurt, maar niet anti-Israël zijn. Ze zijn tegen wat de regering van Netanyahu doet.’
Maar je moet toch afwegen hoe effectief zo’n motie is?
‘Zeker, maar we laten ons niet gijzelen door discussies over tactiek. Ook als mensen het onhandig vinden of zich afvragen waarom, moet je gewoon doen waarin je gelooft. Ik denk dat kiezers bij deze motie politici hebben gezien die het menen, in plaats van politici die het alleen maar slim proberen te spelen.’
Is de Nederlandse politiek volgens jou fundamenteel veranderd de afgelopen jaren?
‘Ik zie dat campagnes niet meer stoppen na de verkiezingen, maar permanent worden doorgetrokken in kabinetten. Daarmee is er voortdurend ruzie en zoekt iedereen naar het beste moment om een kabinet te laten vallen in plaats van iets te bereiken voor Nederland. Politici moeten het meer bij zichzelf gaan zoeken. Ik doe dit werk nu al een hele tijd, maar en bereid om er morgen mee te stoppen als ik mezelf geweld aan moet doen. Want uiteindelijk is dit geen baan, maar levenswerk.’
Zou je het een roeping noemen?
‘Ja. Wat niet wil zeggen dat je dit de rest van je leven moet doen. Als de kiezer mij niet wil, houdt het op. Ik zit hier ook niet om de kiezer te pleasen. Ik zit hier om te doen wat ik denk dat nodig is voor het land. Ik denk dat meer politici dat moeten uitstralen.’ Als alle kiezers zo gaan stemmen als ik, dan zouden we al een heel eind op weg zijn, toch?
‘Ik vind één Maarten van Rossem geweldig. Maar miljoenen zijn er misschien wat veel.’

Jesse Klaver (1986) is Tweede Kamerlid namens Progressief Nederland (PRO). In 2010 kwam hij voor het eerst in de Tweede Kamer namens GroenLinks, de partij waarvan hij van 2015 tot 2023 fractievoorzitter was. De afgelopen jaren maakte hij zich hard voor linkse samenwerking met de Partij van de Arbeid. In oktober 2023 werd hij voorzitter van de gefuseerde fractie, en in december van datzelfde jaar droeg hij het voorzitterschap over aan gezamenlijk lijsttrekker Frans Timmermans. Sinds november 2025 is hij opnieuw fractievoorzitter, inmiddels onder de naam Progressief Nederland (PRO).
Uit angst voor hun politieke leven volgen politici hun moreel kompas niet meer, ziet Jesse Klaver. Ze laten zich gijzelen door wat ze denken dat de kiezer wil, en dat moet anders. ‘Als je dit werk wilt doen, doen, moet je bereid zijn er morgen mee te stoppen.’
Uit Maarten! 2025-3. Bestel een losse editie of word abonnee
Welkom bij Maarten!
Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in je mailbox.
InloggenRegistreren